Brief regering : Voortgang mismatch sociaal-medisch beoordelen, hersteloperatie en kwaliteitsverbeteringen UWV
26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 862 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Zoals toegezegd wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd over de ontwikkelingen bij de
mismatch sociaal-medisch beoordelen, de WIA-hersteloperatie en de kwaliteitsverbeteringen
bij de uitvoering van arbeidsongeschiktheidswetgeving door UWV. We geven een beeld
van de huidige situatie en de oplossingsrichtingen waar we aan werken. Mede naar aanleiding
van het recente onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar fouten in de WIA-uitkeringen,
vormen ook de sturings- en verantwoordingsrelaties binnen UWV en tussen SZW en UWV
een aandachtspunt. Hier ga ik in de Kabinetsreactie op genoemd Rekenkamerrapport nader
op in. Deze reactie wordt separaat aan uw Kamer gestuurd.
In deze oplegger wordt ingegaan op de hoofdlijnen van de ontwikkelingen. In onderdeel I
van de brief wordt ingegaan op de mismatch en in onderdeel II op herstel en kwaliteit.
Hoofdlijn ontwikkelingen
Als mensen ziek zijn en daardoor arbeidsongeschikt raken, komt er veel op hen af.
Daarom is het van groot belang dat ze snel zekerheid over hun inkomen hebben. De realiteit
is dat we daar de afgelopen jaren steeds minder goed in slagen. Dat komt doordat het
stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid al lange tijd onder grote druk staat.
De vraag naar sociaal-medische beoordelingen is al jaren fors groter dan het aantal
beoordelingen dat UWV kan verrichten.
Daarnaast weten we sinds medio 2024 dat de kwaliteit van de vaststelling van uitkeringen
bij ziekte en arbeidsongeschiktheid niet volledig op orde is. UWV werkt daarom aan
de WIA-hersteloperatie, in nauwe samenwerking met SZW en conform de in eerdere brieven
aangekondigde koers. UWV heeft een herstelorganisatie ingericht om de dossiers te
onderzoeken van uitkeringsgerechtigden voor wie geldt dat er mogelijk een fout is
gemaakt bij de vaststelling van het dagloon in de periode 2020–2024. Voor het herstellen
van de mogelijke fouten in het dagloon, wordt gewerkt aan een tijdelijke regeling.
Deze tijdelijke regeling is nodig om mensen die een te lage uitkering hebben ontvangen,
een vergoeding te geven ter hoogte van het bedrag dat ze aan uitkering hebben gemist.
De tijdelijke regeling is momenteel in internetconsultatie en voor uitvoeringstoetsen
uitgezet.
De vergoeding wordt op zo’n manier verstrekt dat er zo min mogelijk negatieve effecten
zijn op toeslagen, belastingen en andere inkomensafhankelijke regelingen.
De combinatie van achterstanden en zorgen over de kwaliteit van beoordelingen, maakt
dat uitkeringsgerechtigden veel onzekerheid ervaren. UWV en SZW werken hard om dit
te verbeteren. De verwachting voor de komende jaren blijft echter zorgwekkend. Dat
komt door de combinatie van de stijgende vraag naar sociaal-medische beoordelingen,
het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij UWV, en een uitvoering die op diverse
fronten onder druk staat.
Zoals aangegeven in de brief van 11 juni jl.1 zijn er forse ingrepen in het stelsel nodig om het tij te keren. We moeten tot een
vereenvoudigd en weer uitvoerbaar stelsel komen. Keuzes daarover zijn aan een nieuw
kabinet. Op korte termijn blijft SZW binnen het huidige stelsel maatregelen treffen
om de wachttijden voor mensen en de druk op de uitvoering te verminderen. De reeds
ingezette maatregelen en de maatregelen waarover uw Kamer met de brief van 11 juni
jl. is geïnformeerd, zijn daar een voorbeeld van. In lijn met de motie Ceder (CU)
c.s. gaat SZW samen met UWV en de betrokken beroepsgroepen aan de slag met taakdelegatie
en taakherschikking. In dit kader is onlangs een verkenning gestart naar hoe taakherschikking
optimaal kan worden vormgegeven, zodat ook HBO-zorgprofessionals zelfstandig taken
binnen de sociaal-medische dienstverlening kunnen verrichten en de verzekeringsarts
wordt ontlast waar dat kan. UWV is verzocht om hier op korte termijn al stappen in
te zetten. Ook zal SZW samen met UWV bekijken hoe het proces voor het aanvragen en
het behandelen van herbeoordelingen kan worden verbeterd. De eerste stap die we hierin
zetten, is het invoeren van een standaard aanvraagformulier voor herbeoordelingen.
Ook UWV zelf moet forse verbeteringen doorvoeren in de organisatie. Daar zijn de afgelopen
jaren diverse acties op ondernomen, maar er is nog onvoldoende resultaat geboekt.
UWV heeft geconstateerd dat het fundament van een goede uitvoering van de sociaal-medische
dienstverlening ontbreekt. De medewerkers van UWV proberen tijdige en juiste dienstverlening
te bieden, maar worden hier binnen de uitvoering onvoldoende in ondersteund. De divisie
Sociaal Medische Zaken (SMZ) heeft te kampen met grote en structurele organisatorische
uitdagingen. De basis voor het op een effectieve manier doorvoeren van noodzakelijke
veranderingen is fragiel en maakt dat het doorvoeren van veranderingen tot nu toe
niet goed is gelukt. UWV gaat deze situatie de komende jaren doorbreken door sterker
te sturen en heeft daarvoor een ontwikkelagenda opgesteld. Deze ontwikkelagenda geeft
richting aan de verbeteringen en vernieuwingen die UWV inzet, en moet ervoor zorgen
dat het fundament van de organisatie verstevigd wordt en de uitvoering van de dienstverlening
beter beheersbaar wordt. Het gaat hier om een inzet die zeker enkele jaren zal duren
voordat er echt verschil optreedt.
De huidige situatie betekent dat UWV – net zoals voorgaande jaren – niet alle wettelijke
taken inzake sociaal-medische dienstverlening kan uitvoeren. Mensen krijgen daardoor
niet altijd de zekerheid over hun inkomen die zij nodig hebben. Gezien de prioritering
op Wajong- en WIA-claimbeoordelingen, komt andere dienstverlening steeds meer onder
druk te staan. UWV zet de resterende capaciteit zo efficiënt mogelijk in op deze andere
dienstverlening.
Het gaat dan bijvoorbeeld om de Ziektewet en deskundigenoordelen. Wat betreft sociaal-medische
beoordelingen in het kader van herbeoordelingen en bezwaar- en beroepszaken geldt
dat UWV hier zeer beperkt aan toe komt. UWV werkt een werkwijze uit om ervoor te zorgen
dat de capaciteit die beschikbaar is voor deze dienstverlening, gericht wordt ingezet
op mensen die deze het hardst nodig hebben en zonder beoordeling in grote problemen
zouden komen.
Om te zorgen dat de kwaliteit van de vaststelling van uitkeringen structureel verbetert,
is UWV het programma Kwaliteit op orde gestart, waarbinnen het kwaliteitsmanagementsysteem
van zowel de afzonderlijke organisatieonderdelen als voor UWV als geheel wordt versterkt
en uitgebouwd. De verwachting is dat in 2026 de eerste verbeteringen in het kwaliteitsmanagement
van UWV zichtbaar zullen worden. In onderdeel II van deze brief wordt ingegaan op
de laatste resultaten van de periodieke kwaliteitsmeting voor de WIA en Wajong.
Tot slot
Het is duidelijk dat er de komende tijd veel werk aan de winkel is om de uitvoering
en de kwaliteit op orde te krijgen en om samen te werken aan een aanpassing van het
WIA-stelsel om aan mensen de dienstverlening te kunnen bieden die zij nodig hebben.
De stappen die UWV zet, zijn noodzakelijk. Net zoals een fundamentele herziening van
het stelsel en de maatregelen die SZW in de tussentijd treft. De WIA is te ingewikkeld,
voor mensen die arbeidsongeschikt worden en voor de uitvoering. Vereenvoudiging is
mogelijk, maar vergt scherpe keuzes van het nieuwe kabinet en van uw Kamer.2 Het is belangrijk dat mensen die arbeidsongeschikt raken ook in de toekomst op sociaal
medische dienstverlening kunnen rekenen, net zoals de werkgevers en andere belanghebbenden
die grotendeels de verantwoordelijkheid dragen voor re-integratie en financiering.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L.J. Paul
ONDERDEEL I – MISMATCH
1. Staat van de sociaal-medische dienstverlening en UWV-organisatie
In dit onderdeel van de brief wordt achtereenvolgens ingegaan op de mismatch in 2025,
de ontwikkelingen binnen de organisatie van UWV en de beoogde effecten van deze ontwikkelingen
op de mismatch in 2026. Vervolgens gaan we in op de maatregelen die we treffen om
de nadelige gevolgen van de aanhoudende mismatch zoveel als mogelijk te mitigeren.
Dit doen we in de wetenschap dat er forse ingrepen – waaronder vereenvoudiging – in
het stelsel nodig zijn om de problematiek daadwerkelijk op te lossen.
1.1 Mismatch in 2025
In eerdere Kamerbrieven is er met name gefocust op de gevolgen van de mismatchproblematiek
bij de WIA en zijn prognoses van de achterstanden bij de WIA-claimbeoordeling gedeeld.
In deze prognoses waren de oplopende achterstanden al zichtbaar. De druk op UWV is
echter nog groter geworden door een verdere toename van de WIA-aanvragen en het per
oktober 2025 niet meer inhuren van verzekeringsartsen op zzp-basis, omdat in deze
gevallen sprake kan zijn van schijnzelfstandigheid.3 In de voortgangsbrief van 11 juni jl.4 is dan ook aan uw Kamer gemeld dat – zonder substantiële wijzigingen in het stelsel
of in de uitvoering van de sociaal-medische beoordelingen – de achterstanden op de
WIA-claimbeoordeling in 2030 kunnen oplopen tot meer dan 200.000 wachtende mensen.
Dit is een zorgwekkend beeld.
Inmiddels blijkt uit de realisaties van dit jaar dat het aantal WIA-aanvragen in 2025
opnieuw verder is toegenomen dan verwacht, onder andere als gevolg van een grotere
stijging van het aantal mensen met een psychische aandoening. Onlangs zijn er twee
onderzoeken gedaan naar de instroomstijging; door UWV5 in het kader van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar de WIA6, en door TNO en UWV7. Daarnaast is de laatste stand dat er 23 artsen in dienst zijn getreden bij UWV,
die hiervoor als zelfstandige werkten. In 2025 is de achterstand bij de WIA-claimbeoordeling
gestegen van ongeveer 14.000 eind 2024 tot ongeveer 25.000 eind september. UWV verwacht
dat de achterstand verder oploopt tot ongeveer 35.000 eind 2025.
De WIA-claimbeoordeling is niet de enige wettelijke taak die UWV uitvoert. Als gevolg
van de mismatch is ook bij de andere taken de afgelopen jaren grote druk ontstaan,
bijvoorbeeld bij de uitvoering van de Ziektewet, het verrichten van herbeoordelingen
en het behandelen van medische bezwaarzaken. Om de schaarse capaciteit zo gericht
mogelijk in te zetten, werkt UWV sinds een aantal jaren met een prioritering op de
diverse sociaal-medische beoordelingen.
De Wajong- en WIA-claimbeoordeling hebben daarin prioriteit boven de andere sociaal-medische
beoordelingen, omdat bij deze beoordeling het recht op een uitkering moet worden vastgesteld.
Voor deze mensen is het dus belangrijk dat zij zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen
over het recht op een uitkering en daarmee hun inkomenszekerheid.
Vanuit de ontwikkelagenda heeft UWV in kaart gebracht wat de huidige staat is van
de volledige sociaal-medische dienstverlening. Daaruit blijkt dat er nog te veel capaciteit
gaat naar niet-geprioriteerde dienstverlening en niet voldoende naar de Wajong- en
WIA-claimbeoordeling. Dit laat zien dat er onvoldoende gestuurd wordt op de prioritering,
wat ervoor zorgt dat individuele medewerkers geconfronteerd worden met moeilijke keuzes
onder druk van cliënten en werkgevers die duidelijkheid verlangen. Ook zijn er grote
verschillen in capaciteit tussen districten, waardoor er onacceptabel grote regionale
verschillen zijn in de wachttijden en waardoor het voor mensen en werkgevers vaak
onduidelijk is wat zij wel en niet kunnen verwachten van UWV.
Onderstaande grafiek laat zien wat de komende jaren het verschil is tussen de vraag
naar alle sociaal-medische beoordelingen en het aantal verwachte beoordelingen dat
UWV kan doen8. Dit verschil is in 2025 al fors, maar in latere jaren loopt het verschil tussen
de vraag en wat UWV aankan op tot meer dan 70.000 sociaal-medische beoordelingen per
jaar. Hierdoor nemen de achterstanden dus fors toe, ook buiten de WIA-claimbeoordeling.
Dit heeft niet alleen gevolgen voor het aantal mensen dat moet wachten, maar zorgt
er ook voor dat de wachttijden toenemen. Belangrijke kanttekening bij deze grafiek
is dat het om een 0-scenario gaat waarbij er geen productiviteitsverbetering gerealiseerd
wordt, maar waar reeds besloten maatregelen zoals de tijdelijke 60-plusmaatregel wel
in zitten. De volgende paragraaf gaat in op de organisatieveranderingen die UWV in
gaat zetten om te voorkomen dat dit scenario realiteit wordt. De inschatting is dat
ook na deze organisatieveranderingen nog steeds sprake is van een mismatch.
1.2 UWV-organisatie
De huidige staat van de sociaal-medische dienstverlening bij UWV is niet houdbaar
en vereist dat UWV een reeks vergaande veranderingen inzet. UWV heeft de afgelopen
jaren meerdere initiatieven ingezet om de uitvoering te verbeteren. Mede door de constante
druk van de mismatch op de interne organisatie van UWV hebben deze initiatieven onvoldoende
effect bereikt. UWV heeft in beeld gebracht wat er nodig is om het fundament van de
sociaal-medische dienstverlening te verbeteren. De divisie Sociaal-medische zaken
(SMZ) staat onder grote druk en heeft te kampen met grote en structurele organisatorische
uitdagingen. De analyse laat zien dat de medewerkers tijdige en juiste dienstverlening
proberen te bieden, maar dat zij te maken hebben met onduidelijke werkstandaarden,
verouderde IT, slechte datakwaliteit en onvoldoende sturing op capaciteit en resultaten.
Daarnaast heeft de organisatie onvoldoende inzicht in sturingsdata, zowel op regionaal
als landelijk niveau. Het gevolg is dat er grote regionale verschillen zijn in de
uitvoering, op alle vlakken. Er is verschil in hoe de landelijke prioritering per
regio uitpakt, in de werkwijzen die gehanteerd worden, in de kwantiteit en kwaliteit
van de uitvoering en in de manier van verslaglegging. Dit alles laat zien dat een
stevig fundament ontbreekt.
UWV wil deze situatie de komende jaren doorbreken. Daarvoor heeft UWV de «Ontwikkelagenda
sociaal-medische dienstverlening» opgesteld.9 Met die agenda wil UWV ervoor zorgen dat het fundament van de organisatie verstevigd
wordt. In 2026 en 2027 ligt daarbij de focus op het grip krijgen op de besturing van
de organisatie en het verbeteren van de bestaande werkwijzen. Hierbij werkt UWV aan
meer uniformiteit in de processen, verkleinen van de regionale verschillen en strakkere
sturing op prestaties en capaciteit. Vervolgens gaat de focus naar het vernieuwen
van de sociaal-medische dienstverlening, waarbij er gekeken wordt naar een herontwerp
van het proces, herschikking van taken binnen de organisatie en modernisering van
de systemen.
1.3 Staat sociaal-medische dienstverlening in 2026
Zoals eerder aangegeven heeft UWV de afgelopen periode te weinig gestuurd op de prioriteringsafspraken.
Dit moet echt anders. UWV gaat daarom vanaf 2026 steviger sturen op de gemaakte afspraken.
Hierdoor gaat er meer capaciteit naar de WIA-claimbeoordeling, waardoor de achterstanden
minder snel stijgen. Hierbij heeft UWV de inzet dat eind 2026 niemand langer dan zes
maanden hoeft te wachten op duidelijkheid over het recht op een WIA-uitkering10. Ook gaat er meer capaciteit naar de Wajong-beoordeling, met als doel dat er daar
in 2026 geen substantiële achterstanden meer zijn. De Wajong-prioritering wordt iets
verbreed naar een prioritering op de beoordeling arbeidsvermogen (ABA), waar de Wajong-beoordeling
onderdeel van uitmaakt. Hierdoor valt de aanvraag indicatie Banenafspraak en de aanvraag
indicatie beschut werk ook onder de prioriteiten van UWV. Dit draagt bij aan de integraliteit
die met de ABA-aanvraag wordt beoogd, maakt de uitvoering efficiënter, en verkort
de wachttijd van kwetsbare cliënten.
Het strikter sturen op de prioritering moet ervoor zorgen dat de decentrale verschillen
fors kleiner worden en de regionale verschillen in wachttijden afnemen, doordat er
meer uniformiteit komt in de uitvoering. Dit moet ervoor zorgen dat er voor cliënten,
werkgevers en andere betrokkenen meer duidelijkheid komt over wat er van UWV verwacht
kan worden en dat dat in iedere regio vergelijkbaar is.
Dat er als gevolg van de prioritering meer capaciteit gaat naar de ABA- en WIA-beoordeling
is geen oplossing voor de mismatchproblematiek. Het landelijk uniform uitvoeren van
de geprioriteerde dienstverlening heeft als consequentie dat het duidelijker zichtbaar
en voelbaar wordt voor mensen, werkgevers en andere belanghebbenden, aan welke dienstverlening
UWV niet tot nauwelijks meer toekomt in 2026.
Zo zet UWV voor enkele onderdelen van de niet-geprioriteerde dienstverlening de reeds
ingezette ontwikkelingen en werkwijzen voort. Het gaat hier bijvoorbeeld om ontwikkelingen
op de dienstverlening in de Ziektewet en het afhandelen van deskundigenoordelen. Wat
betreft de tijdige uitvoering van RIV-toetsen bekijkt UWV hoe de processen hierop
geoptimaliseerd kunnen worden.
Voor de andere onderdelen van de niet-geprioriteerde dienstverlening geldt dat UWV
ernaar streeft om een (zeer) beperkte groep mensen, die in de meest schrijnende situaties
verkeren, toch te kunnen helpen waar het gaat om herbeoordelingen en bezwaar- en beroepszaken.
UWV werkt hier nu werkwijzen voor uit. Duidelijk is al wel dat deze zeer lastige afwegingen
centraal binnen UWV moeten worden gemaakt in plaats van op de lokale kantoren. Op
deze manier wordt duidelijker zichtbaar welk deel van de wettelijke taak UWV als gevolg
van de mismatch niet kan bieden en welke gevolgen dat met zich meebrengt. De bijlage
bevat een toelichting van UWV met meer informatie over de uitvoering van de sociaal-medische
dienstverlening in 2026. Deze bijlage ontvangt uw Kamer uit het oogpunt van transparantie.
Als uw Kamer dat wenst, komt UWV het stuk toelichten in een technische briefing. In
de bijlage schetst UWV een beeld van voorgestelde werkwijzen voor 2026. Deze worden
gedurende het jaar verder uitgewerkt en getoetst in de praktijk. Ook daarna heeft
UWV een grote sturingsopgave om de ambitieuze plannen te realiseren.
De komende periode gaat UWV monitoren in welke mate de sterkere sturing op de prioritering
van de Wajong en de WIA-claimbeoordeling effectief is. Ook gaan we in gesprek met
sociale partners, private uitvoerders en verzekeraars om de brede en maatschappelijke
gevolgen van het niet uitvoeren van een deel van de dienstverlening te bespreken.
Op basis daarvan kan worden bezien of het wenselijk is om de prioritering bij te stellen.
Daarnaast kan bekeken worden in hoeverre er maatregelen mogelijk zijn om de nadelige
effecten te voorkomen en financiële consequenties te beperken, ook in relatie tot
het afschaffen van bestuurlijke dwangsommen (zie ook onder 2.4). In de volgende voortgangsbrief
wordt uw Kamer over de stand van zaken geïnformeerd. Op dat moment maakt UWV ook inzichtelijk
wat de prognose is voor de uitvoering en achterstanden van alle vormen van sociaal-medische
dienstverlening.
2. Stand van zaken verkenningen en maatregelen
Om de mismatch te beperken zijn de afgelopen jaren maatregelen ingevoerd en verkenningen
aangekondigd. Op een aantal onderwerpen leest u hieronder de recente ontwikkelingen.
Uiteraard blijven we, ook samen met sociale partners, private uitvoerders en verzekeraars,
bezien wat er nog meer mogelijk is aan maatregelen binnen het huidige stelsel.
2.1 Taakherschikking
Zoals toegezegd aan het lid Ceder (CU) in het debat van 25 september jl. verkent SZW
samen met UWV welke mogelijkheden er zijn voor verdergaande taakdelegatie en taakherschikking
op korte en langere termijn. Op korte termijn verzoek ik UWV om te doen wat mogelijk
is binnen de huidige wet- en regelgeving om HBO-professionals een zelfstandig takenpakket
te geven. Belangrijke eerste stappen die UWV gaat zetten, zijn het creëren van een
zelfstandige positie voor de HBO-professionals binnen UWV, waardoor zij onder hun
eigen BIG-registratie eigenstandig taken kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld in het kader
van de Ziektewet. Hierbij kan gekeken worden naar voorbeelden in de curatieve sector
en specifiek naar de Arbo-sector. Voor de taken waarvoor in de arbeidsongeschiktheidswetgeving
is vastgelegd dat de verzekeringsarts hier expliciet verantwoordelijk voor is, zal
UWV de taakdelegatie uniformeren. Op dit moment is de taakdelegatie tussen verzekeringsarts
en HBO-professional nog op individuele basis ingericht, waardoor er veel diversiteit
in de uitvoering is en niet alle HBO-professionals optimaal worden ingezet. Tevens
moet onderzocht worden wat er nodig is om de HBO-professionals een Post-HBO opleiding
te laten volgen en optioneel een master tot verpleegkundig specialist, als borging
van de kwaliteit en als verdere specialisatie in de sociaal-medische dienstverlening.
Vooruitlopend hierop onderzoekt UWV of er in 2026 binnen de budgettaire kaders al
een pilot kan worden opgestart om de eerste HBO-professionals de Post-HBO opleiding
te laten volgen.
Parallel aan wat UWV nu al gaat doen, start mijn ministerie een verkenning op om samen
met de betrokken beroepsverenigingen waaronder de NVVG en de V&VN, en UWV, te onderzoeken
wat de meest optimale inzet van diverse professionals kan zijn in de toekomst. Op
basis hiervan zal op termijn wet- en regelgeving moeten worden aangepast. In 2026
zal een gedetailleerdere invulling van deze verkenning worden opgesteld en in de loop
van 2026 wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd.
Met bovenstaande geven we een eerste invulling aan de motie van Ceder (CU) c.s. aangaande
taakdelegatie en taakherschikking (Kamerstuk 26 448, nr. 857). Over het verdere verloop informeren wij zoals aangegeven uw Kamer in de loop van
2026.
2.2 Verbeteringen proces herbeoordelingen
Gezien de beperkte capaciteit die beschikbaar is voor herbeoordelingen, is het van
belang om kritisch te kijken naar het proces voor het aanvragen en afhandelen van
herbeoordelingen. Een aanzienlijk deel van aangevraagde herbeoordelingen leidt op
dit moment niet tot een wijziging van de uitkeringsklasse. Dat impliceert dat er winst
te behalen valt als vraaggestuurde herbeoordelingen doelmatiger worden ingezet. Daarom
is het van belang om te onderzoeken op welke manier dat zou kunnen. Dat doet SZW samen
met UWV langs twee lijnen: 1) bezien hoe het proces rondom het aanvragen van herbeoordelingen
kan worden verstevigd, en 2) hoe een aanvraag om een herbeoordeling inhoudelijk zo
efficiënt mogelijk kan worden afgehandeld door de juiste professional bij UWV. Een
eerste stap in dit traject is het invoeren van een standaard aanvraagformulier voor
herbeoordelingen. Op dit moment bekijkt UWV wat hier voor nodig is en op welke termijn
dit kan.
2.3 Publiek-private samenwerking
Zoals aangekondigd in de voortgangsbrief van 11 juni jl. zijn UWV en verschillende
private partijen bezig met een verkenning op welke wijze optimaal kan worden samengewerkt
in de keten van begeleiding en beoordeling van arbeidsongeschiktheid. De afgelopen
periode is nader onderzocht op welke wijze binnen de WIA-claimbeoordeling optimaal
gebruik kan worden gemaakt van de oordeelsvorming van betrokken artsen en andere professionals
in de eerste twee ziektejaren. Uitgangspunt hierbij is dat UWV verantwoordelijk blijft
voor de vaststelling van arbeidsongeschiktheid. Het doel is om door de samenwerking
te komen tot een duidelijk en gedeeld beeld van de belastbaarheid waardoor de WIA-claimbeoordeling
door de verzekeringsarts snel en efficiënt kan plaatsvinden.
In het eerste kwartaal van 2026 zal deze samenwerking vorm krijgen in een gezamenlijke
proeftuin. Hierin zal in de praktijk nader worden onderzocht hoe deze samenwerking
optimaal kan worden vormgegeven. De proeftuin is een intensieve samenwerking tussen
UWV en private partijen als het Verbond van Verzekeraars, de OVAL (branchevereniging
van arbodiensten), Kwaliteit op Maat en het Platform Private Uitvoerders Sociale Zekerheid.
In de eerste fase kent de proeftuin een omvang van 500 dossiers.
2.4 SMC-ontwikkeling
UWV werkt al enige jaren aan de vormgeving van sociaal medische centra (SMC's), waarin
UWV-professionals samenwerken in een multidisciplinair team, met een verzekeringsarts
als regievoerder. Op deze wijze beoogt UWV onder meer de verzekeringsarts en andere
UWV-professionals efficiënter in te zetten bij de begeleiding en beoordeling van mensen
die vanwege ziekte of een arbeidsbeperking niet (volledig) kunnen werken. UWV heeft
recent de voortgang en resultaten van SMC-vorming geëvalueerd. Alle 103 sociaal-medische
teams zijn gestart met invoering van de werkwijze, maar de stadia van implementatie
verschillen. Er zijn momenteel 78 teams in ontwikkeling en 25 SMC’s in de basis gereed.
Er zijn nog geen volwaardige SMC’s. Daarmee ontwikkelen de teams zich niet naar verwachting
en blijft de voortgang achter bij de planning.
UWV monitort de ontwikkeling van SMC’s aan de hand van de prestaties op vier deelgebieden:
kwaliteit, kwantiteit, medewerkerstevredenheid en cliënttevredenheid. Uit de jaarlijkse
evaluatie blijkt dat de SMC-vorming achterblijft bij de verwachtingen. Dit geldt zowel
voor de algehele voortgang als voor de prestaties op de vier deelgebieden. Er zijn
op de verschillende resultaatgebieden geen duidelijke verschillen waargenomen in prestaties
tussen «teams in ontwikkeling» en «teams in de basis gereed». Dit geldt dus ook voor
de kwaliteit (juistheid) van sociaal-medische beoordelingen. Bij de WIA zijn er wat
dat betreft over de gehele linie geen grote verschillen in de prestaties van «teams
in de basis gereed» en «teams in ontwikkeling». UWV erkent dat er meer sturing noodzakelijk
is om de teams te ondersteunen in hun ontwikkeling. Het gaat hierbij zowel om sturing
op de algehele voortgang van de SMC-ontwikkeling als specifieke sturing op de kwaliteit
van de monitoring op de SMC-ontwikkeling. Dit komt onder meer tot uiting in de aandacht
die de SMC-ontwikkeling (ook) krijgt als onderdeel van de ontwikkelagenda Sociaal-medische
Dienstverlening.
2.5 Dwangsommen
In de voortgangsbrief van 11 juni jl. is aangegeven dat SZW de mogelijkheden om dwangsommen
tijdelijk buiten werking te stellen, verder uitwerkt. Gezien de huidige staat van
de uitvoering van sociaal-medische dienstverlening en de verwachtingen rondom de achterstanden
bij de herbeoordelingen, is besloten voorbereidingen te treffen om de procedure rondom
bestuurlijke dwangsommen tijdelijk buiten werking te stellen voor de WIA. Hiervoor
zal een wetsvoorstel worden voorbereid. De rechterlijke dwangsommen blijven dan voorlopig
in stand. Hoe het bedrag aan rechterlijke dwangsommen zich de komende jaren ontwikkelt,
wordt continu gemonitord. Daarbij wordt verder verkend wat op dat gebied mogelijk
is, waarbij de rechtsbescherming voldoende geborgd moet blijven.
Zoals in eerdere kamerbrieven aangegeven, dient de dwangsom in de WIA al jaren niet
meer als middel waar het voor bedoeld is, namelijk de rechtsbescherming van belanghebbende
burgers en partijen. UWV is immers al langere tijd niet meer in staat om alle aanvragen
tijdig op te pakken. Voor de WIA-claimbeoordeling en WIA-herbeoordeling heeft het
indienen van een dwangsom de afgelopen jaren daarmee enkel als gevolg gehad dat dit
ten koste ging van mensen die UWV geen ingebrekestelling hadden gestuurd. Zij moesten
nog langer wachten, doordat aanvragen met een dwangsom eerder (en ook niet tijdig)
werden opgepakt door UWV. Dat is een onwenselijke situatie en daarom wordt de volgorde
niet langer bepaald op basis van de vraag of UWV in gebreke is gesteld en een dwangsom
heeft verbeurd.
2.5 Onderzoek effect 60-plusmaatregel op arbeidsparticipatie
Eerder is uw Kamer geïnformeerd dat de 60-plusmaatregel effect kan hebben op de arbeidsparticipatie
van de betreffende groep. UWV heeft hier onderzoek naar laten doen en de resultaten
hiervan zijn te vinden in een Kennisverslag.11 De resultaten zijn grotendeels naar verwachting: het aandeel toegekende WIA-uitkeringen
neemt door de maatregel toe en er is een verschuiving van WGA 35–80 naar de WGA 80–10012.
De conclusie over een toename van het aantal aanvragen was niet voorzien en het effect
op de arbeidsparticipatie was beperkt voorzien. De resultaten geven interessante inzichten
die gebruikt kunnen worden voor toekomstige besluitvorming.
ONDERDEEL II – HERSTEL EN KWALITEIT
1. Stand van zaken WIA-hersteloperatie
1.1 Omvang problematiek, reikwijdte en aanpak herstelactie
Voor de herstelactie WIA-dagloon is UWV begonnen met het handmatig onderzoeken van
de dossiers waarbij mogelijk een fout is gemaakt bij de vaststelling van het dagloon
in de periode 2020–2024. Van deze groep zijn ruim 1.000 mensen inmiddels geïnformeerd
dat er bij hen geen fouten zijn gemaakt. Een groot aantal dossiers moet nog worden
onderzocht.
In de vorige voortgangsbrief van 11 juli jl. is het voornemen beschreven om eind 2025
te bekijken of het in de rede ligt de periode van 2020–2024 verder te verlengen, omdat
dan de uitkomsten van de kwaliteitsmetingen over de eerste helft van dit jaar beschikbaar
zijn. In paragraaf 4.1 staan de uitkomsten van deze kwaliteitsmetingen en wordt het
vervolg verder toegelicht. We hebben met de nu beschikbare kwaliteitsmetingen nog
geen volledig beeld over de eerste helft van 2025. Het instrument dat wordt gebruikt
om de kwaliteit te meten, is nog niet volledig betrouwbaar. Voordat een definitief
besluit genomen kan worden over de periode waar de WIA-hersteloperatie op ziet, is
nog meer zekerheid gewenst. Hiervoor moet in elk geval de volgende kwaliteitsmeting
worden afgewacht.
Daarnaast is in de vorige voortgangsbrief aangegeven dat het uitgangspunt is om beëindigde
uitkeringen in de periode 2020–2024 mee te nemen in de herstelactie. Dit uitgangspunt
was nog niet definitief en hing af van de optie om keteneffecten te beperken. Als
het niet mogelijk zou zijn om keteneffecten te beperken, zouden mensen mogelijk juist
nadelen ondervinden wanneer hun reeds beëindigde uitkering ook zou worden meegenomen
in de herstelactie. Samen met UWV hebben we inmiddels voldoende vertrouwen dat de
optie om keteneffecten te beperken door middel van een tijdelijke regeling haalbaar
is. Deze optie wordt inhoudelijk toegelicht in paragraaf 2. Daarom maken we dit uitgangspunt
definitief. Dat wil zeggen dat ook beëindigde uitkeringen voor de periode 2020–2024
door UWV worden gecontroleerd en waar dat aan de orde is, zal een vergoeding worden
verstrekt. Deze dossiers zullen bovenop de eerder genoemde lopende uitkeringen gecontroleerd
worden. De totale groep te controleren dossiers komt op 51.000.
1.2 Contact met mensen
Het is van belang dat mensen voortvarend duidelijkheid krijgen over hun uitkering
en dat fouten in de dagloonberekening op een zorgvuldige manier worden afgehandeld.
Daarom is het doel van UWV om mensen waar dat kan, zo snel mogelijk te informeren
en hen vervolgens periodiek op de hoogte te houden van de WIA-hersteloperatie.
Om ervoor te zorgen dat mensen weten of hun dagloon opnieuw wordt onderzocht, heeft
UWV ook de mensen geïnformeerd bij wie geen aanleiding is om te veronderstellen dat
de dagloonberekening fout is.
Dit betreft de groep buiten de 51.000 dossiers. Ook het merendeel van de mensen binnen
de groep van 51.000 dossiers bij wie een risico is geconstateerd op mogelijke fouten
in de dagloonberekening, is geïnformeerd.
Voor een klein deel geldt dat deze mensen niet via brede communicatie geïnformeerd
zijn of er aanwijzingen voor mogelijke fouten zijn gevonden, omdat er op een andere
manier al contact was met UWV, bijvoorbeeld via Bezwaar & Beroep. Voor deze groep
past UWV de communicatie aan naar de persoonlijke situatie om verwarring te voorkomen.
De groep mensen wiens uitkering al is beëindigd, is nog niet geïnformeerd. Dat komt
doordat voor deze uitkeringen geldt dat er nog geen definitieve beslissing was genomen
om deze dossiers ambtshalve te onderzoeken. In paragraaf 1.1 is nader ingegaan op
de definitieve beslissing.
Van de groep uitkeringsgerechtigden waarbij een risico op mogelijke dagloonfouten
is geconstateerd, gaat UWV het dossier nader onderzoeken. Deze groep zal elk kwartaal
op de hoogte worden gehouden door middel van een brief zoals is aangegeven in de voortgangsbrief
van 11 juli jl. Dit heeft UWV in de eerste brief ook aangekondigd richting deze groep.
De volgende brief zullen mensen in januari 2026 ontvangen. Zodra een dossier is onderzocht,
dan wordt de uitkeringsgerechtigde gebeld met de uitkomsten van het onderzoek. Deze
uitkomsten worden vervolgens per brief bevestigd.
De informatiebehoeften van uitkeringsgerechtigden, zijn erg verschillend. UWV probeert
zo goed als mogelijk in deze verschillende behoeften te voorzien. Zo is er dit najaar
ook een eerste landelijke cliëntbijeenkomst georganiseerd voor WIA-uitkeringsgerechtigden.
Er is inzicht gegeven in de manier waarop UWV eventuele fouten gaat herstellen en
hoe de berekening van het dagloon eruit ziet. Voor de uitkeringsgerechtigden was er
ruimte om in een persoonlijk gesprek vragen te stellen aan de aanwezige casemanagers.
Aanwezige uitkeringsgerechtigden hebben aangegeven dat zij de cliëntbijeenkomst hebben
gewaardeerd en UWV heeft zich voorgenomen dit vaker te doen.
Zoals in de voortgangsbrief van 11 juli jl.13 is gemeld, heeft UWV een extra team van casemanagers aangesteld om mensen ondersteuning
te bieden. Sinds 1 april jl. hebben in totaal 747 uitkeringsgerechtigden gebruik gemaakt
van deze ondersteuning. Dit zijn uitkeringsgerechtigden van zowel binnen als buiten
de doelgroep van de WIA-hersteloperatie. Deze casemanagers helpen mensen door via
persoonlijke begeleiding de zorgen gericht in beeld te brengen en de juiste vervolgstappen
te zetten.
UWV heeft een evaluatieonderzoek laten uitvoeren naar de communicatie rondom de WIA-hersteloperatie.
De resultaten uit het onderzoek zijn overwegend positief. Een groot deel geeft aan
de informatie van UWV duidelijk te vinden en de websitepagina, die is ingericht voor
de WIA-hersteloperatie te bezoeken. De belangrijkste conclusies zijn onder andere
dat mensen behoefte hebben aan persoonlijke en gevisualiseerde communicatie en meer
inzicht in de berekeningen. UWV neemt deze uitkomsten mee in de verdere informatievoorziening.
1.3 Samenhang met andere herstelacties
In de WIA-hersteloperatie worden naast de herstelactie WIA-dagloon ook andere herstelacties
binnen de WIA meegenomen vanwege de inhoudelijke samenhang. In onderstaande tabel
wordt een overzicht gegeven van die herstelacties en de aantallen per herstelactie.
Herstelactie
Wat is geconstateerd
Wijze onder herstel organisatie
Aantal
Kwaliteit WIA dagloon
Mogelijke fouten in de berekening van het dagloon voor WIA-uitkeringen tussen 2020
2024.
Volledige doelgroep
51.000
Loonloze tijdvakken
Opvolging uitspraken van de Centrale Raad van Beroep omtrent loonloze tijdvakken in
WIA-dagloonvaststelling.
Volledige doelgroep
76.000
WIA-indexatie
Sinds 2006 is in sommige gevallen het handmatig doorvoeren van de indexering van het
dagloon niet (goed) toegepast bij de vaststelling van nieuwe WIA-uitkeringen.
Volledige doelgroep
3.600
Als een uitkeringsgerechtigde te maken heeft met verschillende herstelacties, is het
de intentie van UWV om alle hierboven genoemde herstelacties zo veel mogelijk op elkaar
af te stemmen. Daarom is voor de herstelacties loonloze tijdvakken en WIA-indexatie
besloten om deze herstelacties volledig mee te nemen in de WIA-hersteloperatie.
De aantallen per herstelactie in bovenstaande tabel wijken iets af van de eerder gecommuniceerde
aantallen. Doordat loonloze tijdvakken en WIA-indexatie nu volledig onder de WIA-hersteloperatie
vallen, valt dit aantal in bovenstaande tabel hoger uit. Een deel wat eerder in de
reguliere uitvoering zou worden opgepakt, valt nu onder de WIA-hersteloperatie. Daarnaast
is in de brief van 11 juli jl. aangekondigd dat UWV de aantallen per herstelactie
ging valideren. Door deze validatie zijn de aantallen verder aangescherpt. Met name
voor loonloze tijdvakken valt het aantal hoger uit dan eerder verwacht.
Eerder stonden ook de herstelacties Opting-in14 en AO-pensioen15 in bovenstaand overzicht. Samen met UWV is nogmaals bekeken of het eerdere voornemen
om de herstelacties Opting-in en AO-pensioenen op te nemen in de WIA-hersteloperatie
nog wenselijk is. Deze herstelacties betreffen terugvorderingsacties en in de herstelactie
WIA-dagloon wordt niet teruggevorderd, zoals aangegeven in de vorige voortgangsbrief.
Door deze herstelacties los te koppelen van de WIA-hersteloperatie, kunnen deze dossiers
direct worden opgepakt, in plaats van te wachten tot de start van de WIA-herstelactie
in de loop van 2026.
Hierdoor worden eventuele terugvorderingen van deze dossiers richting uitkeringsgerechtigden
niet onnodig (verder) verhoogd. Het nadeel hiervan is dat mensen nu mogelijk geconfronteerd
worden met twee verschillende berichten over respectievelijk een terugvordering vanwege
de herstelactie Opting-in of AO-pensioen en later mogelijk een bijstelling omhoog
en een vergoeding vanwege de herstelactie WIA-dagloon. Het nadeel van verder oplopende
terugvorderingen weegt echter zwaarder.
Daarom heb ik samen met UWV besloten om de aangehouden dossiers in de herstelacties
Opting-in en AO-pensioen zo snel als mogelijk te herstellen. Hetzelfde geldt voor
de inkomstenkorting Ziektewet en Wazo, waar in paragraaf 5 een nadere toelichting
over wordt gegeven.
1.4 Rechtsbescherming en meldpunt
Inzage in dossiers
Mensen hebben de mogelijkheid om inzage te krijgen in hun dossier en de wijze waarop
UWV tot de hoogte van hun uitkering is gekomen. In het kader van de WIA-hersteloperatie
heeft UWV aanvullende mogelijkheden onderzocht. Als mensen een verzoek indienen voor
inzage biedt UWV op een begrijpelijke en gerichte manier inzage in de gegevens. Zo
wordt de dagloonberekening uitgebreider toegelicht, zodat deze voor mensen beter te
volgen is. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van het lid Ergin (Denk) die
oproept tot volledige en begrijpelijke inzage in dossiers voor betrokkenen.16
Financiële ondersteuning bij bezwaar en beroep
Met UWV is gesproken over de mogelijkheid van financiële ondersteuning bij ongegronde
bezwaar- en beroepszaken. In reguliere processen vergoedt een uitvoerder namelijk
geen proceskosten bij ongegronde bezwaarzaken. UWV verwacht geen extra toename in
bezwaarzaken en gevolgen voor de rechtspraak. Ook kunnen mensen met een lager inkomen
momenteel al een financiële bijdrage krijgen door middel van gesubsidieerde rechtsbijstand.
Daarom is besloten dat UWV het reguliere proces blijft volgen en geen extra financiële
ondersteuning zal bieden bij ongegronde bezwaar- en beroepszaken in de WIA-hersteloperatie.
Onafhankelijk meldpunt
Door uw Kamer is verzocht17 om een onafhankelijk meldpunt in stellen voor de WIA-hersteloperatie van UWV ten
behoeve van herstel van vertrouwen in UWV, het toewerken naar een oplossing en het
borgen van het cliëntperspectief. In de voortgangsbrief van 11 juli jl. is als uitgangspunt
genoemd dat een meldpunt moet aansluiten bij de behoeftes en wensen van mensen en
van toegevoegde waarde moet zijn. Toegezegd is dit te verkennen met mensen in de praktijk.
Inmiddels is gesproken met uitkeringsgerechtigden van de UWV-cliëntenraad, vertegenwoordigers
van de sociale partners waaronder de FNV, de Ombudsman, de Landelijke cliëntenraad,
rechtshulpverleners en UWV over de verschillende functies die bij een meldpunt belegd
zouden kunnen worden en wat daarvoor de randvoorwaarden zijn. De conclusie van deze
verkenning is dat er steun is voor de overwegingen achter de motie: dat vertrouwen
moet worden hersteld, cliëntperspectief geborgd en mensen geholpen moeten worden met
oplossingen voor problemen waar ze tegenaan lopen. Over de toegevoegde waarde van
een onafhankelijk meldpunt om hierin te voorzien waren er echter veel twijfels.
Bedenkingen die werden geuit gingen onder meer over of je mensen goed de gelegenheid
biedt om hun zorgen te delen als je een meldpunt opricht enkel en alleen voor de WIA-herstelactie.
Ook vanuit een signalerende functie van een meldpunt werd zo’n beperking niet als
logisch gezien. Daarbij werden vragen gesteld over of uitkeringsgerechtigden die onderdeel
van de herstelactie zijn, nu zitten te wachten op een luisterend oor. Uit gesprekken
met UWV-uitkeringsgerechtigden kwam vooral naar voren dat behoefte is aan duidelijkheid.
Bij sommige bestond de indruk dat wat er leeft niet zo zeer angst is om zich te melden
bij UWV, maar wantrouwen ten aanzien van de juistheid van de beslissingen. Daarbij
werd ook geen toegevoegde waarde gezien in het bieden van meer praktische ondersteuning
van mensen die met de herstelactie te maken hebben nu UWV daar al veel extra ondersteuning
voor aanbiedt. Tot slot werden door gesprekspartners vragen gesteld over hoe een nieuw
meldpunt zich zou moeten verhouden tot al bestaande mogelijkheden, zoals de Landelijke
Cliëntenraad, de cliëntenraad UWV, de Nationale ombudsman en verschillende organisaties
voor rechtshulp die al een rol spelen bij het melden en behandelen van klachten. Een
veelheid van meldmogelijkheden en hulp kan het zelfs complexer maken.
Op basis van deze verkenning is er onvoldoende reden om een onafhankelijk meldpunt
in te richten voor de WIA-hersteloperatie. Het is wel van groot belang dat cliëntparticipatie
geborgd blijft in de WIA-hersteloperatie, maar ook breder binnen het domein werk en
inkomen. Uitkeringsgerechtigden maar ook rechtsbijstandverleners hebben waardevolle
kennis in relatie tot (de uitvoering van) beleid en wetgeving die we moeten benutten
om de dienstverlening te verbeteren en fouten te signaleren en er moeten voor mensen
goed toegankelijke plekken zijn waar ze met zorgen terecht kunnen. Dit zijn aspecten
die mee worden genomen in de (her)inrichting van cliëntparticipatie waarover de Kamer
in een aparte brief over zal worden geïnformeerd.
2. Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA
Wanneer mensen in het verleden een te lage uitkering hebben ontvangen, krijgen zij
normaliter een nabetaling. Deze nabetaling kan echter financiële gevolgen hebben,
doordat de nabetaling een eenmalige piek in het inkomen in het jaar van de nabetaling
en het vermogen veroorzaakt. Daardoor kan de nabetaling invloed hebben op toeslagen,
belastingen en andere inkomensafhankelijke regelingen. Deze effecten kunnen in bepaalde
gevallen groter zijn dan de nabetaling zelf. Een nabetaling leidt in een aantal gevallen
bovendien tot inkomensonzekerheid en hoge administratieve last voor de uitkeringsgerechtigde.
In de bijlage van de voortgangsbrief van 11 juli jl. staat beschreven welke verschillende
scenario’s zijn onderzocht om de nadelige effecten van nabetalingen te verminderen.
Uiteindelijk bleven twee scenario’s over, namelijk het dienstverleningsscenario en
het scenario van de compensatieregeling. In de vorige brief is al aangegeven dat dit
laatste scenario de voorkeur heeft, omdat dit naar verwachting voor mensen en de meeste
ketenpartners veel minder negatieve impact heeft dan het dienstverleningsscenario.
Inmiddels is ervoor gekozen dit scenario inderdaad als uitgangspunt te nemen, en is
er de afgelopen maanden samen met UWV, de Belastingdienst, het Ministerie van Financiën
en Dienst Toeslagen hard gewerkt aan een regeling.
In deze regeling zal geregeld worden dat een eenmalige vergoeding wordt uitgekeerd
voor verschillende situaties waarbij het dagloon te laag is vastgesteld.
Het gaat hierbij om:
• Dagloonfouten tussen 1 januari 2020 en 31 december 2024
• Indexatiefouten tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022
• Loonloze tijdvakken tussen 1 juli 2015 en 31 december 2024
Op dit moment is nog niet duidelijk of er aanleiding is om de herstelacties te verlengen.
In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan de op de kwaliteitsverbetering.
Door meerdere WIA-herstelacties mee te nemen in de regeling, wordt voorkomen dat een
betrokkene die onderdeel is van meer dan één herstelactie, voor de ene herstelactie
een vergoeding zonder keteneffecten en voor de andere herstelactie een nabetaling
mét keteneffecten ontvangt.
Als in een onderzocht dossier geconcludeerd wordt dat het WIA-dagloon van de uitkeringsgerechtigde
te laag is vastgesteld, worden het dagloon en de daaruit volgende WIA-uitkering gecorrigeerd.
Met deze regeling ontvangen betrokkenen van wie het dagloon te laag is vastgesteld
een passende eenmalige financiële vergoeding voor wat zij in het verleden te weinig
aan uitkering hebben gekregen. De vergoeding wordt met een rekenformule bepaald en
zal een zo dicht mogelijke benadering zijn van het bedrag dat de uitkeringsgerechtigde
ontvangen zou hebben als het WIA-dagloon in het verleden juist was vastgesteld. Deze
eenmalige vergoeding telt niet mee voor het verzamelinkomen, omdat er door UWV eindheffing
op wordt toegepast. Dat betekent dat UWV de loonheffing betaalt en rechtstreeks afdraagt
aan de Belastingdienst. Keteneffecten worden in de drie herstelacties hierdoor grotendeels
voorkomen. Twee keteneffecten kunnen wel optreden. Daar wordt hieronder nader op ingegaan.
De regeling is momenteel in internetconsultatie18 en voor uitvoeringstoetsen uitgezet bij UWV, Dienst Toeslagen en de Belastingdienst.
De komende weken worden de resultaten hiervan verwerkt en kan de regeling worden vastgesteld.
Naar verwachting kunnen de eerste vergoedingen in de loop van 2026 worden uitgekeerd.
2.1 Pensioenuitvoerders en verzekeraars
Pensioenuitvoerders baseren aanvullende arbeidsongeschiktheidspensioenen en premievrije
pensioensopbouw bij arbeidsongeschiktheid in bepaalde gevallen op het door UWV vastgestelde
dagloon. Wanneer UWV het dagloon, en daarmee de uitkering, met terugwerkende kracht
aanpast, dan is dit voor een pensioenuitvoerder tevens aanleiding tot aanpassing van
het pensioen. In de regeling wordt het dagloon alleen niet met terugwerkende kracht
aanpast, maar per toekomende datum. Het kan voorkomen dat pensioenuitvoerders het
op grond van de pensioenregeling alsnog verplicht zijn pensioenen van betrokkenen
met terugwerkende kracht aan te passen.
Een eventuele correctie met terugwerkende kracht door een pensioenuitvoerder van het
arbeidsongeschiktheidspensioen kan zorgen voor een nabetaling die meetelt in het verzamelinkomen.
Hierdoor kunnen er nadelige effecten ontstaan op toeslagen, belastingen en andere
inkomensafhankelijke regelingen. Hoewel de overheid kaders kan stellen mogen private
partijen, zoals pensioenuitvoerders, hier zelfstandig keuzes in maken.
Directe invloed op deze besluitvorming is niet altijd mogelijk. Wel blijf ik in gesprek
met de sector om te onderzoeken wat de beste manier is om invulling te geven aan de
gevolgen van het herstel door UWV met het doel om deze nadelige effecten zoveel mogelijk
te voorkomen. Daarnaast zal UWV, waar mogelijk, inzetten op gegevensdeling en samenwerking
in de communicatie met pensioenuitvoerders om cliënten zo goed mogelijk te ondersteunen
bij eventuele keteneffecten.
Verzekeraars hebben aangegeven zoveel mogelijk mee te willen werken aan de regeling.
Verzekeraars bieden aanvullende WIA-verzekeringen aan.
Voor deze verzekeringen gelden soortgelijke regels als bij arbeidsongeschiktheidspensioenen,
maar terugwerkende aanpassingen zullen hier minder snel voorkomen. Verzekeraars hebben
minder specifieke regels op dit gebied. De verwachting van verzekeraars is daarom
dat de regeling voor de meeste mensen met een aanvullende WIA-verzekering de beste
oplossing biedt.
2.2 Vermogen voor toeslagen en eigenbijdrageregelingen
De vergoeding die uitkeringsgerechtigden toegekend krijgen op grond van de regeling,
wordt geen onderdeel van het inkomen, maar wel van het vermogen. Hierdoor kan de vergoeding
in beginsel effect hebben op vermogensafhankelijke regelingen. Dit is afhankelijk
van het peilmoment en de vermogensgrenzen in de specifieke regelingen.
Er is een aantal vermogensafhankelijke regelingen die nu niet zijn meegenomen in de
compensatieregeling. In de regel gelden bij deze regelingen echter relatief hoge vermogensgrenzen.
Het toekennen van de vergoeding zal daarom in veruit de meeste gevallen niet leiden
tot een overschrijding van de vermogensgrens. Voor deze regelingen worden daarom geen
vermogensuitzonderingen gemaakt. De voordelen wegen niet op tegen de uitvoeringslast
voor zowel betrokkenen als ketenpartners.
2.3 Wat betekent de tijdelijke regeling voor werkgevers?
De WIA wordt gefinancierd via een hybride markt. Werkgevers kunnen kiezen voor een
publieke verzekering bij UWV of om eigenrisicodrager te worden. De Regeling wordt
gefinancierd via een Rijksbijdrage, wat betekent dat werkgevers geen extra uitkeringskosten
krijgen voor fouten in het verleden. Dit komt omdat de vergoeding buiten de reguliere
WIA-financiering valt en daardoor geen invloed heeft op de Whk-premie en op de kosten
voor eigenrisicodragers. Doorbelasting aan publiek verzekerde werkgevers wordt daardoor
voorkomen en op eigenrisicodragers wordt de vergoeding niet verhaald. Met deze regeling
wordt grotendeels invulling gegeven aan de motie van lid Flach om nadelige gevolgen
voor de werkgever te voorkomen (Kamerstuk 26 448, nr. 832).
De situatie is anders dan wanneer het dagloon te hoog is vastgesteld. In de voortgangsbrief
van 11 juli jl. staat beschreven (in lijn met motie van het lid Ceder van de ChristenUnie)
dat er in die gevallen niet wordt teruggevorderd. In geval van een te hoog vastgesteld
dagloon wordt niet met terugwerkende kracht herzien en wordt het nieuwe dagloon alleen
naar de toekomst toe gecorrigeerd. Werkgevers hebben in de deze gevallen te veel premie
(publiek verzekerde werkgevers) of uitkering (eigenrisicodragers) betaald. Mijn ministerie
is samen met UWV nog aan het onderzoeken hoe met de situatie om te gaan. Zoals al
eerder aangekondigd moeten werkgevers hier uiteraard bij betrokken worden. Dit zal
op korte termijn gebeuren.
3. Maatregelen om UWV te ondersteunen in het vrijmaken van capaciteit
Het instellen van de WIA-hersteloperatie vraagt veel van de organisatiecapaciteit
van UWV. Om UWV zo goed mogelijk in staat te stellen de WIA-hersteloperatie uit te
voeren, zijn in de voorbereiding begroting 2026 drie maatregelen afgesproken om de
uitvoering te ontlasten. Deze maatregelen zijn tegenwettelijk en worden gedoogd voor
de duur van de WIA-hersteloperatie. Na afloop van de WIA-hersteloperatie dient UWV
deze wettelijke taken weer ten volle uit te voeren. Met deze maatregelen komt voor
UWV ongeveer 14 Fte vrij die kunnen worden ingezet voor de WIA-hersteloperatie.
Het betreft maatregelen die grotendeels een oplossing bieden voor knelpunten waarover
UWV eerder in knelpuntenbrieven ook heeft gecommuniceerd en die in het voordeel van
uitkeringsgerechtigden uitwerken19.
Het betreft de volgende drie maatregelen;
– Het tijdelijk toestaan van het op eigen verzoek beëindigen van de WW-uitkering zonder
toetsing aan de hiervoor geldende voorwaarden. Deze maatregel wordt beëindigen op
eigen initiatief (BOEI) genoemd. Voor het beëindigen van een WW-uitkering op eigen
verzoek is nu een complexe en tijdsintensieve beoordeling van UWV nodig, waarbij UWV
een fictief loon berekent en loongegevens nodig heeft. Deze beoordeling wordt nu tijdelijk
eenvoudiger gemaakt, doordat UWV niet hoeft te toetsen of er is voldaan aan het urencriterium.
– Het uitgaan van een hedenbeslissing bij overlijden bij een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Hiermee wordt het voor UWV mogelijk om bij overlijden een hedenbeslissing af te geven.
Er ontstaan dan geen vorderingen meer die op erfgenamen verhaald moeten worden, wanneer
een overledene een bij voorschot betaalde uitkering ontving.
– Het niet opleggen van een maatregel bij een te late WW-aanvraag. Dit betekent dat
UWV niet langer zal toetsen of een uitkering tijdig is aangevraagd en wordt er, logischerwijs,
ook geen maatregel opgelegd.
4. Kwaliteitsverbetering WIA en Wajong
4.1 Uitkomsten MOK
UWV heeft recent de derde en vierde periodieke kwaliteitsmeting Meting Operationele
Kwaliteit (MOK) afgerond voor zowel de WIA als de Wajong. UWV publiceert periodiek
meer informatie over de MOK20. In deze meting is een steekproef getrokken uit de periode februari – maart (MOK
3) en mei – juli (MOK 4). Bij de twee eerdere kwaliteitsmetingen gaf UWV aan dat de
uitkomsten nog niet betrouwbaar waren. Er bestond namelijk te veel variatie tussen
districten in de uitvoering van de meting. Om uniformiteit te bevorderen maakt UWV
daarom vanaf de derde ronde gebruik van vaste toetsteams en is er gestuurd op eenduidigheid.
UWV geeft aan dat er bij MOK 3 en 4 stappen zijn gezet in de betrouwbaarheid van de
kwaliteitsmeting, maar de uitkomsten zijn nog niet volledig betrouwbaar. UWV blijft
verder werken aan de verbetering van het instrument.
WIA
De MOK WIA kijkt naar het volledige beoordelingsproces in de WIA claimbeoordeling.
Dit proces omvat de medische beoordeling door de verzekeringsarts (o.a. belastbaarheid
en duurzaamheid), arbeidsdeskundige beoordeling (o.a. restverdiencapaciteit, CBBS-functieselectie
en maatmanloon), en administratief-juridische onderdelen (dagloon, duur en ingangsdatum
van de uitkering).
De uitkomsten van de derde en vierde MOK in 2025 zijn:
MOK 3
MOK 41
Beslissing juist
85%
88%
Beslissing onjuist
11%
10%
Beslissing nader te bepalen
4%
3%
X Noot
1
Door afronding telt het geheel van MOK 4 niet op tot 100% maar tot 101%.
Wanneer de beslissing onjuist is, betekent dat dat er gevolgen zijn voor recht, hoogte
of duur van de uitkering21. In de gevallen waar de beslissing «nader te bepalen» is kan sprake zijn van een
lopende bezwaarzaak, of is er aanvullende informatie nodig van de uitkeringsgerechtigde
of werkgever om te weten of de uitkering correct is vastgesteld.
Het totale percentage onjuist is hoger dan bij de eerste twee MOK-rondes (beide 9%),
maar de uitkomsten wijken niet significant af. UWV heeft de geconstateerde fouten
teruggekoppeld aan het betreffende kantoor zodat de uitvoering verbeterd wordt en
de fouten hersteld.
Wajong
Bij de derde MOK is er voor de Wajong ook onderzoek gedaan. De uitkomst is dat de
beslissing in 92% van de gevallen juist is, in 4% van de gevallen onjuist is en in
4% van de gevallen «nader te bepalen» is.
Daarmee is het foutpercentage iets hoger dan bij de tweede MOK (was 3%), maar fors
lager dan bij de eerste MOK (was 9%). In de eerste MOK Wajong waren er meer onjuistheden
van incidentele aard (zoals een verkeerde ingangsdatum) en meer structurele zaken
(zoals het ten onrechte niet in behandeling nemen) in vergelijking met MOK 3. Deze
zaken zijn door extra alertheid in de dienstverlening duidelijk afgenomen.
4.2 Maatmanloon
Eerder dit jaar is gebleken dat de kwaliteit van de maatmanloonbeoordeling onvoldoende
was22. Een groot deel van de aan het licht gekomen fouten had geen direct effect. In de
voortgangsbrief van 11 juli jl. is aangegeven welke maatregelen UWV heeft genomen
om de kwaliteit van de maatmanloonbeoordeling te verbeteren, waaronder de invoering
van het vierogenprincipe en een extra controle bij een herleving of herbeoordeling
in de toekomst.
Daarnaast doet UWV onderzoek bij alle uitkeringsgerechtigden met een loongerelateerde
uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage dat binnen 1% van een klassegrens
ligt (totaal 1.246 dossiers). Als daarbij een fout in het maatmanloon wordt aangetroffen,
wordt die voor de overgang naar de vervolguitkering hersteld. Op die manier heeft
een onjuistheid in het maatmanloon geen impact op de uitkering. Onderzoek naar het
maatmanloon kost veel capaciteit van medewerkers die zich normaliter bezighouden met
de WIA-claimbeoordeling. In een groot deel van de gevallen moet aanvullende informatie
opgevraagd worden bij uitkeringsgerechtigde en werkgever. Daarom heeft UWV meer tijd
nodig om het onderzoek af te ronden. In de volgende voortgangsbrief zal uw Kamer geïnformeerd
worden over de uitkomsten.
Door de getroffen maatregelen heeft UWV vertrouwen dat de kwaliteit van de vaststelling
van het maatmanloon wordt vergroot. De eerste positieve uitkomsten zijn in de vierde
MOK zichtbaar, doordat er minder bevindingen bij het maatmanloon zijn aangetroffen.
4.3 Onderzoek Heerlen
Op 15 juli jl. zijn er Kamervragen gesteld over de kwaliteit van de WIA-claimbeoordeling23, naar aanleiding van een artikel van EenVandaag. In dit artikel gaat het over mogelijke
fouten die gemaakt zijn door medewerkers van het UWV-kantoor van Heerlen bij hulp
bij andere kantoren. UWV heeft dit signaal eerder ook vernomen en heeft daarom een
risicogericht onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is gericht uitgevoerd en de resultaten
zijn aan de betreffende verzekeringsartsen teruggekoppeld. Er is actie ondernomen
om de kwaliteit te verbeteren. Omdat de resultaten te herleiden zijn tot individuele
medewerkers, worden ze niet gedeeld.
5. Overig
5.1 Herstelactie inkomstenkorting Ziektewet en Wazo
In het commissiedebat WIA-problematiek van 25 september jl. (Kamerstuk 26 448, nr. 853) is toegezegd een nadere toelichting te geven over de herstelactie inkomstenkorting
Ziektewet en Wet arbeid en zorg. In deze herstelactie is besloten om de lopende uitkeringen
en uitkeringen die minder dan zes maanden geleden zijn beëindigd ambtshalve te herzien.
Deze afbakening pakt voor de meeste uitkeringsgerechtigden positief uit, omdat de
meeste mensen van wie de uitkering niet wordt herzien, een te hoge uitkering hebben
ontvangen. Deze aanpak betekent ook dat een grote groep mensen niet in onzekerheid
wordt gebracht over een uitkering die zij jaren geleden hebben ontvangen, ook al hebben
sommigen van hen destijds mogelijk te weinig gekregen.
UWV heeft in een steekproef 546 dossiers gecontroleerd. Deze steekproef geeft een
indicatie van de spreiding van de bedragen. Bij deze cijfers moet wel opgemerkt worden
dat er sprake is van een relatief grote onzekerheidsmarge, specifiek voor de categorieën
die slechts beperkte aantallen omvatten. Daarom is eerder ook gekozen deze niet te
delen. Vanwege de expliciete vraag van uw Kamer deel ik ze hierbij wel, met de kanttekening
dat voorzichtigheid geboden is bij het trekken van conclusies uit deze cijfers over
de betreffende groep.
Bij 149 dossiers waren er geen financiële gevolgen. In de categorie tot € 500 bleken
er 94 uitkeringsgerechtigden te veel uitkering te hebben ontvangen en 74 uitkeringsgerechtigden
te weinig. In de categorie € 500 tot € 1.000 ging het respectievelijk om 30 en 19
uitkeringsgerechtigden. In de categorie € 1.000 tot € 5.000 ging het respectievelijk
om 105 uitkeringsgerechtigden die te veel uitkering ontvangen hebben en 34 uitkeringsgerechtigden
die te weinig uitkering ontvangen hebben. In de categorie € 5.000 tot € 10.000 waren
er 19 uitkeringsgerechtigden die te veel uitkering ontvangen hebben en 6 uitkeringsgerechtigden
die te weinig uitkering ontvangen hebben. In de categorie meer dan € 10.000 ging het
respectievelijk om 13 en 3 uitkeringsgerechtigden.
5.2 Verkenning herziening dagloon
Momenteel zijn SZW en UWV bezig met het verkennen van mogelijkheden om de dagloonsystematiek
te herzien. Aanleiding hiervoor is, naast de mogelijk onjuiste dagloonvaststellingen
in de afgelopen jaren, dat arbeidsrechtelijke ontwikkelingen en uitspraken van de
Centrale Raad van Beroep (CRvB) tot complexiteiten in het huidige systeem hebben geleid.
UWV heeft recentelijk een analytisch onderzoek naar risicofactoren bij de dagloonvaststelling
uitgevoerd. Op basis van deze resultaten worden aanpassingen in de uitvoering verkend
die de foutgevoeligheid van de dagloonvaststelling op zowel kortere als lange termijn
kunnen verminderen.
Veranderingen in de regelgeving rondom dagloonberekeningen kunnen grote gevolgen hebben
voor uitkeringsgerechtigden en betrokken werkgevers, maar ook de uitvoering. Dit maakt
dat de gevolgen van wijzigingen en budgettaire gevolgen nauwkeurig in beeld gebracht
moeten worden en bij besluitvorming zorgvuldig afgewogen dienen te worden. Het streven
is om in de eerste helft van 2026 nadere informatie over de herziening van de dagloonsystematiek
met uw Kamer te delen.
Ondertekenaars
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid