Brief regering : Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2155
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en
Ecofinraad van 19 en 20 januari a.s.
Middels de Geannoteerde Agenda wordt u ook geïnformeerd dat eind 2025 1 miljard euro
aan geblokkeerde EU-cohesiemiddelen voor Hongarije definitief zijn vervallen.
Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen
worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 19–20 januari 2026
Eurogroep
Agendaonderwerp: Eurozone aanbevelingen
Document: «Recommendation on the economic policy of the euro area» is beschikbaar op de website van de Europese Commissie.1
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Op 25 november 2025 publiceerde de Commissie het herfstpakket in het kader van het
Europees Semester (Semester).2 Het Europees Semester betreft de jaarlijkse coördinatie van het macro-economisch
en sociaal beleid van de EU. Het Semester volgt een jaarlijkse cyclus die begint in
het najaar met de publicatie van het herfstpakket. Het herfstpakket schetst aan de
hand van verschillende documenten de macro-economische risico’s, algemene sociale
en economische prioriteiten en geeft de lidstaten beleidsrichtsnoeren voor de komende
perioden.
Een van de onderdelen van het herfstpakket is een voorstel voor een aanbeveling van
de Raad over het economisch beleid van de eurozone (Euro Area Recommendation, EAR). In de EAR worden de gezamenlijke (beleids-)uitdagingen voor de eurozone geïdentificeerd.
Die zien op het versterken van het vermogen van de eurozone om op externe schokken
te reageren, kansen voor groei te benutten, en de stabiliteit te waarborgen. De EAR
biedt een kader om (onder andere in de Eurogroep) gesprekken te voeren over de prioriteiten
voor de eurozone.
De Commissie stelt dit jaar veertien aanbevelingen voor, die hieronder thematisch
zijn samengevat en opgesomd.
Begrotingsbeleid en defensie
Respecteer de door de Raad aanbevolen netto uitgavenpaden om de houdbaarheid van overheidsfinanciën
te waarborgen, met waar relevant inachtneming van de tijdelijke flexibiliteit toegekend
door de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven. Dat zou moeten leiden
tot passend gedifferentieerd begrotingsbeleid en resulteren in een over het algemeen
neutraal begrotingsbeleid in 2026.
Voer begrotingsstrategieën voor de middellange termijn uit die, met inachtneming van
de netto-uitgavenpaden, ruimte bieden voor uitgaven in verband met de noodzaak om
defensiecapaciteiten te verbeteren, concurrentievermogen te versterken, en investeringen
in strategische prioriteiten te vergroten. Voer herprioritering uit in nationale begrotingen
en neem maatregelen om de doeltreffendheid, efficiëntie, kwaliteit en samenstelling
van de overheidsinkomsten en -uitgaven te verbeteren, waaronder door het bevorderen
van meer particuliere verzekering van klimaatverandering gerelateerde verliezen.
Pak knelpunten in de defensie-industrie aan om, in overeenstemming met het Defence Readiness Roadmap 20303, ervoor te zorgen dat extra overheidsuitgaven worden omgezet in tijdige en effectieve
defensiecapaciteiten. Bevorder een EU-brede markt voor defensiematerieel; stimuleer
gezamenlijke aanbestedingen die de efficiëntie en interoperabiliteit helpen te verbeteren
en de fragmentatie verminderen.
Voltooi de implementatie van de herstel- en veerkrachtplannen uiterlijk 31 augustus
2026 en ondersteun de financiering van investeringen in daaropvolgende jaren door
het coördineren van nationale en EU-financiering. Zorg voor de absorptie van beschikbare
EU-middelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die worden geboden
door de mid-term review van het cohesiebeleid.
Arbeidsmarkt
Bevorder bijscholing en omscholing van de beroepsbevolking met oog op het verhogen
van de productiviteit en innovatiecapaciteit en voor het ondersteunen van strategische
sectoren.
Versterk het onderwijs- en opleidingsbeleid om onderwijsuitkomsten te verbeteren,
met specifieke aandacht voor basis- en digitale vaardigheden. Zorg voor een betere
afstemming tussen vraag en aanbod van vaardigheidsprofielen.
Pak onevenwichtige verhoudingen in vaardigheden en grote regionale verschillen in
vaardigheden en menselijk kapitaal aan. Bevorder de kwaliteit van banen en verhoog
arbeidsparticipatie, ook voor ondervertegenwoordigde groepen op de arbeidsmarkt. Neem
maatregelen om grensoverschrijdende mobiliteit binnen de interne markt en legale migratie
van individuen uit derde landen in krapteberoepen te faciliteren. Versterk de prikkels
om te werken door de belastingdruk op arbeid te verleggen, onder meer door gerichte
hervormingen van belasting- en uitkeringsstelsels. Onderneem actie om armoede te bestrijden
en te verminderen, door het waarborgen en versterken van adequate en duurzame sociale
beschermings- en inclusiesystemen, evenals de toegang tot betaalbare, duurzame en
kwalitatief goede huisvesting. Zorg voor effectieve betrokkenheid van sociale partners
bij beleidsvorming en versterk de sociale dialoog.
In overeenstemming met nationale praktijken en met inachtneming van de rol van sociale
partners en de sociale dialoog, versterk de voorwaarden die duurzame loongroei ondersteunen,
met name voor lage- en middeninkomens, in overeenstemming met productiviteitsontwikkeling,
hierbij rekening houdend met de risico's van inflatie en concurrentievermogensverschillen
binnen de eurozone.
Investeringen en innovatie
Prioriteer overheidsinvesteringen en stimuleer particuliere investeringen in onderzoek
en innovatie, industriële decarbonisatie, schone energie, de digitale transitie, economische
veiligheid, en de vermindering van strategische afhankelijkheden in toeleveringsketens.
Bevorder de herverdeling van middelen naar sectoren en technologieën met een hoog
groeipotentieel, en versterk innovatie-ecosystemen, onder meer door de banden tussen
verschillende stakeholders, zoals het bedrijfsleven en universiteiten of onderzoeksinstituten,
te versterken en de rol van durfkapitaal bij de financiering van startups en de versnelde
invoering van digitale en schone technologieën te ontwikkelen.
Interne markt
Elimineer interne belemmeringen en verschillen in regelgeving op nationaal niveau,
evenals resterende tekortkomingen op het gebied van omzetting en conformiteit, om
de interne markt te verdiepen en de efficiëntie en het opschalingsvermogen van bedrijven
te vergroten.
Bevorder vereenvoudiging van regelgeving door onnodige lasten in kaart te brengen
en te verminderen en door te zorgen voor transparantie en gerichte regelgeving, onder
meer door effectief gebruik te maken van stakeholder consultaties in het wetgevingsproces
en door ex-postevaluaties van wetgeving.
Spaar- en Investeringsunie
Ontwikkel een Spaar- en Investeringsunie, in lijn met de Commissiemededeling van maart
20254, voor de bevordering van een concurrerende kapitaalmarkt en banksectoren om Europese
spaartegoeden te mobiliseren richting langetermijninvesteringen, met name in sectoren
in de Europese Economie met hoog groeipotentieel en die van strategisch belang. Pak
kapitaalmarktfragmentatie en belemmeringen voor grensoverschrijdend aanbod en gebruik
van financiële diensten, en verschillen in nationale toezichtpraktijken, aan door
snel vooruitgang te boeken met het komende wetgevingspakket inzake integratie van-
en toezicht op de kapitaalmarkten.
Neem maatregelen om de 2025 aanbevelingen van de Commissie te implementeren die zien
op het vergroten van de beschikbaarheid van spaar- en beleggingsrekeningen middels
gesimplificeerde en voordelige belastingbehandeling (september 2025)5 en over pensioendashboards, pensioentrackingssystemen en automatische deelname (november
2025)6, en de aanbevelingen uit de mededeling over een financiële geletterdheidsstrategie
voor de EU (september 2025)7.
Internationale rol van de euro en digitale euro
Neem alle nodige maatregelen voor de invoering van een digitale euro, bevorder innovatie
en concurrentie op de betalingsmarkt en zorg voor blijvende toegang en bruikbaarheid
van centrale bankgeld in een digitaliserende economie.
Bevorder de internationale rol van de euro en zet in op het versterken van de mondiale
positie ervan, onder meer door kwetsbaarheden in de Europese financiële infrastructuren
aan te pakken.
Macro-financiële stabiliteit
Monitor de risico’s voor de macro-financiële stabiliteit, waaronder de risico's die
voortvloeien uit:
• de kwaliteit van activa,
• de dynamiek van herbeprijzing
• klimaat- en milieu gerelateerde blootstellingen
• verwevenheden tussen banken en niet-banken op de belangrijkste financiële markten
en via particuliere financiering
Versterk waar nodig het regelgevend kader en toezichtskader voor de niet-bancaire
financiële bemiddelingssector om ervoor te zorgen dat opkomende kwetsbaarheden effectief
worden geïdentificeerd en beheerd.
Appreciatie
Nederland verwelkomt de EAR en ziet deze als een belangrijk onderdeel binnen het Europees
Semester. De EAR biedt de eurozonelidstaten nuttige richtsnoeren die zijn afgestemd
op de specifieke, actuele uitdagingen binnen de Economische en Monetaire Unie. Door
een gemeenschappelijk begrip van de belangrijkste beleidsprioriteiten te bieden, draagt
de EAR bij aan effectievere beleidscoördinatie binnen de EMU. Zo draagt de EAR bij
aan het versterken van de weerbaarheid en het vermogen van de EMU om stabiliteit te
waarborgen en kansen voor groei te benutten.
Het Commissievoorstel voor de EAR bevat verschillende onderdelen die Nederland onderschrijft.
Zo benadrukt Nederland het belang van schuldhoudbaarheid in de lidstaten en onderschrijft
het daarbij de aanbeveling voor het herprioriteren van nationale begrotingen, onder
andere in verband met hogere defensie-uitgaven. Daarnaast steunt Nederland de aandacht
in de EAR voor voortgang op de kapitaalmarktunie en specifiek de aanbeveling om divergentie
in toezicht op de kapitaalmarktunie tegen te gaan. Ook verwelkomt Nederland de aandacht
voor onderzoek en innovatie, decarbonisatie, de digitale transitie, de verdieping
van de interne markt en aanpak van regeldruk. Verder onderschrijft Nederland het belang
van het bevorderen van (basis)vaardigheden om een goede aansluiting van het onderwijs
op de arbeidsmarkt te stimuleren en een goede match van vraag en aanbod naar vaardigheden
op de arbeidsmarkt te bevorderen.
Vervolg
De EAR zal, na bespreking in deze Eurogroep van 20 januari, bij de Ecofinraad van
februari worden goedgekeurd. Daarop volgt bekrachtiging door de Europese Raad in maart,
en formele aanname van de EAR in de Ecofinraad van april.
Agendaonderwerp: Uitbreiding van de eurozone: update over de omwisseling van de euro in Bulgarije
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Bulgarije is per 1 januari 2026 toegetreden tot de eurozone en heeft de euro als wettig
betaalmiddel ingevoerd. Over de aanloop en besluitvorming hierover is de Kamer steeds
geïnformeerd middels de geannoteerde agenda en verslagen van de Eurogroep en Ecofinraad.8 Met deze toetreding neemt Bulgarije vanaf 1 januari 2026 ook deel aan het Europees
Stabiliteitsmechanisme (ESM). Naar verwachting zal Bulgarije tijdens de Eurogroep
een korte presentatie geven over het verloop van de invoering van de euro. Nederland
kan de presentatie aanhoren.
Agendaonderwerp: Nabespreking van de G7
Document: N.v.t.
Aard bespreking: N.v.t.
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Eurogroep zal spreken over de bijeenkomst van G7-landen van 12 januari jl. Nederland
nam als niet-G7-lid niet deel aan deze bijeenkomst. Naar verwachting zal de Franse
Minister als G7-voorzitter een terugkoppeling geven. Mogelijke onderwerpen die op
de agenda stonden bij de G7 meeting zijn de recente geopolitieke ontwikkelingen en
toegang tot kritieke grondstoffen. Nederland kan de bespreking aanhoren. Voor Nederland
blijven deze onderwerpen van groot belang.
Agendaonderwerp: Selectieproces voor de ECB-Vice-President
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Bespreking van voorgedragen kandidaten en mogelijk besluitvorming
Besluitvormingsprocedure: Consensus
Toelichting:
De Eurogroep zal spreken over de benoeming van de Vice-President van de Europese Centrale
Bank (ECB). De huidige Vice-President, de Spanjaard Luis de Guindos, is in juni 2018
aangetreden als Vice-President van de ECB. Zijn termijn loopt in 2026 af. Leden van
het dagelijks bestuur van de ECB worden voor acht jaar benoemd, zonder mogelijkheid
tot een nieuwe termijn.
De benoeming van ECB-bestuursleden is vastgelegd in artikel 283 van het Verdrag betreffende
de werking van de EU. Eurozone lidstaten kunnen kandidaten voordragen. Op het moment
van schrijven is de deadline voor het voordragen van kandidaten (9 januari) nog niet
verstreken. Tijdens de Eurogroep van 19 januari zullen de kandidaten besproken worden.
Indien er consensus is, zal er een kandidaat worden voorgedragen aan de Europese Raad.
De Europese Raad (in de eurozone-samenstelling) zal het nieuwe bestuurslid formeel
benoemen, nadat het Europese Parlement en het bestuur van de ECB hun advies over de
kandidaat hebben uitgebracht.
Ecofinraad
Agendaonderwerp: Werkprogramma Cypriotisch voorzitterschap
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Presentatie en gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Cyprus is in de eerste helft van 2026 de voorzitter van de Raad van de Europese Unie.
In het werkprogramma zet Cyprus de prioriteiten uiteen en die zien onder andere op
het versterken van de autonomie van de EU en het vergroten van de mondiale economische
positie van de Unie.9 Op specifiek het economische en financiële beleidsterrein zal het Cypriotisch voorzitterschap
zich bovenal gaan richten op de onderhandelingen over het MFK 2028–2034. Verder zal
het voorzitterschap zich richten op de versterking van het Europese concurrentievermogen
en diverse initiatieven in relatie tot de Europese Spaar- en Investeringsunie, waaronder
de versterking en integratie van de Europese bankensector. Het Cypriotisch voorzitterschap
zal ook aandacht besteden aan de vereenvoudigingsagenda en «tax decluttering», alsmede aan de voortgang van de hervorming van de Douane-unie.
In deze Ecofinraad zal Cyprus het werkprogramma voor de periode 1 januari t/m 30 juni
2026 presenteren. Nederland kan de presentatie aanhoren.
Agendaonderwerp Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Ecofinraad zal van gedachten wisselen over de economische en financiële impact
van de Russische agressie tegen Oekraïne en over Europese steunmaatregelen. Dit is
een regulier terugkerend agendaonderwerp op de Ecofinraad.
Oekraïne ontvangt momenteel steun uit o.a. de Oekraïne-faciliteit met een totale omvang
van EUR 50 mld. voor de periode 2024–2027, de G7 Extraordinary Revenue Acceleration
(ERA) leningen van ca. EUR 45 miljard en het IMF-programma. Uit de Oekraïne-faciliteit
heeft de Europese Unie op 22 december jl. EUR 2,3 miljard voor tranche zes uitbetaald,
nadat de Raad en Commissie eerder vaststelde dat Oekraïne aan acht hervormingsstappen
uit het Oekraïneplan had voldaan. Daarnaast heeft de Commissie op 13 november de tiende
en tevens laatste tranche van het EU-aandeel in de ERA-leningen verstrekt aan Oekraïne,
met een omvang van EUR 4,1 miljard. Met de uitbetaling van deze tranche heeft de EU
het totale EU-aandeel in de ERA-lening van EUR 18,1 miljard uitbetaald.
Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt om Oekraïne in
de komende twee jaar te ondersteunen met 90 miljard euro aan leningen. De Kamer is
op 19 december jl. over dit akkoord geïnformeerd.10
Oekraïne heeft in september 2025 bij het IMF een aanvraag ingediend voor een nieuw
IMF-programma met een omvang van USD 8,1 mld., welke momenteel door het IMF wordt
beoordeeld. Het programma kan ter goedkeuring aan de raad van bewind van het IMF worden
voorgelegd als het financieringstekort voor het eerste jaar van het programma gedekt
is. Met het akkoord dat bereikt is tijdens de Europese Raad van 18 december is dit
– bij de huidige aannames – het geval. Het programma wordt daarom naar verwachting
in januari of februari ter goedkeuring aan de raad van bewind van het IMF voorgelegd.
Daarnaast zijn lidstaten van het IMF gevraagd om financing assurances af te geven, waarmee zij toezeggen Oekraïne financieel te zullen blijven steunen
en zorg te zullen dragen voor de schuldhoudbaarheid van Oekraïne. Het Kabinet heeft
aangegeven bereid te zijn financing assurances af te geven voor dit programma, net zoals het Kabinet eerder heeft gedaan voor het
voormalige IMF-programma11. Daarnaast is het Kabinet voornemens om via de Group of Creditors of Ukraine (GCU) mee te werken aan het herstructureren van de onhoudbare overheidsschuld van
Oekraïne. Dit houdt in eerste instantie in dat de betalingsstop op bilaterale claims
wordt verlengd tot eind 2029 (parallel aan de looptijd van het nieuwe IMF-programma).
Het ongedekte financieringstekort van Oekraïne werd door de Europese Commissie geschat
op EUR 135 mld. voor de periode 2026–2027 voor zowel militaire als macro-financiële
noden. Bij de berekening van dit resterende tekort is al rekening gehouden met het
nieuwe IMF-programma van USD 8,1 mld. Met de EU-leningen van EUR 90 mld. dekt de EU
twee derde van het ongedekte financieringstekort in 2026 en 2027. Het resterende tekort
van EUR 45 mld. dient – volgens de EU – door andere internationale donoren gedekt
te worden.
Agendaonderwerp: Uitvoeringsbesluiten van de Raad onder de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)
Document: De Commissievoorstellen voor aanpassing van uitvoeringsbesluiten van de Raad ter
goedkeuring van de herstel- en veerkrachtplannen worden voorafgaand aan het overleg
gepubliceerd op eur-lex.Europa.eu.
Aard bespreking: Aanname uitvoeringsbesluiten van de Raad
Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid
Toelichting:
Tijdens de Ecofinraad zal worden stilgestaan bij de stand van zaken ten aanzien van
de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Daarnaast zal de Raad uitvoeringsbesluiten
aannemen waarmee wijzigingen van de herstel- en veerkrachtplannen die lidstaten hebben
opgesteld in het kader van de HVF, formeel worden goedgekeurd. Op het moment van schrijven
gaat het in elk geval om wijziging van de plannen van Finland, Ierland, Duitsland,
Spanje, Zweden en Nederland. Lidstaten kunnen, op basis van artikel 21 van de HVF-verordening,
gebruik maken van de mogelijkheid om hun herstel- en veerkrachtplan aan te passen
op grond van objectieve omstandigheden of wanneer een beter alternatief wordt voorgesteld
waarbij het oorspronkelijke ambitieniveau van de maatregel onveranderd blijft. De
Commissie beoordeelt of de redenen die lidstaten aandragen een wijziging van de herstelplannen
rechtvaardigen en of de herstelplannen na deze aanpassingen nog steeds voldoen aan
alle eisen van de HVF-verordening.
De Europese Commissie oordeelt dat de redenen die bovenstaande lidstaten aandragen,
een aanpassing van het HVP rechtvaardigen en dat de herstelplannen ook na deze aanpassingen
voldoen aan de eisen van de HVF-verordening. Nederland kan zich vinden in het oordeel
van de Commissie. Nederland is daarom voornemens om in te stemmen met de voorstellen
tot aanpassing van de uitvoeringsbesluiten van de Raad.
In een mededeling van 4 juni 2025 roept de Commissie lidstaten op om hun Herstel-
en Veerkrachtplannen uiterlijk eind 2025 te herzien om ervoor te zorgen dat alle maatregelen
vóór 31 augustus 2026 volledig zijn uitgevoerd. Volgens deze mededeling is het mogelijk
de specifieke bewoording van mijlpalen en doelstellingen aan te passen om zo de administratieve
lasten te verlichten met behoud van de algehele ambitie. Onderstaand vindt u een uitgebreidere
toelichting over de aanpassing van het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan.
Aanpassing Nederlandse HVP
In lijn met de mededeling van de Commissie van 4 juni 2025 heeft Nederland sinds de
afgelopen zomer in overleg met de Commissie een wijzigingsverzoek voorbereid van het
Nederlandse HVP. Voor 23 maatregelen heeft Nederland verzocht om de specifieke bewoording
van mijlpalen en doelstellingen aan te passen om zo de administratieve lasten te verlichten.
Daarnaast wordt met dit wijzigingsverzoek voorgesteld om de investeringen die op dit
moment niet meer haalbaar geacht worden tijdens de looptijd van de HVF te vervangen
voor een beter alternatief. Dit betreft de volgende maatregelen: de investering in
noodsleepboten voor windparken (ERTV’s); een deel van de investeringen in Intelligente
Wegkantstations (IWKS); een deel van de Woningbouwimpuls (WBI); en een deel van de
investering in het Nationaal onderwijslab AI. Ter vervanging van (delen van) deze
investeringen zijn een aantal vervangende maatregelen voorgesteld. Deze maatregelen
zijn alle onderdeel van reeds begroot (en deels uitgevoerd) beleid. Het betreft de
volgende maatregelen: de subsidieregeling voor elektrische personenauto's (SEPP);
de subsidieregeling voor emissieloze vrachtwagens (AanZET); de Startbouwimpuls (SBI);
en de ophoging van de reeds in het HVP opgenomen maatregel investeringssubsidie voor
duurzame energie en energiebesparing (ISDE). In het wijzigingsverzoek heeft Nederland
ook voorgesteld om de vertraagde hervormingen, de Wet versterking regie volkshuisvesting
(Wet Regie), Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar)
en het ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten naar het vijfde
betaalverzoek te verplaatsen. Met deze verplaatsing wordt de maximale looptijd van
de HVF benut om het alsnog mogelijk te maken de mijlpalen te behalen. Een inhoudelijke
wijziging van de mijlpalen is echter (vooralsnog) niet mogelijk. Het wijzigingsverzoek
is op 13 november 2025 ingediend bij de Europese Commissie. Als het wijzigingsverzoek
wordt goedgekeurd dan zal het kabinet het nieuwe raadsuitvoeringsbesluit waarin alle
nieuwe mijlpalen en doelstellingen staan opgenomen met de Kamer delen.
Indiening derde betaalverzoek HVP
Op 11 december 2025 heeft Nederland het derde Nederlandse betaalverzoek ingediend
bij de Europese Commissie. Alle mijlpalen en doelstellingen (M&D’s) uit dit betaalverzoek
zijn behaald met uitzondering van de Wet regie volkshuisvesting, het daarmee samenhangende
ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten en de Wet Verduidelijking
beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Doordat in het hierboven benoemde
wijzigingsverzoek wordt verzocht om deze mijlpalen te verplaatsen naar een later betaalverzoek
was de weg vrijgekomen voor het indienen van dit betaalverzoek. Indien het wijzigingsverzoek
en vervolgens het betaalverzoek worden goedgekeurd dan zal Nederland naar verwachting
€ 551 miljoen ontvangen. Hierover zal de Kamer te zijner tijd nader worden geïnformeerd.
Agendaonderwerp: Europees Semester 2026: goedkeuren van de conclusies Alert Mechanism Report
Document: Het «Alert Mechanism Report 2026» is beschikbaar op de website van de Europese Commissie.12
Aard bespreking: Aanname Raadsconclusies
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Op 25 november 2025 publiceerde de Commissie het herfstpakket in het kader van het
Europees Semester (Semester).13 Het Europees Semester betreft de jaarlijkse coördinatie van het macro-economisch
en sociaal beleid van de EU. Het Semester volgt een jaarlijkse cyclus die begint in
het najaar met de publicatie van het herfstpakket. Het herfstpakket schetst aan de
hand van verschillende documenten de macro-economische risico’s, algemene sociale
en economische prioriteiten en geeft de lidstaten beleidsrichtsnoeren voor de komende
perioden.
Het pakket bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder het jaarlijkse rapport
over het waarschuwingsmechanisme (Alert Mechanism Report, AMR) in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP). Tijdens
de Ecofinraad worden er Raadsconclusies aangenomen over het AMR.
In het AMR worden mogelijke macro-economische onevenwichtigheden in lidstaten opgespoord
en wordt bepaald welke lidstaten worden onderworpen aan een diepte-onderzoek. Dit
jaar zal de Commissie diepte-onderzoeken uitvoeren voor de zeven landen bij wie afgelopen
voorjaar macro-economische onevenwichtigheden zijn geconstateerd.14 Dit zijn Nederland, Griekenland, Italië, Hongarije, Roemenië, Slowakije en Zweden.
De resultaten van de diepte-onderzoeken worden in het voorjaar van 2026 verwacht,
als onderdeel van het lentepakket in het kader van het Europees Semester.
In het AMR beschrijft de Commissie dat de inflatie in de EU is gedaald en dat de arbeidsmarkt
weerbaar is gebleken met een lage werkloosheid. Verder zijn de leenkosten voor overheden
stabiel gebleven. Tegelijkertijd identificeert de Commissie potentiële economische
kwetsbaarheden door hoge schulden, lage investeringen, oplopende kostenverschillen
tussen lidstaten, aanhoudend hoge huizenprijzen en een verslechterende financiële
positie van bedrijven. Daarnaast constateert zij stabiliteitsrisico’s in het financiële
stelsel, waaronder afhankelijkheid van buitenlands kapitaal, kwetsbaarheden bij niet-banken,
risico’s in de vastgoedsector en nieuwe dreigingen zoals cyberaanvallen en de groei
van crypto-activa.
Appreciatie
Voor Nederland is dit het twaalfde jaar op rij dat de Commissie onderzoek doet naar
mogelijke onevenwichtigheden in de economie. Afgelopen voorjaar concludeerde de Europese
Commissie op basis van het uitgevoerde diepteonderzoek macro-economische onevenwichtigheden
ten aanzien het overschot op de lopende rekening en de hoge private schulden. Hierover
is de Kamer destijds geïnformeerd.15 Op basis van de conclusies van afgelopen voorjaar heeft de Commissie besloten voor
Nederland opnieuw een diepteonderzoek uit te voeren.
Nederland kan de AMR verwelkomen en erkent het belang van het voorkomen en corrigeren
van macro-economische onevenwichtigheden. Nederland wacht de uitkomsten van het diepteonderzoek
af en onderschrijft het belang van de diepteonderzoeken en een gedegen monitoring
van de macro-economische ontwikkelingen door de Commissie in het kader van de MEOP.
Agendaonderwerp: Implementatie Stabiliteits-en Groeipact – Beoordeling buitensporige tekorten
Document:
https://commission.europa.eu/business-economy-euro/european-semester/eu…
Aard bespreking: Besluitvorming
Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid
Toelichting:
De Commissie beoordeelt jaarlijks de aanwezigheid van buitensporige tekorten in lidstaten
in het kader van artikel 126, lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie (VWEU). Zij doet dit wanneer het begrotingstekort de referentiewaarde
van 3% overschrijdt of wanneer de schuld de referentiewaarde van 60% overschrijdt
én onvoldoende snel daalt. In het herziene raamwerk beoordeelt de Commissie dit laatste
criterium concreet aan de hand van de uitgavengroei. De Commissie start een onderzoek
wanneer de lidstaat bepaalde drempelwaarden overschrijdt voor de afwijking van het
uitgavenpad dat de Raad aan de lidstaat heeft aanbevolen. Omdat dit uitgavenpad pas
in januari 2025 is aanbevolen, is 2025 een transitiejaar. De Commissie beoordeelt
dit najaar daarom alleen overschrijdingen van de tekortnorm, maar nog niet een overschrijding
van het uitgavenpad. De Commissie baseert zich daarbij op de gerealiseerde cijfers
voor het begrotingstekort in 2024 en de verwachte cijfers voor het begrotingstekort
in 2025.
Op basis van de gerealiseerde en verwachte cijfers constateert de Commissie dat in
Duitsland en Finland het tekort in 2025 (en in Finland ook in 2024) de referentiewaarde
van 3% bbp overschrijdt. Dit vormde aanleiding voor de Commissie om voor deze lidstaten
een onderzoek naar het bestaan van een buitensporig tekort te starten. Daarbij geldt
dat noch Duitsland noch Finland voldoen aan de voorwaarden om relevante factoren (zoals
conjuncturele omstandigheden of extra investeringen) formeel mee te wegen bij de beoordeling
van hun tekort, omdat beide landen een overheidsschuld hebben boven 60% bbp en de
overschrijding van de tekortnorm niet tijdelijk en beperkt is. Zowel in Duitsland
als in Finland wordt het tekort voor een belangrijk deel veroorzaakt door oplopende
defensie-uitgaven. Om die reden hebben beide landen een verzoek ingediend voor activatie
van de nationale ontsnappingsclausule, waardoor tijdelijk ruimte ontstaat voor deze
extra uitgaven. Mede hierdoor concludeert de Commissie dat er voor Duitsland op dit
moment geen aanleiding is om een buitensporig tekort vast te stellen. Voor Finland
oordeelt de Commissie dat het tekort ook na correctie voor de extra defensie-uitgaven
boven de referentiewaarde blijft. De Commissie stelt daarom aan de Raad voor om het
bestaan van een buitensporig tekort in Finland vast te stellen. De Raad zal hierover
besluiten tijdens de Ecofinraad van januari. Nederland kan zich vinden in het oordeel
van de Commissie en is voornemens in te stemmen met het daartoe strekkende Raadsbesluit
in de Ecofinraad.
De Commissie heeft tevens onderzocht of lidstaten voor wie eerder al door de Raad
een buitensporig tekort is vastgesteld, effectief gevolg hebben gegeven aan de aanbevelingen
om aan deze tekorten een einde te maken. Dit betreft België, Frankrijk, Italië, Hongarije,
Malta, Oostenrijk, Polen, Roemenië en Slowakije. Bij deze beoordeling oordeelt de
Commissie dat alle bovengenoemde lidstaten voldoende effectieve opvolging hebben gegeven.
Overig
Nederland heeft eind 2022 ingestemd met het Raadsuitvoeringsbesluit inzake maatregelen
tegen Hongarije op grond van de MFK-rechtsstaatverordening. Hiermee zijn circa 6,4 miljard euro aan EU-cohesiemiddelen voor Hongarije
opgeschort16 en is een verbod opgelegd om nieuwe (juridische) verplichtingen aan te gaan met de
trusts van openbaar belang. Eind 2024 is Hongarije 1 miljard euro aan geblokkeerde
EU-cohesiemiddelen definitief verloren, omdat het geen maatregelen heeft getroffen die ertoe
hebben geleid dat het Raadsuitvoeringsbesluit ten aanzien van de blokkering van de
EU-cohesiemiddelen is aangepast.17 Doordat Hongarije opnieuw geen dergelijke maatregelen heeft getroffen, is eind 2025
1 miljard euro wederom definitief vervallen.
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën