Brief regering : Opvolging ACM-aanbevelingen en aangenomen moties over de spaarmarkt
32 013 Toekomst financiële sector
Nr. 314
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Op 1 oktober 2024 bood ik uw Kamer mijn reactie1 aan op het rapport «Concurrentie op de Nederlandse spaarmarkt» van de Autoriteit
Consument & Markt (ACM)2, dat op 16 juli 2024 was gepubliceerd. Ik kondigde toen een combinatie van vervolgstappen
aan om opvolging te geven aan deze aanbevelingen.
Ook nam de Kamer dit jaar een aantal moties aan die zijn gerelateerd aan de spaarmarkt.
De moties van Idsinga c.s. verzoeken het kabinet om onderzoek te doen naar directe
regulering van de spaarrentes3 en om wetgeving voor te bereiden voor het verbieden van de koppelverkoop van spaar-
en betaalrekeningen4. Een andere motie van Idsinga c.s. vraagt het kabinet om banken op korte termijn
te bewegen om (i) achterblijvende spaarrentes te verhogen, (ii) zowel consumenten
als genoemde instellingen een basisbetaalrekening te garanderen, (iii) en geen of
fors lagere kosten te berekenen voor bankrekeningen.5
De opvolging van de aanbevelingen en moties beschrijf ik gezamenlijk aan u in deze
brief. Daarmee geef ik u een compleet beeld van de acties die ik neem om de concurrentie
in de spaarmarkt te verbeteren. Daarnaast is ook de context waarin deze maatregelen
plaatsvinden relevant. Daarom ga ik eerst kort in op de meest relevante ontwikkelingen
in de spaarmarkt en rond het monetaire beleid.
Ontwikkelingen spaarmarkt, monetair beleid en spaarrentes
De Europese Centrale Bank (ECB) heeft sinds juni 2024 de beleidsrente verlaagd van
4% naar het huidige niveau van 2%. De daling van de spaarrentes bij Nederlandse (groot)banken
is in deze periode aanzienlijk beperkter geweest. Het verschil tussen de ECB-beleidsrente
en de door banken aangeboden spaarrentes is afgenomen van 2,4% tot 0,73%6, rond het Europese gemiddelde van 0,77%. In de huidige situatie heeft de beperkte
c.q. vertraagde doorwerking dus voordelen voor spaarders: de rente op spaargeld blijft
relatief stabiel, ondanks de daling van de beleidsrente. In de eerste helft van 2025
ontvingen Nederlandse spaarders een recordbedrag van 5,8 mld. euro aan spaarrente,
ten opzichte van 0,5 mld. in dezelfde periode in 20237. De beperkte en vertraagde doorwerking typeert de dynamiek van de spaarmarkt, waarbij
zowel commerciële prikkels van banken, de macro-economische context als consumentengedrag
een rol spelen.
Opvolging van de aanbevelingen en moties
De opvolging van de aanbevelingen beschrijf ik langs de hoofdthema’s (A) transparantie,
(B) overstapservice, (C) nummer- en dataportabiliteit, (D) een verbod op koppelverkoop,
(E) het depositogarantiestelsel. Daarnaast besteed ik apart aandacht aan de aangenomen
moties: (F) onderzoek naar directe regulering van spaarrentes en (G) het aansporen
tot hogere spaarrentes, lagere kosten voor bankrekeningen en het garanderen van basisbetaalrekeningen.
A: Verbeteren van de transparantie
De ACM heeft in haar rapport aanbevelingen gedaan ter verbetering van transparantie
van de spaarmarkt. In mijn reactie heb ik toegezegd om met de banken, de Nederlandse
Vereniging van Banken (NVB) en consumentenorganisaties te bespreken hoe banken consumenten
beter kunnen informeren over hun spaarproductaanbod en hoe banken hen kunnen motiveren
om bewuster met hun vermogensopbouw om te gaan. Daarnaast heb ik toegezegd om consumentenorganisaties,
banken en aanbieders van online vergelijkingswebsites te vragen welke knelpunten zij
zien rond onafhankelijke vergelijkingswebsites voor spaarproducten en welke mogelijkheden
er zijn om consumenten via deze websites beter te informeren over verschillende spaarproducten.
Daarbij schreef ik dat ik het belangrijk vind dat banken in eerste instantie zelf
aan de slag gaan. Wanneer zij dat onvoldoende doen, zal ik de invoering van wettelijke
verplichtingen verkennen.
De NVB en banken hebben, in overleg met consumentenorganisaties, vijf verbeterpunten
geformuleerd die moeten leiden tot meer transparantie en die aansluiten bij de behoeften
van consumenten: (1) banken gaan ervoor zorgen dat informatie over de eigen spaarrentes
makkelijk vindbaar is; (2) banken gaan verwijzen naar uitleg van de totstandkoming
van die spaarrentes; (3) banken gaan door middel van interactieve informatie of keuzehulp,
een vergelijkingstabel en rekenvoorbeelden consumenten hulp bieden bij de keuze voor
het juiste product; (4) banken gaan hun klanten periodiek informeren over spaarproducten
en alternatieve manieren van vermogensopbouw en; (5) banken gaan door met uiteenlopende
initiatieven voor het versterken van financieel bewustzijn rondom vermogensopbouw,
in het bijzonder voor kwetsbare groepen. Voor verdere toelichting op de initiatieven
verwijs ik naar de bijgevoegde brief van de NVB,8
De voorstellen vanuit de sector vind ik positief. De verbeterde informatie over aanbod
van spaarproducten en bewustzijn rondom vermogensopbouw maken de informatievoorziening
transparanter en gebruiksvriendelijker. Dit stelt consumenten beter in staat om zelf
bewuste keuzes te maken. Hiermee worden ook verbeteringen doorgevoerd die naar boven
zijn gekomen in de gesprekken die mijn ministerie met consumentenorganisaties9 heeft gevoerd.
Ook zijn gesprekken gevoerd met diverse vergelijkingswebsites. Uit deze gesprekken
blijkt dat er geen zinvolle opties zijn om het aanbod van de vergelijkingswebsites
verder te verbeteren. Aanbieders vinden dat de informatievoorziening vanuit banken
over actuele rentestanden en rentewijzigingen goed is en hebben niet het idee dat
consumenten momenteel informatie missen. Uit eigen onderzoeken van de aanbieders blijkt
dat consumenten het liefst ook geen eigen informatie geven, wat het lastig maakt om
de potentiële extra rente-inkomsten te tonen. Op basis van de hierboven genoemde gesprekken
concludeer ik dat het huidige aanbod voldoende is voor de informatiepositie van de
consument om spaarrentes goed te kunnen vergelijken.
B: Een effectief werkende overstapservice
De ACM beval in haar rapport aan dat banken die in Nederland actief zijn een effectieve
overstapservice voor spaarrekeningen realiseren. In mijn reactie op het ACM-rapport heb ik toegezegd om in het
Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) een overstapservice voor spaarrekeningen
te bespreken. Uit zowel het MOB als bilaterale gesprekken met consumenten- en sectorpartijen
blijkt dat de toegevoegde waarde van een overstapservice voor spaarrekeningen beperkt
is en er bij hen geen behoefte is aan een dergelijke overstapservice.
Daarnaast wordt in Nederland sinds 2004 een overstapservice aangeboden die consumenten
en zakelijke klanten helpt over te stappen naar een nieuwe betaalrekening. In mijn reactie op het ACM-rapport kondigde ik aan uw Kamer te informeren
over de recente evaluatie van de Betaalvereniging Nederland over deze overstapservice10. Daaruit blijkt dat overstappers deze waarderen met een 8,7. Dat is een mooi cijfer,
dat geen aanleiding geeft om de dienstverlening aan te passen. Wel blijf ik mij inzetten
voor heldere communicatie over de overstapservice, onder andere via aanpassingen op
het gebied van toegankelijkheid, in het kader van de European Accessibility Act. Deze
acties worden opgepakt door Betaalvereniging Nederland.
C: Wegnemen van overstapdrempels m.b.t nummer- en dataportabiliteit
De ACM pleitte in haar rapport voor verbeteren van dataportabiliteit voor betaal-
en spaarrekeningen. In Europa zet ik mij in voor de ontwikkeling en verplichting van
standaarden hiervoor. Dat doe ik in de onderhandelingen voor de verordening Financial
Data Access (FIDA) en de Verordening en herziene richtlijn betreffende betalingsdiensten
in de interne markt (PSD3/PSR).
De FIDA-verordening creëert een kader waarin consumenten hun financiële data gecontroleerd
kunnen (laten) delen met andere financiële partijen. Consumenten verkrijgen daardoor
meer zeggenschap en overzicht over hun data in een gestandaardiseerd format. Dat stelt
andere bedrijven in staat om deze data te gebruiken om alternatieve producten aan
te bieden. De Nederlandse inzet ziet op 1) voordelen voor de klant die de kosten voor
de sector rechtvaardigen, 2) het bevorderen van innovatie en 3) aandacht voor klanten-
en consumentenbescherming. De Raad van de Europese Unie heeft op 4 december een raadspositie
bereikt, waarbij afspraken over standaardisering van data, die het delen van data
moeten bevorderen, worden uitgewerkt in de zogeheten datadeelsystemen. Op dit moment vinden de triloogonderhandelingen plaats. Ik blijf mij hard maken
voor goede afspraken die het delen van data vergemakkelijken en ik zal de Kamer na
afloop van de onderhandelingen informeren over de uitkomsten.
PSD3/PSR maakt het mogelijk om rekeninginformatiediensten aan te bieden waarmee de
consument een online-overzicht krijgt van de gegevens van zijn of haar betaalrekeningen.
Op 26 november is een triloogakkoord bereikt. Tijdens de onderhandelingen heb ik gepleit
voor meer standaardisatie van het datadeelsysteem en voor het zoveel mogelijk stroomlijnen
met de bepalingen in FIDA. De definitieve teksten worden momenteel op technisch niveau
afgerond. Ik informeerde uw Kamer op 9 december over de uitkomst van de onderhandelingen
in de brief Voortgang Europese Wetgevingsdossiers.11
Verder beval de ACM aan om te onderzoeken wat de kosten en baten zijn van IBAN-nummerportabiliteit
voor betaal- en spaarrekeningen. De afgelopen jaren zijn verschillende onderzoeken
gedaan naar nummerportabiliteit voor betaalrekeningen, waaruit blijkt dat het technisch
en juridisch ingewikkeld is om dit in te voeren en de kosten niet opwegen tegen de
baten.12 De invoering van nummerportabiliteit voor spaarrekeningen brengt naar verwachting
dezelfde complexiteit met zich mee. De beantwoording van de schriftelijke vragen van
het lid Sneller (D66) bieden een overzicht van alle stappen die de afgelopen jaren
zijn ondernomen.13 Uit rapporten die in 2016 aan de Tweede Kamer werden gestuurd, bleek dat IBAN-portabiliteit
zeer complex is en ingrijpende technische en operationele aanpassingen vergt van zowel
banken als bedrijven en instellingen die betalingstransacties verrichten, zowel in
Nederland als daarbuiten. In 2020 heeft DNB onderzoek gedaan naar de mogelijkheden
van aliasgebruik en concludeerde dat bij invoering alleen in Nederland de kosten (meer
dan een miljard euro) niet opwegen tegen de baten (minder dan 500 miljoen euro). Bij
aliasgebruik wordt een alias (bijvoorbeeld een telefoonnummer) gekoppeld aan een IBAN.
Op 12 mei 2023 concludeerde de Europese Commissie in haar evaluatieverslag van de
richtlijn betaalrekeningen dat de kosten de te verwachten baten ruimschoots overtreffen.
Om die reden werd er gekozen om in te zetten op andere vormen van nummerportabiliteit
zoals aliasportabiliteit, en op Europees niveau te pleiten voor een kosten-batenanalyse
van nummerportabiliteit op Europees niveau. De Europese Commissie publiceerde op 11 september
2025 haar evaluatierapport van de Betaalrekeningenrichtlijn waarin zij opmerkte dat
het gebrek aan IBAN-nummerportabiliteit een belangrijke belemmering vormt voor het
overstappen van betaalrekeningen.14
De afgelopen jaren heeft Nederland herhaaldelijk op Europees niveau gepleit voor maatregelen
die het overstappen vergemakkelijken, zoals de invoering van nummerportabiliteit voor
betaalrekeningen. Ik zal dit blijven doen en ook aandacht vragen voor IBAN-nummerportabiliteit
voor spaarrekeningen.
D: Een verbod op koppelverkoop
Op 30 januari 2025 is de motie Idsinga (NSC) aangenomen die oproept wetgeving voor
te bereiden om de koppelverkoop van betaal- en spaarrekeningen te verbieden. Koppelverkoop
houdt in dat een klant alleen een spaarrekening bij een bank kan openen als hij of
zij ook een betaalrekening bij deze bank opent. In mijn brief van 1 oktober 202415, heb ik toegezegd onderzoek te laten doen naar een dergelijk verbod. Dit onderzoek
is belangrijk om te kunnen beoordelen of deze maatregel wenselijk en doeltreffend
is.
Hoewel er al veel kleine en buitenlandse banken zijn die spaarrekeningen zonder koppelverkoop
aanbieden, is een verbod op koppelverkoop met name gericht op het wegnemen van overstapdrempels
voor de groep consumenten die op dit moment uitsluitend bij grootbanken wil bankieren,
omdat met name deze banken op dit moment doen aan koppelverkoop. Dit beoogt de concurrentie
tussen grootbanken te vergroten. Consultancybureau PwC heeft de verwachte effecten
van deze maatregel op mijn verzoek onderzocht.
Ik stuurde het PwC-onderzoek op 20 augustus jl. aan uw Kamer, samen met mijn antwoorden
op een aantal schriftelijke vragen van het lid Idsinga (NSC).16 Uit het PwC-onderzoek blijkt geen eenduidig bewijs voor een substantiële stimulering
van het overstapgedrag door middel van het verplicht aanbieden van een zelfstandige
spaarrekening. Hoewel het consumentenonderzoek laat zien dat 54% van de spaarders
zonder koppelverkoop eerder bereid zal zijn om een spaarrekeningen te openen, is van
deze groep 76% alleen bereid over te stappen als de rekening gratis is. 48% hiervan
is hier alleen toe bereid als het renteverschil gunstig genoeg is. Bij een renteverschil
van 0,5% is zelfs maar 3% van de spaarders bij grootbanken bereid over te stappen.
Dit terwijl het niet aannemelijk is dat de losse spaarrekening gratis zal zijn, waardoor
de verwachte toename in overstapgedrag beperkt is.
Het is ook niet aannemelijk dat deze verwachte kleine toename in overstapgedrag leidt
tot voldoende concurrentiedruk voor banken om rentes te verhogen. Het onderzoek wijst
erop dat grootbanken momenteel ruime liquiditeitsposities hebben, waardoor er weinig
prikkel is om nieuw spaargeld aan te trekken. Daarnaast kent het bedrijfsmodel van
grootbanken beperkte ruimte om met hogere rentes klanten te werven, omdat dit direct
doorwerkt op een brede bestaande spaardersbasis.
Omdat bestaande bancaire processen veelal zijn ingericht rond de betaalrekening als
primaire klantrelatie, vergt invoering van de maatregel bovendien aanzienlijke aanpassingen
in onboarding van nieuwe klanten, transactiemonitoring, KYC-processen («ken uw klant») en IT-systemen.
Deze wijzigingen brengen zowel eenmalige investeringskosten als doorlopende uitvoeringskosten
met zich mee, die naar verwachting (deels) worden doorberekend aan consumenten, bijvoorbeeld
door hogere kosten voor spaarrekeningen of een lagere spaarrente.
Een brede klankbordgroep waar De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten,
de Consumentenbond, de NVB en individuele banken aan deelnamen, kan zich vinden in
de conclusies van het PWC-onderzoek.
Naast dit onderzoek heb ik ook de inzichten betrokken uit het ACM-rapport (waarin
de aanbeveling voor een verbod stond) en uit de gesprekken die met de ACM zijn gevoerd.
Deze verschillende perspectieven laten zien dat koppelverkoop voor sommige consumenten
een overstapdrempel vormt, maar niet eenduidig bewijst dat een verbod op koppelverkoop
leidt tot substantiële verbeteringen in overstapgedrag of concurrentiedruk tussen
banken. Verder is relevant dat invoering van een wettelijk verbod op koppelverkoop
wel aanzienlijke regeldruk en uitvoeringskosten met zich meebrengt die (deels) bij
consumenten kunnen neerslaan. Daarmee concludeer ik dat deze maatregel op dit moment
niet voldoet aan de vereiste wetgevingscriteria van doelmatigheid en doeltreffendheid.
Op dit moment zie ik daarom onvoldoende grond om een dergelijke ingrijpende maatregel
te nemen.
E: Depositogarantiestelsel
In mijn vorige brief kondigde ik aan dat ik samen met De Nederlandsche Bank (DNB)
zou beoordelen of de publieksbekendheid van het depositogarantiestelsel (DGS) voldoende
is toegenomen als gevolg van de publiekscampagne van DNB. Deze evaluatie past binnen
het bredere doel om de concurrentie op de spaarmarkt te bevorderen doordat het consumenten
helpt te begrijpen dat de hoogte van de garantie geen onderscheidende factor hoeft
te zijn bij het kiezen van een bank voor een spaarrekening.
Onderzoeksbureau Verian heeft in opdracht van DNB onderzoek uitgevoerd naar de bekendheid
van het DGS. Ik ben positief over de resultaten. Het aandeel mensen dat van het DGS
heeft gehoord is toegenomen van 54% in 2017 tot 68% in 2024, net onder het streven
van 70%. Ook het percentage Nederlanders dat weet dat spaargeld tot een bedrag wordt
terugbetaald bij een faillissement, is gestegen van 70% naar 74%. De publiekscampagne
van DNB wordt bovendien positief ontvangen met een rapportcijfer van 7,5.
De inzet op communicatie blijft onverminderd van belang. De publiekscampagne van DNB
loopt door en daarnaast worden aanvullende activiteiten ondernomen, waaronder een
vaste plek voor het DGS bij de publieksrondleidingen in De Nieuwe Schatkamer van DNB.
Ook besteedt de campagne over sparen van Wijzer in Geldzaken dit najaar aandacht aan
het DGS. Met deze voortgezette inzet bouwen we verder op de positieve trend en behaalde
resultaten.
F: Aangenomen motie – onderzoek directe regulering spaarrentes
In het kader van de motie van lid Idsinga c.s.17 heb ik een verkenning laten uitvoeren naar directe regulering van spaarrentes. Deze
verkenning is als bijlage 2 bij deze brief gevoegd. Daarbij is gebruik gemaakt van
analyses van De Nederlandsche Bank (DNB), de Europese Centrale Bank (ECB) en de Nationale
Bank van België (NBB). Uit deze verkenning blijkt dat directe renteregulering onder
voorwaarden kan bijdragen aan een hoger spaarrendement voor consumenten. Tegelijkertijd
zijn aan dergelijke ingrepen aanzienlijke risico’s verbonden. Zo kunnen plotselinge
verhogingen van de spaarrentes leiden tot rentemismatches en verliezen, die de weerbaarheid
van banken onder druk zet. Daarnaast kan regulering van spaarrentes leiden tot marktuittreding
of strategiewijziging van marktpartijen, wat ten koste gaat van de diversiteit in
het bankenlandschap. Ook kan dit leiden tot verschuivingen in financieringsstructuur,
met verstoringen van de geldmarkten en de effectiviteit van het monetaire beleid tot
gevolg. Ingrijpen in de commerciële handelingsvrijheid van banken is bovendien een
vergaande maatregel, die kan leiden tot neveneffecten zoals het doorberekenen van
kosten aan de consument, wat het beoogde effect voor spaarders juist ondermijnt. Gezien
de risico’s en onzekerheden die samenhangen met deze maatregelen, vind ik het momenteel
niet wenselijk om over te gaan tot wet- of regelgeving gericht op directe regulering
van spaarrentes.
G: Aangenomen motie – banken bewegen om spaarrentes te verhogen, basisbetaalrekeningen
te garanderen en lagere kosten voor bankrekeningen te rekenen
In januari van dit jaar is een motie van lid Idsinga c.s. aangenomen die de regering
verzoekt om banken aan te sporen (i) om achterblijvende spaarrentes te verhogen, (ii) zowel
consumenten als genoemde instellingen een basisbetaalrekening te garanderen, (iii) en
geen of fors lagere kosten te berekenen voor bankrekeningen.18
Het is aan banken zelf om binnen de wettelijke kaders hun bedrijfsmodel en tarieven
te bepalen. Overheidsingrijpen in prijsstelling vind ik onwenselijk vanuit het oogpunt
van concurrentievermogen en innovatie. Wel zet ik in op randvoorwaarden zoals transparantie
en concurrentie, zoals ook in deze brief wordt toegelicht. Daarnaast hebben mijn ministerie
en ik in diverse gesprekken met banken herhaald dat passende spaarrentes belangrijk
zijn, mede gelet op de zorgen in uw Kamer. Ook binnen het MOB is gesproken over de
kosten van betaalrekeningen.
Voor consumenten bestaat er in Europese regelgeving al het recht op een basisbetaalrekening.
In mijn Visie op de financiële sector19 heb ik aangegeven hoe ik mij wil inzetten om dit ook voor zakelijke klanten te verbeteren:
(1) In Europees verband pleit ik voor een recht tot een zakelijke betaalrekening (o.a.
via het recent gepubliceerde non-paper)20;
(2) Nationaal heb ik banken en ondernemersorganisaties gevraagd dit jaar nog met voorstellen
voor zelfregulering te komen. Hier is hard aan gewerkt. Voor het einde van het jaar
informeer ik uw Kamer over de uitkomsten in de voortgangsbrief over de nieuwe anti-witwasaanpak.
Conclusie
Het afgelopen jaar heb ik mij – mede door enkele initiatieven van uw Kamer – gecommitteerd
aan het versterken van de spaarmarkt. Dit heb ik via gerichte inspanningen gedaan,
zoals het stimuleren van sectorinitiatieven en verdiepend beleidsonderzoek met betrokken
partijen en experts. Met verschillende maatregelen wordt actief ingezet op het verlagen
van overstapdrempels, wordt transparantie bevorderd en worden consumenten beter in
staat gesteld om bewuste keuzes te maken in de spaarmarkt. Tegelijkertijd ben ik terughoudend
met het invoeren van extra regelgeving als deze niet aantoonbaar effectief is en niet
in verhouding staat tot de lasten voor consumenten en marktpartijen.
Deze brief markeert nadrukkelijk geen eindpunt. Ik blijf mij Europees en nationaal
voor dit thema inzetten, bijvoorbeeld in gesprek met banken over hun maatschappelijke
verantwoordelijkheid. Daarnaast blijven bredere punten uit mijn Visie op de financiële
markten, zoals het versterken van het vestigingsklimaat en de mogelijkheden voor vermogensopbouw,
belangrijke prioriteiten die bijdragen aan een goed functionerende markt voor burger,
bedrijf en bank.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën