Brief regering : Arbeidsmarktprognose zorg en welzijn 2025
29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector
Nr. 619
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Krapte op de arbeidsmarkt vormt een grote uitdaging binnen alle delen van zorg en
welzijn. Zonder voldoende goed opgeleide zorgverleners komt de toegankelijkheid en
de kwaliteit van de zorg in gevaar. Om een goed beeld te krijgen hoe de arbeidsmarkt
binnen zorg en welzijn zich de komende tien jaar ontwikkelt, laten we conform de motie
Bergkamp c.s. (Kamerstuk 29 282, nr. 323), jaarlijks een prognose maken van het verwachte tekort in de verschillende branches
van zorg en welzijn. Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van de nieuwe
arbeidsmarktprognose die ABF Research recent heeft opgeleverd. De resultaten zijn
ook terug te vinden via www.prognosemodelzw.nl.
Tevens wil ik uw Kamer melden dat het Capaciteitsorgaan op vrijdag 19 december 2025
het nieuwe Capaciteitsplan heeft uitgebracht. Hierin worden de driejaarlijkse instroomadviezen
weergegeven voor de (medisch) vervolgopleidingen en een aantal initiële opleidingen.
Het capaciteitsplan bevat een integraal overzicht van alle te ramen beroepen. In een
inhoudelijke kabinetsreactie zal worden beschreven hoe wordt omgegaan met deze adviezen.
Deze kabinetsreactie zal naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 naar uw
Kamer worden verzonden.
Samenvatting
De nieuwe arbeidsmarktprognose laat in hoofdlijnen het volgende zien:
• Het verwachte personeelstekort neemt in de komende jaren toe. In 2035 wordt een tekort
geraamd van bijna 301 duizend werkenden in het beleidsarme Referentiescenario.
• Het geraamde tekort in het Referentiescenario valt in 2034 circa 9 duizend hoger uit
dan de uitkomst van de prognose van vorig jaar. Dit komt vooral doordat naast werknemers
ook zelfstandigen zijn toegevoegd aan het prognosemodel. Daarnaast spelen onder meer
een gewijzigde aanname ten aanzien van zorghulpen en nieuwe instroom- en uitstroomcijfers
een rol.
• Dit jaar heeft ABF Research ook een scenario gemodelleerd waarin onder meer een verlaging
van het eigen risico en de ambities ten aanzien van arbeidsbesparing uit het Hoofdlijnenakkoord
Ouderenzorg (HLO) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AWZA) zijn meegenomen.
In dit scenario komt het verwachte arbeidsmarkttekort uit op circa 227 duizend personen
in 2035.
• De grootste tekortenzijn te verwachten in de ouderenzorg (circa 100 tot 134 duizend
personen afhankelijk van het scenario), maar in bijna alle branches nemen op de langere
termijn de tekorten naar verwachting toe.
• Wat betreft beroepsgroepen zijn de verwachte tekorten in absolute aantallen het grootst
bij de verzorgenden en verpleegkundige beroepen en maatschappelijke hulp en dienstverlening
(hbo).
• Rekening houdend met de grootte van de beroepsgroepen, is het verwachte tekort ook
relatief groot voor onder meer de beroepsgroepen specialist ouderengeneeskunde, arts
verstandelijk gehandicapten, GGZ-beroepen geraamd door het Capaciteitsorgaan1, huisartsen en sociaal geneeskundigen.
Actualisatie en doorontwikkeling van het Prognosemodel Zorg en Welzijn
Na de vorige arbeidsmarktprognose van december 20242 heeft ABF Research het Prognosemodel Zorg en Welzijn geactualiseerd met hoofdzakelijk
realisatiecijfers over 2024 voor wat betreft zorggebruik en verschillende arbeidsmarktgegevens
(o.a. aantallen werknemers, ziekteverzuim, arbeidsmarktkrapte). Op basis van de trends
die zichtbaar zijn in de realisatiecijfers van de afgelopen jaren en een raming van
de demografische ontwikkelingen de komende 10 jaar is het zogenaamde Referentiescenario
doorgerekend. De raming van het verwachte zorggebruik is daarbij afgestemd met verschillende
branche-experts.
Daarnaast heeft één grote inhoudelijke doorontwikkeling van het model plaatsgevonden,
namelijk de toevoeging van zelfstandigen aan het model. Hierdoor spreken we niet langer
over de uitkomsten in het aantal werknemers, maar in werkenden. Met de toevoeging
van zelfstandigen geeft de nieuwe arbeidsmarktprognose een nog completer beeld van
de verwachte ontwikkelingen op de arbeidsmarkt van zorg en welzijn. Ook kan op deze
manier rekening worden gehouden met de arbeidsmobiliteit tussen zelfstandigen en werknemers.
Naast de toevoeging van zelfstandigen aan het model zijn door ABF Research ook nog
een aantal aanpassingen gedaan in de aannames in het model. Het effect van deze aanpassingen
op het verwachte arbeidsmarkttekort wordt hieronder kort toegelicht.
Zoals in de samenvatting aangegeven komt in de nieuwe Referentieraming het verwachte
personeelstekort in 2034 circa 9 duizend hoger uit dan bij de raming van vorig jaar.
Het verschil van 9 duizend personen is het saldo van de effecten van allerlei ontwikkelingen/wijzigingen.
In de bijlage vindt u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en/of met het
grootste effect.
Scenario Beleid
In het Referentiescenario wordt, zoals hierboven aangegeven, alleen rekening gehouden
met demografische ontwikkelingen plus trends die zichtbaar zijn in de realisatiecijfers
(o.a. als gevolg van eerder ingezet beleid). ABF heeft dit jaar echter ook een scenario
doorgerekend waarin boven op het Referentiescenario de verwachte effecten van een
aantal relevante beleidsmaatregelen en akkoorden zijn meegenomen. Het betreft de verlaging
van het eigen risico3, de afspraken uit het HLO en AZWA en de stelselherziening kinderopvang. Dit betreft
dus nadrukkelijk zeker niet al het beleid dat effect zal hebben op de arbeidsmarkt
binnen zorg en welzijn, maar met de akkoorden in combinatie met de verlaging van het
eigen risico zijn naar verwachting wel een aantal grote brokken met maatregelen binnen
zorg en welzijn die effect hebben op de arbeidsmarkt meegenomen.
De in het regeerprogramma aangekondigde verlaging van het eigen risico leidt bij invoering
naar verwachting tot een hogere zorgvraag binnen bepaalde delen van zorg en welzijn.
Hiervoor zijn ook extra middelen gereserveerd. Op basis van de verdeling van deze
middelen is berekend tot hoeveel extra zorgvraag dit zou leiden en is dit vervolgens
in het scenario Beleid verwerkt.
Voor zowel het HLO als het AZWA zijn de ambities die gezamenlijk met partijen zijn
afgesproken ten aanzien van arbeidsbesparing als uitgangspunt genomen voor het scenario
Beleid. ABF Research heeft daarbij geen toets gedaan op de haalbaarheid van de afgesproken
ambities. Vanuit dat perspectief kan het scenario Beleid dit jaar meer worden beschouwd
als een soort «wat-als-scenario» dat de effecten op de arbeidsmarkt in beeld brengt
van voorgenomen ambities. Voor het HLO gaat het om een ambitie van 50 duizend personen
minder groei in arbeidsvraag en voor het AZWA om 40 duizend personen minder groei
in arbeidsvraag. Verondersteld is dat deze arbeidsbesparing van in totaal 90 duizend
personen eind 2028 gerealiseerd wordt ten opzichte van de situatie eind 2024. In beide
akkoorden zijn de afgesproken ambities opgebouwd uit deelambities voor zaken als vermindering
administratieve lasten en de inzet van kunstmatige intelligentie en technologische
innovatie. ABF Research heeft deze ambities in overleg met VWS vertaald naar input
voor het prognosemodel. Het merendeel van afgesproken ambities heeft geleid tot aanpassingen
ten aanzien van het verwachte zorggebruik, dan wel de veronderstelde arbeidsproductiviteitsgroei
in het scenario Beleid.
Tot slot is in het scenario Beleid ook de stelselherziening kinderopvang meegenomen,
omdat het prognosemodel ook input levert voor het Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Deze stelselherziening heeft echter slechts marginaal effect op de
arbeidsmarkttekorten binnen zorg en welzijn, omdat alleen het effect op de arbeidsvraag
binnen de kinderopvang is meegenomen en geen effect op het arbeidsaanbod.
Voor een uitgebreidere toelichting op de twee scenario’s (Referentiescenario en scenario
Beleid) en de gehanteerde aannames verwijs ik u naar www.prognosemodelzw.nl.
Uitkomsten nieuwe arbeidsmarktprognose
Figuur 1 geeft de ontwikkeling van het verwachte tekort in de komende tien jaar weer
voor zowel het Referentiescenario als het scenario Beleid. Het startpunt is een tekort
van ruim 50 duizend werkenden in 2024 in beide scenario’s. Dit starttekort is door
ABF Research bepaald aan de hand van onder meer cijfers over openstaande vacatures
van het CBS, de spanningsindicator van het UWV en vacaturecijfers geleverd door het
Capaciteitsorgaan voor een aantal beroepen waar zij een raming voor maken.
Figuur 1 Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn in aantal werkenden (exclusief
kinderopvang)
Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research
Het verwachte tekort aan personeel loopt de komende jaren in beide scenario’s op doordat
de zorgvraag harder stijgt dan het personeelsaanbod. Vanaf 2030 versnelt de toename
van het tekort met name doordat de veronderstelde groei van het personeelsaanbod verder
afvlakt. In het scenario Beleid neemt het tekort de eerste jaren minder hard toe dan
in het Referentiescenario en neemt het tekort in 2028 zelfs af met circa 18 duizend
personen. Dit komt omdat in het scenario Beleid is aangenomen dat het overgrote deel
van het effect van de maatregelen uit de akkoorden zich in 2028 voor doet. Omdat de
akkoorden een looptijd hebben tot en met 2028 is door ABF Research verondersteld dat
zij geen direct effect sorteren na 2028. In het laatste prognosejaar (2035) wordt
een tekort geprognotiseerd van circa 227 duizend personen in het scenario Beleid en
ruim 300 duizend personen in het Referentiescenario. Het verschil tussen beide scenario’s
van afgerond 74 duizend personen in 2035 is het saldo van enerzijds een lager verwacht
tekort (circa 91 duizend personen) als gevolg van AZWA en HLO en anderzijds een hoger
verwacht tekort (circa 17 duizend hoger) als gevolg van het verlagen van het eigen
risico en de toegenomen concurrentie vanuit kinderopvang samenhangend met de stelselherziening
kinderopvang.
Uitsplitsing naar branches
In tabel 1 wordt het verwachte personeelstekort voor beide scenario’s uitgesplitst
naar de verschillende branches in zorg en welzijn. In alle branches zien we dat in
beide scenario’s de tekorten de komende jaren naar verwachting verder oplopen. De
toename is in absolute zin het grootst in de ouderenzorg (verpleeghuiszorg en thuiszorg),
doordat daar de zorgvraag het snelste toeneemt. Ook in de ziekenhuiszorg, bij de huisartsenzorg
en de gehandicaptenzorg loopt het verwachte tekort de komende jaren relatief snel
op. Binnen de ggz en de jeugdzorg neemt het tekort naar verwachting relatief het minste
toe.
Tabel 1 Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) in 2026
en 2035, uitgesplitst naar branche
2026
Referentie- scenario
2026
scenario Beleid
2035
Referentie- scenario
2035
scenario Beleid
Universitair medische centra
3.400
3.000
8.700
5.900
Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg
5.200
4.600
21.800
14.100
Geestelijke gezondheidszorg
10.900
10.400
15.600
11.700
Huisartsen en gezondheidscentra
3.600
3.200
13.400
10.300
Overige zorg en welzijn
10.600
10.300
29.700
21.500
Verpleeghuiszorg
21.100
20.100
133.800
99.500
Thuiszorg
9.500
8.600
37.500
27.300
Gehandicaptenzorg
8.900
8.700
23.800
20.300
Jeugdzorg
3.100
3.100
5.100
4.500
Sociaal werk
6.800
6.700
11.300
11.900
Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research
In alle branches – behalve sociaal werk – neemt het verwachte tekort minder hard toe
in het scenario Beleid dan in het Referentiescenario. De tekorten in de verschillende
branches nemen direct af als gevolg van de ambities uit de akkoorden (bijv. ziekenhuizen)
of indirect (bijv. gehandicaptenzorg) doordat in branches met akkoorden minder arbeidsmarktspanning
is en verondersteld wordt dat deze branches iets minder inspanning leveren om personeel
aan te trekken uit andere branches. Het verwachte tekort in de branche sociaal werk
is in het scenario Beleid marginaal hoger dan in het Referentiescenario omdat in doorrekening
van het HLO en het AZWA is verondersteld dat de «de beweging naar de voorkant» leidt
tot extra (arbeids)vraag binnen het sociaal domein.
Uitsplitsing naar beroep(sgroep)
In tabel 2 is het verwachte tekort uitgesplitst naar een 24-tal zorg- en welzijn-beroep(sgroep)en
en een restcategorie, te weten de «overige beroepen». Voor de eerste 16 te onderscheiden
beroep(sgroep)en heeft ABF Research een fijnmazige raming gemaakt, waarbij voor alle
afzonderlijke beroep(sgroep)en zowel de arbeidsvraag als het personeelsaanbod individueel
is bepaald. Daarnaast heeft het Capaciteitsorgaan informatie aangeleverd op basis
waarvan ABF Research ramingen heeft opgesteld voor nog eens 8 beroepsgroepen. Daarbij
is in overleg met het Capaciteitsorgaan gebruik gemaakt van de nieuwste raming van
het Capaciteitsorgaan van 19 december jl. Voor de categorie «overige beroepen» is
de raming grofmaziger. De ontwikkeling van het personeelsaanbod is voor deze categorie
ook afzonderlijk bepaald, maar de arbeidsvraag volgt de gemiddelde ontwikkeling binnen
zorg en welzijn.
In het prognosemodel worden de tekorten bepaald per branche, beroepsgroep en regio4. Om tot landelijke cijfers te komen worden deze tekorten bij elkaar opgeteld. Voor
een bepaalde beroepsgroep kan er een tekort zijn in een bepaalde regio en branche,
terwijl in een andere regio en/of branche een overschot bestaat voor deze beroepsgroep.
Tekorten en overschotten worden niet met elkaar verrekend, enerzijds omdat de arbeidsmarkt
regionaal georiënteerd is en anderzijds omdat het enige tijd kost om deze werkzoekenden
en vacatures te matchen. Hierdoor is er snel sprake van enige mate van tekort en dient
in tabel 2 vooral te worden gekeken naar tekorten groter dan enkele honderdtallen.
Uit tabel 2 blijkt dat voor bijna alle beroepsgroepen het verwachte tekort de komende
jaren toeneemt. Net als in vorige prognoses worden de grootste tekorten verwacht bij
de beroepsgroepen helpenden mbo 2, verzorgenden mbo 3, verpleegkundigen (mbo 4 en
hbo) en maatschappelijke hulp en dienstverlening (hbo). Daarnaast zien we dit jaar
dat met het loslaten van de aanname dat vacatures voor zorghulpen altijd opgevuld
kunnen worden, dat voor deze beroepsgroep ook grote tekorten verwacht worden. Voor
de beroepen geraamd op basis van informatie van het Capaciteitsorgaan zijn de verwachte
tekorten in absolute zin het grootst bij de ggz-beroepen en medisch specialisten en
aanverwante medische beroepsgroepen. Rekening houdend met de grootte van de beroepsgroepen,
is het verwachte tekort voor de beroepsgroepen specialist ouderengeneeskunde, arts
verstandelijk gehandicapten, huisartsen en sociaal geneeskundigen ook relatief groot.
Tabel 2 Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) in 2026
en 2035, uitgesplitst naar beroepsgroep
2026
Referentie-scenario
2026
Scenario Beleid
2035
Referentie-scenario
2035
Scenario Beleid
Zorghulp (niveau mbo 1)
300
300
13.900
10.400
Helpende zorg & welzijn (niveau mbo 2)
3.000
2.800
23.200
19.200
Verzorgende (niveau mbo 3)
15.000
14.200
61.600
45.000
Verpleegkundige (niveau mbo 4)
7.900
7.400
29.800
20.600
Pedagogisch werker (niveau mbo 3)
1.100
1.200
3.800
3.800
Pedagogisch werker (niveau mbo 4)
800
800
2.300
2.400
Medewerker maatschappelijke zorg (niveau mbo 3)
1.900
1.800
9.400
6.900
Medewerker maatschappelijke zorg (niveau mbo 4)
2.100
2.000
7.300
5.600
Sociaal werk (niveau mbo 4)
900
900
3.700
2.900
Doktersassistent (niveau mbo 4)
1.400
1.200
4.700
3.100
Verlos- en verpleegkunde (niveau hbo 6)1
4.200
3.800
11.500
6.200
Pedagogiek (niveau hbo 6)
1.100
1.100
2.400
2.400
Pedagogiek (niveau hbo 7)
600
600
600
400
Maatschappelijke hulp en dienstverlening (niveau hbo 6)
6.300
6.200
15.000
12.500
Maatschappelijke hulp en dienstverlening (niveau hbo 7)
1.100
1.100
3.000
2.400
Psychologie (niveau hbo 6 & 7)
600
600
100
100
Medisch specialisten en aanverwante medische beroepsgroepen (basisarts, PA/VS)
2.600
2.300
6.900
4.800
Medisch ondersteunend personeel
1.100
1.000
2.600
1.800
Huisartsen en ondersteuners (PA/VS binnen huisartsenzorg)
2.200
2.100
7.700
6.500
ggz beroepen Capaciteitsorgaan
6.100
6.000
9.300
8.100
Mondzorg
500
500
2.100
2.100
Sociaal geneeskundige
1.800
1.800
2.400
2.200
Gespecialiseerd verpleegkundige
1.700
1.500
4.500
3.300
Specialist ouderengeneeskunde, AVG en ondersteuners
1.000
1.000
3.100
2.500
Overige beroepen
17.600
16.800
69.900
51.800
Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research
X Noot
1
Het betreft hier alleen hbo-verpleegkundigen zonder verdere specialisatie. Ramingen
voor gespecialiseerd verpleegkundigen zijn gemaakt op basis van informatie van het
Capaciteitsorgaan.
Beleidsinzet
De arbeidsmarktprognose laat zien dat de personeelstekorten in zorg en welzijn de
komende jaren onverminderd groot blijven en naar verwachting zelfs verder zullen toenemen.
Voor het aanpakken van de tekorten volgt het kabinet de drie lijnen die eerder in
het regeerprogramma uiteengezet zijn. Deze lijnen zijn onder meer in het AZWA en het
HLO verder uitgewerkt in concrete maatregelen die moeten bijdragen aan het beheersen
van het arbeidsmarkttekort:
1) Naar maximaal 20 procent administratietijd per 2030.
2) De juiste inzet van medewerkers, onder andere door:
– het versneld uitrollen van domeinoverstijgend indiceren tussen de Zorgverzekeringswet
(wijkverpleegkunde) en Wet maatschappelijke ondersteuning waarbij de minste inzet
van medewerkers het uitgangspunt is;
– de inzet van (medisch-technische) innovaties die arbeidsbesparend werken;
– een goede samenwerking met mantelzorgers en informele zorg en ondersteuning.
3) Het vergroten van vakmanschap en werkplezier, onder andere door te investeren in het
meer, sneller en beter opleiden van professionals. De focus ligt op de opleiding en
scholing van professionals, eerst en vooral waar tekorten het grootste zijn, en waar
de beweging «naar de voorkant» om vraagt.
Naast de maatregelen die vanuit VWS worden genomen om het personeelstekort terug te
dringen, zet het kabinet ook breed in op het aanpakken van de arbeidsmarktkrapte.
Hiervoor verwijs ik u naar eerdere kamerbrieven over de brede krapteaanpak5.
Tot slot wil ik opmerken dat de prognose laat zien dat het personeelstekort binnen
zorg en welzijn een uitdaging zal blijven. Met de sector zetten we vol in op onder
meer passende zorg, preventie, arbeidsbesparende technologie en het terugdringen van
administratieve lasten om de afgesproken ambities wat betreft arbeidsbesparing uit
het AZWA en het HLO te realiseren. Als we hierin weten te slagen, heeft dit een flink
dempende werking op het tekort. Samen met de sector wil ik dan ook voortvarend verder
aan de slag met de afspraken uit beide akkoorden. Om goede zorg en ondersteuning ook
op de lange termijn toegankelijk te houden zijn nog aanvullende keuzes nodig. Binnen
de zorg, maar ook breder als het gaat om wat voor economie we willen hebben en welke
maatschappelijke doelen we het meest prioritair achten. Het is aan een nieuw kabinet
om deze noodzakelijke keuzes te maken.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Bijlage 1 Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van vorige prognose
Zoals in de brief aangegeven komt het verwachte personeelstekort in 2034 in de nieuwe
Referentieraming circa 9 duizend hoger uit dan bij de raming van vorig jaar. Het verschil
van 9 duizend personen is het saldo van de effecten van allerlei ontwikkelingen/wijzigingen.
Hieronder zijn de belangrijkste wijzigingen en/of met het grootste effect kort uiteengezet:
• Vacatures in de startsituatie: enerzijds is het tekort in de startsituatie (eind 2024)
lager dan vorig jaar geraamd doordat het aantal vacatures eind 2024 volgens de realisatiecijfers
van het CBS en UVW lager uitvalt, maar anderzijds is het aantal vacatures in de startsituatie
naar boven bijgesteld om deze te laten matchen met het aantal vacatures voor een aantal
beroepen zoals geraamd door het Capaciteitsorgaan. Deze twee effecten heffen elkaar
ongeveer op, waardoor de startsituatie geen noemenswaardig effect heeft op het verschil
in uitkomst in 2034 tussen de prognose van dit jaar en vorig jaar.
• Zorggebruik: de groei van het verwachte zorggebruik nam ten opzichte van de vorige
prognose af, vooral door een lagere verwachte groei binnen de Verpleeghuiszorg. Hierdoor
valt het personeelstekort in 2034 ten opzichte van de vorige prognose circa 20 duizend
personen lager uit.
• Toevoeging zelfstandigen: de toevoeging van zelfstandigen heeft geen effect op het
veronderstelde tekort in de startsituatie, maar wel op de ontwikkeling van het tekort.
Door de toevoeging van zelfstandigen valt zowel de arbeidsvraag als het arbeidsaanbod
ruim 200 duizend personen hoger uit in de startsituatie. Doordat de procentuele groei
van de arbeidsvraag groter is dan het arbeidsaanbod, leidt dit in absolute termen
tot een groter tekort in 2034 (circa 25 duizend personen hoger).
• Zorghulpen: in de raming van vorig jaar (en de jaren daarvoor) werd aangenomen dat
vacatures voor zorghulpen (mbo-niveau 1) altijd vervuld konden worden, omdat hiervoor
in principe geen vooropleiding voor is vereist. Deze aanname is door ABF Research
in overleg met het veld losgelaten omdat het ook voor deze groep lastiger wordt om
personeel te vinden. Het rekenmodel werkt nu voor deze beroepsgroep op dezelfde manier
als voor andere beroepsgroepen. Hierdoor ontstaan in 2034 circa 12.500 extra vacatures
in het model.
• Saldo in- en uitstroom: door het meenemen van een extra realisatiejaar (2024) zijn
de veronderstellingen voor in- en uitstroom in/uit de sector en vanuit het onderwijs
iets bijgesteld ten opzichte van de raming van vorig jaar. Hierdoor komt het tekort
in 2034 circa 7 duizend hoger uit.
Ondertekenaars
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport