Brief regering : Verzamelbrief Luchtvaart Q4 2025
31 936 Luchtvaartbeleid
Nr. 1258
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2025
Met deze verzamelbrief wordt u geïnformeerd over de voortgang van verschillende onderwerpen
met betrekking tot luchtvaart. Daarbij wordt ook ingegaan op de wijze waarop uitvoering
is gegeven aan een aantal toezeggingen en moties aan de Tweede Kamer.
De volgende onderwerpen komen in deze verzamelbrief aan de orde:
• Een verslag van de 42e ICAO Assembly
• Uitvoeringsagenda Luchtvaartnota
• Stand van zaken luchthavenbesluiten voor regionale luchthavens
• Luchtruimwijzigingen
• Duurzaam taxiën op Schiphol
• Mogelijkheden om zwavel en aromaten in kerosine uit te faseren
• De bijdrage van luchtvaart aan de weerbaarheid van de Nederlandse economie
• Vervolg evaluatie tariefregulering
• Stand van zaken moties m.b.t. Europese verordeningen
• Voortgang opvolging ACOI aanbeveling 3
• Draagvlakonderzoek Luchtvaart
Verslag van de 42ste ICAO Assembly
Van 23 september tot en met 3 oktober jl. vond de 42ste ICAO Assembly plaats, de driejaarlijkse vergadering van de Internationale Civiele
Luchtvaart Organisatie van de Verenigde Naties. Conform de toezegging1 in de brief van 3 juni jl., wordt u hierbij geïnformeerd over de belangrijkste resultaten.
Tijdens de ICAO Assembly is teruggeblikt op de uitvoering van de resultaten van de
41ste ICAO Assembly in 2022 en is het werkprogramma voor de komende drie jaren, van 2026
tot 2028 vastgesteld. De besprekingen tijdens deze ICAO Assembly zijn vastgelegd in
de zogenaamde rapportage en Resoluties, die de basis vormen voor het werkprogramma
2026–2028. Ook is de begroting voor 2026–2028 vastgesteld en is de nieuwe Raad (de
ICAO Council) verkozen. Alle onderliggende stukken zijn terug te vinden op de publieke
ICAO website www.icao.int.
Nederland heeft met een Koninkrijkdelegatie deelgenomen aan deze ICAO Assembly. Op
basis van een vooraf opgestelde instructie is deelgenomen aan de plenaire bijeenkomsten
en aan de thematische commissies. In de thematische commissies is gesproken over technische-
en veiligheidsvraagstukken, security en cybersecurity, facilitatie, milieu en klimaat
en economische vraagstukken. Gelet op de geopolitieke spanningen van dit moment lag
er op bepaalde onderwerpen van deze ICAO Assembly extra druk, zoals de beveiliging
van het luchtruim en op de nieuwe samenstelling van de ICAO Council.
Belangrijkste resultaten 42ste ICAO Assembly
Verkiezingen ICAO Raad
In de eerste en tweede week vonden de verkiezingen voor ICAO Council plaats. De verkiezingen
zijn verdeeld in drie groepen: geopolitieke invloed en grootte van de luchtvaartsector
(part I) dan wel de bijdrage aan de luchtvaart-infrastructuur (part II) en regionale
spreiding van de vertegenwoordiging in de council (part III).
Tijdens de verkiezingen voor de Council zijn de volgende landen verkozen. In part I:
Australië, Brazilië, Canada, China, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Verenigd
Koninkrijk en de Verenigde Staten; in part II: Argentinië, Colombia, Denemarken, Egypte,
India, Mexico, Nigeria, Saoedi Arabië, Singapore, Spanje, Zuid-Afrika en Zwitserland
en in Part III: Angola, Belize, Cuba, Ecuador, Equatoriaal Guinea, Malaysia, Mali,
Marokko, Oeganda, Polen, Qatar, Uruguay, Verenigde Arabische Emiraten en Zuid-Korea.
Deelname aan de Council is belangrijk, omdat er door leden invloed kan worden uitgeoefend
op de internationale luchtvaartwet- en regelgeving en er gebruik kan worden gemaakt
van het wereldwijde netwerk van diplomatiek overleg op luchtvaartgebied. Er is dan
ook altijd veel belangstelling voor het verkrijgen of behouden van een zetel in de
council.
Nederland is via Zwitserland als deel van de Abis rotatiegroep2 vertegenwoordigd in de ICAO Council part II.
Net als in 2022 is de Russische Federatie (RF) niet gekozen in de ICAO Council.
Conflict zones en gerelateerde politieke onderwerpen
De beveiliging van het (inter)nationale luchtruim en de manier waarop er wordt omgegaan
door overheden en luchtvaartmaatschappijen met het al dan niet vliegen over conflictgebieden,
is een onderwerp dat sinds het neerhalen van de MH17 in juli 2014 hoog op de ICAO
agenda staat.
Voor Nederland waren de volgende onderwerpen van belang: Jamming en spoofing (GNSS-RFI; het verstoren van radio frequenties), conflict zones en (cyber)security.
De RF en Noord-Korea zijn (al vóór de 42ste ICAO Assembly) beiden veroordeeld door de Council voor het schenden van het ICAO-verdrag
door het verstoren van radiofrequenties. Sinds 2022 hebben betrokken lidstaten geen
concrete acties ondernomen om hun schendingen van het ICAO-verdrag te corrigeren.
Daarom werden tijdens deze Assembly drie resoluties uit 2022 (A41–1, A41–2 en A41–3)
opnieuw bekrachtigd. In resolutie A41–1 wordt Belarus veroordeeld voor de gedwongen
landing van Ryanair vlucht FR4978 in Minsk in mei 2021.3 In resolutie A41–2 wordt de RF onder meer veroordeeld voor schending van het luchtruim
van Oekraïne. In resolutie A41–3 wordt Noord-Korea veroordeeld voor onaangekondigde
raketlanceringen die een gevaar vormen voor het luchtverkeer.
Vermeldenswaardig is het bezwaar dat de RF aantekende tegen een nieuwe resolutie over
de verhoogde risico’s voor de burgerluchtvaart van het vliegen over conflictzones.
De RF betoogde dat een verwijzing in deze context naar het recente ongeval van Azerbaijan
Airlines Flight 8243 (december 2024) ongepast is, aangezien het ongevallenonderzoek
nog niet is afgerond. De RF beweerde daarnaast dat de verwijzing in de tekst naar
Malaysia Airlines Flight 17 (MH17) volstrekt misplaatst is nu de RF beroep heeft aangetekend
bij het Internationaal Gerechtshof (IGH) tegen het besluit van de ICAO-Raad in de
artikel 84 procedure die was aangespannen door Australië en Nederland. Deze bezwaren
van de RF zijn verworpen.
Tot slot werd besluitvorming afgewend over de verschillende working papers die waren
ingediend door onder meer de RF en Venezuela over unilaterale maatregelen (lees: de
Westerse sancties tegen de RF na de Russische aanval op de Oekraïne), door onder meer
(impliciet) te verwijzen naar de lopende artikel 84 procedure van de RF tegen 37 lidstaten.
Het onderwerp is hiermee niet van tafel, maar zal in de ICAO Council verder worden
opgepakt.
Naast goedkeuring van de rapportage en bijbehorende resoluties over de bovenstaande
politiek gevoelige onderwerpen die onder de noemer «Other high-level policy issues to be considered by the Executive Committee (uitvoerend
comité) » tijdens deze Assembly aan bod kwamen, werden rapporten en bijbehorende resoluties
over (cyber)security goedgekeurd. Voor Nederland en de EU stonden drie doelstellingen
centraal t.a.v. cyber security; vertrouwelijke informatie kan niet altijd zomaar gedeeld
worden (zeker niet in ICAO-verband); cyber security is domein overstijgend en er is
behoefte aan een holistische benadering. Deze doelstellingen zijn voor een deel teruggekomen
in de resolutie teksten.
