Brief regering : Reactie op verzoek commissie over een burgerbrief over artikel 3:3, lid 1 van de Wvggz
25 424 Geestelijke gezondheidszorg
Nr. 775
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 januari 2026
Op 8 december 2025 ontving ik vanuit de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn
en Sport (VWS) het verzoek, met kenmerk 2025Z21395, te reageren op een door u ontvangen brief met als onderwerp «Artikel 3:3, lid 1
van de Wvggz». De brief is afkomstig van een nabestaande die zich afvraagt of haar
helaas overleden familielid beter tegen zichzelf beschermd had kunnen worden. Ook
uit zij haar zorgen over artikel 3:3 van de Wvggz. Hierbij doe ik u het verzochte
antwoord tegemoet komen.
Graag begin ik met te schrijven hoe ontzettend verdrietig we het vinden wat is gebeurd.
We condoleren de briefschrijfster met het verlies van haar tweelingzus. Wij danken
de briefschrijfster voor haar openheid en het delen van haar verhaal. In de brief
omschrijft de schrijfster de situatie naar de aanloop van het overlijden en roept
ze op om de interpretatie van het genoemde wetsartikel in uw commissie en de Tweede
Kamer ter discussie te stellen.
Hoewel het niet aan mij noch het Ministerie van VWS is om in te gaan op de omschreven
individuele situatie, laat deze brief wel zien hoe ingewikkeld het kan zijn om passende
zorg en ondersteuning te regelen wanneer mensen complexe psychische klachten hebben
en/of verward en onbegrepen gedrag vertonen. En ook hoe lastig het kan zijn om zorgbehoeftes
in te schatten wanneer iemand hulp en ondersteuning niet wil en/of lijkt te willen.
Er worden verschillende maatregelen genomen om dergelijke situaties, zoals in de brief
omschreven, zoveel als mogelijk te voorkomen. Ik zal in deze beantwoording wat toelichting
geven over de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en lopende (beleids)initiatieven die hieraan bijdragen.
De Wvggz is een rechtsbeschermingswet. Deze wet bevat de vereisten en procedures om,
indien het echt niet anders kan, verplichte zorg te kunnen bieden aan mensen met een
psychische stoornis. Artikel 3:3 van de Wvggz, waarnaar verwezen wordt in de brief,
bevat de criteria voor verplichte zorg. Voor de toepassing van verplichte zorg is
onder meer nodig dat het gedrag dat voortkomt uit een psychische aandoening ernstig
nadeel veroorzaakt. Dat kan ernstig nadeel zijn voor iemand anders, maar ook (en dat
is in de meeste gevallen) voor betrokkene zelf. Zo kan bijvoorbeeld ernstige verwaarlozing
of maatschappelijke teloorgang een reden zijn voor ingrijpen. Verplichte zorg is altijd
een laatste optie en de zorg moet zo kort en minimaal ingrijpend zijn als mogelijk.
Ook moet de verplichte zorg proportioneel zijn en de verwachting moet zijn dat de
verplichte zorg effectief is. Iedere vorm van verplichte zorg moet vooraf door een
rechter worden getoetst. De afweging om iemand tegen zichzelf te beschermen is een
lastige, daar waar het iemands zelfbeschikkingsrecht raakt.
De Wvggz is in 2022 geëvalueerd1 en naar aanleiding daarvan is een wetswijziging in voorbereiding. In het voorjaar
van 2025 heeft de internetconsultatie plaatsgevonden en momenteel worden de consultatiereacties
verwerkt. Naar verwachting kan het wetsvoorstel medio 2026 voor advisering aan de
Raad van State worden voorgelegd. Met de wetswijziging wordt onder meer voorgesteld
om het contact tussen gemeente en ggz te versterken.
Op basis van de Wvggz heeft de gemeente een rol als het gaat om het toeleiden van
mensen naar (verplichte) zorg. Iedereen kan een melding doen bij de gemeente wanneer
er zorgen zijn over het gedrag van iemand. Deze meldingen kunnen rechtstreeks bij
de gemeente binnenkomen, of bijvoorbeeld via het Landelijk Meldpunt Zorgwekkend Gedrag.
De betreffende gemeente kan vervolgens onderzoeken of iemand in aanmerking komt voor
verplichte zorg of bemoeizorg. Bemoeizorg is een assertieve vorm van ondersteuning
aan mensen met complexe problemen in zorgelijke situaties waarbij (ongevraagd) ondersteuning
wordt geboden. Het gaat daarbij om contactlegging en toeleiding naar de juiste zorg
en/of ondersteuning. Als de situatie urgent is, kan de burgemeester een crisismaatregel
nemen op basis waarvan verplichte zorg kan worden verleend.
Het is mij bekend dat er een grijs gebied bestaat tussen gedwongen zorg en bemoeizorg.
Daar is de omschreven situatie in deze brief mogelijk een voorbeeld van. Op verschillende
manieren bestaat er aandacht voor dit grijze gebied en specifiek voor mensen bij wie
zorg en ondersteuning (nog) niet goed aansluiten.
Zo werken wij vanuit het Ministerie van VWS onder andere aan de interdepartementale
aanpak verward en onbegrepen gedrag. Hierover is de Tweede Kamer recent geïnformeerd2. Ook zijn er in het Aanvullend zorg en welzijn akkoord (AZWA) afspraken met de sector
gemaakt, die ervoor moeten zorgen dat mensen met complexe problematiek sneller in
(juiste) zorg komen. Hierbij zijn er afspraken gemaakt over het versterken van de
samenwerking tussen het medisch en sociaal domein, waardoor mensen eerder de ondersteuning
of zorg krijgen die past bij hun hulpvraag.
Verder heeft recent het kennisinstituut Movisie, in opdracht van het Ministerie van
VWS, een handreiking met praktische aanbevelingen voor (bemoei)zorgaanbieders en gemeenten
gepresenteerd, waarin zij diverse richtinggevende kaders presenteren en aanbevelingen
doen om bemoeizorg steviger te verankeren3. Een van de aanbevelingen hierin is: Zorg dat het bemoeizorgteam multidisciplinair
is samengesteld. Dit sluit aan bij de oproep van de briefschrijfster om meer ggz-kennis
in de wijkteams en bemoeizorgteams te verankeren. De verschillende aanbevelingen zien
toe op het gemeentelijke domein, de ggz-sector en de landelijke overheid. Het Ministerie
van VWS heeft kennisgenomen van deze aanbevelingen en neemt deze mee in beleidsoverwegingen.
Ik neem dergelijke signalen zoals aangegeven door de briefschrijfster serieus ter
hand. Ik hoop dan ook dat u en de briefschrijfster erop wil vertrouwen dat wij binnen
het Ministerie van VWS en samen met andere betrokken ministeries en zorgpartners hard
bezig zijn om passende zorg en ondersteuning beter aan te laten sluiten bij wat nodig
is voor de betrokken mensen, zoals de zus van de briefschrijfster.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport