Brief regering : Reactie op verzoek commissie over een kabinetsreactie op de factsheet brede welvaart “Helder over elders 2025” van Building Change
36 180 Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 188
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
Op 25 september jl. ontving ik een verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp om een kabinetsreactie op de factsheet brede welvaart
«Helder over elders 2025» van Building Change. Building Change is een coalitie van
ngo’s, die zich inzet voor beleidscoherentie voor ontwikkeling. Dit doet Building
Change door aandacht te vragen voor de impact die Nederlandse beleidskeuzes elders
in de wereld hebben, met name in ontwikkelingslanden. Daarvoor heeft Building Change
een factsheet opgesteld met voorbeelden van hoe Nederlands beleid ontwikkeling in
andere landen beïnvloedt. Het factsheet bevat drie concrete vragen over deze voorbeelden.
In deze brief geef ik een reactie op de drie concrete voorbeelden en vragen uit de
factsheet van Building Change. Ook ga ik in op de voortgang van het onderzoekstraject
naar spillover data, dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het voorjaar is
gestart om de Nederlandse voetafdruk beter in kaart te brengen.
Allereerst wil ik aangeven dat Nederlandse ondernemers uitdrukkelijk rekening houden
met de maatschappelijke impact van hun werk en hun inzet draagt bij aan een welvarende
samenleving, hier en elders.Met behulp van de expertise van Nederlandse bedrijven
wordt gewerkt aan oplossingen voor mondiale uitdagingen op bijvoorbeeld het gebied
van voedselzekerheid en water. Veel Nederlandse bedrijven zien ook het belang in van
IMVO voor hun onderneming en zijn alle lange tijd actief bezig met het verduurzamen
van hun waardeketen. Deze koplopers en andere bedrijven worden ook gefaciliteerd op
het gebied van IMVO door de overheid met instrumenten als de MVO Risicochecker, het
MVO steunpunt of sectorale samenwerking. Internationale handel is een motor voor duurzame
ontwikkeling en draagt onder andere direct bij aan het behalen van SDG’s 1, 2, 3,
8, 9, 10, en 17. Handel draagt direct bij aan het verminderen van armoede en honger,
en het verbeteren van gezondheid. Het creëert nieuwe banen, leidt tot meer keuze,
en lagere prijzen van goederen en diensten waaronder voedsel en medicijnen. Economieën
die beter geïntegreerd raken in het wereldhandelssysteem ervaren een sterke groei
in het inkomen per hoofd van de bevolking, hebben meer toegang tot kennis en innovatie
en voegen over het algemeen meer lokale waarde toe. Het kabinet steunt opkomende economieën
bij integratie in de wereldhandel, onder andere via het aid-for-trade initiatief, door middel van technische assistentie, en door EU-brede lage tarieven
voor de meeste goederen uit opkomende economieën. Ook spant het kabinet zich via multilaterale
initiatieven in voor betere integratie van opkomende economieën in de wereldhandel.
Recente voorbeelden van multilaterale mijlpalen zijn onder meer de aanpassing van
het TRIPS-verdrag, en de overeenkomst inzake Investeringsfacilitatie voor Ontwikkeling.
Reactie vragen factsheet Building Change
Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat de implementatie van de Corporate Sustainability
Due Diligence Directive (CSDDD) in Nederland breder wordt toegepast, zodat niet alleen
enkele honderden maar duizenden bedrijven verantwoordelijkheid nemen voor hun internationale
ketens?
Op 9 december jl. is in de EU een voorlopig politiek akkoord bereikt over het Omnibuspakket
met aanpassingen aan de CSDDD. Uw Kamer is hier per brief over geïnformeerd.1 Voor het kabinet is regeldrukvermindering met oog voor beleidsdoelstellingen een
belangrijke prioriteit. Het kabinet verwelkomt daarom de stappen die in de EU op dit
terrein zijn gezet. Het verankeren van de risicogebaseerde benadering, in combinatie
met een beperking van informatieuitvragen zorgt voor regeldrukvermindering voor bedrijven,
met name het mkb, en draagt tegelijkertijd bij aan de effectiviteit van de richtlijn.
Het kabinet zet geen nationale koppen op Europese wetgeving. Dat geldt ook voor de
CSDDD, die zuiver en lastenluw zal worden geïmplementeerd. Dit draagt eveneens bij
aan het beperken van de regeldruk en aan het gelijke speelveld voor Nederlandse bedrijven.
Naast wetgeving, bevordert het kabinet gepaste zorgvuldigheid en ketenverantwoordelijkheid
door middel van het IMVO-beleid. Dit beleid bestaat uit een mix van elkaar versterkende
maatregelen die verplichten, voorwaarden stellen, verleiden, vergemakkelijken en voorlichten
op basis van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.2
Hoe garandeert het kabinet dat Nederlandse bedrijven tijdig worden voorbereid op de
transitieverplichtingen onder de CSDDD en dat Nederland niet achterblijft bij andere
EU-lidstaten?
Het kabinet zet in op brede ondersteuning van het bedrijfsleven bij IMVO en voorbereiding
op de CSDDD. Zo zijn er in het kader van de implementatiewet voor de CSDDD, de Wet
Internationaal Verantwoord Ondernemen, stakeholderbijeenkomsten en rondetafelgesprekken
met ondernemersorganisaties en bedrijven georganiseerd en is er een internetconsultatie
opengesteld. De betrokkenheid van bedrijven draagt bij aan de kwaliteit en uitvoerbaarheid
van de wetgeving. Sinds enige tijd kunnen bedrijven ook bij het MVO-steunpunt terecht
voor informatie en vragen over de CSDDD. Daarnaast steunt de overheid de MVO-risicochecker
waarmee bedrijven beter zicht krijgen op de IMVO-risico’s waar zij mee te maken kunnen
krijgen. Ook kunnen subsidieprogramma’s als het Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen
(SPVO), en het nieuwe Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM) bedrijven
ondersteunen bij het toepassen van gepaste zorgvuldigheid. Tot slot is in 2023 de
nieuwe opzet van sectorale samenwerking gestart, waarin ruimte is voor 4 à 5 sectorverbanden.
Bedrijven kunnen zich via dit platform in sectorverband voorbereiden op de CSDDD.
Gezien slechts 41% van de bedrijven de OESO-richtlijnen volgt, overweegt het kabinet
een aanjagende rol aan te nemen om naleving door alle grote bedrijven te waarborgen?
Het kabinet verwacht van Nederlandse bedrijven dat zij internationaal zakendoen in
lijn met de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen inzake maatschappelijk
verantwoord ondernemen (OESO-richtlijnen) en de UN Guiding Principles on Business
and Human Rights (UNGPs). Via het IMVO-beleid en de daarin vastgelegde smart-mix van
vrijwillige en verplichtende maatregelen worden alle bedrijven die internationaal
ondernemen aangespoord om met gepaste zorgvuldigheid – het kernprincipe van de OESO-richtlijnen
en UNGPs – verantwoordelijkheid te nemen om negatieve gevolgen van hun activiteiten,
producten of diensten te voorkomen, te stoppen of te beperken. Met het IMVO-beleid
is en blijft de overheid aanjager van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Onderzoek spillover data
In de factsheet wordt gewezen op de lage ranking van Nederland op de Spillover Index
van het Sustainable Development Solutions Network (SDSN). Nederland is ten opzichte
van 2023 drie plaatsen gezakt en staat nu op plaats 164. De spillover index is bedoeld
om te laten zien in welke mate de negatieve impact van nationaal beleid andere landen
hindert bij het behalen van de SDG’s. Naar aanleiding van vragen uit de Kamer over
de lage ranking van Nederland op de Spillover Index van SDSN is het Ministerie van
Buitenlandse Zaken een onderzoekstraject, waarbij in samenwerking met academici en
andere wetenschappers gewerkt wordt aan de ontwikkeling van een integrale indicatorenset
voor effecten elders, waarin ook positieve effecten een plaats hebben. Op 12 juni
2025 heeft een eerste workshop plaatsgevonden op de Vrije Universiteit met als titel
«Measuring and Curbing International Spillovers of The Netherlands». In deze workshop
bespraken experts van Sustainable Development Solutions Network (SDSN), de Organisatie
voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), het Planbureau voor de Leefomgeving
(PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met academici en andere wetenschappers
de voor- en nadelen van verschillende methodieken en bijbehorende indicatorensets
om effecten elders in kaart te brengen. Vervolgonderzoek moet specifieker uitwijzen
hoe de beschikbare data gebruikt kunnen worden om de huidige indicatorenset van de
Monitor Brede Welvaart & SDG’s verder te versterken. Dit moet bijdragen aan een beter
inzicht in de grensoverschrijdende effecten van ons beleid. Het rapport van de workshop
is als bijlage bij de Kamerbrief gevoegd.
Daarnaast hebben Europese landen, waaronder Nederland, en marge van de High Level
Political Forum (HLPF) on Sustainable Development die 23 juli jl. plaatsvond in New
York, op hoogambtelijk niveau afgesproken om in OESO-verband samen te gaan werken
aan het verder verbeteren en harmoniseren van data over grensoverschrijdende effecten.
Dit moet het op termijn mogelijk maken om gegevens over behaalde resultaten onderling
te vergelijken en van elkaars aanpak te leren.
In mei 2026 ontvangt uw Kamer een nieuwe voortgangsrapportage Actieplan beleidscoherentie
voor ontwikkeling als onderdeel van de tiende SDG-rapportage. In de kabinetsreactie
op de Monitor Brede Welvaart & SDG’s, waarin ik op beide rapportages in zal gaan,
zal ik ook een update geven over de verdere stappen die zijn gezet in het onderzoekstraject
op het gebied van spillover data.
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
A. de Vries
Ondertekenaars
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken