Brief regering : Voortgang AI-fabriek en AI-gigafabrieken initiatief
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
33 009
Innovatiebeleid
Nr. 1451
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE
ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
AI-infrastructuur vormt de fundering onder alle moderne AI-modellen en -toepassingen.
Zonder een krachtige en betrouwbare infrastructuur is het onmogelijk om modellen te
trainen, hoogwaardige AI-diensten te leveren of toepassingen snel en stabiel te gebruiken.
Zeker geavanceerde AI-modellen, die enorme hoeveelheden data verwerken en daardoor
veel rekenkracht, dataopslag en geheugen vereisen, hebben gespecialiseerde hardware
nodig met de benodigde software-laag. Het is daarom essentieel dat Nederland investeert
in moderne, schaalbare en energiezuinige AI-infrastructuur. Alleen zo blijven AI-systemen
betrouwbaar, snel, betaalbaar en toekomstbestendig, en kan Nederland concurrerend
blijven in een steeds meer door data en AI gedreven wereld.
Naast bestaande AI-infrastructuur initiatieven uit de markt, werkt het kabinet actief
aan het versterken en toegankelijk maken van AI-infrastructuur. Hiervoor realiseren
we allereerst de AI-fabriek in Groningen. Op 13 oktober 2025 informeerde wij, samen
met de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de Minister van Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur, uw Kamer over de honorering van de Europese cofinanciering
hiervoor.1 In die brief gaven wij aan dat, naast de gereserveerde € 71 miljoen nationale middelen
vanuit bovengenoemde departementen en € 60 miljoen regionale middelen vanuit de Economische Agenda van Nij Begun, de EU via de EuroHPC Joint Undertaking (EuroHPC JU) een bijdrage van circa € 71,7
miljoen heeft toegekend, waarmee de gevraagde Europese subsidie is goedgekeurd en
de totale investering in de AI-fabriek ruim € 200 miljoen bedraagt.
Met deze brief brengen wij u, mede namens de Staatssecretaris van Defensie en de Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op de hoogte van de voortgang inzake het beschikken
van de Nederlandse bijdrage, een toelichting over het belang van de investering (conform
een CW 3.1 kader) en de planning voor de realisatie van de AI-fabriek, bestaande uit
een AI-expertisecentrum en een AI-geoptimaliseerde supercomputer.
Naast de realisatie van de AI-fabriek informeer ik uw Kamer over de verkenning naar
de mogelijkheden van deelname aan het EuroHPC JU AI-gigafabriekeninitiatief. Ik bied
met deze brief tevens het rapport aan dat het onderzoeksbureau Ecorys heeft opgesteld
in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken over de meerwaarde van een mogelijke
AI-gigafabriek in Nederland.
Belang sterke AI-infrastructuur in Nederland
Het kabinet erkent het belang van AI-infrastructuur, in al haar mogelijke verschijningsvormen,
publiek én privaat, als cruciale bouwsteen voor de ontwikkeling en toepassing van
AI-modellen en applicaties. Bijvoorbeeld: in de zorg2, voor defensie3, de industrie4 en de wetenschap5.
Recente rapporten, waaronder het rapport Wennink, benadrukken dat investeringen in
AI-infrastructuur noodzakelijk zijn om Nederland economisch concurrerend, technologisch
weerbaar en maatschappelijk innovatief te houden.6 Zoals het Wennink-rapport aangeeft, beschikt de EU over slechts 5% van de mondiale
geavanceerde rekenkracht, tegenover 74% in de Verenigde Staten. Deze scheve verdeling
onderstreept de aanzienlijke technologische achterstand van Europa.
AI-infrastructuur varieert van grootschalige rekenfaciliteiten op basis van onder
andere grafische processor units (GPU’s), tot energie-efficiënte en gespecialiseerde
hardware, en tot decentrale of «edge»-oplossingen waarbij AI-toepassingen direct op
lokale apparaten of nabij de gebruiker kunnen draaien. De keuze voor een specifiek
ontwerp, en de maatschappelijke waarde, zijn daarmee afhankelijk van de functie en
de gebruikers, zoals ontwikkelaars die grootschalige modellen trainen of gebruikers
die AI met hogere snelheid lokaal dienen toe te passen. AI-infrastructuur is bovendien
een strategische asset. Nationale rekencapaciteit verkleint afhankelijkheden van derden,
versterkt strategische autonomie in cruciale digitale domeinen en versterkt de positie
van Nederland binnen Europa. De inpassing van AI-infrastructuur vraagt echter om een
zorgvuldige afweging binnen randvoorwaarden voor onder andere ruimte, energie, netwerkinfrastructuur
en de betrokkenheid van lokale autoriteiten.
Er bestaan binnen de geldende Nederlandse en Europese regelgeving mogelijkheden voor
de private sector om zelf AI-infrastructuur te ontwikkelen. Het kabinet verwelkomt
dergelijke initiatieven en investeringen, mits zij bijdragen aan een evenwichtige
ontwikkeling van het nationale en Europese AI-ecosysteem.
Naast marktgedreven initiatieven wordt er op Europees niveau ingezet op publiek-private
samenwerking en investeringen in reken- en data-infrastructuur, zoals high-performance
computing (HPC), AI-geoptimaliseerde supercomputers en kwantum computing, om innovatieve
ontwikkelingen door onderzoekers, innovatief mkb, startups en overheden te faciliteren.
Deze inzet wordt voornamelijk Europees vormgegeven via de EuroHPC JU. Binnen dit kader
wordt in Europees verband samengewerkt aan en geïnvesteerd in AI-infrastructuur, onder
meer via de ontwikkeling van AI-fabrieken en AI-gigafabrieken.
Realisatie AI-fabriek in Groningen
Met de AI-fabriek in Groningen wordt geïnvesteerd in een expertisecentrum en een AI-geoptimaliseerde
supercomputer die de ontwikkeling van verantwoorde en geavanceerde AI-modellen en
-toepassingen toegankelijk maakt voor innovatief mkb, startups, onderzoekers en overheden.
Dit creëert kansen om met gespecialiseerde en unieke data nieuwe innovaties te ontwikkelen
die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en het versterken
van sectoren en diensten. Daarmee wordt de regio Groningen én heel Nederland concurrerender
en innovatiever.
Stand van zaken en onderbouwing investering AI-fabriek (CW 3.1)
De voorbereidingen voor het beschikken van de subsidie aan het consortium voor de
AI-fabriek zijn in de afrondende fase. Het beschikken betreft de formele toekenning
van cofinanciering van het Rijk en de regio aan het consortium (Stichting Nederlandse
AI-fabriek, SURF, AIC4NL, Samenwerking Noord en TNO) onder de voorwaarden van cofinanciering
door EuroHPC JU.
Het kabinet hanteert de werkwijze dat vanuit artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet
(CW 3.1) voor voorstellen met significante gevolgen een apart kader («Beleidskeuzes
uitgelegd») wordt opgenomen in Kamerbrieven. Voor de rijksbijdrage aan de realisatie
van de AI-fabriek, is dit kader als bijlage bij deze Kamerbrief meegenomen.
Planning realisatie en exploitatie
De start van het AI-expertisecentrum is voorzien in april 2026. Naar verwachting is
de openstelling van de AI-supercomputer in eind 2027 of begin 2028 voorzien. De exacte
tijdslijn van de realisatie van de AI-supercomputer is afhankelijk van de aanbesteding
door de EuroHPC JU.
Het is van belang dat (potentiële) gebruikers (innovatief mkb, onderzoekers en overheden)
zo snel mogelijk aan de slag kunnen met het voorbereiden van aanvragen om te kunnen
rekenen. De doelgroepen zouden al vroegtijdig geholpen kunnen worden met het aanvragen
van rekentijd op bestaande supercomputers in andere lidstaten via EuroHPC JU. Dit
biedt de mogelijkheid om al vóór ingebruikname van de Nederlandse supercomputer ervaring
op te doen, projecten voor te bereiden en te starten en kennis te vergaren. Deze overbrugging
draagt bij aan een snelle benutting van het potentieel van de AI-fabriek, stimuleert
innovatie en verlaagt de drempel voor partijen om AI-toepassingen te ontwikkelen.
AI-gigafabriekeninitiatief en meerwaarde voor Nederland
Om AI-infrastructuur in de EU verder op te schalen en daarmee de digitale strategische
autonomie te bevorderen, wil de Europese Commissie AI-gigafabrieken realiseren, zoals
aangekondigd in het AI Continent Actieplan7 en uitgewerkt in een voorstel tot amendering van de EuroHPC-verordening8. De Raad voor Concurrentievermogen heeft op 9 december ingestemd met deze amendering.
De tekst zal definitief door de Raad worden aangenomen nadat het Europees Parlement
zijn standpunt heeft uitgebracht en een juridisch-taalkundige herziening heeft plaatsgevonden.
Binnen de EuroHPC JU-context worden twee nauw verwante typen infrastructuur onderscheiden:
de (Europese) AI-fabrieken (publieke faciliteiten gericht op de pre-commerciële fase),
zoals de AI-fabriek in Groningen, en de nieuw voorgestelde AI-gigafabrieken (grootschalige,
privaat-publieke reken- en datacentra bestemd voor het trainen en runnen van de volgende
generatie «frontier» AI-modellen). Het AI-gigafabriekeninitiatief is bedoeld om investeringen
en capaciteit op een grotere schaal aan te jagen en te faciliteren dan het geval is
bij de (al lopende) AI-fabrieken binnen EuroHPC JU. Het voorstel van de Europese Commissie
voorziet de ontwikkeling van vijf AI-gigafabrieken binnen de EU, elk opgebouwd uit
een zeer omvangrijk cluster van grafische processor units (GPU’s) en ontwikkeld met
nadrukkelijke aandacht voor duurzaamheid.
De AI-gigafabrieken moeten een grotendeels privaat karakter krijgen, met als doel
een commercieel en marktconform aanbod van rekeninfrastructuur te realiseren voor
de ontwikkeling en toepassing van AI. Het grootste deel van de kapitaalinvestering
en alle operationele kosten dienen voor rekening van de private sector te komen. Publieke
middelen van zowel de Europese Commissie als de lidstaten kunnen worden ingezet om
waar nodig de businesscase te versterken, bijvoorbeeld door afname van rekentijd te
waarborgen. Daarbij is het van belang zorgvuldig af te wegen of en in welke mate overheidsingrijpen
daadwerkelijk meerwaarde biedt.
Europees proces
De EuroHPC JU heeft in april 2025 een openbare oproep (Call for Expression of Interest) gepubliceerd om mogelijke initiatieven, consortia en locaties voor AI-gigafabrieken
te inventariseren; de eerste deadline voor het indienen van niet-bindende voorstellen
lag op 20 juni 2025.
Als gevolg van de oproep ontving de Commissie een groot aantal reacties, op basis
waarvan de Commissie en de lidstaten gesprekken zijn gestart met de geïnteresseerde
partijen. Naar verwachting zal in het eerste kwartaal van 2026 de officiële call open
gaan, waarna een selectieprocedure via de EuroHPC JU en de Governing Board van de
EuroHPC JU voorzien is om (in later stadium) één of meerdere AI-gigafabriek-consortia
aan te wijzen en daar verdere afspraken mee te maken. De beoogde opzet van AI-gigafabrieken
is een privaat-publieke investering met voorwaarden rond de governance, Europese belangen
en operationele controle. De concrete criteria voor in te dienen voorstellen zullen
pas bekend worden bij openstelling van de call.
Voorafgaand aan de call dienen lidstaten zich, indien zij willen meedingen voor een
AI-gigafabriek in hun lidstaat, financieel te committeren aan het AI-gigafabriekeninitiatief
richting de EuroHPC JU, via een gezamenlijke overeenkomst voor de aanbesteding van
de rekeninfrastructuur. De JU zal namens de Europese Commissie, de financierende lidstaten
en overige financierende deelnemende staten verantwoordelijk zijn voor de gezamenlijke
aanbesteding van rekeninfrastructuur bij de te selecteren AI-gigafabrieken. Voorstellen
van consortia uit lidstaten die zich niet vooraf financieel hebben gecommitteerd worden
niet meegenomen in de beoordeling en selectie. Het kabinet zal naar verwachting uiterlijk
in januari een besluit moeten nemen over deelname aan deze financiële commitment.
Mocht Nederland zich niet financieel committeren, dan sluit dat niet de mogelijkheid
uit van consortia om privaat AI-infrastructuur te realiseren buiten de kaders van
de Europese call.
Nationaal proces
Het kabinet verkent zowel bestuurlijk als inhoudelijk met betrokken Nederlandse actoren
en marktpartijen de Nederlandse opties voor deelname en cofinanciering, evenals cofinanciering
vanuit het Rijk zelf. Daarbij wordt tevens gekeken naar mogelijke samenwerking met
andere lidstaten. Via RVO is in april jl. een interessepeiling uitgezet voor Nederlandse
bedrijven en organisaties om hun belangstelling voor deelname aan het Europese AI-gigafabrieken-traject
kenbaar te maken. Na de sluiting van de Europese Call for Expression of Interest heeft het kabinet actief contact onderhouden met een aantal private Nederlandse initiatiefnemers
die hun interesse via deze call bij de Commissie hebben aangetoond. Het kabinet richt
zich op het zorgvuldig afwegen van publieke betrokkenheid en eventuele financiële
bijdragen, maar heeft vooralsnog geen middelen op de Rijksbegroting gereserveerd.
Ecorys rapport
In het kader van het AI-gigafabriekeninitiatief heeft het Ministerie van Economische
Zaken aan Ecorys gevraagd om te onderzoeken wat de economische, maatschappelijke en
strategische meerwaarde is van het vestigen van een AI-gigafabriek in Nederland. In
dit onderzoeksrapport concludeert Ecorys onder meer dat een AI-gigafabriek in Nederland
directe toegang geeft tot grootschalige rekenkracht wat de strategische autonomie
kan versterken en mogelijk ook positieve effecten heeft op het vestigingsklimaat,
mits aan specifieke randvoorwaarden wordt voldaan. Tegelijkertijd geeft Ecorys aan
dat de meerwaarde van een AI-gigafabriek vanuit gebruiksfunctionaliteit afhankelijk
is van het ontwerp van de AI-gigafabriek. Voor AI-inferencing (het inzetten van reeds
getrainde AI-modellen) volstaat een federatief model met kleinere AI-gigafabriek faciliteiten
(multi-site). De meerwaarde van een centrale (single-site) AI-gigafabriek ligt vooral
in het kunnen trainen van de volgende generatie «frontier» AI-modellen. Op dit moment
is echter nog geen Nederlandse onderneming hiertoe in staat. Wel verwacht Ecorys dat
de vraag naar rekenkracht, in ieder geval voor inferencing, in de toekomst sterk zal
toenemen in Nederland, waardoor een AI-gigafabriek voor AI-inferencing wél van meerwaarde
kan zijn. In dit verband zou een gefaseerde uitrol van rekenkrachtcapaciteit ervoor
kunnen zorgen dat het rekenkrachtaanbod meegroeit met de vraag. Naast gebruikersfunctionaliteit
vormen de hoge kosten, de locatiekeuze en de energievoorziening, mede door de bestaande
netcongestie, belangrijke uitdagingen.
Conclusie
Met de investering in de AI-fabriek in Groningen zet het kabinet een belangrijke eerste
stap in het versterken van de AI-infrastructuur in Nederland. Om AI-infrastructuur
initiatieven succesvol op te schalen, is nauwe samenwerking nodig met de private sector,
kennisinstellingen, lokale overheden, publieke organisaties en andere relevante partners.
Het kabinet blijft zich actief inzetten om deze samenwerking te stimuleren en verdere
ontwikkelingen in AI-infrastructuur te ondersteunen. Gezien de breedte van het vraagstuk
en de urgentie, zoals ook beschreven in het rapport van Wennink, is het van belang
dat een volgend kabinet hier aandacht aan besteedt.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, E. van Marum
Bijlage 1: Kader Beleidskeuzes uitgelegd – AI-fabriek in Groningen
Onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW3.1)
1. Doelen
De snelle opkomst van (generatieve) AI, de toenemende afhankelijkheid van rekenkracht
en de grote economische en geopolitieke impact daarvan maken dat overheden in staat
moeten zijn de AI-gedreven transformatie bij te houden, te sturen en de publieke belangen
te borgen. Om dit te kunnen doen, is het noodzakelijk dat Nederland en Europa over
voldoende eigen kennis, vaardigheden en capaciteit beschikken om geavanceerde AI-systemen
te begrijpen, te ontwikkelen en verantwoord toe te passen. Zo draagt Nederland bij
aan de versterking van de Europese strategische autonomie.
Daarnaast is het belangrijk dat Nederland zijn sterke internationale positie in AI-onderzoek
behoudt en verder versterkt. Dit vraagt om ruimte voor talentontwikkeling, hoogwaardige
onderzoeksactiviteiten en de mogelijkheid om AI-innovaties veilig, transparant en
verantwoord te ontwikkelen en testen, ook wanneer het gaat om toepassingen die met
gevoelige data werken. Verder is het een doel om de brede adoptie van innovatieve
AI-toepassingen in met name het mkb te versnellen, zodat Nederlandse sectoren hun
concurrentiekracht en innovatievermogen kunnen vergroten.
Dit ondersteunt de kabinetsdoelstellingen voor een weerbare, ondernemende, vernieuwende
en duurzame digitale economie (Strategie Digitale Economie, Voortgangsrapportage 2024,
maart 2025) en draagt bij aan het concurrentievermogen, de innovatiekracht en de open
strategische autonomie van Nederland en de EU en ondersteunt de doelen van de Economische Agenda van Nij Begun voor Groningen en Noord-Drenthe.
2. Beleidsinstrumenten
De realisatie van een AI-fabriek in Nederland, met locatie Groningen, maakt het mogelijk
dat (innovatief) mkb, onderzoekers en overheden geavanceerde AI-modellen en innovatieve
AI-toepassingen kunnen ontwikkelen met gebruik van AI-rekenkracht en expertise in
de pre-commerciële fase. Onder een AI-fabriek wordt verstaan een AI-expertisecentrum
en een AI-geoptimaliseerde supercomputer met een datacentrum. De AI-supercomputer
zal worden aanbesteed door de EuroHPC JU in afstemming met SURF, binnen de Europese
kaders, waaronder het Onderzoek & Ontwikkeling-kader en de EuroHPC-voorwaarden; CALL for the selection of Hosting Entities for acquiring or upgrading EuroHPC systems
with AI capabilities and establishment of associated AI Factories - The European High
Performance Computing Joint Undertaking (EuroHPC JU).
Daarnaast zorgt het expertisecentrum voor kennisontwikkeling, kennisdeling, training
en tools voor het ontwikkelen en testen van AI, communicatie naar de doelgroepen en
acquisitie en beheer van bronnen voor schone data zodat bedrijven, onderzoekers en
overheden leren op een verantwoorde wijze om kunnen gaan met het ontwikkelen en toepassen
van geavanceerde AI-modellen.
Zes ministeries en regio Groningen en Noord-Drenthe dragen financieel bij aan een
subsidieverlening voor een consortium dat bestaat uit de Stichting Nederlandse AI-fabriek,
SURF, AI Coalitie voor Nederland (AIC4NL), Samenwerking Noord en TNO. Door gezamenlijk
te investeren, kunnen de ministeries de benodigde schaal en impact van de AI-fabriek
realiseren, die afzonderlijk door één ministerie niet mogelijk zou zijn.
3. Financiële gevolgen voor het Rijk & maatschappelijke sectoren
Het gaat om een investering van in totaal € 202,635 mln., waarvan € 71,7 miljoen van
EuroHPC JU komt en € 130,935 mln. van Rijk en regio.
Vanuit het Rijk is in totaal € 70.935.000,- aan middelen gereserveerd, te weten: Ministerie
van Economische Zaken (€ 31mln.); Ministerie van Defensie (€ 30mln.); Ministerie van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (€ 3,935mln.); Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninklijke Relaties (€ 2mln.); Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur (€ 2mln.); Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (€ 2mln.).
Vanuit de regio, is € 60 mln. aan middelen gereserveerd, te weten: Regio Groningen
en Noord-Drenthe vanuit de Economische Agenda van Nij Begun (€ 60mln.).
Zo levert de investering in een AI-fabriek AI-innovaties en talent op voor vraagstukken
in maatschappelijk relevante sectoren, zoals veiligheid, gezondheid en zorg, energie,
publieke dienstverlening, landbouw en voeding en onderzoek en onderwijs.
4. Nagestreefde doeltreffendheid
De AI-fabriek creëert economische kansen (verhoging van de Nederlandse economie door onder andere arbeidsproductiviteit te verhogen) door verschillende sectoren en bedrijven de mogelijkheid te geven geavanceerde (generatieve)
AI te ontwikkelen. Zo worden bedrijven geholpen bij modelontwikkeling en toegang tot
AI-rekenkracht voor nieuwe toepassingen. Daarnaast voorziet de AI-fabriek in de behoefte
van Nederlandse onderzoekers om meer rekencapaciteit voor de innovatie(onderzoeks)kansen
die er zijn op het gebied van onder andere de gezondheidszorg, chemie en energie.
De partners in het consortium hebben veel ervaring met het ondersteunen van het AI-ecosysteem,
toegepast AI-onderzoek en het realiseren en beheren van AI-rekenkracht. SURF heeft
uitgebreide ervaring in het hosten en beheren van high performance supercomputing
en het gebruik daarvan voor onderzoek en onderwijs, zowel nationaal als internationaal
als deelnemer in EuroHPC JU. De AIC4NL heeft een centrale rol in het coördineren van
het nationale AI-ecosysteem en beschikken over een breed netwerk van publieke en private
stakeholders in het AI-veld, ook regionaal. Hetzelfde geldt voor Samenwerking Noord,
specifiek gericht op bedrijvigheid, onderwijs, en onderzoeksinstellingen in Noord-Nederland.
TNO heeft uitgebreide expertise in AI, databeschikbaarheid en het delen van data en
heeft het vermogen om toegepast onderzoek en experimentele ontwikkeling uit te voeren
met en voor bedrijven en overheden en hierin ondersteuning te bieden.
5. Nagestreefde doelmatigheid
In een rapport van McKinsey & Company uit juni 2023 wordt geschat dat met generatieve
AI jaarlijks tussen 2,6 en 4,4 biljoen dollar kan worden toegevoegd aan de wereldeconomie
door de arbeidsproductiviteit te verhogen. De AI-fabriek kan worden gezien als infrastructuur
die eraan bijdraagt om hier ook in Nederland van te profiteren. De investering in
rekencapaciteit en AI-expertise via het Europese AI-fabriekeninitiatief zorgt voor
een grotere investerings- en projectschaal dan wanneer deze ontwikkeling uitsluitend
nationaal zou worden opgepakt. Zo biedt een grotere schaal van de supercomputer, evenals
het bredere netwerk van AI-fabrieken binnen EuroHPC JU, meer rekenkracht en daarmee
ook meer mogelijkheden voor Nederlandse en Europese gebruikers (AI-ontwikkelaars).
Omdat de AI-fabriek in Groningen onderdeel wordt van het grotere EuroHPC-netwerk,
biedt dit tevens meer mogelijkheden in de uitwisseling van kennis en innovaties.
6. Evaluatieparagraaf
Aan de subsidie voor de AI-fabriek zijn verplichtingen verbonden (inhoudelijk, financieel).
Het consortium is verplicht om op verzoek van de subsidieverlener medewerking te verlenen
aan een evaluatie van het beleid op grond waarvan de subsidie is verstrekt.
In 2029 dient door het consortium een midterm review uitgevoerd te worden over de
realisatie van de Nederlandse AI-fabriek op basis van een opdracht en op kosten van
de financiers.
Uiterlijk binnen 26 weken na de einddatum van het project dient het consortium een
eindrapport aan te leveren waarin verloop en eindresultaten van het gesubsidieerde
project zijn vastgelegd, evenals een gespecificeerde opgave van alle rechtstreeks
aan het project toe te rekenen werkelijke gemaakte kosten.
Indieners
-
Indiener
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Medeindiener
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties