Brief regering : Voortgang veilig en gastvrij betaald voetbal 2025
25 232 Voetbalvandalisme
36 650
Initiatiefnota van het lid Michon-Derkzen over de aanpak van voetbalgeweld
Nr. 92
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken van de geïntensiveerde aanpak
van voetbalgerelateerde incidenten, mede naar aanleiding van de publicatie van de
rapportages van het Openbaar Ministerie, de politie (bijlage 1) en de Koninklijke
Nederlandse Voetbalbond (KNVB) (bijlage 2) over het afgelopen voetbalseizoen. Daarnaast
geef ik in deze brief mijn reactie op de toezeggingen en aangenomen moties uit het
notaoverleg van 8 september 2025 alsmede de stand van zaken rondom het versterkingsplan
veilig en gastvrij betaald voetbal.1
Op 15 oktober 2025 hebben de politie, het OM en de KNVB hun cijfers over het voetbalseizoen
2024/2025 bekendgemaakt. De cijfers laten voor het derde seizoen op rij een dalende
trend zien van het aantal incidenten in en rond stadions van betaald voetbalorganisaties
(BVO’s) en een lichte afname van de politie-inzet. Tevens is de pakkans groter geworden
en worden daders steeds vaker strafrechtelijk vervolgd. Nu er voor het derde seizoen
op rij minder incidenten zijn, kan gesteld worden dat we op de goede weg zijn met
de huidige geïntensiveerde aanpak. Het is dan ook van groot belang om de huidige aanpak
voort te zetten. Echter zegt het aantal incidenten niets over de impact ervan en daarom
blijft het essentieel om kritisch te kijken naar de aanpak en alert te blijven, zoals
het vuurwerkincident bij de wedstrijd Ajax-Groningen aantoont. Elk incident is er
één te veel en recente ernstige incidenten tonen aan dat er nog altijd een stevige
aanpak vereist is. Samen met de partners in de aanpak blijf ik er alles aan doen om
deze incidenten te voorkomen.
1. Het voetbalseizoen 2024/2025 in cijfers
Cijfers van de politie
De politie registreerde het afgelopen voetbalseizoen over 827 wedstrijden 363 incidenten,
tegenover 616 (over 821 wedstrijden) in het jaar daarvoor.2 De grootste daling hiervan is terug te zien in duels in de Eredivisie. Hierbij zijn
verhoudingsgewijs incidenten rondom vuurwerk en geweld (tegen bevoegd gezag) nog altijd
het meest voorkomend, maar ook deze incidenten zijn verder afgenomen.
De inzet van politiecapaciteit bij nationale voetbalwedstrijden is het afgelopen jaar
iets gedaald. Dit was niet het geval bij Europese wedstrijden. Dit wordt echter verklaard
doordat meer Nederlandse clubs deelnemen aan Europese competities.
De cijfers van de politie komen uit de Ketenvoorziening Voetbal (KVV), het registratiesysteem
waarin de politie, de gemeenten en de BVO’s incidenten rondom voetbalwedstrijden registreren.
Belangrijk is om te vermelden dat de interpretatie van deze cijfers zorgvuldigheid
vereist en mogelijk niet het gehele beeld weergeeft van de veiligheidsproblematiek
rondom het betaald voetbal.
Hoewel de cijfers dus een overwegend dalende trend laten zien en de politie deze ontwikkeling
positief duidt, is de impact van voetbalgeweld op de politiecapaciteit, het welzijn
van personeel en de maatschappij nog steeds te groot. De maatregelen zullen dus onverminderd
doorgezet worden.
Cijfers van het Openbaar Ministerie
Het OM heeft in het afgelopen voetbalseizoen 218 verdachten geregistreerd die voetbalgerelateerde
feiten hebben gepleegd. Een seizoen eerder waren dat er op hetzelfde meetmoment 323.3
Van de zaken die voor de rechter zijn gebracht, zijn dit jaar tot op het peilmoment
132 eindvonnissen gewezen door een rechter en werd in de afgelopen meetperiode door
de rechter in circa 67% van de gevallen een gevangenisstraf opgelegd. Dit is een stijging
ten opzichte van vorige jaren.
Er werd 68 keer een locatiegebod of -verbod4 opgelegd, tegen 38 vorig jaar op ditzelfde meetmoment ten aanzien van het seizoen
ervoor. Deze stijging is in lijn met de afspraken tussen de verschillende partners
die deelnemen in het Programma Veilig & Gastvrij betaald voetbal.
Aangezien er voor het derde jaar op rij minder zaken bij het OM binnenkwamen, lijkt
het erop dat de dalende trend is doorgezet en de maatregelen en het stevig gezamenlijk
optreden effect hebben. Het OM wijst er echter ook op dat cijfers niets zeggen over
de impact van de zaken.
Veiligheidsmonitor KNVB
Ook de veiligheidsmonitor van de KNVB laat een positief beeld zien. Zo is het afgelopen
voetbalseizoen het totaal aantal stadionverboden wederom afgenomen:
In 816 wedstrijden5 werden 824 landelijke stadionverboden opgelegd, tegen 1.100 in het seizoen daarvoor.6 230 personen gingen het afgelopen jaar in beroep tegen een opgelegd stadionverbod,
waarvan 74,8% gehandhaafd werd. Dat is iets meer dan in voorgaande seizoenen het geval
was.
De meeste incidenten blijven, net als in voorgaande seizoenen, bestaan uit vuurwerkgebruik,
het gooien van voorwerpen en openlijke geweldpleging. Het aantal opgelegde stadionverboden
voor het gooien van voorwerpen daalde, wat een positieve ontwikkeling is, maar blijvende
inzet is nodig om dit gedrag verder terug te blijven dringen. Ook het aantal stadionverboden
voor het bezit, voorhanden hebben en/of dragen van gezichtsbedekkende materialen is
gedaald, maar blijft wel een belangrijk aandachtspunt. Deze gedraging blijft veel
voorkomen en is in de praktijk moeilijk direct te bestrijden. Personen kiezen willens
en wetens voor onherkenbaarheid in het stadion, om vervolgens bijvoorbeeld (massaal)
vuurwerk af te steken. Direct optreden is vaak lastig vanwege de massaliteit en kan
verdere escalaties in de hand werken. Deze illegale acties schaden de clubs en het
voetbal en vormen een groot veiligheidsrisico tijdens wedstrijden. Hierdoor heeft
het bedekken van het gezicht steeds minder effect. Positief is dat clubs steeds beter
in staat zijn om vanaf het moment van het incident terug te kunnen kijken tot het
moment van binnenkomst in een stadion. Daarnaast kunnen personen die deze acties faciliteren
(zoals het afschermen van personen met spandoeken en/of vlaggen) ook opgespoord en
bestraft worden met een stadionverbod van 18 maanden en een geldboete. Navraag van
mijn ministerie heeft geleerd dat dit afgelopen seizoen 64 keer is gebeurd.
Ook dit seizoen konden clubs gebruik maken van de door de KNVB ingestelde Taskforce
ondersteuningsteam bij voetbalincidenten. De Taskforce kan clubs ondersteunen bij
het bekijken van camerabeelden om daders op te sporen en bij het opmaken van dossiers
na ongeregeldheden. Afgelopen seizoen is de Taskforce 18 keer ingezet en heeft het
121 dossiers opgeleverd van personen die zich schuldig maken aan voetbalgerelateerd
wangedrag. Dit heeft geresulteerd in 62 landelijke stadionverboden. Daarnaast biedt
de Taskforce ook juridische ondersteuning om de schade en/of boetes te verhalen op
de dader(s) die hiervoor verantwoordelijk waren. Afgelopen seizoen hebben drie clubs
gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. In deze verschillende zaken is er veel gecorrespondeerd
met onder andere de betrokkenen zelf en/of met hun advocaten, dan wel gemachtigden.
Zestien supporters werden succesvol aansprakelijk gesteld.
Uit het onderzoek blijkt verder dat supporters zich overwegend veilig voelen in de
stadions. Bezoekers beoordeelden hun gevoel van veiligheid tijdens wedstrijden in
de Eredivisie met een 8,0 en in de Keuken Kampioen Divisie met een 7,9. Bovendien
geeft ruim 84% van de supporters aan zich (bijna) nooit zorgen te maken over hun veiligheid.
De rol van de stewards wordt positief beoordeeld. Wie zich wél onveilig voelt, noemt
vooral vuurwerk, het gooien van voorwerpen en kwetsende spreekkoren als oorzaak.
2. Ontwikkelingen versterkingsplan veilig en gastvrij voetbal
Graag deel ik met uw Kamer enkele belangrijke ontwikkelingen in de aanpak van voetbalgerelateerde
incidenten. Dat doe ik aan de hand van het versterkingsplan veilig en gastvrij voetbal,
dat zich richt op de volgende vier hoofdthema’s:
I. Ruimte voor en samenwerking met supporters;
II. Gezamenlijke aanpak van personen en groepen die zich in en rondom het voetbal misdragen;
III. Inclusiviteit in voetbal bevorderen en discriminatie en racisme tegengaan;
IV. Stevige governance en organisatie rondom voetbal en voetbalwedstrijden.
Bij de beschrijving van de ontwikkelingen binnen het versterkingsplan veilig en gastvrij
voetbal ga ik in op zowel de toezeggingen die ik in het notaoverleg van 8 september
jl. heb gedaan als op de aangenomen moties uit het overleg.
I. Ruimte voor en samenwerking met supporters
Scoren met gastvrijheid
In het plan Scoren met Gastvrijheid werken clubs, gemeenten, politie en supporters
samen aan gastvrije en veilige wedstrijden. Een belangrijk onderdeel is het project
met de naam de perfecte wedstrijd: minimaal één wedstrijd organiseren met zo weinig mogelijk restricties en waarbij
supporters positief verrast worden op beleving en saamhorigheid. 24 clubs organiseerden
één of meerdere perfecte wedstrijden. De acties liepen uiteen van welkomstdoeken en
gratis koffie met een snack tot ontmoetingen tussen supporters en een DJ-booth in
het uitvak. In veel gevallen zorgde dit ook voor een soepelere vervoersregeling voor
uitsupporters.
De volgende lessen zijn voor toekomstig beleid getrokken:
• In de meeste gevallen werden supporters onvoldoende betrokken, waar dit wel gebeurde
versterkte dit het effect. Structurele betrokkenheid van supporters is cruciaal om
draagvlak en effect te vergroten.
• Gastvrijheid moet zichtbaar en concreet worden gemaakt. Het moet voelbaar zijn zodra
je het stadion binnenloopt.
• We moeten niet alleen voor de veilige wedstrijden kiezen; juist uitdagendere duels
kunnen laten zien dat gastvrijheid en veiligheid samen kunnen gaan.
• Blijven investeren in samenwerking binnen de keten (club, gemeente, politie).
Pilots gastvrijheid
Voor de pilots gastvrijheid kregen zevens clubs een bijdrage van de KNVB om structurele
verbeteringen in de uitvakken te realiseren. Deze aanpassingen varieerden van extra
aankleding en verlichting in het vak tot het plaatsen van DJ-booths.
De KNVB en Supporterscollectief Nederland willen de komende seizoenen voortbouwen
op dit werk. Samen met clubs, politie, OM, gemeenten en supporters willen ze toewerken
naar de situatie waarbij uitsupporters vrijer kunnen reizen en gastvrijer ontvangen
worden. Verwacht wordt dat een goede behandeling van de grote groep reguliere voetbalsupporters
leidt tot positief en verantwoord supportersgedrag. Dit draagt bij aan een beter,
plezieriger en veiliger stadionbezoek voor alle supporters. Daarnaast kan dit normalisatieproces
ertoe bijdragen dat de inzet van politie en andere handhavingscapaciteit rondom voetbalwedstrijden
vermindert. Het streven is een situatie te bewerkstelligen waarin het bezoeken van
betaald voetbalwedstrijden op een veilige, respectvolle en gastvrije wijze mogelijk
is en die minder politiecapaciteit vereist.
Project anoniem melden ernstige misstanden
Dit seizoen is de campagne «De Twaalfde man» gestart. Deze campagne is gericht op
criminaliteit rondom voetbal, zoals ernstige geweldsdelicten, bedreiging en de illegale
handel van drugs en vuurwerk. Met de kernboodschap «Onze Club. Onze Veiligheid. Meld voetbalcriminaliteit.» wordt de sociale norm rondom veiligheid binnen in en rond het voetbal(stadion) benadrukt. Door signalen van verdachte situaties over voetbalcriminaliteit
te melden bij de club, de politie of Meld Misdaad Anoniem, leveren bezoekers en medewerkers
actief een bijdrage aan de veiligheid van hun club en de bredere gemeenschap. De campagne
onderstreept dat iedereen in en rond het stadion een bijdrage kan leveren aan een
veilige sfeer, en zo helpt om een positieve voetbalomgeving te bewaren. Over de resultaten
hiervan zal ik uw Kamer uiterlijk bij de volgende voortgangsbrief informeren.
Anoniem melden naar Engels voorbeeld
Het lid Michon-Derkzen verzocht mij om in gesprek te gaan met de KNVB over het, naar
Engels voorbeeld, op stoeltjes laten plaatsen van stickers met een telefoonnummer
waar bij misstanden gemeld kunnen worden. Inmiddels is hier met de KNVB over gesproken.
De KNVB zal dit punt bespreken met de betaaldvoetbalorganisaties. Bij de volgende
voortgangsbrief zal ik u hierover nader informeren.
II. Gezamenlijke aanpak van personen en groepen die zich in en rondom het voetbal
misdragen
Verplichte rol BVO’s
De leden Van der Werf en Michon-Derkzen verzochten de regering om in samenwerking
met de KNVB, clubs, politie en OM een voorstel uit te werken, hoe BVO’s verplicht
kunnen worden een grotere rol op zich te nemen bij de veiligheid in het stadion.7 Aan deze verplichting wordt al voldaan. Om betaald voetbal in Nederland te mogen
spelen, heeft elke club een licentie nodig. Deze licentie wordt pas verleend als de
BVO aan de onderliggende licentie-eisen voldoet. De BVO’s zijn volgens deze licentie-eisen
ook verplicht om op veiligheidsgebied zaken voor elkaar te hebben. Zo moet er een
veiligheidscoördinator zijn die verantwoordelijk is voor het adequaat inrichten en
aansturen van de veiligheidsorganisatie van de BVO. Ook worden clubs verplicht om
bepaalde maatregelen te nemen, bijvoorbeeld het hebben van een goed werkend camerasysteem
waar minimumeisen aan zijn verbonden. De eisen worden continu gecontroleerd. Indien
clubs niet voldoen aan de vereisten, treedt de KNVB daar tegen op. Zo kan de licentie
worden ontnomen indien de club bij herhaling niet voldoet aan de licentie-eisen. Deze
veiligheidseisen kunnen worden aangepast op basis van bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen
of innovaties.
Desalniettemin gaat de regiegroep veilig en gastvrij betaald voetbal de komende tijd
aandacht besteden aan de inrichting van de veiligheidsorganisatie van BVO’s. Een goed
verankerde en professionele organisatie is een belangrijk fundament en voorwaarde
om de veiligheid te borgen. Het Auditteam Voetbal en Veiligheid rond in het eerste
kwartaal van 2026 de verdiepende gesprekken af met de BVO’s en alle lokale ketenpartners.
Ik verwacht dat dit ons verder inzicht en verbetermogelijkheden gaat geven ten aanzien
van de lokale vergunningverlening voor voetbalwedstrijden. Over de uitkomsten zal
ik u nader informeren
Digitaal toegangsbewijs
Uw Kamer deed het verzoek om onder andere informatie te delen over het aantal clubs
dat een systeem van een persoonlijk digitaal toegangsbewijs (PDT) hanteert.8 De ontwikkeling en introductie van PDT komt voort als een van de maatregelen uit
de aanpak «Ons Voetbal Is Van Iedereen» (OVIVI) om racisme en discriminatie in het
voetbal te bestrijden. Sportinnovator en de KNVB ondersteunen BVO’s bij de introductie
of doorontwikkeling van PDT bij zowel thuiswedstrijden als uitwedstrijden. Het aantal
BVO’s dat is ondersteund is in de afgelopen seizoenen van vier naar achttien gegroeid.
De doelstelling voor seizoen 2026/2027 is dat minimaal 25 BVO’s gebruik maken van
PDT.
Zelfstandig strafbaar stellen overtreden stadionverbod
Op 23 september jl. nam uw Kamer een motie aan van de leden Michon-Derkzen en Verkuijlenwaarin
is verzocht om te onderzoeken of het niet naleven van een stadionverbod zelfstandig
strafbaar kan worden gesteld. Inmiddels is er gesproken met vertegenwoordigers van
het OM en de politie.9 Aangezien het overtreden van een stadionverbod reeds strafbaar is gesteld als lokaalvredebreuk10 en op basis van dit artikel al succesvol wordt vervolgd, wordt vanuit de praktijk
aangegeven dat een separate strafbaarstelling voor het overtreden van een stadionverbod
niet nodig is. Mocht de rechtspraak er in de toekomst anders over gaan denken en er
problemen ontstaan met het vervolgen op basis van lokaalvredebreuk, ben ik bereid
dat mee te nemen in een verdere afweging.
Sociale rechercheteams binnen voetbal
De motie van het lid Mutluer11 verzoekt de regering om in samenspraak met de KNVB, de VNG en de politie in gesprek
te gaan over gerichte interventies om voetbal gerelateerd wangedrag te verminderen
middels sociale rechercheteams.12 Ik heb uw Kamer in het eerste halfjaarbericht politie 2025 geïnformeerd over de wijze
waarop ik uitvoering heb gegeven aan deze motie.13 Tijdens het notaoverleg van 8 september jl. heeft het lid Mutluer mij verzocht om
hierop een nadere toelichting te geven.
Het belang van de aanpak van wangedrag dat uw Kamer verwoordt, onderschrijf ik. Er
ligt een gezamenlijke opdracht voor de politie, het OM, BVO’s en gemeenten om te zorgen
voor veiligheid in een rondom het voetbal. Dit heeft mijn ambtsvoorganger aan de orde
gesteld in het gesprek met de regiegroep Voetbal en Veiligheid.14 Hierbij is expliciet het voorstel van de indiener besproken over rechercheteams die
zich richten op voetbalgerelateerd wangedrag. Dit heeft geleid tot een waardevol gesprek
met de betrokken partijen. Het OM heeft mij laten weten dat het werk van het gespecialiseerde
rechercheteam in de Eenheid Rotterdam een positief effect heeft in het bestrijden
van voetbal gerelateerd wangedrag. De werkwijze van de Eenheid Rotterdam is een goed
voorbeeld hoe lokale professionele afwegingen leiden tot maatwerk. De aanpak van voetbalgerelateerd
wangedrag wordt door de lokale driehoek ingericht op een wijze die zij het meest effectief
achten. Het is aan de lokale (voetbal)driehoek om te besluiten welke politie-inzet
het meest passend is voor de veiligheidsuitdagingen die er in de desbetreffende regio
rondom voetbal spelen. Zoals ik ook heb gemeld in het eerste halfjaarbericht politie
2025 kan daarbij worden gekozen voor het volgen van het voorbeeld uit Rotterdam.
Plan van aanpak vuurwerk in stadions
De cijfers uit de monitor van de KNVB tonen onmiskenbaar aan dat het gebruik van vuurwerk
in en rondom stadions een hardnekkig probleem blijft. Het aanpakken van de problematiek
vormt al geruime tijd een belangrijk aandachtspunt binnen de aanpak van voetbalveiligheid.
Recente incidenten laten echter zien dat aanvullende acties noodzakelijk zijn. Voor
het voetbalseizoen 2025–2026 is vuurwerk dan ook een speerpunt en kom ik, zoals recent
aan de Kamer toegezegd, voor de start van het nieuwe seizoen van het nieuwe seizoen
met een nieuwe plan van aanpak op dit thema. Dit plan zal in nauwe samenwerking met
de partners in de Regiegroep Voetbal en Veiligheid worden opgesteld. Daarbij zal ik
rekening houden met de recente ontwikkelingen.
Het Auditteam Voetbal en Veiligheid15 voert op mijn verzoek momenteel een onderzoek uit naar de impact van het illegaal
gebruik van vuurwerk bij voetbal. Dit onderzoek richt zich op de aard, omvang en context
van de problematiek en moet bijdragen aan een beter begrip van de onderliggende oorzaken
en risico’s. Naast de veiligheidsrisico’s, zoals brandgevaar en lichamelijk letsel
(waaronder brandwonden, gehoorschade en andere verwondingen), groeit ook de aandacht
voor de mogelijke gezondheidsrisico’s als gevolg van blootstelling aan gassen en stoffen
die vrijkomen bij het afsteken van vuurwerk. Daarom heeft mijn ministerie het Rijksinstituut
voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) verzocht een aanvullend onderzoek uit te voeren
naar de samenstelling van deze stoffen en de mogelijke effecten op de gezondheid van
stadionbezoekers en medewerkers. De resultaten zullen in samenhang worden bezien met
het onderzoek van het Auditteam, zodat beide trajecten elkaar kunnen versterken en
kunnen worden meegenomen bij het nieuwe plan van aanpak. De uitkomsten van deze onderzoeken
worden naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 opgeleverd.
Naast de lopende onderzoeken zijn voorafgaand aan het huidige voetbalseizoen door
de KNVB nieuwe, landelijk geldende richtlijnen vastgesteld voor betaald voetbalorganisaties
met betrekking tot het gebruik van vuurwerk in stadions. Deze richtlijnen richten
zich onder meer op het onderbreken van wedstrijden bij rookontwikkeling of vuurwerk,
duidelijke afspraken met clubs over het normaliseren van vuurwerk, het niet verspreiden
van beelden van (illegaal) vuurwerk via officiële clubkanalen en eenduidige communicatie
bij incidenten. Ook is afgesproken dat vuurwerk en de bijbehorende veiligheidsrisico’s
in en rondom het stadion structureel op de agenda staan van de lokale vierhoeken en
de landelijke Regiegroep Voetbal en Veiligheid, waarbij eveneens wordt gekeken naar
de mogelijkheden om op een veilige en gereguleerde manier vuurwerk af te steken in
stadions. De richtlijnen bevorderen duidelijkheid voor alle betrokkenen en creëren
een gezamenlijke lijn in het optreden tegen ongeorganiseerd en gevaarlijk vuurwerk.
Naast de resultaten van de lopende onderzoeken, worden ook de inzichten uit deze praktijk
en de nieuwe richtlijnen betrokken bij het nieuwe plan van aanpak.
Ik zal uw Kamer over de voortgang hiervan te zijner tijd nader informeren.
Pilot digitale meldplicht
Vanaf april jl. is de huidige fase van de pilot digitale meldplicht van start gegaan
en is het voor de deelnemende gemeenten, te weten Rotterdam, Leeuwarden en Utrecht,
mogelijk om een bestuursrechtelijk gebiedsverbod met een digitale meldplicht op te
leggen. Deze fase heeft als doel meer inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van
de maatregel. De eerste digitale meldplichten bij een bestuursrechtelijk gebiedsverbod
zijn inmiddels opgelegd.
De pilot digitale meldplicht wordt de komende periode uitgebreid met zes gemeenten,
zodat er nog meer ervaring kan worden opgedaan met het ketenwerkproces en het aantal
opgelegde digitale meldplichten bij een bestuursrechtelijk gebiedsverbod kan worden
verhoogd. De pilot wordt uitgebreid met de gemeenten Den Haag, Groningen, Nijmegen,
Eindhoven, Doetinchem en Helmond. Deze gemeenten zullen zo snel als mogelijk aan de
pilot worden toegevoegd. Voor de uitbreiding van de pilot hebben alle gemeenten met
een BVO de gelegenheid gehad om zich aan te melden. De uiteindelijke selectie van
de toegevoegde gemeenten is gebaseerd op vooraf opgestelde selectiecriteria. Bij deze
criteria is onder meer gekeken naar de beschikbaarheid van capaciteit van de politie,
de samenwerking binnen de lokale driehoek en de mate waarin sprake is van risico op
incidenten. Daarnaast hebben geografische spreiding en de verschillende schaalgroottes
van gemeenten een belangrijke rol gespeeld. Op basis van deze overwegingen is een
evenwichtige selectie gemaakt, gericht op een goede landelijke spreiding en een representatieve
afspiegeling van verschillende schaalgroottes gemeenten.
Naast het verkrijgen van meer ervaring met de digitale meldplicht wordt de pilotfase
ook gebruikt om inzicht te krijgen in de benodigde capaciteit en kosten voor de uitvoering
van de digitale meldplicht voor de betrokken partijen. De pilotperiode wordt met een
halfjaar verlengd tot en met juni 2026 om alle deelnemende gemeenten de gelegenheid
te geven om voldoende ervaring op te doen met de digitale meldplicht. Na afloop van
de pilot volgen de uitkomsten van de evaluatie en de aanbevelingen voor het vervolg.
Daarna vindt gezamenlijke besluitvorming plaats over de bredere implementatie van
de digitale meldplicht. Uiteraard zal ik uw Kamer op de hoogte houden van de voortgang
zoals eerder toegezegd.
Uitwisseling stewards
Stewards kunnen pas worden ingezet nadat een beveiligingspas en toestemming door team
Korpscheftaken is verkregen. Deze moeten momenteel worden aangevraagd door de werkgever
(de club) en niet door de steward. Indien de steward ook voor een andere BVO wil werken,
zal ook die BVO een pas en toestemming moeten aanvragen. Dat blijkt in de praktijk
een drempel voor de onderlinge uitwisseling van stewards. Het doel is om het systeem
dusdanig te wijzigen dat uitwisseling makkelijker wordt. Hetzelfde geldt voor de inzet
van beveiligers. Dit wordt geregeld door de Wet Particuliere Beveiligingsorganisatie
en recherchebureaus te wijzigen. De voorbereidingen daarvan zijn in gang. Naar verwachting
gaat de nieuwe wet begin 2026 in consultatie.
De naleving van kwaliteitseisen aan stewards wordt doorlopend gecontroleerd via de
Licentiecontrole en via een kwaliteitsmodel voor de opleidingen en (her)certificering
van stewards waar alle BVO’s aan moeten voldoen. Indien hier niet aan voldaan wordt,
kunnen er geen stewards werken c.q. opgeleid worden. Alles wordt centraal bijgehouden
en gecontroleerd door de KNVB.
III. Inclusiviteit in voetbal bevorderen en discriminatie en racisme tegengaan
Ons Voetbal is van Iedereen II (OVIVI)
Met betrekking tot OVIVI wordt u, voor zover die onderdelen niet in deze brief worden
benoemd, nader geïnformeerd in de Kamerbrief ter zake sportbeleid van het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) die naar verwachting dit jaar nog verstuurd
zal worden.
IV. Stevige governance en organisatie rondom voetbal en voetbalwedstrijden
Weerbare bvo’s
Gesprek over vergunningsplicht
Ik heb in het notaoverleg van 8 september jl. toegezegd om via de regiegroep in gesprek
te gaan over de wedstrijdvoorbereiding en vergunningverlening. Hierbij is belangrijk
om te vermelden dat ik niet aan gemeenten kan opleggen hoe wedstrijdvoorbereiding,
vergunningverlening en wedstrijdevaluatie wordt ingevuld. Dit valt binnen de verantwoordelijkheid
van de gemeente. Wel wordt er binnen de regiegroep en met de voetbalburgemeesters
gesproken over de manier waarop het organiseren van wedstrijden plaatsvindt en is
er een beweging zichtbaar dat gemeenten steeds vaker naar een vergunning (voor een
half of heel seizoen) toegaan. De komende periode zal ik, conform toezegging, dit
gesprek blijven voeren. Hierbij wordt de komende periode ook meer nadrukkelijk gesproken
over het verder waarborgen van een solide en goed functionerende veiligheidsorganisatie
van elke BVO.
Volledigheidshalve merk ik op dat zowel de gemeenten die een vergunningplicht (voor
kortere of langere periode) kennen als de gemeenten die een meldplicht hebben goed
in staat zijn om eisen te stellen aan de wedstrijdorganisatie.
Europese wedstrijden
Over het algemeen zijn er steeds betere ervaringen over de samenwerking met de UEFA
en het nakomen van de gemaakte afspraken. De nakoming van de afspraken hebben voldoende
wederzijds vertrouwen gegeven om in het lopende seizoen een pilot te draaien waarbinnen
de samenwerking verder kan worden verbeterd. Zo heeft de UEFA afgelopen seizoen bij
risicovollere wedstrijden eerder een security officer aangesteld, in twee gevallen
bemiddeld bij het uitvoeren van veiligheidsmaatregelen richting uitspelende clubs
en meer informatie gedeeld. Inmiddels is met de UEFA gekomen tot concrete afspraken
voor het komende seizoen (bijlage 3). Deze afspraken moeten onder meer helpen bij
het verkrijgen van een betere informatiepositie over de aanhang van de club die op
bezoek komt en hun vervoersbewegingen, bij het nemen van maatregelen die voetbal veilig
en gastvrij houden en bij de wederzijdse afstemming van de vereisten om een wedstrijd
zonder incidenten plaats te kunnen laten vinden. Deze samenwerking tussen de werkgroep
Europese wedstrijden en de UEFA wordt aan beide kanten dusdanig gewaardeerd en is
zo vooruitstrevend dat de burgemeester van Alkmaar, als trekker van het initiatief,
bij het officiële veiligheidscongres van de UEFA een toelichting mocht geven op de
werkwijze. In dit traject wordt, conform de motie Mutluer, besproken dat buitenlandse
clubs bij internationale wedstrijden aan dezelfde veiligheidsafspraken moeten voldoen
als Nederlandse clubs.16
Motie boetesysteem voor het door de politie betreden van een stadion
De motie van de leden Verkuijlen en Michon-Derkzen17 verzoekt het kabinet een boetesysteem voor betaald voetbalorganisaties te onderzoeken
in het geval dat de politie in het stadion nodig is.18 Ter uitvoering van deze motie heb ik het Auditteam Voetbal en Veiligheid verzocht
dit onderzoek uit te voeren. Over de voortgang en uitkomst van het onderzoek wordt
u in een volgende brief Veilig en Gastvrij betaald voetbal geïnformeerd.
3. Stadionverboden
Registreren en handhaven stadionverboden
Uw Kamer verzocht om informatie hoe stadionverboden worden geregistreerd en gehandhaafd.
BVO’s hebben de eerste verantwoordelijkheid om personen die zich misdragen uit het
stadion te weren. Stadionverboden worden aangemeld, verwerkt en gedeeld via de Ketenvoorziening
Voetbal (KVV). Alle BVO’s, politie, OM en gemeenten hebben op deze manier een actueel
overzicht van hun supporters met een lopend stadionverbod. Een BVO kan deze informatie
delen met hun veiligheidsorganisatie, zodat ze weten wie wel/niet naar binnen mag.
Daarnaast kan KVV ten tijde van een wedstrijd altijd geraadpleegd worden. De handhaving
van stadionverboden vindt plaats in samenwerking met de politie.
Op het overtreden van een stadionverbod in een stadion staat een verlenging van het
stadionverbod voor de duur van 36 maanden. Bij een eerste overtreding wordt bovendien
een (civiele) geldboete opgelegd van € 900, bij een tweede overtreding € 1.500 en
bij de derde en elke navolgende overtreding volgt een geldboete van € 2.000. Wanneer
een persoon voor de derde keer een landelijk stadionverbod opgelegd krijgt van 12 maanden
of langer (tijdens en/of binnen 2 jaar na afloop van een eerder opgelegd stadionverbod),
zal het stadionverbod worden omgezet in een levenslang stadionverbod. Daarnaast is
het mogelijk strafrechtelijk te vervolgen bij overtreding van een stadionverbod, namelijk
op grond van lokaalvredebreuk zoals bedoeld in artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht.
Stadionverbodhouders kunnen geen kaarten kopen voor voetbalwedstrijden in Nederland,
omdat ze op een zogenaamde weigerlijst in de centrale database voor clubcards en seizoenkaarten
van alle BVO’s worden geregistreerd. Hierdoor kunnen ze via hun eigen account geen
kaarten meer aanschaffen. Tegenwoordig worden bijna alle kaarten op naam verkocht
en is de code op deze kaart éénmaal scanbaar, waardoor doorgegeven aan iemand anders
tijdens de wedstrijd niet mogelijk is. Wanneer een supporter zijn kaart uitleent aan
een stadionverbodhouder, blijft de eigenlijke kaarthouder verantwoordelijk voor degene
die op zijn kaart naar de wedstrijd gaat. Sinds seizoen 2021/2022 wordt er gewerkt
aan de ontwikkeling en invoering van Persoonlijke Digitale Toegang (PDT). Met PDT
wordt deze controle verder aangescherpt, omdat de toegang strikt aan de geregistreerde
persoon wordt gekoppeld en digitale verificatie bij de toegang plaatsvindt.
4. Tot slot
De ingezette aanpak laat duidelijke resultaten zien, waarover wij voorzichtig positief
kunnen zijn. Het gezamenlijke streven van alle betrokken partijen blijft erop gericht
dat iedere liefhebber een wedstrijd in het Nederlands betaald voetbal veilig en gastvrij
kan bijwonen. Voor de meeste wedstrijden en veruit de meeste supporters is dit gelukkig
het geval. Tegelijkertijd doen zich helaas nog steeds incidenten voor, wat de noodzaak
van voortdurende aandacht en inzet onderstreept. Samen met clubs, de KNVB, gemeenten,
politie, het Openbaar Ministerie en supporters werk ik eraan dat de gezamenlijke aanpak
effectief wordt toegepast. Binnen de regiegroep Voetbal en Veiligheid zal hier de
komende periode in samenwerking met de betrokken partijen verdere invulling aan worden
gegeven. Over de voortgang blijf ik uw Kamer periodiek informeren.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
Ondertekenaars
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid