Brief regering : Verslag van de Europese Raad van 18 december 2025
21 501-20 Europese Raad
Nr. 2362
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 januari 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister-President, het verslag aan van de Europese
Raad van 18 december 2025.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Verslag Europese Raad 18 december 2025
Op 18 december jl. vond in Brussel de Europese Raad (ER) plaats. Op de agenda stonden
Oekraïne, het Midden-Oosten, defensie en veiligheid, het Meerjarig Financieel Kader,
uitbreiding en hervormingen, migratie en geo-economie en concurrentievermogen.
Ook stond de ER stil bij de Pact voor het Middellandse Zeegebied, bestrijding van
antisemitisme, racisme en vreemdelingenhaat, bestrijding van desinformatie en van
buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging, en de macroregionale strategie voor
het Atlantische gebied.
Oekraïne
De ER sprak over de voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en inspanningen
om te komen tot een rechtvaardige en duurzame vrede. De Oekraïense president Zelensky
sloot bij een gedeelte van de bijeenkomst aan. In het bijzonder sprak de ER over urgente
financiële steun voor Oekraïne. De Raad bereikte een politiek akkoord om voor EUR
90 miljard aan leningen aan Oekraïne te verstrekken voor 2026 en 2027, voor zowel
macro-financiële als militaire steun.
Afgelopen vrijdag 19 december ontving uw Kamer hierover een brief.1
De Europese leiders spraken hun onverminderde steun uit voor de Oekraïense onafhankelijkheid,
soevereiniteit en territoriale integriteit. Dit blijkt ook uit een verklaring die
door 26 Europese leiders wordt ondersteund. De EU steunt het proces naar een duurzame
en rechtvaardige vrede en zal hieraan actief blijven bijdragen. Oekraïne beslist hierbij
zelf over de route naar vrede. De EU besluit over EU-aangelegenheden en zaken die
de veiligheid van de Unie aangaan. Daarbij moet Oekraïne in staat zijn zichzelf te
verdedigen en zijn veiligheid op de lange termijn te garanderen. De ER onderstreepte
de noodzaak voor lidstaten om hun militaire steun aan Oekraïne te intensiveren en
stelde vastberaden te zijn om de druk op Rusland op te voeren door middel van een
nieuw sanctiepakket begin 2026. In dit verband stond de ER stil bij de inspanningen
om de schaduwvloot verder aan te pakken. Ook riep de ER derde landen en partijen binnen
derde landen die de Russische agressieoorlog direct of indirect faciliteren op daar
onmiddellijk mee te stoppen.
De ER veroordeelde de voortdurende grootschalige Russische aanvallen op Oekraïense
burgers en civiele objecten, waaronder infrastructuur, medische faciliteiten en het
energiesysteem. De Unie en lidstaten zullen samen met partners de energie- en humanitaire
steun aan Oekraïne intensiveren. Daarnaast riep de ER op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke
terugkeer van ontvoerde Oekraïense kinderen en andere burgers. Tot slot onderstreepte
de ER de toewijding aan accountability, waarbij de inspanningen voor de operationalisering van het Agressietribunaal en
de oprichting van de Internationale Claims-commissie voor Oekraïne werden verwelkomd.
Midden-Oosten
De ER sprak over de voortgang van het plan ter beëindiging van het conflict in de
Gazastrook, de reeds aangenomen VNVR-resolutie 2803, alsook hoe de EU en haar lidstaten
hieraan kunnen bijdragen. Nederland benadrukte daarbij het belang van druk op beide
partijen in deze fase. Hamas moet de wapens neerleggen en geen rol krijgen in de toekomst
van Gaza. Nederland heeft opgeroepen dat Israël dringend meer humanitaire hulp moet
toelaten, ook met het oog op de winterse omstandigheden die de noden verder verdiepen,
conform moties-Van Baarle.2 Hiervoor benadrukte Nederland conform motie-Ceder3, dat Israël de herregistratieplicht voor internationale ngo’s en restricties voor
dual-use moet wijzigen. Dit is van belang zodat hulporganisaties, waaronder door Nederland
gefinancierde partnerorganisaties, alle hulpbehoevenden in de Gazastrook kunnen bereiken.
Nederland heeft sinds oktober 2.023 EUR 94,2 miljoen vrijgemaakt voor crisisspecifieke
noodhulp aan Gaza. Dit is exclusief de EUR 25 miljoen ter ondersteuning van medische
en humanitaire hulp aan mensen uit Gaza, ook ten behoeve van medische evacuaties,
en de EUR 20 miljoen voor wederopbouw.
Tot slot uitte Nederland zorgen over de verslechterende situatie op de Westelijke
Jordaanoever en riep op tot een blijvende EU-inzet op het gebied van sancties tegen
gewelddadige kolonisten alsook Hamas en Palestinian Islamic Jihad.
De ER onderstreepte daarnaast het belang van stabiliteit in de economische en veiligheidssituatie
in Libanon en sprak haar steun uit voor de Libanese regering, het ontwapenen van Hezbollah
en het hernieuwd streven naar het geweldsmonopolie voor de Lebanese Armed Forces (LAF). De EU sprak tevens haar steun uit voor de UNIFIL-missie in Libanon.
De ER herhaalde een jaar na de val van het Assad-regime haar steun voor een vreedzame
en inclusieve transitie in Syrië waarin de rechten van de verschillende gemeenschappen
worden gewaarborgd. De EU sprak zorgen uit over buitenlandse inmenging in Syrië en
riep alle partijen op de onafhankelijkheid, soevereiniteit en integriteit van het
land, conform het internationale recht, te respecteren.
Veiligheid en Defensie
De ER sprak over de recente hybride incidenten op EU-grondgebied en riep op tot het
versnellen van de gezamenlijke inspanningen om de weerbaarheid, de bescherming van
kritieke infrastructuur en de respons bij hybride incidenten te versterken. Daarnaast
stond de ER stil bij alle lopende trajecten om de defensiegereedheid van Europa daadkrachtig
te vergroten. De Raad evalueerde hiertoe de voortgang van implementatie van de Routekaart
voor defensiegereedheid 2030, in het bijzonder op het gebied van de Priority Capability Areas (PCA’s). De Raad verwelkomde de overeenkomst inzake verruimde toegang van de Canadese
industrie tot het Security Action for Europe-instrument. Nederland sprak hierbij teleurstelling uit voor het feit dat het met
het VK niet is gelukt om tot een soortgelijk akkoord te komen. Tot slot riep de Raad
op tot snelle voortgang op alle lopende initiatieven, zoals de Routekaart voor de
transformatie van de defensie-industrie, de Omnibus voor defensiegereedheid en het
Militaire mobiliteitspakket.
Meerjarig Financieel Kader (MFK)
De ER sprak over de voorstellen van de Europese Commissie voor het volgend MFK en
eigenmiddelenbesluit (EMB) vanaf 2028. De onderhandelingen over het MFK en EMB worden
in de ER gestructureerd aan de hand van een onderhandelingsdocument, de zogenoemde
negobox. In deze bespreking benadrukte Nederland samen met enkele andere lidstaten opnieuw
het belang van de toevoeging van de voortzetting van de correcties op de bni-afdracht
aan het onderhandelingsdocument. Een flink aantal lidstaten uitten juist stevige kritiek
op deze toevoeging. Daarnaast vond er een discussie plaats over de tijdslijn van het
MFK. Enkele lidstaten pleitten voor een afronding vóór het einde van 2026, terwijl
andere lidstaten benadrukten dat kwaliteit boven snelheid gaat. De ER heeft ingestemd
met de conclusies en ziet de negobox als basis voor de voortzetting van de onderhandelingen onder het Cypriotisch voorzitterschap,
met het oog op overeenstemming op het MFK voor eind 2026.
Uitbreiding en hervormingen
De ER sprak over het jaarlijkse uitbreidingspakket van de Commissie van 4 november
jl.4 Verschillende lidstaten uitten daarbij hun teleurstelling dat de Raad Algemene Zaken
uiteindelijk geen conclusies kon aannemen vanwege de Hongaarse positie in het toetredingsproces
met Oekraïne. Deze lidstaten riepen op tot stappen in het EU-toetredingsproces voor
Oekraïne en Moldavië. Ook Nederland gaf aan volgende stappen te steunen, conform de
voorstellen van de Commissie. Verder benadrukten meerdere lidstaten het geostrategisch
belang van EU-uitbreiding, en gaven enkele lidstaten aan dat kandidaat-lidstaten moeten
blijven werken aan hervormingen, waaronder op het gebied van de rechtsstaat. Een aantal
lidstaten gaf aan dat het open staat om cluster 3 met Servië te openen in lijn met
de aanbevelingen van de Europese Commissie. De Commissie zal begin 2026 een volgende
update geven over de voortgang in Servië. Enkele lidstaten riepen verder op om de
uitbreidingsmethodologie te herzien, en gekwalificeerde meerderheid te hanteren voor
bepaalde stappen in het uitbreidingsproces. Nederland benadrukte dat de geldende uitbreidingsmethodologie
en besluitvormingsprocedures in stand moeten worden gehouden; er kunnen volgens Nederland
geen formele besluitvormingsstappen overgeslagen worden en unanimiteit bij besluitvorming
blijft een vereiste.
De ER sprak ook over hervormingen van de EU in het licht van uitbreiding. Verschillende
lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan uit te zien naar de Commissiemededeling
hierover, die naar verwachting begin 2026 verschijnt.
Migratie
Voorafgaand aan de ER kwam een groep leiders, waaronder van Italië en Denemarken,
bijeen voor het inmiddels reguliere migratie-overleg, ditmaal voorgezeten door Nederland.
Hierbij werden ervaringen uitgewisseld over innovatieve oplossingen, migratieknelpunten
in relatie tot Verdragen, gecoördineerde samenwerking met derde landen waaronder Syrië,
en EU-coördinatie op migratie in VN-verband besproken. De ER zelf nam kennis van de
reguliere migratievoortgangsbrief van Commissievoorzitter Von der Leyen. De ER stond
stil bij geboekte voortgang en riep op om werkzaamheden op alle gebieden met prioriteit
voort te zetten, in lijn met EU- en internationaal recht.
Geo-economie en concurrentievermogen
De ER heeft tijdens het diner een strategische discussie gevoerd over de geo-economie
en de implicaties hiervan voor het Europees concurrentievermogen. Nederland heeft,
conform motie-Boswijk,5 aangegeven graag nauwere samenwerkingen aan te gaan met bereidwillige EU-lidstaten
om de winning, verwerking en recycling van kritieke grondstoffen te versnellen en
waardeketens te versterken. Ook heeft Nederland conform motie-Hoogeveen c.s.6 het belang van het sluiten van handelsakkoorden benadrukt. Deze uitkomsten zullen
worden meegenomen naar de buitengewone ER in februari en formele ER in maart volgend
jaar.
Overig
Pact voor het Middellandse Zeegebied (MedPact)
De ER verwelkomde het nieuwe EU Pact voor het Middellandse Zeegebied (MedPact) en
de Raadsconclusies over het MedPact. Het kabinet staat positief tegenover de integrale
EU-aanpak ten aanzien van de Middellandse Zeeregio.7 Het MedPact wordt in 2026 uitgewerkt in een Actieplan.
Antisemitisme, racisme en xenofobie
De ER stond stil bij het antisemitisch geweld tijdens de Chanuka-viering in Australië
en betuigde medeleven en solidariteit aan de families en vrienden van de slachtoffers
en de Joodse gemeenschappen wereldwijd. In lijn met de toezegging aan het lid-Bikker
onderstreepte Nederland deze boodschap en sprak haar sympathie uit voor de slachtoffers
en hun families alsmede de Joodse gemeenschap. De ER veroordeelde alle vormen van
antisemitisme, haat, intolerantie, racisme, xenofobie en antimoslimhaat. Ook Nederland
riep hiertoe op, verwees naar het gezamenlijke non-paper met Frankrijk en Oostenrijk
en benadrukte het belang om antisemitisme en, conform moties-Van Baarle, alle vormen
van discriminatie op EU-niveau te bestrijden, waaronder moslimhaat.8 De ER riep op tot intensivering van de opvolging van de Council Declaration on Fostering Jewish Life van 15 oktober 2024 en gaf aan uit te kijken naar de antiracisme strategie van de
Commissie in januari 2026.
Bestrijding van desinformatie en van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging
De ER sprak over het belang van democratische weerbaarheid. Het benadrukte de strijd
tegen desinformatie en FIMI en het beschermen van vrije media en mediapluriformiteit.
De ER wees hierbij op de verantwoordelijkheid die platforms hebben in het bestrijden
van desinformatie en illegale content. Ook bevestigde de ER opnieuw de regelgevende autonomie van de EU op digitaal gebied.
Macroregionale strategie voor het Atlantische gebied
De ER verzocht de Commissie om uiterlijk in juni 2027 een macroregionale EU-strategie
voor het Atlantische gebied te ontwikkelen, rekening houdend met de bestaande maritieme
strategie voor het Atlantische gebied en het Atlantisch actieplan.
Toezegging over motie van het lid Ceder over een nationaal verbod op de import, export,
doorvoer en promotie van goederen en diensten uit Rusland (Kamerstuk 36 045, nr. 232)
Met betrekking tot de toezegging een terugkoppeling te geven over de kabinetsinzet
om de doorvoer van gesanctioneerde Russische goederen via Nederlandse havens aan te
pakken verwijst het kabinet naar het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 december
jl.9 waarin de Minister van Buitenlandse Zaken is ingegaan op de kabinetsinzet n.a.v.
de motie-Ceder.
Uitvoering Motie Teunissen c.s. over Israël en het Verdrag tegen foltering (Kamerstuk
21 501-20, nr. 2315)
De motie Teunissen c.s. verzoekt de regering te onderzoeken welke «juridische stappen»
Nederland en andere landen kan zetten zodat Israël het Antifolteringverdrag naleeft.
Uit onderzoek is gebleken dat geen van de verdragspartijen stappen kan zetten die
leiden tot een bindende uitspraak van een internationaal hof of tribunaal over de
naleving door Israël van het Antifolteringverdrag. Dit neemt niet weg dat, zoals ook
in het debat op 16 oktober 2025 gesteld, het kabinet er bij Israël regelmatig op aandringt
het internationaal recht, waaronder het Antifolteringverdrag, na te leven.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken