Brief regering : Fiche: Europa verbinden via hogesnelheidslijnen
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4228 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij drie fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Mededeling Europees cultuur kompas (Kamerstuk 22 112, nr. 4226);
Fiche: Data Unie Strategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4227);
Fiche: Europa verbinden via hogesnelheidslijnen.
De Minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel
Fiche: Europa verbinden via hogesnelheidslijnen
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH
EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Europa verbinden via hogesnelheidslijnen
b) Datum ontvangst Commissiedocument
5 november 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM (2025) 903
d) EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52025DC0903…
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
SWD (2025) 960 final en SWD (2025) 961 final
f) Behandelingstraject Raad
Raad voor Transport, Telecom en Energie (Transportraad)
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
2. Essentie voorstel
Op 5 november 2025 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) het hogesnelheidsspoortnet
plan (Connecting Europe by Rail) gepubliceerd. De mededeling bestaat uit een stappenplan van de Commissie om de verdere
ontwikkeling van een hogesnelheidstreinnetwerk te ondersteunen en te versnellen en
bevat concrete maatregelen om het toekomstbeeld van een goed functionerend en sneller
hogesnelheidstreinnetwerk in 2040 te kunnen realiseren.
Het plan van de Commissie neemt de eerder gestelde doelen van de Strategie voor Duurzame
en Slimme Mobiliteit (SSMS)1 en het Trans-Europees Vervoersnetwerk (TEN-T) beleid van 20242 voor de realisatie van een hogesnelheidstreinnetwerk in Europa als basis en bevat
daarnaast concrete initiatieven en maatregelen om de realisatie van het hogesnelheidstreinnetwerk
te versnellen en te harmoniseren; een aantrekkelijk en concurrerend raamwerk voor
spoordiensten te realiseren; een concurrerend, geharmoniseerde en innovatieve toelevering
voor de spoorsector te realiseren en een effectieve Europese structuur neer te zetten
voor hogesnelheidslijnen.
De voorgestelde initiatieven en maatregelen vormen een stappenplan voor de periode
2026–2028 en zijn grotendeels gebaseerd op bestaande, lopende en aankomende Europese
initiatieven, fondsen, plannen en verordeningen op gebied van spoor, waaronder het
Meerjarig Financieel Kader (MFK)3 2028–2034, de wijziging van de Verordening capaciteit spoorweginfrastructuur4 en een Europees ticketing initiatief5 dat gepland staat voor 2026.
Om de realisatie van het hogesnelheidstreinnetwerk te versnellen en het hogesnelheidstreinnetwerk
te harmoniseren stelt de Commissie voor om maatregelen en aanbevelingen op te nemen
in de werkplannen van de Europese TEN-T coördinatoren in juni 2026. Doel hiervan is
om een tijdige en gecoördineerde aanpak mogelijk te maken op het wegnemen van grensoverschrijdende
en nationale infrastructuur knelpunten en ontbrekende verbindingen op het TEN-T spoornetwerk.
Daarnaast kondigt de Commissie aan om voor elke Europese Transport Corridor binnen
het TEN-T netwerk in 2027 met implementatiebesluiten te komen om in 2040 een Europees
hogesnelheidstreinnetwerk gerealiseerd te hebben. De inhoud van deze besluiten is
nog onbekend.
De Commissie wil een meer strategisch en gecoördineerd gebruik van Europese fondsen,
nationale financieringsmogelijkheden en private investeringen realiseren. Hierbij
moeten projecten ter bevordering van hogesnelheidstreinen prioriteit krijgen in een
Connecting Europe Facility (CEF) reflow call in 2026 en zal de Commissie een EU-financieringsstrategie ontwikkelen
aan het eind van 2025 (deze financieringsstrategie staat los van het financieringsplan
zoals voorgesteld in het STIP). De Commissie zal hiervoor een strategische dialoog
opstarten met lidstaten, infrabeheerders, financiële instellingen, investeerders,
de toeleveranciers van de spoorsector en de spoorvervoerders. Het doel is om tot een
«High Speed Rail Deal» te komen in 2026. Onder versnelling en harmonisatie van het
hogesnelheidstreinnetwerk worden ook maatregelen voorgesteld op het gebied van geluidsreductie,
gebruik van schone energie en innovatie.
Om een aantrekkelijk en concurrerend raamwerk voor spoordiensten te realiseren zal
de Commissie in 2026 wetgeving op het gebied van ticketing en passagiersrechten publiceren, en innovatieve financiële instrumenten voorstellen
om de aankoop en het leasen van rollend materieel te faciliteren. De Commissie zal
met een prioritering komen voor investeringen in lucht-spoor connecties voor 40 grote
luchthavens, waaronder waarschijnlijk Amsterdam Schiphol, en voor multimodale passagiershubs
voor een verbeterde integratie van openbaar vervoer, fietsen en deelmobiliteit.
Om een concurrerend, geharmoniseerde en innovatieve toeleveringsindustrie voor de
spoorsector te realiseren wil de Commissie een ambitieus nieuw European Rail Traffic Management System (ERTMS)6 uitrolplan aannemen. De Commissie wil gezamenlijk onderzoek stimuleren naar verdere
ontwikkeling van geharmoniseerde digitale en automatische systemen zoals automatische
treinen, ERTMS en communicatie- en verkeersmanagementsystemen om capaciteit op het
spoor te vergroten.
Daarnaast wil de Commissie een enkele set vereisten voor hogesnelheidstreinen vaststellen,
evenals een voorstel tot wijziging van de training- en certificatievereisten voor
machinisten van Europese hogesnelheidstreinen en wetgevingsvoorstellen om treinen
en treinstellen door te kunnen verkopen.
Om Europees bestuur van hogesnelheidsvervoer per spoor te verbeteren stelt de Commissie
voor om middels wetgeving de rol van European Union Agency for Railways (ERA) te versterken bij het autoriseren van voertuigen onder andere door het wegnemen
van nationale regels en om middels rondetafeldiscussies belanghebbenden van steden
en stedelijke knooppunten te betrekken bij de plannen. Verder zal de Commissie een
scoreboard opzetten om voortgang te monitoren op het gebied van de ontwikkeling van
het hogesnelheidstreinnetwerk.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het verbeteren van de connectiviteit binnen Europa is een doelstelling die het kabinet
onderschrijft.7 Daarbij zijn de internationale verbindingen en de aansluitingen op -hogesnelheidslijnstations
in Nederland en daarbuiten van bijzonder belang. Het kabinet kijkt hiervoor nadrukkelijk
naar de toegevoegde waarde van nieuwe investeringen in het spoornetwerk. Reistijd
tussen grote steden en vooral ook de frequentie en betaalbaarheid van treindiensten
en aansluitingen met nationaal en regionaal vervoer zijn hierbij van cruciaal belang
voor de reiziger. Zonder goede aansluitingen naar de rest van het land en de rest
van de EU zijn hogesnelheidsverbindingen voor veel reizigers niet aantrekkelijk.
Het kabinet wil zich dan ook blijven inzetten op het versterken van het netwerk van
(internationale) treindiensten en parallel daaraan ook werken aan het verbeteren van
de spoorweginfrastructuur.
Voor wat betreft verbetering van de spoorweginfrastructuur voor (grensoverschrijdende)
hogesnelheidsdiensten zijn voor het kabinet onder meer de volgende projecten relevant:
het verbeteren van spoor- en terminalcapaciteit op Amsterdam-Zuid, de studie Utrecht-Arnhem-Duitse
grens, robuuste inpassing van de IC Berlijn en het masterplan dat voor de Lelylijn
in voorbereiding is.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet is positief over de inzet van de Commissie op het terrein van hogesnelheidsspoorvervoer.
De bereikbaarheid van Europese hoofdsteden en grootstedelijke gebieden dient nationaal
en grensoverschrijdend te worden vormgegeven. Een Europese overkoepelende benadering
van het netwerk is van belang voor het creëren van meerwaarde voor de reizigers. Daarbij
is betaalbaarheid een van de factoren voor de aantrekkelijkheid van hogesnelheidsspoorvervoer.
Connectiviteit middels spoorvervoer binnen Europa heeft de potentie om positieve effecten
te hebben op de Europese concurrentiekracht, een goed verbonden en veilig Europa,
de energietransitie en militaire mobiliteit en kan bijdragen aan een sterke Europese
maakindustrie met de potentie van een wereldspeler. Het kabinet is van mening dat
de mededeling relatief zwaar rust op de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur terwijl
het verder ontwikkelen van het bestaande netwerk van internationale treindiensten
relatief onderbelicht is. Daarnaast is het kabinet van mening dat deze mededeling
onvoldoende rekening houdt met de instandhoudingsopgave van het huidige netwerk en
de instandhoudingsopgave die gemoeid is met de aanleg van nieuwe hogesnelheidsverbindingen.
Voor die instandhoudingsopgave dient ook inzet gepleegd te worden op de veerkracht
van infrastructuur bij bijvoorbeeld extreme weeromstandigheden. Het kabinet oordeelt
dat het bestaande netwerk van internationale treindiensten tevens maatregelen rechtvaardigt,
zoals een vervolg op de pilots van de Commissie voor nieuwe internationale treindiensten
van 20228 en het Eurolink innovatieproject in de sector om te komen tot meer stabiele frequente
internationale verbindingen.9
Het kabinet is bovendien van mening dat ook investeringen in regionale passagiersverbindingen
van belang zijn om passagiers zo snel en zo efficiënt mogelijk te kunnen verbinden
met het hogesnelheidsnetwerk en vervolgens de eindbestemming. De mededeling legt veel
nadruk op het verbinden van de onderlinge hoofdsteden. Het kabinet vraagt ook aandacht
voor belangrijke hogesnelheidsverbindingen tussen niet-hoofdstedelijke regio's (bijvoorbeeld
van/naar Utrecht, Frankfurt of Ruhrgebied).
Het kabinet is positief over het opnemen van maatregelen en aanbevelingen rondom hogesnelheidsspoorvervoer
in de werkplannen voor de Europese Transport Corridors. Het is echter onwenselijk
om de rol van de lidstaten in het opstellen van de uitwerking van de TEN-T corridorwerkprogramma’s
af te schalen, omdat hierdoor discrepanties tussen de nationale plannen en de TEN-T
corridorwerkprogramma’s kunnen ontstaan.
Het kabinet zal een betere afstemming van de afzonderlijke nationale planningen tussen
buurlanden stimuleren. Het kabinet zal zich inzetten om voldoende inspraak van de
lidstaten te garanderen in de TEN-T corridorwerkprogramma’s, onder meer door in onderhandelingen
ook in te zetten op het aanpassen van de raadplegingsprocedure naar de onderzoeksprocedure.
Met deze inzet poogt het kabinet voldoende inspraak van de lidstaten te garanderen
bij de verdere besluitvorming.
Het kabinet is terughoudend met het aangaan van nieuwe (financiële) verplichtingen,
in aanvulling op de afspraken over het TEN-T-netwerk zoals die in 2024 zijn vastgelegd.10 Het kabinet merkt op dat het in de Nederlandse context zeer uitdagend is om per 2040
te voldoen aan de eis van 160km/u op het TEN-T-kernnetwerk,zoals eerder is aangegeven
in aanloop naar de TEN-T besluitvorming.11 De spoorinfrastructuur en knooppunten (stations) zijn overbelast en het ontwikkelen
van meer hoogwaardige internationale treindiensten vraagt in Nederland ook om nieuwe
infrastructuur en dus investeringen. Daarbij mist het kabinet aandacht voor procedures
voor vervoer met niet-Schengen landen.
Het kabinet verwelkomt het Commissievoorstel om middels een dialoog met lidstaten
te komen tot een deal over hogesnelheidsvervoer in Europa en om daarbij een financieringsstrategie
te ontwikkelen. Het kabinet plaatst wel vraagtekens bij de aangekondigde prioritering
van hogesnelheidsspoorvervoerprojecten in de 2026 CEF call. Het kabinet heeft begrepen
dat er nog beperkte middelen beschikbaar zijn in het CEF-budget, terwijl ook andere
projecten voor CEF-financiering in aanmerking kunnen komen.
Het opstellen van een financieringsstrategie acht het kabinet waardevol, want deze
aanpak kan ook relevant zijn voor projecten zoals de Lelylijn inclusief internationale
connecties. Het kabinet is positief ten aanzien van de mogelijke Europese financiering
van hogesnelheidsinfrastructuur. Het kabinet vindt daarbij wel dat de toegevoegde
waarde aan het netwerk van (internationale) treindiensten een belangrijk criterium
moet zijn en niet alleen de technologie van hogesnelheidsvervoer.
Het kabinet mist in de mededeling een meer actieve strategie om het netwerk van internationale
treindiensten te bevorderen en onder meer de raamwerken voor verdeling van spoorwegcapaciteit
proactief en corridorgewijs te ontwikkelen.
Het kabinet staat in algemene zin positief tegenover de aanvullende maatregelen die
worden voorgesteld ter verbetering van het regelgevend kader voor spoorvervoer. Het
kabinet steunt het Commissie initiatief om innovatieve financieringsinstrumenten voor
rollend materieel te bevorderen, waarbij ook staatssteunaspecten moeten worden meegewogen.
Het kabinet steunt het bevorderen van een gelijk speelveld tussen spoorvervoerders
voor de bijkomende diensten voor spoorvervoer zoals toegang tot terminals en parkeerplaatsen
voor treinen. Dit voorstel is van belang voor zowel personen- als goederenvervoer
per spoor.
Als belangrijke ondersteunende maatregel voor het ontwikkelen van de markt van internationale
treindiensten steunt het kabinet dat de Europese Commissie ten aanzien van ticketing en het faciliteren van kaartverkoop door derde partijen met voorstellen zal komen.
Een mogelijke vervolgstap is dan om tarieven beter op elkaar te laten aansluiten.
Het identificeren van meer dan 40 grotere vliegvelden in Europa als investeringsprioriteit
voor multi-modale hubs, inclusief de mogelijkheden van lucht en spoor intermodaliteit
is voor het kabinet herkenbaar;12 Daarnaast ziet het kabinet het bevorderen van stabiele en effectieve financiering
van infrastructuurbeheerders voor het instandhouden van de infrastructuur als van
groot belang voor zowel de marktontwikkeling van de personen- en goederenvervoer per
spoor.
Daarnaast stelt de Commissie maatregelen voor om de Europese maakindustrie van hogesnelheidsspoorvervoer
concurrerend te maken. In dat kader verwelkomt het kabinet de ontwikkeling van het
nieuwe Europese uitrolplan voor ERTMS. De Commissie nodigt daarvoor de lidstaten uit
om de ERTMS uitrol te bevorderen. Coördinatie op Europees niveau is van belang voor
uitrol van ERTMS grensoverschrijdende infrastructuur en voor de gemeenschappelijke
uitdagingen van de uitrol van het ERTMS-systeem (zoals transitie naar het toekomstige
radiocommunicatiesysteem). Van belang is ook dat ERTMS betaalbaar is en dat er zo
min mogelijk wijzigingen aan het systeem worden doorgevoerd. Het kabinet is wel van
mening dat dit uitrolplan realistisch dient te zijn, gericht op internationale samenwerking
en een lerende organisatie die verder bouwt op de ervaringen van de uitrol tot dusver.
Het kabinet heeft de Commissie geïnformeerd over de recente strategie ontwikkeling
voor ERTMS.13
Het kabinet verwelkomt daarnaast de aankondiging van een voorstel voor herziening
van het rijbewijs van machinisten waarbij additionele maatregelen nodig zijn voor
een vereenvoudigde inzet van grensoverschrijdende machinisten voor zowel personen-
als goederenvervoer per spoor.
De aankondiging om met wetgeving te komen voor het bevorderen van een tweedehandsmarkt
voor rollend materieel is welkom; hiermee kunnen nieuwe marktinitiatieven worden ondersteund.
Hergebruik van materialen draagt daarnaast bij aan een duurzaam spoorbeleid.
Daarnaast nodigt de Commissie de lidstaten uit om bij de uitrol van het hogesnelheidsnetwerk
ook de mogelijkheden van het Europese Concurrentievermogenfonds te betrekken. Het
kabinet neemt kennis van deze mogelijkheid maar wijst op de besluitvorming die nog
niet is afgerond over dit nieuwe Europese fonds dat onderdeel uitmaakt van het Meerjarig
Financieel Kader 2028–2034. Voor de kabinetsinzet op dit fonds verwijst het kabinet
naar het relevante BNC-fiche14.
De voorstellen van de Commissie voor versterking van de (Europese) governance in de spoorwegsector zijn positief. Versterking van het Europese spoorwegagentschap
bij het opstellen van veilige en stabiele standaarden voor rollend materieel en bijvoorbeeld
ERTMS en de toelating van nieuw materieel kunnen een hefboomeffect hebben op de concurrentiekracht
van de spoorwegsector. Daarnaast zal het monitoren van de ontwikkeling van hogesnelheidsvervoer
bijdragen aan consistente uitrolstrategieën. Deze maatregelen zijn nodig omdat tot
op heden de ontwikkeling van hogesnelheidsspoorvervoer binnen de lidstaten veel verder
gevorderd is dan het realiseren van grensoverschrijdende verbindingen.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Naar verwachting zal de meerderheid van de EU-lidstaten het plan van de Commissie
verwelkomen. Het plan biedt een kans om de bereikbaarheid binnen Europa te vergroten
en dan met name in Centraal- en Oost-Europa waar de ontwikkeling van hogesnelheidsvervoer
per spoor nog beperkt is ontwikkeld. Een aantal lidstaten heeft reeds aangegeven aanzienlijke
ambities te hebben ten aanzien van de aanleg van hogesnelheidsinfrastructuur.
Verwachting is dat het Europees Parlement het plan zal verwelkomen en vragen om concrete
vervolgstappen van de Europese Commissie en de lidstaten.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op de
interne markt, economische, sociale en territoriale samenhang, vervoer, trans-Europese
netwerken en milieu.
Op het terrein van interne markt, economische, sociale en territoriale samenhang,
milieu, vervoer en trans-Europese netwerken is sprake van een gedeelde bevoegdheid
tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, sub a, sub c, sub e, sub g en sub h,
VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel om de verdere
ontwikkeling van hogesnelheidsvervoer per spoor te ondersteunen en te versnellen middels
een stappenplan en concrete maatregelen om het toekomstbeeld van een goed functionerend
en sneller hogesnelheidsspoornetwerk in 2040 te realiseren.
Gezien het belang van internationale bereikbaarheid van Europese hoofdsteden en grootstedelijke
gebieden een grensoverschrijdend probleem is en onvoldoende door de lidstaten op centraal,
regionaal of lokaal niveau kan worden verwezenlijk is een Europese aanpak gewenst.
Het bevorderen van een internationaal netwerk van hogesnelheidsvervoer per trein dient
in samenwerking met de andere lidstaten in de EU te worden opgepakt. Om die reden
is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief met aandachtspunt. De mededeling heeft
tot doel om de verdere ontwikkeling van hogesnelheidsvervoer per spoor te ondersteunen
en te versnellen middels een stappenplan en concrete maatregelen om het toekomstbeeld
van een goed functionerend en sneller hogesnelheidsspoornetwerk in 2040 te realiseren.
Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de Commissie
met dit voorstel uiteenzet dat een Europese overkoepelende benadering van het netwerk
de bereikbaarheid van Europese hoofdsteden en grootstedelijke gebieden dient. Bovendien
gaat het voorstel van de Commissie niet verder dan noodzakelijk omdat besluitvorming
over het hogesnelheidsnetwerk in de Europese context tracht te bevorderen zonder deze
over te nemen van de lidstaten. Lidstaten blijven bevoegd bij besluitvorming over
concrete infrastructuurprojecten en de financiering. Een aandachtspunt is de beperkte
aandacht voor het bevorderen van verbeterde dienstverlening voor internationaal spoorvervoer
op de bestaande infrastructuur. Zonder goed functionerende spoormarkt voor internationale
treindiensten zal een hogesnelheidsnetwerk op Europese schaal economisch minder aantrekkelijk
zijn en zich daarmee naar verwachting trager ontwikkelen. Het kabinet vindt dat het
voorstel op dit punt niet ver genoeg gaat en had graag meer aandacht hiervoor gezien.
Het kabinet ziet graag het bestaand samenwerkingsplatform internationaal personenvervoer
verder versterkt op Europese samenwerking tezamen met de relevante EU instellingen,
met name de Europese Commissie.15
d) Financiële gevolgen
Nederland is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen
de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 en dat deze
moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Daarnaast wil het
kabinet niet vooruit lopen op de integrale afweging van middelen na 2027.
Lidstaten blijven bevoegd zelfstandig te besluiten over de aanleg en financiering
van hogesnelheidsspoorvervoer en zullen daarbij een maatschappelijke kosten-batenanalyse
maken voor hun investeringen.
Eventuele budgettaire gevolgen voor de Rijksbegroting worden ingepast op de begroting
van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
De Commissie schat de kosten van de uitrol van het Europese hogesnelheidsnetwerk op
€ 345 miljard tot 2040 voor het reeds geplande TEN T hogesnelheidsnetwerk en € 546
miljard tot 2050 voor de verdere gewenste uitrol tot 250 kmph. De netto maatschappelijke
kosten-batenanalyse bedraagt volgens de studie van de Commissie circa € 750 miljard.
Uit de mededeling blijkt niet duidelijk welke projecten in Nederland zijn inbegrepen
in dit bedrag.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Voor het bedrijfsleven, maar ook voor landen, regio’s en steden waar de ontwikkeling
van een hogesnelheidsnetwerk concreet wordt, worden positieve effecten verwacht van
de voorgestelde maatregelen in het regelgevend kader en de Europese governance in de spoorsector. Toegang voor internationale treindiensten tot de spoorweginfrastructuur
en bijkomende diensten en de inzet van materieel kan worden bevorderd. Dit kan echter
pas worden beoordeeld nadat de aangekondigde wetgevende voorstellen beschikbaar komen.
Om dit goed te kunnen beoordelen en de mogelijke gevolgen voor de regeldruk in kaart
te brengen, verzoekt het kabinet de Commissie daarom om een impact assessment uit te voeren voor de aangekondigde wetgevende voorstellen.
Het plan heeft de potentie de concurrentiekracht van Europa te bevorderen door toegenomen
connectiviteit tussen grootstedelijke gebieden en lidstaten. Bovendien zullen de investeringen
en de verdere maatregelen gericht op standaardisatie in hogesnelheidsvervoer een impuls
zijn voor de spoorweg(maak)industrie.
Verhoogde investeringen in de EU op het gebied van hogesnelheidsvervoer kunnen de
mondiale concurrentiekracht van de spoorweg(maak)industrie bevorderen. Dat kan bijdragen
aan exportkansen voor het bedrijfsleven. Een beter verbonden Europa is ook een sterker
en daarmee veiliger Europa.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken