Brief regering : Beantwoording vragen commissie over onderzoeksopzet voor de periodieke rapportage Douane
31 934 Douane
Nr. 104
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
Naar aanleiding van de toezending van het plan van aanpak voor de Periodieke Rapportage
Douane aan uw Kamer, heeft de vaste commissie voor Financiën enkele vragen gesteld
over de onderzoeksopzet. Hierbij zend ik u de beantwoording van deze vragen.
Wat is een ontwerpgerichte onderzoeksaanpak en waarom is hiervoor gekozen?
Een ontwerpgerichte onderzoeksaanpak is een onderzoeksmethode waarbij het ontwerpen
van een oplossing voor een reëel vraagstuk met behulp van een praktische en creatieve
aanpak centraal staat. Deze aanpak is gericht op het creëren van iets nieuws.
De Douane heeft voor de Periodieke rapportage voor deze aanpak gekozen om een goede
beleidstheorie te kunnen maken. Deze beleidstheorie is een model, waarmee de Douane
inzichtelijk wil maken wat de veronderstellingen zijn ten aanzien van de effectiviteit
van de uitvoerings- en toezichtsinstrumenten, en welke relaties daarbij worden verwacht
met het nalevingsgedrag van burgers en bedrijven. Een adequate beleidstheorie is een
van de inzichtbehoeften in deze Periodieke rapportage.
Het opstellen van een beleidstheorie is een creatief proces waarin de onderzoekers
en Douane-professionals gezamenlijk een model creëren. Het externe onderzoeksbureau
zal hiervoor geëigende methoden en technieken inzetten.
Ter beantwoording van de vragen over de doeltreffendheid wordt een syntheseonderzoek
opgezet om de effectiviteit van beleidsinstrumenten te beoordelen. Waarom is voor
deze opzet gekozen?
Een Periodieke rapportage is (per definitie) een syntheseonderzoek. De Regeling Periodiek
Evaluatieonderzoek stelt dat in een Periodieke rapportage de in de rapportageperiode
opgedane inzichten in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid worden
samengebracht. Dit samenbrengen vraagt om een synthese (samenvoeging) van de opgedane
inzichten, waar nodig en mogelijk aangevuld met kwalitatieve en kwantitatieve analyses.
Tijdens het onderzoek «kan» gebruik worden gemaakt van eerder uitgevoerd onderzoek,
en/of beschikbare primaire gegevensverzamelingen. Hoe vrijblijvend is dit, of moet
hier «zal» worden gelezen?
Het Plan van Aanpak beschrijft dat het onderzoek van de Periodieke rapportage vier
deelgebieden beslaat, elk met eigen onderzoeksvragen en bijbehorende aanpak en gegevensverzameling.
Het externe onderzoeksbureau kan bij al deze deelgebieden vrijelijk gebruik maken
van alle uitgevoerde onderzoeken en/of gegevensverzamelingen van de Douane. Of het
bureau daar in alle gevallen gebruik van zal maken, is niet van tevoren te bepalen.
Wat/wie zijn de relevante benchmarkorganisaties?
Relevante benchmarkorganisaties zijn bijvoorbeeld de Belastingdienst, de Koninklijke
Marechaussee, de Inspectie Leefomgeving en Transport, en buitenlandse douanediensten.
Deze benchmarkorganisaties kunnen een rol spelen bij de beoordeling van de doelmatigheid
van het uitvoerings- en toezichtsbeleid van de Douane, bijvoorbeeld door middel van
de vergelijking van uitgaven.
In hoeverre was kwantitatief onderzoek mogelijk rondom het thema Effectgericht toezicht?
Het thema Effectgericht toezicht wordt niet als zodanig in het Plan van Aanpak voor
de Periodieke rapportage geadresseerd. De Douane heeft de afgelopen periode in de
Strategische Evaluatieagenda (SEA) extra aandacht gegeven aan het thema Effectgericht
sturen.
In lijn met de in 2020 opgeleverde Beleidsdoorlichting 2012–2018 heeft de Douane zich
daarbij gericht op:
• Gesprekken met opdrachtgevers over de te bereiken effecten, en de relatie met naleving
en aantallen controles. De SEA-Procesevaluatie is een kwalitatieve evaluatie van deze
ontwikkeling.
• Formulering van meetbare prestatie-indicatoren op outcomeniveau (gewenste impact;
dit als onderdeel van een verdere explicitering van de beleidstheorie onder de Douanestrategie
en -instrumenten). In 2024 en 2025 zijn gedetailleerde beleidstheorieën gemaakt voor
de deelterreinen Actorgerichte e-commerce en voor het toezicht op vervoer van Liquide
Middelen en het daaraan gerelateerde Meldrecht. Deze uitwerkingen vormen de basis
voor toekomstig kwantitatief onderzoek, bijvoorbeeld naar de effectiviteit van toezicht.
Een van de inzichtbehoeften van deze Periodieke rapportage betreft de effectiviteit
van de Douane beleidsinstrumenten, waaronder het toezicht. Voor dit onderzoeksgebied
binnen de Periodieke rapportage zal gebruik worden gemaakt van eerder uitgevoerd (kwantitatief)
onderzoek, en/of beschikbare gegevensverzamelingen zoals de Fiscale monitor en Douane
monitor (2019–2025), statistische analyses binnen het Douane Landelijk Tactisch Centrum
en (analyses op basis van) steekproeven op aangiftestromen.
Wie zijn de externe onafhankelijke deskundigen?
Bij de Periodieke rapportage dient ten minste één methodologische en/of beleidsinhoudelijk
onafhankelijk deskundige te worden betrokken. De deskundige geeft een onafhankelijk
oordeel over de validiteit en betrouwbaarheid van de bevindingen van het uitgevoerde
onderzoek.
De Douane heeft gekozen voor twee onafhankelijk deskundigen; voor het methodologische
perspectief een hoogleraar beleidsevaluatie, en voor het inhoudelijk perspectief (effectgericht
sturen) een hoogleraar effectiviteit van toezicht.
Momenteel vindt de aanbesteding plaats. De namen van de onafhankelijke deskundigen
staan vermeld bij hun oordeel dat als bijlage bij het rapport aan uw Kamer zal worden
aangeboden.
De Douane is voornemens het onderzoek aan het eind van het eerste kwartaal van 2026
te starten. De resultaten worden eind 2026 met uw Kamer gedeeld.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën