Brief regering : Diverse onderwerpen op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming
25 422 Opwerking van radioactief materiaal
Nr. 310
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Sinds 2021 hebben opeenvolgende kabinetten de ambitie uitgesproken om kernenergie
een groter aandeel in de energiemix te geven. Het huidige kabinet treft voorbereidingen
voor de bouw van twee tot vier nieuwe grote kerncentrales, en verkent de mogelijkheden
van kleine modulaire reactoren. Daarnaast is de bouw van de PALLAS-reactor voor de
productie van medische isotopen in volle gang en wordt de komst van microreactoren
en nucleair aangedreven schepen voorzien. Veiligheid is daarbij een essentiële voorwaarde.
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor nucleaire
veiligheid, bescherming tegen negatieve effecten van straling en veilig beheer van
radioactief afval.
Hierbij stuur ik uw Kamer de halfjaarlijkse voortgangsbrief over verschillende onderwerpen
op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming.
Motie-Beckerman
Op 25 maart jl. is de motie-Beckerman1 c.s. «geen kernafval in de Groninger zoutkoepels» aangenomen. Deze motie verzoekt
de regering «de Groninger zoutkoepels Pieterburen, Onstwedde en Bourtange definitief te schrappen
van de lijst van mogelijke opslagplaatsen voor kernafval». Vanuit verschillende gemeentes, provincies en andere organisaties zijn zorgen geuit
over de mogelijke locatie van een eindberging voor radioactief afval. Voor de onderliggende
zorgen over de veiligheid van een eindberging is begrip.
Een beslissing over de locatie van de eindberging is rond 2050 voorzien. Het proces
van locatiekeuze staat pas aan het begin; er is nog geen enkel gebied in Nederland
aangewezen of uitgezonderd als mogelijke optie. Voor de keuze van mogelijke locaties
voor de eindberging zullen de komende jaren meerdere criteria worden opgesteld. Het
criterium veiligheid staat absoluut voorop, maar is zeker niet de enige maatstaf.
Ook criteria als draagvlak binnen de regio of het behoud van waardevol historisch
landschap en dorpen zijn daarbij belangrijk.
Het kabinet heeft in de Kamerbrief van september 20242 de aanbevelingen uit de studie van het Rathenau Instituut «Nu samen stappen makken»
expliciet omarmd. Bij de ontwikkeling van de eindberging en de locatiekeuze staat
participatie dan ook centraal. Inwoners van Nederland en maatschappelijk organisaties
op zowel landelijk als regionaal niveau zullen worden uitgenodigd mee te denken over
o.a. de criteria voor de locatiekeuze en de besluitvorming hierover.
De motie-Beckerman wijst terecht op het belang van een breed kader van criteria bij
de locatiekeuze. Het proces richting de eindberging zoals dat zal worden ingericht
zal hierin nadrukkelijk voorzien, mede op basis van brede participatie. Hiermee beschouw
ik deze motie als afgedaan.
Actieprogramma Eindberging radioactief Afval
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is bezig met het uitwerken van een
concreet Actieprogramma Eindberging radioactief Afval (AERA) en de uitvoering daarvan.
Dit Actieprogramma zal uiterlijk eind 2027 aan uw Kamer worden gestuurd en wordt opgesteld
aan de hand van meerdere sporen, die de verschillende onderdelen van AERA gaan vormen.
Op dit moment zijn dat de sporen (in alfabetische volgorde): Financieel, Governance
Eindberging, Juridisch, Multinationale strategie, Onderzoek, en Participatie. Conform
de eerdere toezegging3 ontvangt uw Kamer ieder halfjaar de stand van zaken op dit dossier. Hieronder volgt
een overzicht van de vorderingen op diverse sporen.
Governance Eindberging
Het afgelopen halfjaar heeft KPMG in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat onderzoek verricht naar de mogelijke organisatievormen (governance)
voor de realisatie van een eindberging voor radioactief afval. Onderdeel hiervan was
een internationaal vergelijkend onderzoek naar hoe die opgave in enkele ons omringende
landen wordt opgepakt. Het KPMG-rapport is gebaseerd op de ervaringen in het buitenland,
maar ook op nationale projecten zoals de bouw van de nieuwe isotopenreactor PALLAS
en de nieuwbouw van kerncentrales. Het eindrapport zal verschillende scenario’s bevatten
hoe de governance rondom de eindberging in Nederland kan worden ingericht. De keuze
voor de governance wordt onderdeel van het AERA. Het rapport zal naar verwachting
eind januari 2026 openbaar worden gemaakt via rijksoverheid.nl4.
Onderzoek Eindberging
Zoals eerder aan uw Kamer gemeld5 werkt het kabinet aan het verder ontwikkelen van het nucleaire kennis- en innovatie-ecosysteem.
In samenwerking met de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)
wordt hieraan nadere invulling gegeven via het Nationaal onderzoeksprogramma kernenergie,
dat onder leiding van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei is opgezet. Een deel
van het wetenschappelijk onderzoek dat nodig is voor het realiseren van de eindberging
wordt ondergebracht in dit NWO-programma: voor het thema «radioactief afval en eindberging»
heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat t/m 2030 acht miljoen euro uit
het Klimaatfonds gereserveerd. Het streven is om in 2026 met betrokken stakeholders
(waaronder kennis- en onderzoeksorganisaties) een breed nationaal onderzoeksconsortium
te vormen voor dit thema.
Behalve «radioactief afval en eindberging» zijn ook de onderwerpen «Nucleaire reactor-
en splijtstofcyclustechnologie» en «Stralingsbescherming» onderdeel van het Nationaal
onderzoeksprogramma kernenergie. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat investeert
in het laatstgenoemde thema achtenhalf miljoen euro. Ook deze middelen komen uit het
Klimaatfonds. Naar verwachting zal het programma eind 2026, uiterlijk begin 2027,
van start gaan.
Daarnaast heeft de Centrale Organisatie voor radioactief Afval (COVRA) in opdracht
van het ministerie twee onderzoeken gedaan naar geologische aardlagen voor de eindberging.
De onderzoeken zijn technisch van aard en sluiten aan bij het langjarig onderzoeksprogramma
van COVRA voor de eindberging. Het eerste onderzoek gaat over het beter begrijpen
van eigenschappen van Paleogene kleien op tijdsschalen van honderden en meer dan duizenden
jaren. Het tweede onderzoek brengt de geometrie en dikte van ondiepe Zechstein-zoutkoepels
beter in kaart en verbetert het zogeheten subrosiemodel6. De resultaten dienen als input voor de veiligheidsstudies (safety cases) van de
eindberging en worden in de loop van 2026 gepubliceerd. Op basis van deze onderzoeken
worden nu nog geen beleidsmatige conclusies getrokken; de rapporten dragen bij aan
de verdere kennisontwikkeling voor de eindberging van radioactief afval.
Multinationale strategie Eindberging
Nederland verkent naast een nationaal ook een multinationaal spoor voor de eindberging
van radioactief afval. Samen vormen deze sporen de duale strategie. Internationale samenwerking kan verschillende voordelen bieden, zoals kennisuitwisseling,
innovatie, en kostenbesparing. In dit kader heeft de Nuclear Research and Consultancy
Group (NRG) in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een scenariostudie
uitgevoerd7
8. Deze scenariostudie biedt inzicht in de mogelijke vormen van internationale samenwerking
bij het beheer en berging van radioactief afval en verbruikte splijtstof. NRG heeft
onder meer vastgesteld dat bilaterale samenwerking, met name met België, momenteel
de meest kansrijke optie is, naast deelname aan initiatieven van internationale organisaties
zoals het IAEA en de Europese Commissie.
Een aantal aanbevelingen uit de studie wordt inmiddels opgepakt. Nederland neemt sinds
dit jaar actief deel aan het Europese Pilot Project «Consultation on a Joint European
Approach towards radioactive Waste» en aan initiatieven van OECD NEA, waarmee de inbreng
in internationale gremia verder wordt versterkt. Daarnaast intensiveert Nederland
de bilaterale samenwerking met België en worden initiatieven onderzocht om deze samenwerking
verder te structureren. Binnen het AERA wordt het multinationale spoor verder vormgegeven,
waarbij de bevindingen uit de NRG-studie worden meegenomen.
Participatie Eindberging
Eén van de belangrijkste onderdelen van het traject naar de eindberging is participatie.
Om hier een zorgvuldige start mee te maken, heeft het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat aan het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) gevraagd om in 2026
te starten met een overleg over de inrichting van de participatie rondom eindberging
van radioactief afval. Aan het einde van het traject, naar verwachting eind 2026,
zullen de deelnemers, onder begeleiding van een onafhankelijke voorzitter, met een
voorstel voor een participatieplan komen. In het participatieplan komt te staan hoe
het participatieproces rondom dit onderwerp ingericht kan worden voor de komende twee
decennia. Het gaat daarbij dus niet over de inhoudelijke keuze voor een locatie of
beheermethode. Het voorstel voor het participatieplan zal verwerkt worden in het Actieprogramma
Eindberging radioactief Afval.
Voortgang afvoer historisch afval Petten
Uw Kamer is de afgelopen jaren op de hoogte gehouden van de voortgang van de afvoer
van het historische radioactieve afval van NRG in Petten (inmiddels NRG PALLAS) naar
afvalbeheersorganisatie COVRA in Zeeland. Daarbij werkt NRG PALLAS volgens het plan
van aanpak «radioactive Waste Management Programme» (RWMP), met voor het historisch
afval uit Petten financiering vanuit het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. De
Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) houdt toezicht op de
veiligheid van het sorteren, verpakken en afvoeren van dit radioactief afval en is
verantwoordelijk voor de beoordeling van het plan van aanpak RWMP.
Het programma heeft vertraging opgelopen ten opzichte van de laatste stand van zaken
die aan uw Kamer is medegedeeld9. De nieuwe planning geeft aan dat het RWMP uitloopt tot Q3 2028, met mogelijke uitloop
naar Q4 2033. De vertraging heeft meerdere redenen. De afvoer van de moeilijke stromen
(beryllium, splijtstof houdend afval, natrium houdend materiaal) betreft steeds unieke
trajecten, die een intensieve samenwerking tussen NRG PALLAS en COVRA vragen; dit
is van invloed op de snelheid van afhandeling. Verder wordt ook het Multifunctioneel
OpslagGebouw (MOG) bij COVRA vertraagd opgeleverd.
De ANVS heeft inmiddels het nieuwe plan van aanpak RWMP goedgekeurd, waarbij is opgenomen
dat indien het RWMP uitloopt tot voorbij 1 oktober 2028, NRG PALLAS uiterlijk 1 juni
2028 een nieuwe versie van het plan moet indienen.
Voor het gehele proces geldt dat zorgvuldigheid en goede aandacht voor de nucleaire
veiligheid en stralingsbescherming een randvoorwaarde is. De vertraging die opgelopen
is heeft daar geen invloed op. Een goede afstemming tussen COVRA en NRG PALLAS blijft
een essentieel onderdeel. De ANVS zal de voortgang kritisch blijven volgen.
IAEA-missie naar Caribisch Nederland
Momenteel ontbreekt een volledig en actueel beeld van het gebruik en beheer van radioactieve
(afval)stoffen en overige stralingstoepassingen op de eilanden van Caribisch Nederland.
Dit jaar zijn verschillende stappen gezet om de bewustwording rondom stralingsbescherming
in Caribisch Nederland te vergroten en de samenwerking verder te versterken.
Daarbij trekt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op met de eilanden en
het Ministerie van Buitenlandse Zaken. In dat kader heeft van 16 tot en met 29 augustus
2025 een technische expertmissie van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA)
plaatsgevonden naar Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba en Sint Maarten. Deze missie
was gericht op het ondersteunen van de eilanden bij het opstellen van een inventarisatie
van radioactieve bronnen.
Het IAEA zal naar verwachting dit jaar een rapport publiceren met de bevindingen en
aanbevelingen. Op basis daarvan zullen vervolgstappen worden gezet, waaronder gerichte
IAEA-trainingen en verdere capaciteitsopbouw op het gebied van stralingsbescherming
op de eilanden.
OSART-missie Kerncentrale Borssele
In de periode van 19 tot en met 23 mei 2025, voerde het Internationaal Atoomenergieagentschap
(IAEA), op aanvraag van de ANVS, een Operation Safety Review Team (OSART) vervolgmissie
uit bij de kerncentrale Borssele (KCB). Het bezoek van de IAEA-experts volgt op de
OSART hoofdmissie van 23 januari tot 9 februari 2023. Tijdens de hoofdmissie toetste
een IAEA-team de operationele veiligheid van KCB aan de meest recente veiligheidstandaarden
van het IAEA. Het IAEA deed toen in het kader van continue verbetering een aantal
bevindingen; tijdens de vervolgmissie heeft het IAEA de vooruitgang op die bevindingen
beoordeeld.
Het resultaat van die missie is beschreven in een rapport dat u in de bijlage bij
deze brief aantreft. Daarin wordt opnieuw geconcludeerd dat (zoals verwacht mag worden)
het management van de KCB toegewijd is aan continue verbetering van de operationele
veiligheid. Het merendeel van de bevindingen is volledig afgerond; van enkele punten
werd geconcludeerd dat deze naar tevredenheid zijn opgepakt en nog enige tijd nodig
hebben voor volledige afronding. Uitgaande van het rapport ziet de ANVS geen aanleiding
een nieuw toezichttraject voor een van de getoetste onderwerpen te starten. De ANVS
zal in het kader van het reguliere toezichtprogramma bij KCB toezien op de verdere
uitvoering van de openstaande bevindingen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat