Brief regering : Reactie op verzoek van het lid Erkens, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 19 november 2025, over de toekomstige inrichting van de overheid
29 362 Modernisering van de overheid
Nr. 395
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 januari 2026
In het ordedebat van 19 november 2025 verzocht het lid Erkens om een debat over de
inrichting, productiviteitsontwikkeling en doelmatigheid van de overheid. Dit was
mede naar aanleiding van het onderzoek van het Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie
Studies (IPSE Studies) waarover is bericht in het Financieel Dagblad van 12 november
2025. Uw Kamer vroeg ook om een schriftelijke reactie. Hieronder treft u deze reactie
aan.
Het kabinet onderkent het belang van productiviteitsontwikkeling in de publieke dienstverlening
en dit wordt ook breder onderkend. Zo is dit recent benadrukt in de toekomstverkenning
Staat van de Uitvoering 2025, en eerder door de Sociaal-Economische Raad in het rapport Waardevol werk: publieke dienstverlening onder druk. Het kabinet herkent ook de analyse uit het IPSE-onderzoek dat de productiviteit
bij een deel van de publieke sector al langere tijd onder druk staat. In sommige sectoren
zijn de kosten en de personeelsinzet sterker gestegen dan de geleverde output, terwijl
verbeteringen in kwaliteit niet altijd zichtbaar of aantoonbaar zijn. Dit is een relevant
signaal, mede gezien de omvang van de publieke middelen die hiermee gemoeid zijn en
de maatschappelijke opgaven waarvoor de overheid staat. Tegelijkertijd zijn er grote
verschillen in productiviteitsontwikkeling tussen uitvoeringsorganisaties. Ook IPSE
Studies liet in een eerder onderzoek zien dat de productiviteitsontwikkeling tussen
uitvoeringsorganisaties verschilt1.
Het kabinet onderschrijft de conclusie dat hogere uitgaven en extra personeel op zichzelf
geen garantie bieden voor betere dienstverlening. Productiviteitsontwikkeling en doelmatigheid
vragen om expliciete aandacht in politieke besluitvorming, beleidsontwikkeling en
uitvoering. Een belangrijke les uit het IPSE-onderzoek is daarnaast dat een vermeende
spanning tussen kwaliteit en productiviteit zich in de praktijk vaak niet voordoet.
De Algemene Rekenkamer constateerde dat er geen aanwijzingen zijn voor een duidelijk
positief of negatief verband tussen kwaliteit en productiviteit op basis van geanalyseerde
studies naar een selectie van uitvoeringsorganisaties2. Hogere productiviteit en betere kwaliteit kunnen ook hand in hand gaan. Dit wijst
op het belang van duidelijke prioriteiten vanuit politiek en beleid, goed management
en effectieve organisatie van werkprocessen. Sturen op doelmatigheid is daarmee geen
louter financiële exercitie, maar draagt bij aan het vergroten van de publieke waarde
van de dienstverlening. Het is hierbij van belang om te onderstrepen dat productiviteitsontwikkeling
niet uitsluitend een verantwoordelijkheid is van uitvoeringsorganisaties zelf, maar
nauw samenhangt met politieke en beleidskeuzes en met wet- en regelgeving. In de Staat van de Uitvoering en in het hierboven aangehaalde rapport van de Algemene Rekenkamer over de productiviteitsontwikkeling
bij een selectie van uitvoeringsorganisaties wordt daarbij gewezen op de complexiteit
die is ontstaan door de stapeling van regelgeving. Dit heeft duidelijke gevolgen voor
de uitvoerbaarheid en productiviteit.
Het onderzoek naar de productiviteit van de publieke dienstverlening verdient onze
blijvende aandacht. Een aandachtspunt dat uit het IPSE-onderzoek naar voren komt,
is de beschikbaarheid en toegankelijkheid van informatie over prestaties, kosten en
productiviteit. IPSE Studies baseert zich op publiek toegankelijke gegevens en constateert
daarbij dat dergelijke informatie niet altijd eenvoudig te achterhalen is. Dit wijst
op het belang van verdere versterking van informatievoorziening binnen en door overheidsorganisaties,
zodat beter inzicht ontstaat in doelmatigheid en in de mogelijkheden voor gerichte
sturing. Voor uitvoeringsorganisaties, zoals agentschappen en zbo’s, geldt dat de
verplichte periodieke evaluaties ook de doelmatigheid/productiviteit en doeltreffendheid
in kaart dienen te brengen. Het is noodzakelijk dat er daartoe voldoende aandacht
is voor de verzameling en registratie van relevante data om de doelmatigheid/ productiviteit
en doeltreffendheid te onderzoeken. De ervaring leert echter, dat door gebrek aan
dit noodzakelijke meetinstrumentarium, de doelmatigheids-/productiviteitsanalyses
doorgaans nauwelijks serieuze perspectieven opleveren die een basis kunnen vormen
om bij te sturen. Ook hier is dus versterking van de informatieverzameling en -voorziening
van belang.
In het verlengde hiervan constateert het kabinet dat analyses naar productiviteit
en doelmatigheid binnen overheidsorganisaties niet altijd structureel onderdeel zijn
van de interne sturing en verantwoording. Dit geldt zowel voor organisaties waar prestaties
onder druk staan als voor organisaties die relatief goed presteren. Het kabinet acht
het van belang dat ruimte blijft bestaan voor leren en verbeteren, waarbij aandacht
voor productiviteit niet wordt ervaren als een risico, maar als een hulpmiddel om
publieke prestaties duurzaam te versterken.
Op verzoek van de Tweede Kamer is de Algemene Rekenkamer in 2023 gestart met onderzoek
naar de productiviteitsontwikkeling bij een selectie van uitvoeringsorganisaties.
De hierboven genoemde eerste rapportage is in 2024 verschenen. Dit onderzoek vormt
een belangrijke aanvulling op bestaande analyses en draagt bij aan een nog beter onderbouwd
beeld van ontwikkelingen in de publieke uitvoering.
Ten slotte ben ik geïnformeerd dat in het kader van de Staat van de Uitvoering momenteel onderzoek wordt gedaan naar hoe burgers en ondernemers de kwaliteit van
de publieke dienstverlening ervaren. De uitkomsten hiervan worden naar verwachting
in de tweede helft van 2026 gepubliceerd en vergeleken met de resultaten uit 2022.
Dit zal aanvullend inzicht bieden in de relatie tussen ervaren kwaliteit en de ontwikkeling
van de publieke dienstverlening in de tijd.
Voor de komende periode ziet het kabinet het verbeteren van productiviteit en doelmatigheid
als een belangrijk aandachtspunt om publieke voorzieningen toegankelijk en betaalbaar
te houden. Het huidige kabinet past hierbij terughoudendheid. Welke aanvullende interventies
daaraan kunnen bijdragen is een zaak voor het nieuwe kabinet. Binnen het lopende en
nog te ontwikkelen beleid en de bestaande kaders blijft het kabinet aandacht vragen
voor doelmatige uitvoering en een effectieve inzet van middelen. De inzichten uit
het IPSE-onderzoek, het SER-advies, de rapportages van de Algemene Rekenkamer en de
Staat van de Uitvoering worden daarbij betrokken.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Ondertekenaars
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties