Brief regering : Voortgang financiële regelingen woningbouw december 2025
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1402
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
Het kabinet spant zich in om het woningtekort terug te dringen naar een evenwichtig
niveau. Daarom stuur ik aan op het realiseren van 100.000 woningen per jaar, waarvan
twee derde betaalbaar: sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Samen met de Woontop-partners
stuur ik hierop met onder andere de Woondeals, het aanwijzen van ontwikkellocaties
middels de ontwerp Nota Ruimte, evenals het traject Beter Benutten waar ik u recent
in een kamerbrief over heb geïnformeerd.1 Samen met de Woontoppartners is tijdens het recente Bestuurlijke Overleg Woontop
onderstreept dat de woningbouwopgave in Nederland alleen succesvol kan worden aangepakt
als alle betrokken partijen gezamenlijk optrekken, elkaar weten te vinden en elkaar
aanspreken waar nodig.
Dit kabinet heeft € 5 miljard beschikbaar gesteld voor de financiële ondersteuning
van de woningbouwopgave, en € 2,5 miljard voor de ontsluiting van woningbouwlocaties
via het Mobiliteitsfonds. Over de besteding van deze Mobiliteitsfondsmiddelen en het
Gebiedsbudget via de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bent u
recentelijk separaat geïnformeerd.2 Deze middelen zijn bedoeld voor noodzakelijke gebiedsgerichte maatregelen in grootschalige
woningbouwgebieden.
Helaas verlopen niet alle woningbouwprojecten altijd volgens plan. Uitdagingen voor
het starten van woningbouwprojecten in de afgelopen jaren zijn onder andere de financiële
haalbaarheid van projecten, lange gerechtelijke procedures en onnodige regelgeving.
Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, zet ik in op duidelijkheid van rollen en
taken middels de wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Tevens zet ik in op het schrappen
van tegenstrijdige en onnodige regelgeving met het programma STOER. Daarnaast ondersteun
ik gemeenten en regio’s middels verschillende financiële regelingen op het gebied
van woningbouw.
Op 4 december jl. heb ik u geïnformeerd over de meest recente bekendmakingen van toegewezen
rijksbijdragen om de woningbouw te stimuleren.3 Dit betrof de bekendmaking van middelen uit de Woningbouwimpuls, de Woningbouwversnelling
Metropoolregio Eindhoven en de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen. Hiermee draag
ik in de laatste weken van 2025 bijna € 150 miljoen bij aan de bouw van ruim 16.500
woningen. In diezelfde brief heb ik u geïnformeerd over de publicatie van het nieuwe
instrument de Realisatiestimulans, en mijn inzet voor de komende jaren hierop.
In deze brief van december, en de brief van 19 mei jl.,4 geef ik aan hoe de € 5 miljard voor Woningbouw en de € 2,5 miljard voor de ontsluiting
van Woningbouwgebieden wordt besteed. De eerste uitkeringen zijn dus gedaan en in
de komende jaren, tot aan 2030, verwacht ik tot volledige besteding van de budgetten
te komen, via de verschillende regelingen binnen het samenhangend financieel instrumentarium.
Geen van de regelingen die benoemd worden in deze brief hebben langjarige zekerheid.
Zo keerde de Startbouwimpuls in 2023 eenmalig uit aan projecten getroffen door de
economische tegenwind. Voor de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen is het budget
volledig besteed en zijn de laatste middelen eind 2025 uitgekeerd. Voor de Stimuleringsregeling
Flex- en Transformatiewoningen zijn nog middelen beschikbaar voor 2026 en 2027. Het
Kabinet heeft voor de Woningbouwimpuls en de Realisatiestimulans nog middelen beschikbaar
gesteld tot en met 2029.
Samen met de Woontoppartners heb ik in december geconstateerd dat de doelstelling
van jaarlijks 100.000 woningen waarvan 30% sociaal en 2/3 betaalbaar vereist dat er
voldoende langjarige middelen beschikbaar zijn voor de brede woningbouwopgave. Langjarige
investeringen in (grootschalige) infrastructuur voor een goede ontsluiting zijn ook
van belang. Zekerheid over het financiële kader en de bijbehorende scope van de opgave
bevordert voor alle Woontoppartners de haalbaarheid van de gezamenlijke doelstelling.
Met deze brief infomeer ik u over de voortgang van de verschillende lopende financiële
regelingen op het gebied van woningbouw.5 De ambtelijke capaciteit voor monitoring heb ik opgeschaald, zodat landelijke ondersteuning
aan gemeentelijke projecten effectiever kan verlopen. Hieruit vloeit de beschikbare
projectdata voort. Dit wordt in de eigen administratie van het ministerie structureel
bijgehouden. De datakwaliteit zal hierdoor de komende jaren verder worden verbeterd.
In deze brief ga ik eerst in op de grotere, algemene financiële regelingen. Vervolgens
ga ik in op een reeds afgelopen regeling, bedoeld voor het ondersteunen bij financiële
haalbaarheid van woningbouwprojecten en de inzet op leefbaarheid en veiligheid in
kwetsbare wijken. Ik eindig met de inzet voor flexwoningen en specifieke doelgroepen.
Woningbouwimpuls (Wbi) tranches 1–6
Met behulp van de Woningbouwimpuls draagt het Rijk sinds 2020 bij aan de financiële
haalbaarheid van woningbouwprojecten met minimaal 200 woningen, waarvan minimaal 50%
betaalbaar. Middels deze specifieke uitkering wordt aan gemeentelijke projecten bijgedragen
door maximaal 50% van het financiële publieke tekort te dekken. In de eerste zes tranches
is er ruim € 1,2 miljard uitgegeven aan 215 projecten door heel Nederland, waarmee
de bouw van ruim 230.000 woningen wordt ondersteund. Ongeveer twee derde van deze
woningen vallen binnen het betaalbare segment.
Van de projecten die een bijdrage hebben gekregen uit tranche 1 t/m 6, loopt circa
76% volgens (vernieuwde) afspraak. Ruim 21.200 woningen zijn van start gegaan tot
en met 2024.6 Circa 12% van de projecten dreigt van de afgesproken aantallen of planning af te
wijken en circa 12% verloopt definitief niet meer volgens afspraak. Dit komt bijvoorbeeld
door een wijziging van de planning, de maatregelen of het woningbouwprogramma. Bij
projecten die uit de pas dreigen te lopen, onderzoek ik welke knelpunten bij het project
spelen. Als projecten, ondanks geboden hulp, niet meer aan de verplichtingen kunnen
voldoen, dan dient de gemeente een wijzigingsverzoek in. Op basis van dat verzoek
kunnen de kaders voor een project worden bijgesteld, waardoor het project weer in
de pas loopt met vernieuwde afspraken. Het kan ook leiden tot (gedeeltelijke) terugvordering
van de bijdrage.
Onder projecten die uitlopen in de planning, bedraagt de vertraging gemiddeld 14 maanden.
Dit komt onder meer doordat de Woningbouwimpuls bij complexe gebiedsontwikkelingen
wordt ingezet bij ingrijpende infrastructurele aanpassingen, tijdrovende uitplaatsingen
en versnipperd grondeigendom. Daarnaast zijn procedures bij de Raad van State en stikstofproblematiek
veelvoorkomende vertragingsredenen.
Over de uitkomsten van de zevende tranche van de Woningbouwimpuls heb ik u zeer recentelijk
geïnformeerd.7 Deze projecten ontvangen € 48,7 miljoen incl. btw aan rijksmiddelen, waarvoor ruim
6.700 woningen (waarvan ongeveer 76% betaalbaar) worden gebouwd. Aangezien deze bijdragen
zo recent zijn toegekend, zijn deze projecten nog niet meegenomen in dit voortgangsoverzicht.
Er is namelijk sinds de toewijzing van de middelen nog geen voortgang te melden.
Startbouwimpuls (SBI)
De Startbouwimpuls (SBI) is een eenmalige regeling die was bedoeld voor bouwprojecten
die door economische tegenwind in 2023 niet meer financieel haalbaar waren. Gemeenten
konden in 2023 een financiële bijdrage aanvragen om projecten een laatste impuls te
geven zodat ze toch van start konden gaan. Projecten met minimaal 11 woningen, waarvan
tenminste 50% betaalbaar en een geplande startbouw in 2024 of 2025 konden een aanvraag
indienen. In december 2023 is er circa € 300 miljoen uitgekeerd aan 362 projecten.
Deze middelen moeten bijdragen aan de bouw van ongeveer 31.400 woningen, waarvan ongeveer
78% betaalbaar. In de jaren 2023 en 2024 is al gestart met ruim 17.600 woningen.8
Circa 94% van de projecten verloopt volgens (vernieuwde) afspraak en circa 6% van
de projecten verloopt niet meer volgens afspraak. Meer dan 80% van de projecten is
inmiddels gestart met bouwen, waarmee de SBI een belangrijke impact heeft kunnen maken
in het verkleinen van de ontstane bouwdip.9 Ongeveer één op de drie projecten heeft een nieuwe planning die afwijkt van de oorspronkelijke
aanvraag. Bij enkele projecten hebben terugvorderingen plaatsgevonden, voornamelijk
omdat ze niet meer op tijd konden starten. Ook is er proportioneel teruggevorderd,
bijvoorbeeld in het geval dat er minder woningen gebouwd werden dan oorspronkelijk
gepland. De vertragingen ontstaan vaak door bezwaar- en beroepsprocedures over de
omgevingsvergunning. Ook lange contractonderhandelingen of de noodzaak om aanvullend
advies in te winnen zorgen voor vertragingen.
De voortgang van SBI-projecten wordt continu gemonitord. Dit geldt in nog sterkere
mate voor projecten die dreigen de einddeadline van 2025 niet te halen. In samenwerking
met de betrokken gemeenten wordt bezien wat er mogelijk is om nog tijdig te kunnen
starten. Volgens de regeling dienen alle projecten in 2025 gestart te zijn. Als niet
tijdig gestart kan worden, leidt dit in principe tot een terugvordering van de bijdrage.
Volkshuisvestingsfonds (VHF)
Door middel van het Volkshuisvestingsfonds heeft het Rijk geïnvesteerd in kwetsbare
gebieden in Nederland waar de leefbaarheid en veiligheid onder druk staan en de kwaliteit
van de bestaande woningvoorraad aangepakt diende te worden. Financiële middelen zijn
in vier tranches vanaf 2021 tot en met 2024 aan gemeenten uitgekeerd voor een bedrag
van ruim € 1 miljard. De gemeenten voegen daar per project zelf 30% cofinanciering
aan toe. Gemeentelijke projecten dragen bij aan herstructurering van particuliere
woningen, transformatie van gebouwen naar woningen, en ingrepen in de openbare ruimte
en maatschappelijke voorzieningen. In totaal zullen er tot en met 2031 51.801 woningen
worden verbeterd. Bij ruim 4.600 woningen was de uitvoering van de werkzaamheden tot
en met vorig jaar al van start gegaan.10 Sinds de middelen zijn toegekend, verloopt circa 92% van de projecten volgens afspraak.
Circa 8% van de projecten verloopt niet meer volgens afspraak. De redenen voor deze
vertragingen zijn nog niet bekend, omdat de officiële wijzigingsverzoeken nog niet
door het ministerie zijn ontvangen.
Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA, regulier en studententranche)
De Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) stelt gemeenten in staat om versneld
huisvesting te realiseren voor aandachtsgroepen. Het gaat dan om huisvesting voor
bijvoorbeeld dak- en thuisloze mensen, studenten of arbeidsmigranten.
In totaal is er met de verschillende RHA regelingen voor € 225,9 miljoen aan bijdragen
verleend. Hiermee is een bijdrage geleverd aan de (toekomstige) realisatie van 31.284
woningen. Over de toekenningen van de laatste reguliere RHA-tranche en de RHA-tranche
specifiek voor studenten heb ik u recentelijk geïnformeerd. In december van 2025 is
er voor de beide tranches in totaal ca. € 74 miljoen toegekend. Dit draagt bij aan
de bouw van 8.251 woningen.11
Tot en met 2024 zijn er ruim 2.400 woningen die een bijdrage uit de RHA hebben gekregen
gestart. De meeste van de RHA-projecten verlopen volgens (vernieuwde) afspraak (circa
76%). Ongeveer 17% van de projecten dreigt van de afgesproken aantallen of planning
af te wijken en ongeveer 7% van de projecten verloopt definitief niet volgens afspraak.
De projecten die niet meer volgens afspraak lopen zijn gemiddeld met 12 maanden vertraagd,
bijvoorbeeld door een langdurig participatietraject. Er zijn 35 projecten geannuleerd
om uiteenlopende redenen. Bijvoorbeeld het niet rond kunnen krijgen van de businesscase
of te weinig draagvlak in de gemeenteraad.
Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT)
Het doel van de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen is het versneld
realiseren van (verplaatsbare) huisvesting door een meerjarige stimuleringsbijdrage
te leveren aan projecten met flex- en transformatiewoningen. Sinds 2022 is vanuit
de SFT voor ruim € 152 miljoen aan beschikkingen verleend aan 184 projecten. Hiermee
wordt bijgedragen aan 15.648 betaalbare woningen, waarvan er tot en met 2024 al bijna
1.000 gestart zijn.12 De meeste bouwprojecten die een bijdrage uit de SFT hebben ontvangen verlopen volgens
(vernieuwde) afspraak (ongeveer 70%). Ongeveer 17% van de projecten dreigt van de
afgesproken aantallen of planning af te wijken en ongeveer 13% van de projecten verloopt
definitief niet volgens afspraak. De projecten die niet meer volgens planning lopen
zijn gemiddeld met 18 maanden vertraagd. Er zijn 4 projecten geannuleerd om uiteenlopende
redenen zoals het niet kunnen realiseren van het project binnen de gevraagde periode.
Bij projecten die niet volgens afspraak verlopen is een langdurig participatietraject
een veelvoorkomende vertragingsreden. Verder zorgen beroepsprocedures vaak voor vertraging.
Er is vanaf 2026 aanvullend budget beschikbaar om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen
en wensen. De nieuwe SFT is bedoeld voor onder andere starters, mensen in een echtscheiding,
dakloze mensen, regulier woningzoekenden, statushouders en ontheemden uit Oekraïne.
De regeling is aangepast door verhoging van het budget naar € 177 miljoen (excl. 1,5
miljoen uitvoeringskosten). Onzelfstandige woonruimten en woningsplitsen worden aan
de regeling toegevoegd. De bijdrage incl. btw per zelfstandige woning is € 14.000
en € 7.000 per onzelfstandige woning. De regeling wordt uitgebreid met een bijdrage
incl. btw voor sociaal beheer van € 6.000 per zelfstandige woonruimte en € 4.000 per
onzelfstandige woonruimte.
Er komt begin 2026 een nieuwe tranche. Vanaf 19 januari 2026 kunnen nieuwe aanvragen
gedaan worden. Het aanvraagtijdvak sluit eind 2027 of op het moment waarop het uitkeringsplafond
is bereikt.
Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen (RTHF)
De RTHF is bedoeld voor investeerders in nieuwe flexwoningen. Zij verhuren deze als
sociale huurwoning en/of zetten ze tijdelijk in voor de opvang van ontheemden. Vanuit
de regeling wordt hulp geboden bij herplaatsing van de flexwoningen. Als herplaatsing
niet lukt, dan wordt een bijdrage geleverd aan de onrendabele top van de flexwoning
bij verkoop.
Naar aanleiding van een evaluatie, door uitvoeringsorganisatie RVO en het Ministerie
van VRO, wordt de RTHF in het voorjaar van 2026 aangepast. Hierdoor zal de RTHF beter
gaan aansluiten op de SFT en zal het de vraag naar garanties bevorderen. In 2025 is
tot nu toe voor € 69,2 miljoen aan garanties beschikt voor 1.335 woningen. Op dit
moment zijn er 11 aanvragen in behandeling voor een bedrag van € 35,8 miljoen en 768
woningen. In de loop van 2027 zal de volgende evaluatie plaatsvinden.
Fysieke herplaatsingsgarantie (Flexcities)
Om de inzet van verplaatsbare modulaire woningen te stimuleren zijn op de Woontop
2024 afspraken gemaakt met 7 gemeenten om locaties beschikbaar te stellen voor als
woningen herplaatst worden. De gemeenten zijn voortvarend aan de slag zodat in 2026
de eerste kavels beschikbaar komen zoals afgesproken.
Maatregelen om vertragingen te voorkomen
Er is een grote verscheidenheid aan vertragingsredenen bij woningbouwprojecten. Ik
zet me in om (verdere) vertraging van projecten te voorkomen. Mijn ministerie onderhoudt
zelf of via RVO contact met de betrokken projectleiders, zodat ik ondersteuning op
maat kan aanbieden. Aan gemeentelijke projecten wordt bijvoorbeeld ondersteuning geboden
vanuit het Expertteam Woningbouw. Ook worden procedures over woningbouwprojecten bij
de Raad van State met voorrang behandeld. Voor de lange termijn zet ik in op het verminderen
van overbodige en vertragende regelgeving (Programma STOER).
Met deze brief heb ik u geïnformeerd over de voortgang en laatste stand van zaken
rondom de verschillende financiële regelingen die een bijdrage leveren aan de woningbouwopgave
in Nederland. Ik zal u jaarlijks blijven informeren over de verdere voortgang van
de bestaande financiële regelingen met een zo actueel mogelijk beeld van de projecten.
Ik zet me tot slot in om de monitoring voortdurend te verbeteren, zodat ook de voortgangsinformatie
steeds scherper wordt.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
M.C.G. Keijzer
Ondertekenaars
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening