Brief regering : Voortgangsbrief examens voortgezet onderwijs
31 289 Voortgezet Onderwijs
Nr. 607 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2025
In deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van de beleidsmaatregelen rondom
passend examineren, de staatsexamens en het centraal examen. Ik ga daarbij in op de
ontwikkelingen sinds de brief van 18 februari 2025 en ik bied u de Staatsexamenmonitor
2025 aan.
Middels deze brief geef ik uitvoering aan de motie Ceder c.s.,1 de motie Beertema c.s.,2 de toezegging in de Kamerbrief van 18 februari 20253 en de toezegging uit het commissiedebat op 15 mei 2025.4
I. Een inclusiever examenlandschap
In de brief aan uw Kamer van 18 februari 2025 werd de visie geschetst op een inclusief
examenlandschap, waarin elke leerling toegang heeft tot een passend examen. Door betere
informatievoorziening, regelgeving en samenwerking werken we – samen met scholen en
ketenpartners – aan een systeem dat beter aansluit op de behoeften van leerlingen.
Zonder dat we daarbij afbreuk doen aan de waarde van het diploma. Daarbij hebben we
in het bijzonder oog voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte, zowel in het
reguliere voortgezet onderwijs (vo) als in het voortgezet speciaal onderwijs (vso;
uitstroomprofiel vervolgonderwijs5). Uit onderzoek bleek immers dat vooral zij de drie examenvoorzieningen niet als
volledig passend ervaren.6
In deze brief beschrijf ik de stappen die we tot nu toe hebben gezet en die we in
de toekomst nog gaan zetten om het examenlandschap inclusiever en toegankelijker te
maken.
Informatievoorziening
Een van de voorwaarden om alle leerlingen een passende route naar een vo-diploma te
bieden, is dat scholen goed op de hoogte zijn van de ruimte en mogelijkheden voor
passend examineren. Om dit te bevorderen, is in september 2025 het Expertisepunt passend
examineren vo gelanceerd in samenwerking met het College voor Toetsen en Examens (CvTE)
en DUO Examenloket. Dit expertisepunt heeft primair als doel om scholen te informeren
over en te ondersteunen bij passend examineren. Daaronder valt het beantwoorden van
vragen, meedenken over (complexe) casuïstiek en het verbinden van vso- en vo-scholen
of vavo-instellingen die een examensamenwerking willen aangaan.
De website van het expertisepunt7 is blijvend in ontwikkeling om goed in te spelen op de vragen die leven bij scholen.
Een voorbeeld daarvan is de informatievoorziening over de deskundigenverklaring. In
de Kamerbrief van februari 2025 is toegezegd de regelgeving hierover onder de loep
te nemen en na te gaan of deze voldoende ruimte biedt om passende aanpassingen te
doen aan het examen.8 Uit gesprekken met scholen en (keten)partners blijkt dat er vooral behoefte is aan
duidelijkheid over de toepassing van die regelgeving. Niet op elke school wordt de
ruimte gebruikt die er binnen de regelgeving is om tot passend examineren te komen
met of zonder deskundigenverklaring. Samen met het expertisepunt werk ik dan ook aan
betere informatievoorziening hierover en over andere onderwerpen. Daartoe worden onder
meer de vragen gemonitord die binnenkomen bij het expertisepunt. Daarnaast loopt er
momenteel een onderzoek naar het gebruik van de mogelijkheden voor passend examineren
door scholen en hun informatiebehoefte op dit gebied.
Met de komst van het expertisepunt is er één duidelijk informatiepunt over passend
examineren in het vo – iets waaraan in het veld veel behoefte was. Alhoewel de informatie
op de website ook toegankelijk is voor leerlingen en hun ouders, zal deze niet geheel
aansluiten op hun informatiebehoefte. Daarom zijn we met de verschillende vertegenwoordigingen
in gesprek op welke manier we aan hun wensen gehoor kunnen geven.
Samenwerking vso met vo/vavo
Momenteel doen verreweg de meeste vso-leerlingen eindexamen via het staatsexamen.
Op basis van het hiervoor genoemde onderzoek van Oberon9, concluderen we dat veel vso-leerlingen baat zouden hebben bij een situatie waarin
onderwijs en examinering in elkaars verlengde liggen, net als in het reguliere vo.
Het eindexamen is dan immers een logisch sluitstuk op het onderwijsprogramma dat de
leerlingen hebben gevolgd, waar nodig met bepaalde aanpassingen. Bovendien worden
bepaalde nadelen die sommige leerlingen ervaren bij het staatsexamen hiermee weggenomen,
zoals de herkansingen in de zomer of de mondelinge college-examens.
Een examensamenwerking tussen het vso en het reguliere vo of het vavo is een van de
mogelijkheden om dit te realiseren. Deze manier van samenwerken komt nu al voor, maar
zou voor veel meer scholen een passendere vorm van examinering kunnen zijn. Dat scholen
er nu nog niet op grote schaal voor kiezen, komt mede doordat het voor veel v(s)o-scholen
niet duidelijk is welke mogelijkheden er zijn. Ook worden er knelpunten ervaren bij
het opzetten en in stand houden van een dergelijke samenwerking.
Om het aantal examensamenwerkingen te vergroten en bestaande samenwerkingen te bestendigen,
gaat OCW in 2026 in elk geval aan de slag met:
– Het goed in beeld brengen van de wet- en regelgeving (wat kan en mag?), het delen
van goede voorbeelden, en het opstellen van een handreiking over samen examineren.
– In samenwerking met de vso-sector verkennen of er op iedere vso-school een examencontactpersoon
aangewezen kan worden die kennis gaat opbouwen van passend examineren. Daaronder verstaan
we zowel de verschillende manieren waarop vso-leerlingen het examen kunnen doen en
de mogelijkheden om het eindexamen passender te maken. Deze persoon kan daarnaast
actief meedenken met reguliere vo-scholen of vavo-instellingen over het passend examineren
van de leerlingen binnen een examensamenwerking.
– In gesprek gaan met het Overkoepelend Netwerk Samenwerkingsverbanden over de rol die
de samenwerkingsverbanden kunnen spelen bij het stimuleren van examensamenwerkingen
en wat zij daarvoor nodig hebben.
– In gesprek blijven met het onderwijsveld over andere mogelijkheden om een beweging
naar meer examensamenwerkingen te stimuleren. Zo gaan we met scholen in gesprek die
nu nog geen examensamenwerking willen aangaan, om te kijken wat er nodig is om dat
toch te doen.
Examenlicentie vso
Een tweede mogelijkheid voor vso-scholen om het onderwijs en het eindexamen in één
hand te leggen, is door een eigen examenlicentie aan te vragen. Het vraagt veel van
scholen om te kunnen voldoen aan de vereisten voor een dergelijke licentie.
In het commissiedebat Toetsen en Examens op 15 mei 2025 is aan uw Kamer toegezegd
dat de mogelijkheid voor meer vso-scholen om een examenlicentie te krijgen verkend
wordt.10 Op basis van deze verkenning concludeer ik dat het voor veel vso-scholen niet haalbaar
is dat zij een licentie krijgen. Een licentie vraagt veel van scholen, waaronder voldoende
vakbevoegde docenten die schoolexamens kunnen maken, afnemen en corrigeren, en een
examenorganisatie, inclusief examensecretaris en examencommissie. Voor vso-scholen
met bijvoorbeeld een kleine groep leerlingen in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs
is dit niet haalbaar.
Voor scholen die wel een licentie willen en kunnen verkrijgen, moet de aanvraagprocedure
soepel verlopen en transparant zijn. Daarom ben ik samen met DUO en de Inspectie bezig
om de informatievoorziening hierover te verbeteren en om de aanvraagprocedure waar
mogelijk te vereenvoudigen. Deze informatie komt begin 2026 op de website van het
Expertisepunt passend examineren vo.11 Het expertisepunt kan vso-scholen informeren over wat er nodig is om een examenlicentie
aan te vragen, en in een vroeg stadium met de school meedenken en passend advies geven,
afgestemd op de school en de leerlingpopulatie.
Motie Ceder – vakcertificaten in het regulier vo
Met de motie van het lid Ceder c.s.12 wordt de regering verzocht om in beeld te brengen welke leerlingen in het reguliere
vo baat hebben bij het halen van vakcertificaten (om daarmee een diploma te halen)
en de wet- en regelgeving dusdanig aan te passen dat dit mogelijk wordt. In de motie
worden expliciet thuiszittende leerlingen genoemd en leerlingen in het vso die mogelijk
terechtkunnen in het vo.
Aan deze motie wordt deels al gehoor gegeven door de Regeling toelating specifieke
groepen leerlingen tot de staatsexamens vo. Op basis van deze regeling kunnen leerlingen
uit het reguliere vo onder bepaalde voorwaarden deelnemen aan het staatsexamen. Het
gaat bijvoorbeeld om (thuiszittende) leerlingen die vanwege ziekte niet kunnen deelnemen
aan het onderwijsprogramma van en het eindexamen op hun school.
Naast deze groep leerlingen, is er een groep leerlingen die wel onderwijs wil en kan
volgen op een reguliere vo-school, maar die baat zou hebben bij het spreiden van het
eindexamen over meer dan twee jaar. Dat is op dit moment wel mogelijk bij het staatsexamen,
maar niet bij het reguliere eindexamen. Met het oog op deze leerlingen willen we de
regelgeving wijzigen om het mogelijk te maken om een jaar toe te voegen aan de huidige,
tweejarige termijn van het gespreid examen. Leerlingen die dat, vanwege bijzondere
omstandigheden, nodig hebben, kunnen daardoor hun reguliere eindexamen spreiden over
drie opeenvolgende schooljaren. Deze drie jaar komt overeen met de termijn waarbinnen
verreweg de meeste diplomakandidaten van het staatsexamen hun diploma halen.13 Door deze wijziging is het niet nodig om de regelgeving voor deelname aan het staatsexamen
te verruimen voor leerlingen in het reguliere vo.
Resultaten staatsexamen vo 2025
De staatsexamens vo zijn in 2025 goed verlopen. De examens zijn volgens de kwaliteitsnormen
afgenomen, mede dankzij de inzet van bijna tweeduizend examenbetrokkenen. In 2025
heeft het CvTE verder gewerkt aan het versterken van de professionele cultuur binnen
de staatsexamens vo. Examinatoren zijn via diverse workshops ondersteund in het vergroten
van hun kennis en vaardigheden. Ook is er opnieuw geïnvesteerd in de zichtbaarheid
van de staatsexamens vo. De inspanningen in 2025 dragen bij aan het toekomstbestendig
maken van het staatsexamen vo.
Na afloop van de staatsexamenperiode heeft DUO de jaarlijkse staatsexamenmonitor opgeleverd.
Vergeleken met vorig jaar is het gemiddelde slagingspercentage in 2025 licht gestegen,
zowel bij de groep kandidaten uit het vso als bij de groep kandidaten uit het vo.
In 2025 zijn er gemiddeld genomen ook betere cijfers behaald, de cijfers voor zowel
het centraal examen als het college-examen liggen hoger dan in 2024. Het is belangrijk
te vermelden dat staatsexamenkandidaten een erg diverse groep vormen. Ook moet bij
het interpreteren van trends in de slagingspercentages rekening gehouden worden met
dat, anders dan bij de examens in het reguliere vo, de aantallen kandidaten die staatsexamen
doen erg klein zijn. Hierdoor kunnen verschillen tussen jaren al snel groot lijken.
Voor meer informatie over de behaalde staatsexamenresultaten verwijs ik naar de bijgevoegde
monitor.
II. Ontwikkeling centrale examens
Tot slot reflecteer ik op de motie Beertema c.s.,14 waarin de regering verzocht wordt de mogelijkheden te verkennen om een voldoende
voor het vak Nederlands voorwaardelijk te stellen voor het behalen van een diploma.
Ik heb gesprekken gevoerd met de Inspectie en partners uit de examenketen om na te
gaan wat de voor- en nadelen van deze wijziging zouden inhouden.
Een goede beheersing van het Nederlands is belangrijk voor succesvolle doorstroom
naar het vervolgonderwijs, de arbeidsmarkt en om te participeren in onze samenleving.
Ik vind het daarom zeer belangrijk dat de taalbeheersing van leerlingen verbetert.
Hier zet ik momenteel op in, bijvoorbeeld door het Masterplan Basisvaardigheden voor
het po en vo, schakelklassen in het po voor leerlingen met een taalachterstand, en
extra ondersteuning voor taal bij studenten in het mbo. Ook is er aandacht voor het
borgen van het vereiste niveau Nederlands in de implementatie van de geactualiseerde
kerndoelen en de examenprogramma’s.
Het invoeren van een verplichte voldoende zou laten zien dat het belangrijk is dat
alle leerlingen het Nederlands op een bepaald niveau beheersen. Het zou naar verwachting
ook leiden tot meer aandacht voor het vak Nederlands en in het bijzonder voor de onderdelen
die op het centraal examen Nederlands getoetst worden. Dit gaat tegelijkertijd ook
ten koste van de bredere taalvaardigheid van de leerling en van andere vakken. Niet
alleen het vak Nederlands draagt immers bij aan taalontwikkeling, maar in vrijwel
alle vakken wordt taal- denk- en kennisontwikkeling verworven. In het po, waar de
verwevenheid van taal in andere vakken al meer vanzelfsprekend is, zijn hier al positieve
ervaringen mee opgedaan.
De bovengenoemde effecten die uit de gevoerde gesprekken naar voren kwamen, geven
geen sterke rechtvaardiging voor het voorwaardelijk stellen van een voldoende voor
het vak Nederlands voor het behalen van een diploma. Met onder andere het huidige
Masterplan Basisvaardigheden wordt op vele manieren gewerkt aan verscherpte aandacht
en belang op school voor taal, zonder bovengenoemde nadelen van deze specifieke maatregel.
Dit beeld wordt gedragen door de Inspectie en de partners uit de examenketen.
De bovengenoemde effecten die uit de gevoerde gesprekken naar voren kwamen, lijken
nu geen aanleiding te geven om iets te veranderen in de huidige uitslagbepaling.
Afsluiting
Met de hierboven beschreven stappen werk ik, samen met scholen en ketenpartners, aan
een examenstelsel dat passend is voor alle leerlingen én de waarde van het diploma
borgt. Ik informeer uw Kamer tijdig over de verdere voortgang.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking
Ondertekenaars
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap