Brief regering : Zorgprofessionals in Caribisch deel van het Koninkrijk
29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector
Nr. 618
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2025
Met het oog op de vergrijzende bevolking en de toenemende zorgvraag in het Caribisch
deel van het Koninkrijk staat de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg onder druk.
Zoals in de Kamerbrief Beleidsreactie onderzoeksrapport «Verkenning problematiek zorgopleidingen
hbo/wo Caribische studenten» van 7 juli 20241 genoemd, vraagt het om een aanpak van de tekorten in de zorg in het Caribisch gebied.
Dit dient een integrale programmatische aanpak te zijn met maatregelen over de hele
studieloopbaan van deze zorgprofessionals in spe, evenals vooraf en daarna, om daadwerkelijk
te zorgen dat voldoende zorgprofessionals weer terug willen keren. Tevens heeft uw
Kamer een motie aangenomen om zogenaamde ministersplaatsen of een soortgelijke regeling
te herintroduceren,2 vanwege zorgen over de in- en doorstroom van Caribische studenten in zorgopleidingen
met een numerus fixus in Europees Nederland.
Naar aanleiding van de motie is een uitgebreide ambtelijke verkenning uitgevoerd.
In deze brief ga ik, mede namens de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, in
op de integrale programmatische aanpak om te zorgen voor een goede in- en doorstroom
van Caribische studenten in zorgopleidingen. Daarna ga ik in op de afwegingen rond
een eventuele herinvoering van de ministersplaatsen of een alternatieve regeling in
de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Daarbij betrek
ik ook de resultaten van de ambtelijke verkenning. Tot slot ga ik in op de verschillende
overige maatregelen die ik neem om de tekorten in de zorg in het Caribisch gebied
tegen te gaan.
Integrale programmatische aanpak Caribisch zorgveld
Samen met de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, zet ik integraal in op het
verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs in Europees Nederland en het Caribisch
zorgveld conform de slotconclusies van het Vierlandenoverleg.3 In de genoemde Kamerbrief van 7 juli 2024 is de gezamenlijke aanpak van VWS en OCW
uiteengezet. Ik geef hiervan graag een update in deze brief.
Voor de uitvoering van deze integrale aanpak is in het najaar van 2025 een programmamanager
in het Caribisch gebied aangesteld, die een inhoudelijk voorstel voor de verdere uitwerking
zal formuleren voor de stuurgroep van het Vierlandenoverleg OCW/VWS over hoe de zorgcapaciteit
kan worden vergroot in het Caribisch gebied. Dit voorstel gaat in op zowel Curaçao,
Aruba en Sint Maarten, als Caribisch Nederland. Het project is afgebakend tot zorgopleidingen
op hbo- en wo-niveau met een numerus fixus, met specifiek Geneeskunde als prioriteit.
Deze inzet is besproken tijdens het Vierlandenoverleg OCW in november 2025 en wordt
door alle deelnemende landen gedragen als een good practice om brain drain tegen te gaan in het Caribisch gebied. De Kamer wordt over de voortgang van dit traject
begin 2026 geïnformeerd via de stukken van het Vierlandenoverleg VWS/OCW.
Overbruggen afstand tussen Caribische studenten en het Caribisch zorgveld
Langdurig verblijf in Europees Nederland voor een zorgopleiding zorgt voor afstand
tussen Caribische studenten en het Caribisch zorgveld. Die afstand is niet alleen
fysiek, maar ook emotioneel. Studenten in de zorg bouwen tijdens hun opleiding een
leven op in Europees Nederland, met vrienden, eventuele familie die hier woont, een
mogelijke partner en een professioneel netwerk vanuit de studie en coschappen of stages.
Het is lastig om op afstand een professioneel netwerk op te bouwen en te onderhouden
in het Caribisch gebied. Ervaring opdoen binnen de Caribische context wordt gezien
als een belangrijke stap in de keuze om terug te keren. Dat kan bijvoorbeeld door
het eenvoudiger mogelijk maken van het volgen van coschappen of stages in het Caribisch
gebied. Ik wil met de zorgopleidingen in Europees Nederland in gesprek om te kijken
hoe de verschillende Europees Nederlandse zorgopleidingen op dit gebied kunnen samenwerken
en dit mogelijk kunnen maken. Parallel hieraan zal de programmamanager de mogelijkheden
in het Caribisch gebied verkennen.
Creëren van meer mogelijkheden medische specialisatie in het Caribische gebied
In 2023 hebben de vier landen binnen het Koninkrijk afgesproken een traject te ontwikkelen
om studenten uit het Caribisch gebied beter te laten doorstromen naar een medische
specialisatie, zowel in Europees Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Zoals aangegeven in de beleidsreactie van juli 2024, is deze afspraak opgenomen als
onderdeel van de programmatische aanpak.
In de afgelopen periode zijn gesprekken gevoerd met universitaire medische centra
en lokale zorginstellingen om de mogelijkheden te verkennen. Uit deze gesprekken blijkt
dat er zowel concrete kansen als brede bereidheid bestaan om specialisten op te leiden
voor de regio. Daarnaast zijn er al initiatieven op dit gebied. Een succesvol voorbeeld
hiervan is de samenwerking tussen het Horacio Oduber Hospital (HOH) op Aruba, het
Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Universitair Medisch Centrum Utrecht
(UMCU), waarbij specialisten bovenformatief worden opgeleid voor het HOH. Binnen dit
initiatief is ook voorzien in de (tijdelijke) terugkeer van de specialist in opleiding,
waarvoor concrete afspraken zijn gemaakt. Dit initiatief biedt perspectief voor het
opleiden van specialisten in het Caribisch gebied. Er wordt door VWS verkend hoe een
soortgelijke werkwijze ook elders ingezet kan worden.
Juridische grondslag voor herinvoering ministersplaatsen
Bij het tegengaan van tekorten in de zorg in het Caribisch gebied is relevant dat
er voldoende instroom is van studenten afkomstig uit het Caribisch gebied. Zij hebben
immers de grootste potentie om na hun opleiding ook weer terug te keren naar hun eiland
van herkomst. Bovendien is er behoefte aan lokaal zorgpersoneel dat de culturele en
maatschappelijke context kent en duurzaam ingezet kan worden. Uit data van het Trendrapport
hoger onderwijs blijkt dat sinds de invoering van decentrale selectie in 2017 de instroom
van Caribische studenten bij numerus fixusopleidingen in de zorg is gedaald.4 Om de instroom te verhogen heeft uw Kamer de motie Ergin c.s. aangenomen die vraagt
om de herinvoering van de ministersplaatsen of een soortgelijke regeling.
Het is de vraag of het herintroduceren van ministersplaatsen de juiste maatregel is
om de instroom te verhogen. Ministersplaatsen in de vorm van gereserveerde plekken
voor Caribische studenten in het initieel onderwijs, zou een ongelijke behandeling
inhouden tussen Caribische studenten enerzijds en studenten uit Europees Nederland
anderzijds. Het gelijkebehandelingsrecht verplicht mij te beoordelen of deze ongelijke
behandeling objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen
om dit doel te bereiken effectief, proportioneel en noodzakelijk zijn. Daarbij moet
onder meer uitgesloten zijn dat er minder vergaande maatregelen zijn die hetzelfde
effect kunnen bereiken.
Uit de verkenning blijkt dat er verschillende maatregelen mogelijk zijn die eerder
en meer effect hebben voor Caribische studenten en op het Caribisch zorgveld, dan
een enkele focus op het reserveren van plekken bij de instroom. Dit betreft maatregelen
rond het toegankelijker maken van selectieprocedures, verbeteren van de doorstroom
binnen de onderwijsloopbaan, van het initieel onderwijs (geneeskunde opleiding) naar
het post-initieel onderwijs (de specialistenopleidingen), en inzetten op meer prikkels
voor medisch specialisten om (terug te keren en) te gaan werken in het Caribisch deel
van het koninkrijk.
Het reserveren van plekken in het initieel onderwijs garandeert bovendien niet de
terugkeer van Caribische zorgprofessionals naar het zorgveld daar. Eerder onderzoek
wees uit dat de meerderheid niet terugkeert naar het Caribisch gebied.5 Ministersplaatsen zijn dan ook niet zonder meer effectief om het tekort van zorgprofessionals
op te lossen. Het is daarom aangewezen om eerst de komende jaren vol in te zetten
in de hiervoor beschreven integrale aanpak, alvorens een ingrijpende maatregel als
ministersplaatsen kan worden overwogen.
Tot slot zou voor het herintroduceren van ministersplaatsen de wet opnieuw moeten
worden aangepast, omdat ministerplaatsen niet toegestaan zijn in het stelsel van decentrale
selectie dat in 2017 is ingevoerd en waarbij de centrale loting en de ministerplaatsen
zijn afgeschaft. Bij decentrale selectie geven de instellingen per opleiding zelf
invulling aan hun selectieprocedure met minimaal twee kwalitatieve selectiecriteria.
Onlangs is decentrale loting weer toegevoegd als mogelijke selectiemethode.
Alternatieve regeling
Binnen de huidige systematiek zijn verbeteringen mogelijk die de kansen van Caribische
studenten bij instroom vergroten. In de WHW is met de Wet Kwaliteit in verscheidenheid
(Wet KiV) al een alternatieve regeling voor studenten uit het Caribisch gebied opgenomen.
In artikel 7.53 WHW is opgenomen dat instellingen rekening moeten houden met de belangen
van Caribische studenten bij het vormgeven van hun selectieprocedures. Volgens de
memorie van toelichting is met deze wettelijke verplichting bedoeld dat deze aspirant-studenten
«op gelijkwaardige wijze kunnen deelnemen» aan de selectieprocedures als aspirant-studenten
uit Europees Nederland.6 Dat geldt bovendien ook voor studiekeuzeactiviteiten. Daarbij was afgesproken dat
in overleg met instellingen en het Caribisch deel van het Koninkrijk moest worden
onderzocht hoe deze vorm konden krijgen.
Duidelijk is dat er in de praktijk ruimte is om meer rekening te houden met de belangen
van Caribische studenten voor gelijkwaardige deelname aan selectie- en studiekeuzeactiviteiten.
Hier gaan instellingen verschillend mee om. Ik vind dat dit beter kan en moet. Hierover
ga ik dan ook met hen in gesprek. Ik wijs de instellingen daarbij op hun juridische
verantwoordelijkheid om dit op te pakken. Zij leiden immers op voor het gehele koninkrijk.
Daarnaast werk ik aan wetgeving die instellingen verplicht hun selectieprocedure te
onderbouwen en transparanter vorm te geven. Daarbij zal ook aandacht worden gevraagd
voor de proportionaliteit van de selectieprocedure en in hoeverre de gevraagde investering
van aspirant-studenten in verhouding staat met de verwachte opbrengsten voor zowel
student als instelling. Instellingen krijgen met die wijziging ook de plicht in de
onderbouwing in te gaan op de wijze waarop ze invulling geven aan de verplichting
om rekening te houden met de belangen van Caribische aspirant-studenten.
Naast toegankelijke procedures is er ook behoefte aan betere voorlichting over studiekeuze
en selectieprocedures in het Caribisch gebied. Vanuit daar is het moeilijk om open
dagen te bezoeken en digitaal deel te nemen aan meeloopdagen in Europees Nederland.
Dit vraagt informatievoorziening toegespitst op de Caribische context, via een divers
palet aan media – fysiek en digitaal. Vanuit het koninkrijksbrede programma Strategic
Education Alliance (SEA) zal ik hier verder op inzetten.
Met de inzet op de integrale programmatische aanpak in het Caribische zorgveld en
de genoemde maatregelen in Europees Nederland gericht op betere selectieprocedures,
acht ik voldoende in een alternatief pakket aan maatregelen voorzien, waarmee ik de
motie Ergin c.s. als afgedaan beschouw. Over 3 jaar zal de effectiviteit van deze
gehele aanpak geëvalueerd worden. Bij achterblijvende effectieve initiatieven voor
instroom van gekwalificeerde zorgverleners in het Caribisch gebied, kan de mogelijkheid
van gereserveerde plaatsen voor Caribische studenten opnieuw op tafel komen. Ik heb
er echter vertrouwen in dat met de ingezette gezamenlijke en integrale aanpak belangrijke
verbeteringen kunnen worden bereikt.
Overige initiatieven Caribisch zorgonderwijs
Ook binnen het mbo wordt er door OCW en VWS samengewerkt aan een betere aansluiting
van het onderwijs op de Caribische arbeidsmarkt. Naar aanleiding van het Ministerieel
Vierlandenoverleg is er een projectleider aangewezen met als opdracht om de opleidingen
Doktersassistent en Apothekersassistent per augustus 2024 te starten op Bonaire, Aruba
en Curaçao. Voor de langere termijn is de doelstelling geformuleerd om met de zorg-
en onderwijsinstellingen in de vier landen te komen tot duurzame samenwerkingsmogelijkheden
zodat de opleidingen voor deze twee beroepen binnen de regio worden geborgd. De ervaringen
van samenwerking in deze opleidingen kunnen gebruikt worden om op termijn ook in andere
opleidingen samenwerking te realiseren. In dat opzicht dient het beoogde samenwerkingsproject
in de opleidingen voor doktersassistent en apothekersassistent als pilot om lessen
te trekken voor andere onderwijsbehoeftes en het concept Caribische onderwijsregio.
Het concept van de pilot is geïnspireerd op het leertraject dat opleidt tot medewerker
Centrale Sterilisatieafdeling (CSA); een samenwerking tussen de ziekenhuizen van Aruba,
Curaçao en Bonaire en Summa College, dat sinds november 2023 naar grote tevredenheid
draait.
Vanaf september 2025 is MBO Bonaire met het programma Leven Lang Ontwikkelen (LLO)
gestart. Hiermee biedt de school, naast het voltijdsonderwijs (BOL) en de leerwerktrajecten
(BBL), nu ook korte leermodules aan die leiden tot officiële certificering. De introductie
van LLO is een belangrijke stap richting flexibel, praktijkgericht onderwijs voor
volwassenen. Het draagt bij aan meer gekwalificeerd personeel in het werkveld en zorgt
voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.
Opleiden in de Caribische regio vermindert de kans op brain drain en draagt juist bij aan het behoud van talent, kennis en kunde. De initiatieven voor
het mbo bieden perspectief waardoor een soortgelijke regionale samenwerking ten behoeve
van zorgopleidingen in het hoger onderwijs ook een toekomstige mogelijkheid zou kunnen
zijn. Een goede basis daarvoor is het reeds opgerichte consortium voor het hoger onderwijs
met deelnemende instellingen uit het gehele koninkrijk.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap