Brief regering : Beantwoording vragen gesteld tijdens het Tweeminutendebat Telecomraad d.d. 5 december 2025
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1185 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE
ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
Op 5 december 2025 vond de formele Telecomraad plaats in Brussel. Met deze brief bieden
wij uw Kamer het verslag van de Telecomraad aan (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1183). Verder delen wij via deze brief de beantwoording van het resterende deel van de
vragen uit het Schriftelijk Overleg Telecomraad (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1184) en de beantwoording van de vragen gesteld tijdens het tweeminutendebat Telecomraad
op 2 december 2025.
De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum
Opvolging Tweeminutendebat Telecomraad
Op dinsdag 2 december 2025 is met uw Kamer gesproken over de inzet voor de Telecomraad.
In dat Tweeminutendebat zijn door enkele leden vragen gesteld die via deze brief worden
beantwoord.
Antwoorden op de door de CDA-fractie gestelde vragen bij het Tweeminutendebat
Ten eerste: hoe dragen de beleidsvoorstellen bij aan het vergroten van onze onafhankelijkheid
van big tech van buiten Europa? Wij zien graag concrete prioritering van onder andere
de cloudtoepassingen en het op orde brengen van de eigen bedrijfsvoering van de overheid
op landelijk en lokaal niveau. Er zijn voorbeelden genoeg van hoe kwetsbaar we op
dit moment zijn.
Antwoord
Veel recente en aankomende beleids- en wetgevingsvoorstellen van de Europese Commissie
dragen bij aan het versterken van digitale autonomie. Recent zijn bijvoorbeeld het
voorstel voor de European Business Wallet en de Apply AI Strategy gepubliceerd. Begin
2026 worden nog de Digitale Netwerken Wet (DNA), Cloud en AI Ontwikkelingswet (CADA),
de Chips Act 2.0, de kwantum Wet en de herziening van de Cyber Securitywet (CSA) verwacht.
Deze initiatieven hebben als uitgangspunt dat Europa zich minder afhankelijk maakt
van niet-Europese actoren.
In de raadsconclusies over de herziening van de digitale decade «European Competitiveness in the Digital Decade» wordt cloud expliciet meegenomen in de oproep om een aantal cruciale digitale technologieën
mee te nemen als aandachtsgebieden bij de evaluatie en herziening van het beleidsprogramma.
Ook in de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie is cloud een van de geprioriteerde
technologieën voor onze digitale autonomie.1 In onder meer de kabinetsreactie op de initiatiefnota «Wolken aan de Horizon» van
de leden Kathmann en Six Dijkstra heeft het kabinet uiteengezet welke beleidsacties
ondernomen worden om afhankelijkheden op de cloudmarkt terug te dringen.2 In dat verband erkent het kabinet dat het vanwege de internationale aard van de problematiek
op de cloudmarkt van essentieel belang is om deze problemen waar mogelijk in Europees
verband beleidsmatig aan te pakken. Het kabinet kijkt in dat kader uit naar Commissievoorstel
voor de CADA begin 2026. In de Kamerbrief over Europese cloud-alternatieven heeft
de Minister van Economische Zaken de Tweede Kamer geïnformeerd over de lopende initiatieven
die onderdeel zijn van de geïntegreerde Europese aanpak om Europese cloud-alternatieven
te stimuleren en digitale afhankelijkheden af te bouwen.3 Daarnaast is er zeker aandacht voor het op orde brengen van de digitale bedrijfsvoering
van de Nederlandse Rijksoverheid. Zo wordt gewerkt aan het inlopen van de door de
Algemene Rekenkamer geconstateerde achterstand in de registratie van cloudapplicaties
voor materieel gebruik. Ook in de herziening van het rijkscloudbeleid wordt gekeken
naar de mogelijkheid om leveranciersafhankelijkheid verder terug te dringen en aanvullende
eisen te stellen aan het gebruik van public cloud. Daarnaast trekken de Rijksoverheid
en de mede-overheden in het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie op een
aantal belangrijke dossiers als Cloud en Digitale Autonomie samen op.
Ten tweede willen wij dat er sprake is van gespreide verantwoordelijkheid van bedrijven
en overheid, die ervoor zorgt dat onze burgers beschermd zijn, of het nu gaat om privacy,
desinformatie of schadelijke content. Kan de Minister hierop een helder standpunt
innemen als het gaat om de aanscherping van de DSA?
Antwoord
Het kabinet deelt het uitgangspunt dat een goede balans tussen de verantwoordelijkheden
van platforms en overheid essentieel is voor de bescherming van onze burgers, specifiek
waar het gaat om privacy, desinformatie en schadelijke content.
De digitaledienstenverordening (DSA) is op 17 februari 2024 volledig in werking getreden.
De uitvoeringswet DSA (uDSA) is op 3 februari 2025 in werking getreden. De Autoriteit
Consument & Markt (ACM) is aangewezen als digitaledienstencoördinator in Nederland
en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) als toezichthouder. De Europese Commissie houdt
primair toezicht op de zeer grote onlineplatforms (Very Large Online Platforms, VLOPs) en zoekmachines (Very Large Online Search Engines, VLOSEs).
Het is van groot belang dat deze toezichthouders de tijd, ruimte, en ondersteuning
krijgen om hun taken effectief uit te voeren. We zien inmiddels de eerste concrete
uitkomsten van dit toezicht. Zo heeft de Commissie recent in twee lopende onderzoeken
belangrijke besluiten genomen. Op 5 december 2025 heeft de Commissie een boete van
120 miljoen euro opgelegd aan X vanwege niet-naleving van transparantieverplichtingen.4 Daarnaast heeft de Commissie op 5 december 2025 bindende toezeggingen van TikTok
geaccepteerd om de transparantie van onlineadvertenties te verbeteren en minderjarigen
beter te beschermen.5 Diverse andere onderzoeken naar platforms lopen nog, waarvan de uitkomsten worden
afgewacht.
In deze fase acht het kabinet het van belang dat toezichthouders verduidelijken wat
de verplichtingen van de DSA in de praktijk betekenen en hoe bedrijven die kunnen
naleven. Een goed voorbeeld hiervan zijn de recent door de Commissie gepubliceerde
richtsnoeren ter bescherming van minderjarigen online.6 Die richtsnoeren verduidelijken de verplichtingen die voortvloeien uit de open norm
ter bescherming van minderjarigen zoals vastgelegd in artikel 28 van de DSA. Zulke
verduidelijking draagt bij aan het verminderen van regeldruk voor bedrijven, bevordert
een betere naleving van de DSA, en zorgt voor uniforme toepassing van de DSA in alle
lidstaten.
Het kabinet vindt het daarnaast belangrijk om de komende periode goed in contact te
blijven met, en te luisteren naar de ervaringen van alle betrokken partijen. Dit stelt
ons in staat om te identificeren wat goed werkt, waar eventuele knelpunten zitten,
en welke onderdelen van de wetgeving mogelijk verduidelijking behoeven.
In 2027 vindt de evaluatie van het effect en de doeltreffendheid van de DSA plaats.
Het kabinet is van mening dat eventuele aanpassingen of aanscherpingen van de verordening
pas na deze evaluatie aan de orde kunnen komen, wanneer een eventuele herziening zal
plaatsvinden.
Ten derde, het verminderen van regeldruk. Wij zien veel verschillende richtlijnen
vanuit de EU op ons afkomen en delen de achterliggende doelen, wat juist ook vraagt
om een eenduidig en uitvoerbaar beleidskader, dat zinvol is en echt effect heeft.
Het CDA vindt het belangrijk om anticiperend regie te pakken en zo min mogelijk als
overheid achter de feiten aan te lopen, wetende dat technologische ontwikkelingen
snel gaan en opnieuw om discussies en keuzes vragen. Kan de Minister toezeggen dat
hij ons per brief informeert welke precieze regels geschrapt of verder versoepeld
kunnen worden om die innovaties te versnellen?
Antwoord
Het kabinet werkt actief aan het verminderen van regeldruk voor ondernemers, zowel
nationaal als Europees. In het kader van de nieuwe aanpak van regeldruk voor ondernemers
wordt een brede inventarisatie gemaakt van regels die ondernemers belasten, met input
van bedrijfsleven en op grond van onderzoek. Het vermijden van onnodige regeldruk
biedt ruimte voor ondernemers om te kunnen ondernemen, investeren en groeien. Dit
draagt bij aan het bevorderen van innovatie en het versterken van het verdienvermogen
van bedrijven. Het kabinet heeft de Kamer op 15 december 2025 geïnformeerd over de
voortgang van de nieuwe aanpak van regeldruk voor ondernemers (Kamerstuk 32 637, nr. 741).
Antwoorden op de door de D66-fractie gestelde vragen bij het Tweeminutendebat
Welke regelgevingsprocedures worden er gevolgd voor deze Omnibussen en vindt het kabinet
deze passend?
Antwoord
Voor de Omnibusvoorstellen volgt de Europese Commissie de gebruikelijke wetgevingsprocedure,
waarbij het Europees Parlement en de Raad als medewetgevers optreden. Binnen de gewone
wetgevingsprocedure wordt in de Raad gestemd met gekwalificeerde meerderheid. Het
kabinet acht deze procedure passend, omdat de Omnibusvoorstellen leiden tot wijzigingen
in bestaande EU-wetgeving met mogelijke gevolgen voor lidstaten, burgers en bedrijven.
Bovendien is dit de gebruikelijke wetgevingsprocedure voor voorstellen met artikelen
16 en 114 uit het Verdrag over de werking van de Europese Unie (VWEU) als wetgevingsgrondslag.
In hoeverre wordt het beschermingsniveau aangetast door de Omnibussen met betrekking
tot privacy, non-discriminatie en gelijke behandeling? Is het kabinet het met mij
eens dat een impactassessment essentieel is en kan het kabinet toezeggen dat deze
assessments er wel degelijk komen?
Antwoord
Bij een aantal fundamentele wijzigingen aan de AVG heeft het kabinet serieuze zorgen.
Dit omdat deze wijzigingen het niveau van gegevensbescherming wezenlijk verminderen,
zonder dat er sprake is van een effectieve bijdrage aan het verlagen van regeldruk.
Het kabinet hecht eraan dat er in het bijzonder voor wijzigingen met impact op gegevensbescherming
en grondrechten gelegenheid is om de voorstellen en de gevolgen daarvan gedegen te
analyseren en deze inhoudelijk te bespreken. Het kabinet vindt daarnaast dat het nog
te verschijnen advies van de Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS)
al dan niet in samenspraak met Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) moet
worden betrokken bij de bespreking van dit voorstel. Het kabinet kan niet toezeggen
of er een regulier impact assessment zal komen. Het kabinet zal de Commissie verzoeken
een uitgebreide analyse van de impact van deze voorstellen te presenteren en deze
voorstellen te behandelen op een wijze die recht doet aan de zorgpunten. Behalve een
impact assessment vindt het kabinet het van belang om – waar dit het recht op gegevensbescherming
betreft – het advies van Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) al
dan niet in samenspraak met het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) te
betrekken bij de verdere analyse en bespreking.
Gaat het kabinet aanpassingen steunen die fundamentele beginselen van de gegevensbescherming
van burgers verzwakken?
Antwoord
Over het beschermingsniveau van grondrechten van burgers en over het zonder toestemming
mogen verzamelen van persoonsgegevens om AI-modellen te trainen, is door de leden
Kathmann en Dassen op 2 december 2025 een motie ingediend die door uw Kamer is aangenomen.7 In het antwoord op deze en de volgende vraag gaat het kabinet in op de oproep die
in deze motie is gedaan.
Ten aanzien van wijzigingen aan de AVG die zo fundamenteel zijn dat deze het niveau
van gegevensbescherming wezenlijk kunnen verminderen, is de inzet van het kabinet
dat er een uitgebreide analyse van de impact daarvan moet zijn. De impact op grondrechten
weegt voor het kabinet zwaar in haar oordeel over dit deel van het voorstel. Het kabinet
zal daarom opheldering vragen bij de Commissie en erop aandringen dat de gevolgen
voor regeldruk, uitvoerbaarheid en bescherming van grondrechten verder inzichtelijk
zijn voordat het tot een definitief oordeel komt op deze onderdelen. Het kabinet hecht
er dan ook aan dat er – zeker voor wijzigingen met impact op gegevensbescherming en
grondrechten – gelegenheid is om de voorstellen en de gevolgen daarvan gedegen te
analyseren en op basis daarvan inhoudelijk te bespreken. Het kabinet vindt daarnaast
dat het nog te verschijnen advies van de Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming
(EDPS), al dan niet in samenspraak met Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB),
moet worden betrokken bij de bespreking van dit voorstel.
Hoe kijkt het kabinet aan tegen het mogelijk maken van het met bijzondere persoonsgegevens
trainen van AI-systemen, zonder hiervoor toestemming te vragen aan de gebruikers?
Antwoord
Het gebruik van persoonsgegevens voor het trainen van AI-modellen is ook nu onder
voorwaarden al zonder toestemming mogelijk. Het Europees Comité voor gegevensbescherming
(EDPB) heeft op 18 december 2024 een advies aangenomen over het gebruik van persoonsgegevens
bij de ontwikkeling en implementatie van AI-modellen.8 Dit advies concludeert dat de AVG in bepaalde situaties de verwerking van persoonsgegevens
voor dit doel toestaat, zelfs zonder toestemming van de betrokkene, op basis van het
«gerechtvaardigd belang» (artikel 6, lid 1, onder f) van de AVG). Of deze grondslag
kan worden gebruikt, hangt af van de omstandigheden van het geval. Er moet worden
vastgesteld dat de beoogde verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het
gerechtvaardigd belang en dat de belangen of fundamentele rechten en vrijheden van
de betrokkenen bij de verwerking van persoonsgegevens niet zwaarder wegen dan het
gerechtvaardigd belang dat met de verwerking wordt gediend.
Het voorgestelde artikel 88c beoogt de rechtsgrondslag «gerechtvaardigd belang» formeel
vast te leggen als basis voor de verwerking van persoonsgegevens voor de ontwikkeling
en exploitatie van een AI-systeem onder de AI-wetgeving. Het verdient nadere toelichting
of de (strikte) voorwaarden die de EDPB noemt om zonder toestemming voor dit doel
persoonsgegevens te verwerken, onderdeel blijven van de voorwaarden om ook onder het
voorgestelde nieuwe artikel AI-systemen te ontwikkelen.
Op deze punten heeft Nederland de Commissie aanvullende vragen gesteld, evenals over
de verwerking van bijzondere persoonsgegevens voor training van AI-systemen.
Op welke manier wordt getoetst dat de Omnibus daadwerkelijk resulteert in minder regeldruk
en meer innovatie? Welke kansen ziet de Minister voornamelijk in het huidige voorstel?
Antwoord
De Omnibusvoorstellen zijn bedoeld om digitale wetgeving te vereenvoudigen en zo de
regeldruk te verlagen en innovatie te bevorderen. Het kabinet toetst de effecten door
in de EU-onderhandelingen te vragen om impact assessments en zelf de regeldrukeffecten
in kaart te brengen bij het uitblijven van een impact assessment. Bij het bepalen
van een standpunt over de omnibusvoorstellen, beoordeelt het kabinet ook de mate waarin
de voorstellen daadwerkelijk resulteren in een vermindering van regeldruk. De kansen
liggen in het vereenvoudigen van meldverplichtingen, het verhogen van rechtszekerheid
voor AI en het vermijden van overlap in regelgeving. Het kabinet blijft kritisch op
onderdelen die mogelijk nieuwe lasten introduceren of de bescherming van gegevens
kunnen aantasten.
Indieners
-
Indiener
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Medeindiener
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties