Brief regering : Voortgang strategische aanpak batterijen 2025
31 209 Schoon en zuinig
Nr. 266
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Met deze brief wordt de Tweede Kamer, mede namens de Staatssecretaris Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp, de Minister van Economische Zaken en de Minister van
Klimaat en Groene Groei, geïnformeerd over de gemaakte voortgang van de Nederlandse
batterijenstrategie in 2025.1
Vanwege het belang van batterijen als sleuteltechnologie voor de energie- en mobiliteitstransitie
is de Nederlandse batterijenstrategie in 2020 van start gegaan. Voor een betrouwbaar
energiesysteem dat gebaseerd is op met name wind- en zonne-energie, zijn opslagmedia
nodig om perioden van onbalans tussen vraag en aanbod te overbruggen. Batterijen zijn
hierin essentieel. Batterijen zijn ook essentieel voor de elektrificatie van de mobiliteitssector.
Door de inzet van batterijen daalt de uitstoot van mobiliteit, wordt fors minder energie
gebruikt en is de sector veel minder afhankelijk van fossiele brandstoffen uit andere
landen, wat onze strategische autonomie versterkt.
Het toenemend gebruik van batterijen kent zelf ook nieuwe uitdagingen, onder meer
op het gebied van strategische afhankelijkheid en duurzaamheid. Met de nationale batterijenstrategie
werken overheidspartijen en de sector samen aan het oplossen van deze uitdagingen.
Doel is dat de toename van het gebruik van batterijen in de samenleving veilig, verantwoord
en duurzaam verloopt en we de kansen ervan slim benutten.
In het afgelopen jaar is er vooruitgang geboekt op het behalen van deze doelen. Tegelijkertijd
blijven de uitdagingen bestaan, vooral ten aanzien van het verminderen van de strategische
afhankelijkheid. Nederland en Europa zijn sterk afhankelijk van Azië en met name China
voor batterijen. De eigen Europese productie blijft achter en wordt gedomineerd door
Aziatische producenten.2 Ook de 100%-Europese fabrikanten zijn afhankelijk van Azië voor productietechnologie
en toelevering van grondstoffen en halffabricaten om batterijcellen te maken. Geopolitieke
ontwikkelingen kunnen leiden tot verstoringen in de toeleveringsketens van batterijen.
Recentelijk hebben diverse aankondigingen van exportcontrolemaatregelen op bepaalde
grondstoffen blootgelegd hoezeer sommige waardeketens van batterijen verknoopt en
kwetsbaar zijn.
Deze kwetsbaarheden komen ook naar voren in het Draghi rapport, waarin wordt geconcludeerd
dat de EU op het vlak van innovatie, concurrentievermogen en economische groei achterloopt
bij andere grote economische blokken.3 Terwijl China en de VS steeds verder vooroplopen in de ontwikkeling van (groene)
technologieën, lijkt de Europese industrie moeite te hebben om dit tempo bij te houden.
Het Draghi rapport benadrukt de noodzaak om de innovatiekloof met andere wereldmachten
te dichten, de economie te verduurzamen op een concurrerende manier en onze toeleveringsketens
te versterken. Hier liggen kansen, want Nederland heeft een aantal veelbelovende bedrijven
die innovaties ontwikkelen, waarmee betere en duurzamere batterijen gemaakt kunnen
worden en waarmee Nederland kan bijdragen aan een weerbare en sterke Europese waardeketen.
Succes komt niet vanzelf, zeker niet in een veranderende en geopolitiek gezien volatiele
wereld. De overheid kan ondersteuning bieden met een sturende rol die ruimte biedt
aan ondernemerschap, om zo gezamenlijk met het ecosysteem van bedrijfsleven en wetenschap
de kloof met Azië te dichten. De batterijstrategie behelst een sterke publiek-private
samenwerking gericht op de ontwikkeling van een weerbare, circulaire en duurzame batterijwaardeketen.
Hiermee kan Nederland op kansrijke thema’s een belangrijke rol spelen.
Stand van zaken
Om de doelstellingen van de strategische aanpak te bereiken zijn er vijf pijlers waarlangs
diverse activiteiten worden ondernomen: (1) grondstoffen, (2) circulariteit, (3) veiligheid,
(4) economische perspectieven en (5) het energiesysteem. Onder deze pijlers vallen
diverse acties, de meeste doorlopend. In de onderstaande tabel zijn de belangrijkste
acties en de verantwoordelijke ministeries genoemd. In deze brief staan per pijler
de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van batterijen op hoofdlijnen, de voortgang
van acties en de voorgenomen stappen voor komend jaar. In bijlage 1 bij deze brief
is de voortgang per actie gedetailleerder beschreven. Bij elke pijler is dit jaar
vooruitgang geboekt. Tegelijk zullen de ontwikkelingen de komende jaren doorgaan en
blijft inzet op de batterijenstrategie nodig.
Pijler
Actie
Wie
Grondstoffen
1. Bevorderen leveringszekerheid grondstoffen
EZ, BHO, IenW
2. Bevorderen verantwoorde winning
BHO
Circulariteit
3. Implementeren EU-Batterijenverordening
IenW
4. Uitvoering producentenverantwoordelijkheid
IenW
5. Verminderen batterijbranden bij afvalverwerkers
IenW
6. Stimuleren circulaire batterijen
EZ, KGG, IenW
Veiligheid
7. Verbeteren kennis veiligheid
IenW, JenV, VRO
8. PGS 37–1 en 37–2 verankeren in Omgevingswet
IenW
9. Internationale regelgeving batterijveiligheid
IenW
10. Stimuleren Safe-and-Sustainable-by-Design
IenW
11. Kenbaarheid veiligheid en regels
IenW, VWS
12. Cyberveiligheid energiesystemen
IenW, KGG
Economische perspectieven
13. Bevorderen uitwisseling van kennis en samenwerking in de batterijensector
EZ, KGG, IenW
14. Stimuleren innovatie
EZ, KGG, IenW
15. Industriebeleid
EZ, KGG, IenW
16. Ondersteunen NL participatie in EU-programma’s
EZ
17. Internationale strategische aanpak batterijen
IenW, BHO, EZ, KGG
18. Versterken bilaterale samenwerking
EZ, KGG, IenW
19. Vaststellen internationale standaarden laadpalen
IenW, KGG
20. Opleiden personeel op batterijgebied
EZ, SZW, OCW
Energiesysteem
21. Stimuleren innovatie energiediensten
KGG, VRO
22. Inzetten flexibiliteit in het energiesysteem
KGG, IenW, VRO
23. Oplossen knelpunten & regulerende kaders
FIN, KGG, IenW
Pijler 1: Grondstoffen
Zonder kritieke grondstoffen en strategische materialen is het vervaardigen van veel
essentiële producten, zoals batterijen, niet mogelijk. Toenemende geopolitieke spanningen
en de dominantie van enkele landen in de batterijwaardeketen, kunnen leiden tot verstoringen
in de toelevering en economische schade veroorzaken. Deze ontwikkelingen benadrukken
de noodzaak van structurele inzet via de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) en
de Europese Critical Raw Materials Act (CRMA). Ook de recent gepubliceerde EU-mededeling
RESourceEU verankert verdergaande EU-inzet in het veiligstellen en weerbaar maken
van grondstoffenwaardeketens.4 Over deze mededeling wordt u binnenkort via de gebruikelijke weg geïnformeerd.
Om bij te dragen aan de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen werkt Nederland
op EU en nationaal niveau, aan meerdere oplossingsrichtingen. Het Ministerie van Economische
Zaken kijkt naar wat de mogelijkheden en voorwaarden zijn voor verwerking en recycling
in Nederland, alsmede voorraadvorming. Verder werkt Nederland via partnerschappen
aan de diversificatie van ketens met grondstofrijke landen. Tot slot zet de EU ook
via het afsluiten of moderniseren van handelsakkoorden in op diversificatie van grondstoffenaanvoer.
In 2025
Het Nederlands Materialen Observatorium is in 2025 door het Ministerie van Economische
Zaken opgericht om te helpen bij het monitoren van de leveringszekerheid van kritieke
grondstoffen en het aanleveren van de benodigde waardeketenanalyses.
De inspanningen om tot een verantwoorde winning van batterijgrondstoffen te komen
zijn in 2025 voortgezet. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft de sociale impact
van mijnbouw in de grondstoffenketens voor de energietransitie in kaart gebracht.
De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft een analyse gedaan naar de governance-gerelateerde uitdagingen rondom de exploitatie en internationale handel van kritieke
grondstoffen voor de energietransitie.5 Daarnaast is via internationale partnerschappen en samenwerkingsverbanden bijgedragen
aan lokale ketenontwikkeling, klimaatslimme mijnbouw en verbeterde traceerbaarheid
van kritieke mineralen in grondstofrijke ontwikkelingslanden.
Pijler 2: Circulariteit
Een verbeterde circulariteit verhoogt het aanbod aan grondstoffen en vermindert de
benodigde primaire grondstoffen die gewonnen moeten worden en de ecologische en CO2-voetafdruk van batterijen. In 2023 heeft mijn voorganger de Kamer uitgebreid geïnformeerd
over de Europese Batterijenverordening die toen aangenomen is.6 Circulariteit staat in de verordening centraal. Vanaf 18 februari 2024 zijn de wettelijke
duurzaamheids- en veiligheidseisen in de verordening officieel van toepassing in alle
EU-lidstaten.
In 2025
Vanaf 18 augustus jl. zijn ook de wettelijke eisen voor het beheer van afgedankte
batterijen in de Batterijenverordening van toepassing. Zo wordt onder andere de verplichte
uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing op een breder scala aan
batterijen, voor onder meer inzameling en verwerking. De Europese Commissie richt
zich nu op de praktische uitwerking van de verordening, door diverse uitvoerings-
en gedelegeerde handelingen in meer uitgewerkte regels om te zetten. Ook in het Nederlandse
recht moeten regels ter uitvoering van deze verordening worden vastgesteld. Het ontwerp
van een besluit ter uitvoering van hoofdstuk VIII van de verordening over het beheer
van afgedankte batterijen, is inmiddels voorgelegd aan de afdeling Advisering van
de Raad van State. De rest van de verordening zal worden uitgevoerd via een apart
regelgevingstraject. De Kamer is hiervan op de hoogte gebracht.7 Daarnaast is er blijvende inzet op het verbeteren van de producentenverantwoordelijkheid
en het verminderen van batterijbranden bij afvalverwerkers.
De Europese Batterijenverordening vormt een goed startpunt om tot circulaire batterijen
te komen. Om te zorgen voor een goede invulling en uitvoering in de praktijk is er
dit jaar gewerkt aan levensduurverlenging, het ontwikkelen van recyclingcapaciteit
en innovatie om de hoeveelheid benodigde kritieke grondstoffen te verminderen. Zo
worden batterijen als productgroep uitgewerkt in de context van het Nationaal Programma
Circulaire Economie en de Nationale Grondstoffenstrategie, als onderdeel van de Circulaire
Maakindustrie. Hiervoor is een expertteam geformeerd met vertegenwoordigers uit het
bedrijfsleven en de wetenschap. In samenwerking met de batterijensector ontwikkelt
dit team een routekaart voor circulaire en weerbare batterijketens, inclusief concrete
stappen. Dit wordt gedaan in samenhang met het Nationaal groeifonds programma Material Independence & Circular Batteries. Hieronder zijn dit jaar onder meer subsidies toegekend om recyclingtechnologie te
ontwikkelen.
Pijler 3: Veiligheid
Veiligheid blijft een prioriteit binnen de batterijenstrategie. Het is noodzakelijk
om door te gaan met het vergroten van kennis over veiligheid en te zorgen dat de benodigde
kennis bij de relevante actoren terechtkomt. Waar nodig wordt ook regelgeving aangepast.
In 2025
De vorig jaar opgerichte werkgroep Brandveiligheid Licht Elektrische Voertuigen (LEV’s)
heeft dit jaar het ontwikkelen van een richtlijn voor het veilig laden en stallen
van LEV’s geïnitieerd. Dit door het laten ontwikkelen van een Nederlands technische
afspraak (NTA).8 Verder geeft de werkgroep veel aandacht aan voorlichting, zoals via de Nationale
Brandpreventieweken met als onderwerp «Veilig laden» en de «Ik Laad Accuraat» campagne.9
Het Ministerie van VWS heeft een advies van Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek van
de NVWA ontvangen, over de veiligheidsrisico’s van gereviseerde lithium-ion batterijen
in consumentenproducten. Het advies is overgenomen en er is een start gemaakt met
de implementatie. Het bijbehorende rapport wordt als bijlage 2 bij deze brief meegestuurd.
Het concept van Safe-and Sustainable-by-Design (SSbD) is een belangrijk concept om
de veiligheid en duurzaamheid van batterijen te bevorderen. SSbD houdt in dat in een
zo vroeg mogelijk stadium van het product- en procesontwikkeling de veiligheid en
duurzaamheid worden meegewogen in het ontwerp. Het RIVM heeft dit jaar in een onderzoek
een aantal principes voor het kader van SSbD voor batterijen uitgewerkt, dit rapport
is op 10-12-2025 gepubliceerd.10
In 2026
In het kader van omgevingsveiligheid zijn in 2023 twee richtlijnen in de Publicatiereeks
Gevaarlijke Stoffen (PGS 37–1 en 37–2) ontwikkeld.11 Deze technische richtlijnen voor bedrijven en overheden zijn er om de risico’s te
beperken van lithium-ion batterijen in Energie Opslag Systemen (EOS) en de bedrijfsmatige
opslag van lithium-ion batterijen en accu’s. Het streven is eind 2026 de conceptregelgeving
voor verankering van de PGS’en in de Omgevingswet ter consultatie aan te bieden. Het
RIVM heeft aan de hand van de veelvoorkomende situaties een rekenmethode ontwikkeld
die inzicht geeft in het plaatsgebonden risico en de afstanden van de aandachtsgebieden.12
Vanwege het groeiende gebruik van batterij-energieopslagsystemen in het Nederlandse
energiesysteem heb ik nadrukkelijk ook aandacht voor cyberveiligheid. Er is generieke
wetgeving geïmplementeerd en in aankomst waarmee de cyberveiligheid van batterij-energieopslagsystemen
zou moeten worden geborgd, zoals de Cyber Resilience Act en de Network and Information Security Directive 2-richtlijn. De Ministeries van KGG en IenW zijn in nauwe afstemming of de dekking van deze wetgeving
voldoende is voor batterij-opslagsystemen. Daarbij wordt gemonitord of en waar aanvullende
actie nodig is.
Pijler 4: Economische perspectieven
Innovatie is belangrijk om onze welvaartspositie in een veranderende wereld te behouden
en uit te breiden. Gezien het belang voor ons toekomstig verdienvermogen en de bijdrage
aan maatschappelijke uitdagingen is batterijtechnologie opgenomen als één van de tien
prioriteiten binnen de Nationale Technologiestrategie, als onderdeel van de technologie
Energy Materials.13 Daarbij is onlangs in de Kamerbrief «Industriebeleid met focus»14 innovatieve chemie met daaronder batterijmaterialen, aangewezen als één van de zes
focusmarkten.
In 2025
In 2025 is grote vooruitgang geboekt binnen het NGF-programma Material Independence
& Circular Batteries (MICB). In 2025 is ruim € 120 miljoen van de totale € 296 miljoen
subsidie gealloceerd aan projecten, die inmiddels zijn gestart. Dit zorgt voor belangrijke
investeringen in de strategische thema’s uit de actieagenda batterijsystemen, waarbij
ingezet wordt op het verwerven van Nederlandse control points binnen de batterijwaardeketen.
Het Battery Competence Cluster-NL (BCC-NL) speelt een centrale rol in de ontwikkeling
van het Nederlandse batterijecosysteem en heeft een coördinerende rol in het NGF-programma
MICB. De stichting BCC-NL ontving begin 2025 een subsidie ter waarde van zo’n 7,6
miljoen euro uit dit NGF-programma. BCC-NL is onder andere verantwoordelijk voor ecosysteemontwikkeling,
kennisdisseminatie, activiteiten op gebied van human capital en internationalisering.
Deze activiteiten moeten zorgen voor goede zichtbaarheid en aansluiting van Nederlandse
bedrijven in Europa en daarbuiten, en daarnaast synergie creëren tussen de enorm innovatieve
Nederlandse batterijbedrijven en kennisinstellingen. Zo kan Nederland de hier ontwikkelde
technologie verbeteren en vermarkten, zodat dit de Nederlandse economie én de Nederlandse
samenleving versterkt en weerbaar maakt. BCC-NL is dit jaar toegetreden tot de Batteries
European Partnership Association (BEPA), het centrale samenwerkingsverband van bedrijven,
kennisinstellingen en sectororganisaties binnen de Europese Unie. Hiermee heeft Nederland
een sterke vertegenwoordiging in de Europese batterijsamenwerkingsverbanden.
Internationale en bilaterale samenwerking is een belangrijke schakel voor de verdere
ontwikkeling van de Nederlandse waardeketen en het verzilveren van het verdienpotentieel
op batterijtechnologie. Daarom zijn in 2025 innovatie-, handels- en economische missies
georganiseerd om kansen te verkennen en bedrijven de gelegenheid te geven om hun activiteiten
in het buitenland uit te rollen.
In 2026
Om het Nederlandse batterijecosysteem en de bijbehorende waardeketen te versterken
is in 2022 samen met de sector de Nationale actieagenda batterijsystemen opgesteld.15 Op dit moment wordt er gewerkt aan een herziening en aanscherping van dit document.
De verwachting is dat dit medio 2026 gereed is. De uitvoering van de actieagenda batterijsystemen
ligt bij de betrokken bedrijven en kennisinstellingen en wordt ondersteund door het
Rijk. Een grote bron van financiële middelen voor de uitvoering van de actieagenda
zijn programma’s uit het Nationaal Groeifonds (NGF).
In 2026 is er een voortzetting met een gerichte internationale aanpak voor versterking
van verdienkansen, duurzame ketens en aanpak strategische afhankelijkheden in de batterijketen.
Zo zijn er middelen vrijgemaakt voor de prioritaire markt-thema combinatie «Zuid-Korea
en batterijen» om samenwerking met dit belangrijke batterij producerende land te versterken.
Pijler 5: Energiesysteem
In een volledig CO2-vrij elektriciteitssysteem is vooral sprake van beperkt regelbare en variabele bronnen,
namelijk zon en wind. Door eigen opwek en interconnectie met de elektriciteitsnetten
van andere landen in Europa, ontstaat er een grotere strategische onafhankelijkheid
van onze energievoorziening. Dit toekomstige energiesysteem vraagt om meer flexibiliteit.
Batterijen zijn hier één van de oplossingen voor. Batterijen kunnen, door op de juiste
momenten flexibiliteit te leveren, een rol spelen in het oplossen van netcongestie
en het waarborgen van leveringszekerheid in het toekomstig energiesysteem. In alle
gevallen is het belangrijk om batterijen congestieneutraal aan te sluiten en dus netcongestie
niet te verergeren.
Tot slot
In 2026 gaan we ons verder inzetten op een sterk Nederlands batterijecosysteem dat
goed Europees en internationaal is aangesloten. Dit geeft Nederland positie om onze
strategische autonomie en ons concurrentievermogen te versterken en bij te dragen
aan de verduurzaming van de batterijwaardeketen. De ontwikkeling van het Nederlandse
ecosysteem is mede door investeringen via groeifondsprogramma’s hoopvol en veel innovatieve
bedrijven maken momenteel een sterke ontwikkeling door. Tegelijkertijd is de achterstand
van Nederland en Europa op Azië nog steeds aanzienlijk. Geopolitieke ontwikkelingen
laten zien dat investeren in een sleuteltechnologie als batterijen noodzakelijk is.
Afgelopen jaren hebben we een succesvolle publiek-private samenwerking vormgegeven,
waarin het Battery Competence Cluster NL een centrale rol speelt. De nadruk lag tot
voor kort op een call to action, maar moet nu verschuiven naar een call to accelerate. Deze nieuwe fase vraagt niet alleen versnelde actie van de bedrijven in het ecosysteem,
maar ook effectief en transparant beleid vanuit de overheid. De actieagenda batterijsystemen,
die begin 2026 wordt herijkt, speelt hierin een belangrijke rol. De overheid zal zich
in lijn met deze actieagenda inzetten voor een sterk Nederlandse batterijsector. De
inzet op het versterken van de Europese en internationale verbindingen van het batterijecosysteem
is hier een belangrijk onderdeel van. Een verdere uitwerking van de internationale
strategie en de actieagenda volgen in de loop van 2026.
Eind 2026 wordt de Kamer opnieuw geïnformeerd over de voortgang van de Nederlandse
batterijenstrategie.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat