Brief regering : Reactie op verzoek commissie over de brief van UMCNL over de zorgen bij de invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH) per 2027
29 247 Acute zorg
Nr. 479
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 januari 2026
Op 17 december 2025 heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
mij een verzoek gestuurd om te reageren op de brief van UMCNL over de zorgen bij de
invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH) per 2027. Met deze
brief voldoe ik aan dit verzoek.
Ik heb mijn besluit om budgetbekostiging voor de SEH per 2027 in te voeren op 12 september
2025 aan uw Kamer kenbaar gemaakt1. In diezelfde brief heb ik aangegeven dat ik via een groeipad toe wil werken naar
een zo optimaal mogelijke budgetbekostiging voor de SEH. Tegelijkertijd zet ik alvast
een eerste stap, door de invoering van budgetbekostiging per 2027, met een relatief
beperkte afbakening.
UMCNL geeft in haar brief aan dat zij eerst de zorginhoud ontwikkeld wil hebben, alvorens
de bekostiging wordt aangepast. Ik heb begrip voor dat standpunt. Tegelijkertijd zie
ik dat hiervoor de betrokken partijen eerst op een aantal aspecten overeenstemming
zal moeten vinden. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) geeft in haar advies van 4 februari
20252 aan dat deze overeenstemming kan leiden tot vertraging, en dat een eerste stap in
de bekostiging en de uitwerking van het groeipad tegelijkertijd plaats kunnen vinden.
Daarom zet ik een eerste stap per 2027, waartoe ik ook een aanwijzing aan de NZa heb
gegeven, en werk ik samen met partijen verder aan de doorontwikkeling van budgetbekostiging.
In haar brief schrijft UMCNL dat het grootste sluitingsrisico voor een SEH het gebrek
aan personeel is. En dat het zorgpersoneel niet meer optimaal kan worden ingezet.
Ik onderschrijf dat personeelstekorten reden kunnen zijn voor de sluiting van een
SEH. In mijn brief van 12 september 2025 heb ik aangegeven dat de invoering van budgetbekostiging
op zichzelf geen directe oplossing is voor personeelsproblemen. Maar een optimaal
doorontwikkelde budgetbekostiging kan wel bijdragen aan het goed inzetten van de beschikbare
middelen, zoals het zorgpersoneel. Om kwalitatief goede en toegankelijke acute zorg
te kunnen blijven bieden, vindt op dit moment al differentiatie plaats in hoe de acute
zorg door zorgaanbieders wordt georganiseerd, in de vorm van bijvoorbeeld spoedpleinen,
spoedposten of acute zorg afdelingen.
UMCNL gaat in haar brief in op het individueel vaste tarief voor SEH’s, wat volgens
hen leidt tot een ongelijke toegang tot de SEH. In mijn voorhangbrief van 6 november
20253 heb ik aangegeven dat het bedrag per patiënt inderdaad kan verschillen per zorgaanbieder.
Dit komt omdat het aantal patiënten dat de betreffende SEH bezoekt, kan verschillen.
De patiënt kan dat terugzien in de verrekening van de factuur met het eigen risico.
Daarnaast ziet de patiënt op de factuur twee bedragen; één voor de SEH en één voor
vervolgzorg. Tot 2027 ziet de patiënt één bedrag op de factuur. De patiënt zal, zoals
nu ook al het geval is, nooit méér betalen dan zijn eigen risico. Overigens verschillen
de prijzen voor ziekenhuiszorg op dit moment al tussen ziekenhuizen, wat de patiënt
ook op zijn factuur terug kan zien.
UMCNL gaat in haar brief ook in op de traumazorg. Zij geeft aan dat er in de eerste
stap per 2027 geen onderscheid is tussen algemene centra en traumacentra. Het klopt
dat er in de eerste stap geen onderscheid is in budget tussen de verschillende SEH’s.
De eerste stap heeft een beperkte afbakening in de budgetbekostiging. De rest van
de SEH-zorg, en dus ook de traumazorg, wordt per 2027 ingekocht op dezelfde manier
zoals dat nu ook wordt gedaan. Daar verandert niets aan. Ik herken dan ook niet dat
de financiering van de traumazorg aan de onderzijde wordt uitgehold en ook niet de
gevolgen zoals UMCNL die schetst. Wel neem ik differentiatie in kwaliteitseisen en
bijbehorende kosten voor verschillend aanbod van acute zorg in ziekenhuizen, en dus
ook traumacentra, mee in de doorontwikkeling van budgetbekostiging. Hiermee wordt
recht gedaan aan de verschillende (type) SEH’s.
Samenvattend stelt UMCNL dat budgetbekostiging volgens hen op een viertal punten onvoldoende
aansluit bij de doelen uit het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord om de acute zorgketen
te versterken. Op deze punten ben ik hierboven ingegaan. Aanvullend wil ik daaraan
toevoegen dat ik ook zie dat de organisatie van de acute zorg een transitie nodig
heeft, om de acute zorg juist in de toekomst toegankelijk te houden. Al in december
2023 schreef de NZa4 in haar advies over de bekostiging van de acute zorg dat de huidige bekostiging van
ziekenhuizen de samenwerking in de acute zorgketen niet stimuleert. Volgens hen is
er met de huidige productieprikkel geen stimulans om patiënten te verplaatsen naar
de juiste plek. En schreven zij dat de huidige concurrentiële inkoop door zorgverzekeraars
niet goed past bij de beschikbaarheidsfunctie van de SEH. Ik sluit mij daarbij aan
en zie budgetbekostiging net als de NZa aan deze huidige knelpunten tegemoet komen,
en dus juist ter ondersteuning van de (ontwikkeling van) zorginhoudelijk beleid. In
het AZWA is afgesproken dat in de regio afspraken worden gemaakt over de transformatie
binnen het zorglandschap. Onderdeel daarvan is om op hoofdlijnen vast te leggen wie
welke zorg levert. Dat landt in de regioplannen. Met budgetbekostiging wil ik deze
regionale verantwoordelijkheid ondersteunen. In het groeipad wordt samen met veldpartijen
uitgewerkt hoe dit het beste vorm kan worden geven.
Tot slot, ik begrijp dat een wijziging als deze altijd spannend is. Daarom werkt het
Ministerie van VWS met deNZa, UMCNL, Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Nederlandse
Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp
Artsen (NVSHA) en de Federatie Medisch Specialisten (FMS) intensief samen om de invoering
van budgetbekostiging voor de SEH zo goed mogelijk te laten verlopen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Indieners
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport