Brief regering : Verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 in Brussel
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2156
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december
2025 in Brussel.
Daarnaast ga ik in het verslag in op de nieuwe doorrekeningen van de Nederlandse EU-afdrachten
onder de voorstellen van de Europese Commissie voor het volgende Meerjarig Financieel
Kader en het Eigenmiddelenbesluit. In deze nieuwe doorrekeningen zijn de laatste economische
cijfers van de Europese Commissie meegenomen.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Verslag Eurogroep en Ecofinraad 11 en 12 december 2025
Eurogroep
Macro-economische ontwikkelingen in de eurozone, inclusief IMF Artikel IV-missie
In de Eurogroep is gesproken over de macro-economische ontwikkelingen in de eurozone.
Daarnaast heeft de Eurogroep een terugkoppeling ontvangen van de IMF-missie aan de
eurozone in het kader van de jaarlijkse Artikel IV-missie voor de eurozone. Het IMF
wees op de voortdurende onzekerheden in de wereldeconomie en koppelde daaraan het
belang dat de EU weerbaarder wordt tegen exogene economische schokken. Ook wees het
IMF op de lage arbeidsproductiviteit in de EU ten opzichte van de Verenigde Staten.
Daarbij werd ook ingegaan op de noodzaak van structurele hervormingen om op die manier
economische groei te realiseren. In dit geval wees het IMF op drie specifieke aandachtsgebieden,
namelijk vervolmaking van de interne markt, verdere stappen op de Spaar- en Investeringsunie
en verdere ontwikkeling van de energie-infrastructuur in de EU. De Europese Centrale
Bank (ECB) onderstreepte het pleidooi van het IMF over vervolmaking van de interne
markt.
Beoordeling van de ontwerpbegrotingsplannen van de lidstaten van de eurozone en van
de begrotingssituatie en vooruitzichten in de eurozone
De Eurogroep besprak de ontwerpbegrotingen voor 2026 die de lidstaten van de eurozone
medio oktober hebben ingediend bij de Europese Commissie, en de opinie van de Commissie
over deze ontwerpbegrotingen die op 25 november zijn gepubliceerd.1 In haar opinie op basis van de ontwerpbegrotingen voor 2026 onderscheidt de Commissie
drie categorieën lidstaten op basis van hun naleving van de maximaal toegestane groei van de
netto overheidsuitgaven. De eerste categorie («compliant») omvat landen die binnen
de uitgavenplafonds blijven. De tweede categorie («at risk of non-compliance») betreft
landen waar de uitgavenstijging de plafonds benadert of licht overschrijdt. In de
derde categorie («at risk of material non-compliance») vallen lidstaten, waaronder
Nederland, waar de uitgaven boven de grens uitkomen. De Eurogroep heeft zoals ieder
jaar een verklaring over de ontwerpbegrotingen gepubliceerd.2 De Eurogroep verklaring benadrukt het belang van prudent begrotingsbeleid, naleving
van de Europese begrotingsregels en het tijdig corrigeren van overschrijdingen van
het uitgavenpad.
Verkiezing voorzitter van de Eurogroep
Op 18 november jl. maakte de toenmalig voorzitter van de Eurogroep, de Minister van
Financiën van Ierland Paschal Donohoe, bekend zijn functie neer te leggen vanwege
een nieuwe betrekking bij de Wereldbank.3 Vervolgens werd een procedure gestart voor verkiezing van een nieuwe voorzitter van
de Eurogroep. Twee Ministers van Financiën hadden zich gekandideerd voor het voorzitterschap
van de Eurogroep, namelijk de Minister van Financiën van Griekenland Kyriakos Pierrakakis
en de Minister van Begroting van België Vincent van Peteghem.4
Tijdens de vergadering kozen de leden van de Eurogroep voor de benoeming van Kyriakos
Pierrakakis tot voorzitter van de Eurogroep. Zijn ambtstermijn is ingegaan per 12 december
2025 voor een periode van 2,5 jaar.
Raad van Gouverneurs van het Europees Stabiliteitsmechanisme
De Raad van Gouverneurs (RvG) van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) kwam op
11 december jl. bijeen. De RvG besloot, ten eerste, tot instemming met het beëindigen
van de twaalfjarige aanpassingsperiode op de kapitaalinleg van Letland. Dit betekent
dat Letland ongeveer 103 miljoen euro kapitaal dient in te leggen per januari 2026.
Ten tweede besloot de RvG in te stemmen met toetreding van Bulgarije tot het ESM per
1 januari 2026. Bulgarije wordt daarmee het 21ste lid van het ESM. Tot slot besloot de RvG om de nieuwe voorzitter van de Eurogroep,
Kyriakos Pierrakakis, te benoemen tot voorzitter van de RvG van het ESM.
Ecofinraad
Ecofinraadontbijt
Zoals gebruikelijk gaf de voorzitter van de Eurogroep bij het Ecofinraadontbijt de
aanwezige Ministers een terugkoppeling van de besprekingen in de Eurogroep. Tevens
heeft de Commissie een update gegeven over de macro-economische situatie.
Spaar- en Investeringsunie
De Ecofinraad wisselde van gedachten over het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket
(KTP). De Europese Commissie gaf een korte toelichting op de voorstellen die het gedaan
heeft als onderdeel van het KTP.
De Raad erkende het belang van verdere ontwikkeling van de Europese Spaar- en Investeringsunie.
De lidstaten verwelkomden het pakket aan voorstellen dat de Europese Commissie op
3 december jl. publiceerde. Een aantal lidstaten gaf een eerste appreciatie op de
inhoud van de voorstellen en de komende raadsonderhandelingen. Daarbij benadrukten
zij dat bij het overhevelen van nationaal toezicht op significante niet-bancaire financiële
instellingen naar toezicht op Europees niveau, ook aandacht zal moeten zijn voor het
kostenniveau en een efficiënte verdeling van toezichtstaken tussen de nationale en
Europese toezichthouder ESMA. Hiermee moet worden voorkomen dat het Europees toezicht
op deze instellingen zorgt voor hoge kosten en verlies van de effectiviteit van het
toezicht.
Pakket voor de gemeenschappelijke munt: digitale euro en eurocontanten als wettig
betaalmiddel
Het voorzitterschap lichtte toe dat een raadsakkoord op het pakket voor de gemeenschappelijke
munt nabij is. Dit kon op goedkeuring rekenen van de Europese Commissie en de ECB.
De lidstaten die het woord namen, dankten het voorzitterschap voor het goede werk
en spraken steun uit voor het aanstaande Raadsakkoord. Nederland dankte het voorzitterschap
voor de gemaakte voortgang. De raadspositie bevat waarborgen die voor Nederland essentieel
zijn: niet-programmeerbaarheid, een hoog niveau van privacy en het vastgelegde karakter
van de digitale euro als betaalmiddel, niet als spaarproduct. Nederland lichtte toe
dat het toegevoegde waarde ziet in de digitale euro op het gebied van weerbaarheid,
strategische autonomie en als pan-Europees, publiek betaalmiddel. Verder verwelkomde
Nederland de versterking van de positie van contant geld als wettig betaalmiddel met
de verordening inzake contant geld. Nederland noemde de proportionaliteit voor ondernemers,
het voorkomen van disproportionele regeldruk en de ruimte voor nationale betaalgewoonten
als positieve punten in het Raadsakkoord.
Zoals het voorzitterschap tijdens de Ecofinraad meldde en waarover de Kamer reeds
is geïnformeerd5, is op 19 december in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (COREPER) een
Raadspositie vastgesteld op de wetsvoorstellen die vallen onder het pakket voor de
gemeenschappelijke munt. Het kabinet heeft ingestemd met deze Raadsposities. Het betreft
de twee verordeningen die een juridische basis vormen voor de digitale euro (Digital Euro Regulation) en een verordening inzake contant geld als wettig betaalmiddel (Legal Tender Cash Regulation, LTCR). Een Raadspositie is geen definitief akkoord dat maakt dat de verordening
in werking kan treden. Eerst moet het Europees Parlement tot een eigen positie komen,
waarna in triloogonderhandelingen moet worden gekomen tot een definitief akkoord.
Zonder deze politieke besluitvorming kunnen de verordeningen niet in werking treden.
Dat betekent in dit geval dat de ECB zonder politiek akkoord geen digitale euro kan
uitgeven. De Kamer zal via de gebruikelijke wegen nader worden geïnformeerd over de
verdere behandeling van het pakket voor de gemeenschappelijke munt.
Hervormingspakket douane-unie
Het voorzitterschap gaf een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot het
hervormingspakket van de douane-unie. Daarbij werd het belang van de hervorming van
de douane-unie benadrukt; de hervorming raakt aan fundamentele aspecten als het concurrentievermogen,
de handel en veiligheid. Het voorzitterschap riep de lidstaten op tot flexibiliteit,
om zo snel mogelijk tot een akkoord te kunnen komen. Het is het Deens Voorzitterschap
niet gelukt om een politiek akkoord te bereiken, dit was wel het doel.
Stand van zaken financiële dienstenwetgeving
Het voorzitterschap gaf een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot wetgevingsvoorstellen
op het gebied van financiële diensten.
Economische gevolgen van EU-wetgeving
De Ecofinraad wisselde van gedachten over de economische gevolgen van EU-wetgeving.
Veel lidstaten uitten zich positief over de inspanningen van het Deense voorzitterschap
voor het agenderen van dit onderwerp; en voor de inspanningen voor een overzicht van
de verwachte economische gevolgen van EU-wetgeving op basis van impact assessments.
De Ecofinraad verwelkomde het voorstel van het Deens voorzitterschap voor een reguliere
publicatie van dit overzicht. Ook werd overwegend positief gereageerd op het voorstel
om het thema «Economische gevolgen van EU-wetgeving» regulier te bespreken in de Ecofinraad.
Tijdens de Raad Algemene Zaken op 16 december jl. zijn Raadsconclusies aangenomen
over de economische gevolgen van EU-wetgeving.6
Raadsconclusies vereenvoudiging financiële wet- en regelgeving
De Ecofinraad nam Raadsconclusies aan over vereenvoudiging van regelgeving voor financiële
dienstverlening.7 Met deze bespreking en conclusies gaf de Raad opvolging aan een eerdere discussie
over vereenvoudiging van bestaande en nieuwe wet- en regelgeving tijdens de informele
Ecofinraad van 19 en 20 september jl.
In de Raadsconclusies schetst de Ecofinraad de bijdrage die de vereenvoudiging van
de EU-wetgeving inzake financiële diensten kan leveren aan het concurrentievermogen
van de financiële sector en de Europese economie. De Ecofinraad beschrijft dat de
financiële stabiliteit van het stelsel, zoals robuuste kapitaal- en liquiditeitseisen
geborgd moeten blijven, maar erkent de toegenomen complexiteit van de regelgeving
en benadrukt dat alle betrokkenen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving hier
gedeeld verantwoordelijkheid voor dragen. De conclusies bevatten tevens een lijst
met concrete leidende principes voor het versimpelen van wet- en regelgeving en schetsen
de stappen die de Ecofinraad noodzakelijk vindt om concrete versimpeling te bewerkstelligen.
Versneld afschaffen vrijstellingsdrempel invoerrechten
De Ecofinraad bereikte een politiek akkoord over de versnelde afschaffing van de Europese
vrijstelling van invoerrechten voor goederen tot en met € 150 (de zogenoemde de-minimisregeling)
en de tijdelijke en pragmatische invoering van een vast tarief van € 3 per (in beginsel)
product of productgroep. Deze maatregel moet nog verder technisch worden uitgewerkt.
Het politiek akkoord volgt op het eerdere besluit van de Ecofinraad op 13 november jl.
om de de-minimisregeling af te schaffen vanaf het moment dat het IT-systeem (de zogenoemde
datahub) dat hiervoor nodig is, beschikbaar komt. Dit gebeurt in 2028. De invoering
van een vast tarief van EUR 3 per product of productgroep is daarmee tijdelijk van
aard. De voorziene ingangsdatum is 1 juli 2026, met een looptijd tot 1 juli 2028.
Het gaat specifiek om een belastingheffing, die losstaat van de Europese en nationale
handelingskostenvergoeding, waarover de Staatssecretaris voor fiscaliteit, Belastingdienst
en Douane uw Kamer in december heeft geïnformeerd.
Op dit moment zijn zendingen met een waarde onder de EUR 150 vrijgesteld van invoerrechten.
Deze vrijstelling komt uit een tijd voor de opkomst van e-commerce waarin het aantal
lage waarde zendingen verwaarloosbaar was. Met de explosieve opkomst van e-commerce
is een situatie ontstaan waarin e-commerce zendingen van online platforms van buiten
de EU vrijgesteld zijn, maar bulkimporten van Europese ondernemers niet. Dit zorgt
voor een ongelijk speelveld. Lidstaten gaven aan dat de afschaffing van de de-minimisregeling
een belangrijke stap is om de stroom aan e-commerce te beteugelen en dat de tijdelijke
invoering van een vast tarief een werkbare maatregel is, die in beginsel snel geïmplementeerd
kan worden. Een aantal lidstaten benoemde desondanks de relatief korte implementatietermijn.
Die lidstaten gaven de uitvoerbaarheid door de Douane en het bedrijfsleven als aandachtspunten
mee bij de verdere (technische) uitwerking van de maatregel, evenals dat de tijdelijke
maatregel moet voldoen aan internationale afspraken.
Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
De Commissie gaf een toelichting op de financieringsnoden van Oekraïne. Op basis van
de cijfers van het IMF bedraagt het ongedekte financieringstekort over de periode
2026–2.027 EUR 54 mld. Dit bedrag is na inzet van de zogenoemde ERA-leningen, waaruit
alle betalingen reeds op 13 november jl. werden voltooid, en inzet van de Oekraïne-faciliteit.
Ook ging de Commissie in op de economische situatie in zowel Oekraïne als Rusland.
De Commissie herhaalde het belang van spoedige besluitvorming voor extra financiering
voor het dekken van het Oekraïense financieringstekort. De Commissie lichtte verder
toe dat het bij andere G7-partners zal blijven aandringen op het naar voren halen
van uitbetalingen onder de ERA-leningen, om zo aan de acute financieringsbehoefte
van Oekraïne tegemoet te komen. De Commissie ging tot slot in op de impact van het
sanctiebeleid.
Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt om Oekraïne in
de komende twee jaar te ondersteunen met 90 miljard euro aan leningen.8 Dit was noodzakelijk vanwege de urgente financieringsbehoefte van Oekraïne en met
het oog op besluitvorming over het nieuwe IMF-programma. Eén van de voorwaarden voor
een nieuw IMF-programma is dat in de eerste twaalf maanden van het IMF-programma het
financieringstekort is gedekt. Met de EU-leningen wordt aan deze voorwaarde voldaan.
Op 26 november jl. is op stafniveau een voorlopig akkoord bereikt tussen het IMF en
Oekraïne over een nieuw vierjarig IMF-programma (2026–2029) met een omvang van USD
8,1 miljard. Voorwaarde vanuit het IMF voor een programma is verder dat crediteuren
en donoren van Oekraïne bereid zijn om financing assurances af te geven om de schuldhoudbaarheid van de Oekraïense schuld en de financiering
van het financieringstekort voor de komende jaren te garanderen. Dit is conform het
vorige IMF-programma voor Oekraïne9, waarvoor Nederland financing assurances heeft verleend samen met de G7, België, Litouwen, Polen, Slowakije en Spanje. Net
als bij het vorige IMF-programma heeft Nederland aangegeven bereid te zijn dergelijke
assurances af te geven.
Europees Semester 2026: Alert Mechanism Report 2026 en Raadsaanbevelingen economisch
beleid eurozone
De Commissie gaf een korte toelichting op het herfstpakket dat in het kader van het
Europees Semester is gepubliceerd.10 Specifiek was er aandacht voor twee verschillende onderdelen uit het pakket, namelijk
het jaarlijkse rapport over het waarschuwingsmechanisme (Alert Mechanism Report, AMR) in het kader van de macro-economische onevenwichtigheden procedure (MEOP) en
het voorstel voor de aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone
(Euro Area Recommendation). In deze Ecofinraad bleef het bij een toelichting van de Commissie. Een uitgebreidere
bespreking staat gepland voor de aankomende Ecofinraad op 20 januari 2026. In de geannoteerde
agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van januari zal nader worden ingegaan op de
inhoud en appreciatie van het pakket.
Implementatie Stabiliteits-en Groeipact
De Commissie gaf een toelichting op haar beoordeling van de aanwezigheid van buitensporige
tekorten in lidstaten in het kader van artikel 126, lid 3 van het Verdrag betreffende
de werking van de Europese Unie (VWEU). De Commissie heeft het bestaan van buitensporige
tekorten in Finland en Duitsland onderzocht, op basis van cijfers voor 2024 en prognoses
voor 2025. Uit de beoordeling blijkt dat voor Finland wordt voorgesteld een buitensporigtekortprocedure
(Excessive Deficit Procedure; EDP) te openen omdat het tekort ondanks de toepassing van de ontsnappingsclausule
niet volledig te verklaren is door hogere defensie-uitgaven. Voor Duitsland wordt
geen voorstel gedaan om een EDP te openen, omdat de tekortoverschrijding hoofdzakelijk
samenhangt met een tijdelijke stijging van defensie-uitgaven, wat ook aanleiding was
voor het activeren van de nationale ontsnappingsclausule. Besluitvorming hierover
ligt voor in de Ecofinraad van 20 januari 2026. In de geannoteerde agenda van de Eurogroep
en Ecofinraad van januari wordt hierop ingegaan.
De Ecofinraad stemde in met de Gedragscode (Code of Conduct). De implementatie van
de nieuwe begrotingsregels wordt op onderdelen verduidelijkt via een Code of Conduct.11 Deze geldt als «soft law». De verordeningen zijn bindend en blijven leidend.
Raadsbesluiten over gewijzigde HVF-plannen
De Ecofinraad stemde in met de gewijzigde herstel- en veerkrachtplannen van Cyprus,
Frankrijk, Griekenland, Letland, Malta, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië en Tsjechië.
De Commissie lichtte toe dat de EU tot op heden meer dan € 378 miljard uit de herstel-
en veerkrachtfaciliteit (HVF) aan de lidstaten heeft uitbetaald.
Jaarverslag Europese Rekenkamer EU-begroting 2024
De Europese Rekenkamer (ERK) gaf in de Ecofinraad een presentatie over het jaarverslag
over de EU-begroting 2024. De ERK geeft in het rapport over het verslagjaar 2024 wederom
een afkeurend oordeel ten aanzien van de uitgaven van de EU-begroting. Het foutenpercentage
(onrechtmatigheden) in de uitgaven is in 2024 3,7%. Dit is een daling ten opzichte
van 2023, toen het foutenpercentage 5,6% was. De goedkeuringsdrempel is maximaal 2%.
Het hoogste foutenpercentage wordt gevonden bij de uitgaven m.b.t. Cohesie, veerkracht
en waarden (5,7%) (2023: 9,3%). Daarnaast heeft de ERK een separate beoordeling gegeven
over de uitgaven in het kader van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. De ERK geeft
een oordeel «met beperking» ten aanzien van deze uitgaven. Dit betekent dat de bevindingen
van materieel belang zijn, maar geen diepgaande invloed hebben. Bij vijf van de zes
betalingen zijn materiële fouten gevonden. Daarnaast onderzocht de ERK in hoeverre
de hervormingen die lidstaten moeten doorvoeren in ruil voor de ontvangen middelen,
daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Hieruit blijkt dat hier nog verbeterpunten liggen
met name op het terrein van klimaat en vergroening.
De presentatie van het jaarverslag is voor de Raad het startpunt van de zogenaamde
dechargeprocedure. Op basis van het jaarverslag stelt de Raad ieder jaar een Raadsaanbeveling
op voor het Europees Parlement. Het Europees Parlement verleent decharge aan de Europese
Commissie over de uitvoering van de Europese begroting. In januari 2026 starten de
inhoudelijke en technische besprekingen in het ambtelijke Begrotingscomité, die resulteren
in een dechargeadvies van de Raad aan het Europees Parlement. De Ecofinraad beslist,
waarschijnlijk in maart 2026, met gekwalificeerde meerderheid over het dechargeadvies.
Overig
De Commissie heeft nieuwe informatie gepubliceerd over de voorstellen voor het volgende
Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het eigenmiddelenbesluit (EMB). In dat kader zijn
ook nieuwe economische cijfers gepubliceerd, wat gevolgen heeft voor de Nederlandse
raming van de EU-afdrachten. Op basis van deze nieuwe informatie is de geschatte budgettaire
impact van het voorgestelde MFK en EMB geactualiseerd. Deze vormt een update van de
budgettaire effecten ten opzichte van de op 12 september jl. verzonden Kamerbrief.
De budgettaire schatting blijft onzeker, zowel vanwege de onwaarschijnlijkheid dat
de voorstellen zonder wijzigingen worden ingevoerd als ook de inherente onzekerheden
bij (nieuwe) lange termijn ramingen.
Indien de Commissievoorstellen voor het nieuwe MFK en EMB zonder wijzigingen zouden
worden doorgevoerd, leiden de voorstellen tot een budgettaire opgave van gemiddeld
3,1–4,0 miljard euro per jaar in lopende prijzen ten opzichte van de huidige Nederlandse
raming op de BZ-begroting (stand Miljoenennota 2026).12 Dit betreft een inschatting van de gemiddelde budgettaire opgave over de jaren van
het volgend MFK (2028–2034). Hoewel deze lager is dan de eerdere inschatting van gemiddeld
4,5–5,4 miljard euro uit de kabinetsappreciatie van 12 september jl., blijft dit voor
Nederland onverminderd een onwenselijke budgettaire uitkomst. Het uiteindelijke budgettaire
effect is afhankelijk van het onderhandelingsresultaat.
Het verschil met de eerdere inschatting van gemiddeld 4,5–5,4 miljard euro uit de
kabinetsappreciatie van 12 september jl. is met name te verklaren door de doorrekening
van een aantal onderdelen van het EMB, waarover eerder nog geen cijfers beschikbaar
waren. Dit gaat onder andere over het pakket aan voorgestelde nieuwe eigen middelen
en nieuwe cijfers voor de douanerechten. Deze onderdelen zijn voor de Nederlandse
afdrachten aan de EU-begroting relatief gunstig. Het kabinet blijft evenwel bij de
inzet conform de kabinetsappreciatie van 12 september jl. en zal zich onder meer inzetten
voor een verlaging van het voorgestelde MFK, het behoud van de korting op de bni-afdracht
en het behoud van de perceptiekostenvergoeding van 25%.
In de beantwoording van het schriftelijk overleg MFK/EMB van 10 november jl. is uw
Kamer reeds geïnformeerd over de budgettaire effecten van de nieuwe eigen middelen.
Uit een eerste analyse komt naar voren dat de voorgestelde nieuwe eigen middelen op
basis van ETS1, CBAM, tabak en de omzetbijdrage van grote ondernemingen (CORE), indien
de voorstellen niet worden gewijzigd, financieel voordelig zijn voor Nederland ten
opzichte van de bni-afdracht. Het voorgestelde nieuwe eigen middel op basis van e-waste
is daarentegen – op basis van de huidig voorgestelde vormgeving – financieel nadelig
voor Nederland. Indien alle nieuwe eigen middelen, zonder wijzigingen, ingevoerd zouden
worden heeft dit een positief effect voor Nederland van 861 miljoen euro ten opzichte
van de bni-afdracht. Momenteel is er nog geen volledige inhoudelijke appreciatie van
alle nieuwe eigen middelen, wel blijft het kabinet zeer kritisch ten aanzien van CORE.
Uit de nieuwe informatie van de Europese Commissie blijkt tevens dat de raming van
de inkomsten uit de traditionele eigen middelen (TEM, oftewel douanerechten) hoger
is dan eerder werd aangenomen. Dit komt onder andere door de afschaffing van de invoerrechtenvrijstelling
voor pakketjes onder 150 euro (de minimis vrijstelling) en de introductie van de handling
fee voor e-commercepakketjes. Dit verhoogt de TEM-opbrengsten en verlaagt daarmee
de benodigde bni-afdrachten voor de lidstaten.
De Commissie heeft tevens nieuwe meerjarige economische groeicijfers gepubliceerd.
Hieruit blijkt dat het EU-bni harder groeit dan verwacht, en dat het Nederlandse bni-aandeel
hierin relatief groeit (naar 6,5%) op de lange termijn. Dit betekent logischerwijs
– bij een gelijkblijvend MFK als percentage van het EU-bni – dat Nederland ook meer
en een iets groter deel van de bni-afdracht betaalt. Dit betreft een tegenvaller van
gemiddeld 666 miljoen euro per jaar in de periode 2028–2034.13 Deze tegenvaller als gevolg van de nieuwe economische groeicijfers zal conform de
bestaande werkwijze bij een regulier begrotingsmoment in de raming van de EU-afdrachten
op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden verwerkt. De verwerking
van deze tegenvaller leidt tot een verhoging van de Nederlandse raming van de afdrachten
aan de EU-begroting, waardoor het resterende verschil met de doorrekening van de Commissievoorstellen
voor het volgende MFK en EMB afneemt. Daarmee zal het verschil tussen de Nederlandse
raming van de EU-afdrachten en de doorrekening van de Commissievoorstellen uitkomen
op gemiddeld circa 2,5–3,4 miljard euro per jaar.
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.