Milieu en klimaat
Op de thema’s milieu en klimaat is de 42ste ICAO Assembly harmonieus verlopen. In de afgelopen 15 jaar heeft ICAO een lange termijn
CO2-reductiedoel vastgesteld, instrumenten ontwikkelend zoals CORSIA en duurzaamheidscriteria
voor brandstoffen, werkt men aan non-CO2 emissies en staat ook klimaatadaptatie hoog op de agenda. De 42ste Assembly heeft via zijn uitvoerend comité deze resultaten onderstreept met het vaststellen
van de drie resoluties op het gebied van milieu en klimaat zonder noemenswaardige
weerstand of ingrijpende wijzigingen. Concreet betekent het dat de methodologie voor
het monitoren en rapporteren van de voortgang richting het lange termijn doel is goedgekeurd
en dat er een nieuwe certificeringsstandaard is voor zowel geluid als CO2-emissies voor nieuwe vliegtuigen. Op het gebied van klimaat is een doel voor 2030
vastgesteld van 5% CO2-reductie via duurzame brandstoffen (SAF) vastgesteld en is goedkeuring gegeven aan
de rol die ICAO gaat spelen op het gebied van financiering van project om SAF te ontwikkelen
(oprichting Finvest hub). Tot slot werd de resolutie over CORSIA (het mondiale CO2 compensatie en reductiesysteem) zonder weerstand van de BRICS4 en van de Arabische landen vastgesteld. Door de gemaakte afspraken in de resoluties
verder te consolideren ligt de nadruk de komende jaren op implementatie en op de daarvoor
benodigde financiering.
Overige resultaten Assembly commissies
Tot slot heeft de Assembly de rapporten en resoluties goedgekeurd die zijn opgesteld
door de Economische Commissie, Juridische Commissie, Technische Commissie en Administratieve
Commissie (o.a. ICAO begroting voor de jaren 2026–2028). Dit geldt ook voor de overige
agendapunten die door het uitvoerend comité zijn behandeld.
Uitvoeringsagenda van de Luchtvaartnota
Op 20 november 2020 is de Uitvoeringsagenda Luchtvaart aangeboden aan de Tweede Kamer.
De uitvoeringsagenda geeft aan welke acties het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat,
in samenwerking met belanghebbenden, zou ondernemen om invulling te geven aan de koers
van de Luchtvaartnota 2020–2050. Het coalitieakkoord van kabinet-Rutte IV heeft ertoe
geleid dat er andere accenten in de uitvoeringsagenda zijn aangebracht, gericht op
het versnellen van maatregelen om de overlast in de omgeving van luchthavens te verminderen
en de luchtvaart schoner en stiller te maken.
Bij de aanbieding van de geactualiseerde uitvoeringsagenda in 2023 is toegezegd dat
de Kamer zou worden geïnformeerd over de voortgang op de acties uit de uitvoeringsagenda.
Gezien de actualisatie van de uitvoeringsagenda in 2023 en het karakter van de afzonderlijke
acties, is ervoor gekozen om in plaats van via een afzonderlijke rapportage, de Kamer
voortaan via de reguliere Kamerbrieven over deze acties te informeren. Op deze wijze
wordt invulling gegeven aan de toezegging.
Bij de uitvoering van het beleid staat het vinden van een evenwicht tussen de ontwikkeling
van de luchtvaart en de leefbaarheid in de omgeving van luchthavens centraal. De acties
die het Ministerie van IenW in dat kader onderneemt, zijn in lijn met de Luchtvaartnota.
Stand van zaken luchthavenbesluiten regionale luchthavens
Met de brief van 12 december 20245 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van de procedures voor de
luchthavenbesluiten voor de regionale luchthavens Rotterdam The Hague Airport (RTHA),
Maastricht Aachen Airport (MAA) en Groningen Airport Eelde (GAE). Hieronder treft
u per luchthaven de relevante ontwikkelingen sindsdien aan. Ook wordt ingegaan op
Eindhoven Airport.
Het traject voor de luchthavenbesluiten blijft inhoudelijk, bestuurlijk en politiek
complex, wat tot onzekerheden in de planning leidt. Het ministerie blijft inzetten
op het zo spoedig mogelijk vaststellen van de luchthavenbesluiten voor de luchthavens.
De Kamer wordt over de voortgang periodiek op de hoogte gehouden.
Groningen Airport Eelde (GAE)
Luchthavenbesluit
Op 1 november 2025 is het Luchthavenbesluit voor de luchthaven Eelde in werking getreden6. Hiermee heeft het Luchthavenbesluit de Omzettingsregeling van de luchthaven Eelde
vervangen. In het Luchthavenbesluit zijn verschillende maatregelen opgenomen om zowel
de bereikbaarheid van Noord-Nederland te verbeteren als de bescherming van de omwonenden
te vergroten. Zo zijn de openingstijden verruimd ten opzichte van de Omzettingsregeling,
waardoor GAE aantrekkelijker wordt voor luchtvaartmaatschappijen. Daarnaast zijn er
aanvullende handhavingspunten en regels voor het verminderen van de lokale luchtverontreiniging
opgenomen in het Luchthavenbesluit. Door de inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit
is ook de rechtsbescherming van omwonenden van GAE versterkt.
Het ontwerpbesluit is op 6 februari 2025 aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden
in het kader van de voorhangprocedure7. Door de Tweede Kamer zijn in een schriftelijk overleg vragen gesteld die hoofdzakelijk
gingen over de economische onderbouwing van GAE, de verruiming van de openingstijden,
de milieu-, klimaat- en gezondheidseffecten van het Luchthavenbesluit (in het bijzonder
van de verruiming van de openingstijden) en het participatieproces. Het verslag van
het schriftelijk overleg is op 11 april 2025 vastgesteld.8
Op 6 februari 2025 is ook de zienswijzeperiode over het ontwerp-Luchthavenbesluit
gestart. In de zienswijzen zijn met name vragen gesteld en zorgen geuit over de gevolgen
van het Luchthavenbesluit op milieu, luchtkwaliteit en gezondheid. Dit had onder andere
te maken met de verruiming van de openingstijden. Ook zijn er vragen gesteld over
de economische onderbouwing. Verder ging een aanzienlijk aantal van de zienswijzen
in op de mogelijke stationering van F35-vliegtuigen op GAE. Dit laatste valt niet
binnen de scope van het Luchthavenbesluit. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn
er verduidelijkingen in de toelichting bij het Luchthavenbesluit toegevoegd. Er was
geen aanleiding om de artikelen in het Luchthavenbesluit aan te passen.
Op 8 oktober 2025 heeft de Raad van State (afdeling Advisering) advies gegeven op
het ontwerp-Luchthavenbesluit. De Raad van State heeft geadviseerd om in het besluit
de onderbouwing aan te vullen hoe het besluit (met name ten aanzien van de ruimere
openingstijden) zich verhoudt tot hogere wetgeving (zoals het recht van omwonenden
op bescherming van hun privéleven). Naar aanleiding van dit advies is hierover in
de nota van toelichting een aanvullende onderbouwing opgenomen. Dit is toegelicht
in het opgestelde nader rapport9.
Regeling militair medegebruik
Samen met de inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit is ook de «Regeling militair luchthavenluchtverkeer voor overige burgerluchthavens van nationale
betekenis» (hierna: de Regeling) vastgesteld en inwerking getreden.10 Door deze Regeling blijft militair medegebruik mogelijk op GAE met dezelfde soort
toestellen als onder de Omzettingsregeling. Het gebruik van de F35 wordt niet toegestaan
met deze Regeling.
In de Omzettingsregeling was een maximumaantal bewegingen van 400 per jaar voor het
militair verkeer op GAE vastgelegd. Met de Regeling wordt dit maximum losgelaten.
De luchthaven en het Ministerie van Defensie willen flexibel met het militair medegebruik
kunnen omgaan binnen de geluidruimte in het Luchthavenbesluit, onder andere vanwege
de verslechterde geopolitieke situatie. Het Ministerie van Defensie schat op dit moment
dat het gebruik op GAE circa 790 vliegtuigbewegingen per jaar voor het militair verkeer
zal zijn. Dit indicatiegetal zal worden gemonitord. Verder moet het militaire medegebruik
altijd passen binnen de regels en grenswaarden van het Luchthavenbesluit.
Een ontwerp van de Regeling is in de periode van 14 juli 2025 tot en met 25 augustus
2025 opengesteld voor internetconsultatie. Er zijn 110 consultatiereacties ingediend.
Naar aanleiding van de reacties zijn enkele aanpassingen aangebracht in de Regeling.
De Regeling bevat op dit moment alleen bepalingen voor de luchthaven Eelde. Voor de
andere luchthavens zal deze Regeling worden aangevuld, zodra voor deze luchthavens
een Luchthavenbesluit wordt vastgesteld.
Benoeming interim-voorzitter CRO Eelde
Op 12 mei 2025 heeft de voorzitter van de Commissie Regionaal Overleg (CRO) Eelde
laten weten haar functie neer te leggen vanwege persoonlijke omstandigheden. Naar
aanleiding van het vertrek van de voorzitter is een procedure gestart om een interim-voorzitter
te benoemen. Op voordracht van de bewonersvertegenwoordiger van de gemeente Groningen
en in afstemming met de leden van de CRO Eelde is de heer Smidt bereid gevonden om
de functie als interim-voorzitter te vervullen. Per 1 september 2025 is de heer Smidt
door het ministerie benoemd als interim-voorzitter van de CRO Eelde voor een periode
van een jaar. In deze periode wordt onder andere gezocht naar een nieuwe voorzitter
die voor de vaste periode van 4 jaar zal worden benoemd.
Rotterdam The Hague Airport (RTHA)
Op 1 oktober 2025 heeft het ministerie de aanvraag voor een luchthavenbesluit van
RTHA ontvangen. De aanvraag volgt op hoofdlijnen de nu geldende Omzettingsregeling,
maar bevat ook belangrijke aanscherpingen gericht op het verminderen van hinder. Het
gaat dan bijvoorbeeld om aanscherpingen voor het verminderen van het verkeer in de
nacht (tussen 23.00 en 07.00 uur), het verminderen van de geluidbelasting tussen 07.00–09.00 uur en 21.00–23.00 uur en om het voorlopig maximeren van het handelsverkeer
op 17.860 bewegingen. Aanvullend wordt verzocht om onder strikte voorwaarden op termijn
innovatieruimte te geven voor 4.380 vliegtuigbewegingen. De luchthaven geeft hierbij
aan dat deze bewegingen alleen mogen plaatsvinden als deze volledig elektrisch of
met SAF of waterstof worden uitgevoerd. De aanvraag met onderbouwende stukken is te
raadplegen via de website van de luchthaven.11
Het ministerie beoordeelt op dit moment de aanvraag, waarna een ontwerp-Luchthavenbesluit
wordt opgesteld. Na diverse interne en externe toetsen wordt dit ontwerp naar verwachting
in het tweede kwartaal van 2026 ter inzage gelegd. Gelijktijdig wordt het ontwerp
aan de Eerste en Tweede Kamer ter voorhang aangeboden en wordt de Commissie voor de
milieueffectrapportage (Commissie mer) om advies gevraagd over het opgestelde milieueffectrapport
(MER). Na verwerking van alle input wordt het ontwerp voor advies voorgelegd aan de
Raad van State (Afdeling advisering), voordat het definitief wordt vastgesteld. Al
deze noodzakelijk te zetten stappen hebben een minimale doorlooptijd. Gelet hierop
is de planning dat het Luchthavenbesluit niet eerder dan 1 mei 2027 wordt vastgesteld.
In oktober 2025 is een zitting bij de Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak)
geweest inzake het beroep van de BTV (Vereniging bewoners tegen vliegtuigoverlast
Rotterdam Airport), vanwege het uitblijven van een luchthavenbesluit voor de luchthaven
Rotterdam. Het ministerie heeft in deze zaak de noodzakelijk te zetten stappen beschreven
en aangegeven dat het luchthavenbesluit niet eerder dan 1 mei 2027 kan worden vastgesteld.
Op 5 november jl. heeft de Raad van State uitspraak gedaan in deze beroepszaak en
de beslistermijn voor het luchthavenbesluit op uiterlijk 30 april 2027 gezet op straffe
van een dwangsom van € 1.000,– voor iedere dag dat die datum wordt overschreden, tot
een maximum van € 150.000,–12.
Maastricht Aachen Airport (MAA)
Luchthavenbesluit
MAA heeft in september 2024 het voornemen voor het indienen van een aanvraag voor
een luchthavenbesluit bij het ministerie ingediend. Bij het voornemen is een mer-beoordelingsnotitie
bijgevoegd. Deze mer-beoordelingsnotitie heeft de luchthaven in december 2024 nader
aangevuld. Met de brief van 18 juli 202513 is de Kamer geïnformeerd over de uitkomst van de mer-beoordeling. Op basis van de motiveringen van de milieugevolgen en het advies van de Commissie
mer is geconcludeerd dat het voorgenomen gebruik van de luchthaven mogelijk leidt
tot aanzienlijke milieueffecten. Op grond hiervan is besloten dat MAA voor het aan
te vragen luchthavenbesluit een milieueffectrapport (MER) moet opstellen. De luchthaven
is daar momenteel mee bezig. De aanvraag voor een luchthavenbesluit inclusief het
MER wordt begin 2026 verwacht. Op grond van de beoordeling van de aanvraag wordt een
ontwerp-Luchthavenbesluit opgesteld dat naar verwachting in de tweede helft van 2026
ter inzage wordt gelegd en in voorhang aan de Eerste en Tweede Kamer wordt aangeboden.
Al deze noodzakelijk te zetten stappen hebben een minimale doorlooptijd. Gelet hierop
is de planning dat het Luchthavenbesluit niet eerder dan tweede helft 2027 wordt vastgesteld.
Herbenoeming voorzitter CRO Maastricht
Per 1 januari 2026 verloopt de benoemingstermijn van de huidige voorzitter van de
CRO Maastricht, de heer Spoormans. De leden van de CRO Maastricht zijn door het ministerie
gevraagd om een voordracht te doen voor een nieuwe voorzitter. Op 22 oktober 2025
hebben de leden laten weten dat zij unaniem de heer Spoormans voordragen voor herbenoeming.
Herbenoeming van de huidige voorzitter is eenmalig mogelijk voor ten hoogste vier
jaren. Het ministerie heeft daarom besloten de heer Spoormans opnieuw te benoemen
als voorzitter van de CRO Maastricht.
Eindhoven Airport (EA)
Medegebruiksvergunning 2026
Eindhoven Airport n.v. (EA) is de civiele medegebruiker van de militaire vliegbasis
Eindhoven. De huidige vergunning die benodigd is voor het burgermedegebruik door EA
verloopt op 31 december 2025. Op 24 juni 2025 heeft EA een aanvraag gedaan voor een
nieuwe medegebruiksvergunning voor 2026. De ontwerp-vergunning voor 2026 is door de
Militaire Luchtvaart Autoriteit in samenwerking met het Ministerie van Defensie en
het Ministerie van IenW voorbereid. Conform de aanvraag van EA is hierin opgenomen
dat de vergunde maximale civiele geluidbelasting voor 2026 gelijk zal blijven aan
hetgeen is vergund in 2025, namelijk 8,9 km2, in combinatie met een maximumaantal van 41.500 vliegtuigbewegingen. Deze ontwerp-vergunning
is in september jl. voor advies aan de voorzitter van het Luchthaven Eindhoven Overleg
gestuurd. Op 20 oktober jl. is het advies van de voorzitter ontvangen. De vergunning
zal eind 2025 worden vastgesteld en daarna volgt bekendmaking in de Staatscourant.
Medegebruiksvergunning vanaf 2027
In april 2019 heeft de heer Pieter van Geel zijn advies «Opnieuw verbonden» over de
toekomstige ontwikkeling van Eindhoven Airport tussen 2020 en 2030 aan het Ministerie
van IenW en het Ministerie van Defensie aangeboden14. In dit advies staat een nieuw sturingsmodel voor geluid centraal, waarbij niet langer
gestuurd wordt op aantallen vliegtuigbewegingen, maar op een afname van de civiele
geluidbelasting. De heer Van Geel adviseerde de geluidbelasting met 30% af te laten
nemen ten opzichte van de referentiesituatie 2019.
Om het sturingsmodel definitief in te voeren is in 2021 gestart met een mer-procedure
om het Luchthavenbesluit Eindhoven 2014 te kunnen wijzingen. Zoals in de Kamerbrief
van 24 juni 202415 is aangegeven is deze procedure vertraagd. De vertraging heeft geleid tot een procesvoorstel
vanuit het Ministerie van Defensie en het Ministerie van IenW om te bezien of de ambitie
voor 2030, los van de wijziging van het luchthavenbesluit, verankerd kan worden in
een meerjarige medegebruiksvergunning. Een meerjarige vergunning geeft stabiliteit
voor de luchtvaartsector en de omgeving. Dit voorstel wordt momenteel in consultatie
met het Luchthaven Eindhoven Overleg uitgewerkt. Het zal naar verwachting in het eerste
kwartaal van 2026 afgerond zijn. Op een meerjarige ontwerp-medegebruiksvergunning
zal inspraak mogelijk zijn.
Luchtruim
Regeling diensten voor vliegprocedure-ontwerp
Op 21 oktober 2025 is de «Regeling diensten voor vliegprocedure-ontwerp» vastgesteld.16 Deze Regeling voorziet in de aanwijzing van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)
voor de taak tot het regelmatig beoordelen van luchthaven-gerelateerde vliegprocedures
waar LVNL luchtverkeersdiensten verleent. Het gaat dan om de luchthavens Schiphol,
Rotterdam, Eelde, Maastricht en Lelystad. Ook gaat het om de taak tot het regelmatig
beoordelen en onderhouden van de en-route gerelateerde vliegprocedures. Uitvoeringsverordening
(EU) 2017/373 (eisen voor luchtvaartnavigatiedienstverleners) vereist onder andere
dat de lidstaten personen of organisaties aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor
het onderhoud en de regelmatige beoordeling van vliegprocedures voor de luchtvaartterreinen
en het luchtruim. Met de vaststelling van onderhavige Regeling wordt hier door de
Nederlandse Staat invulling aan gegeven.
Luchtruimsluiting Vught
Op 16 oktober 2025 zijn de wijzigingen aan de «Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden
2018» en de «Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen» vastgesteld.17 De wijzigingen hebben betrekking op het instellen van een verbod voor de bemande
en onbemande luchtvaart in het luchtruim boven de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught.
Deze wijzigingen zullen per 25 december 2025 in werking treden. Op dit moment is er
sprake van een tijdelijke luchtruimsluiting boven en rondom de PI Vught. De aanleiding
voor de sluiting was met name een verhoogd risico op vluchtpogingen van gedetineerden
met hulp van buitenaf door middel van het gebruik van luchtvaartuigen. En daarmee
samenhangend, de mogelijkheid om met luchtvaartuigen inlichtingen in te winnen (luchtfoto’s,
films, etc.) met betrekking tot de (vitale) infrastructuur van de PI Vught en omgeving
en de mogelijkheid om met luchtvaartuigen contrabande (wapens, verdovende middelen,
communicatiemiddelen, etc.) binnen te brengen die een mogelijk gevaar voor de algehele
veiligheid binnen de PI Vught kunnen veroorzaken. In 2023 heeft de Minister van Justitie
en Veiligheid om een permanente sluiting van het luchtruim boven de PI Vught verzocht.
Na het doorlopen van het daarvoor vereiste «wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures»
wordt met deze Regelingen uitvoering gegeven aan dat verzoek. De Regelingen strekken
tot het instellen van twee deels overlappende gebieden met beperkingen voor de burgerluchtvaart:
één voor de bemande luchtvaart en een kleiner gebied voor de onbemande luchtvaart.
Mogelijkheden om zwavel en aromaten in kerosine uit te faseren
Tijdens het laatste Commissiedebat Luchtvaart op 10 september heb ik aan het lid Postma
(NSC) toegezegd18 om de Tweede Kamer te informeren over de mogelijkheden om zwavel en aromaten in kerosine
uit te faseren, respectievelijk hieromtrent in Brussel een «coalition of the willing»
te vormen.
In de mondiale kerosinestandaard is een grenswaarde voor het zwavelgehalte in kerosine
afgesproken, waarbij het zwavelgehalte in Nederland ongeveer 25% bedraagt van deze
toegestane grens. Binnen de Internationale Burgerluchtvaart-organisatie (ICAO) richt
het Milieucomité (Committee on Aviation Environmental Protection) zich op de mogelijkheden
om emissies van vliegtuigbrandstoffen te verlagen, onder andere door te kijken naar
de samenstelling van de brandstof. Het gaat hierbij expliciet om zwavel, aromaten
en waterstof. Het Agentschap van de Europese Unie voor de Veiligheid van de Luchtvaart
(EASA) verkent daarnaast de mogelijkheden van een eigen Europese kerosinestandaard.
Dit kan mogelijk ook leiden tot een lager maximumgehalte aan zwavel in vliegtuigbrandstof.
Een belangrijke stap richting verduurzaming van luchtvaartbrandstof is recent in Europa
gezet met de inwerkingtreding van de Europese bijmengverplichting voor duurzame luchtvaartbrandstoffen
(ReFuelEU-Verordening). Deze verordening stelt een sterk stijgend bijmengpercentage
van duurzame luchtvaartbrandstof (SAF) vast, oplopend tot 70% in 2050. Omdat SAF zwavelvrij
is, draagt dit bij aan lagere emissies. Bovendien verplicht ReFuelEU brandstofleveranciers
om te rapporteren over het gehalte aan aromaten en naftalenen in hun brandstoffen.
Ook voor luchtvaartmaatschappijen geldt een vergelijkbare aanpak: sinds 1 januari
2025 verplicht het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) hen om niet-CO2-effecten te monitoren en te rapporteren, waaronder roetdeeltjes, waterdamp, stikstofoxiden
en geoxideerde zwavelsoorten. Deze verplichting kwam mede tot stand dankzij lobby-inspanningen
van Nederland en andere lidstaten. De verzamelde data vormen een basis voor toekomstige,
goed geïnformeerde beleidskeuzes. Beide monitorsystemen kennen een jaarlijkse rapportagecyclus
en worden in 2027 geëvalueerd.
Het kabinet volgt de eerdergenoemde ontwikkelingen nauwlettend en blijft hierover
in gesprek met andere Europese lidstaten en is actief binnen ICAO. Alvorens de mogelijkheden
verder verkend kunnen worden voor het vormen van coalities voor verdere verduurzaming
van vliegtuigbrandstof, is het zinvol om de resultaten af te wachten van de eerste
monitoring rapportages en van het lopend onderzoek door ICAO.
Duurzaam taxiën op Schiphol
In de Verzamelbrief Luchtvaart vierde kwartaal 202419 is de Kamer geïnformeerd over het Plan van aanpak, opgesteld door de luchtvaartsector,
over onder andere de opschaling van emissievrij (duurzaam) taxiën op de luchthaven
Schiphol. In 2025 zijn de speciale sleepvoertuigen die voor duurzaam taxiën gebruikt
worden («TaxiBots»), ongeveer 100 keer ingezet bij passagiersvluchten. Tevens is de
eerste volledig elektrische TaxiBot op de luchthaven aangekomen en succesvol getest.
Momenteel is Schiphol in afwachting van de certificering van die Taxibots.
Met de Voorjaarsnota van 2025 is de Kamer geïnformeerd dat 10 miljoen euro beschikbaar
wordt gesteld voor een stimuleringsregeling voor duurzaam taxiën. Dit draagt bij aan
het verlagen van de stikstofuitstoot en de ultrafijnstof-concentraties (UFP), de versnelling
van de implementatie van duurzaam taxiën en daardoor de verbetering van de arbeidsomstandigheden
op het platform.
Met deze update wordt de motie van de Leden Alkaya en Bouchallikh20 afgedaan. IenW blijft met de sectorpartijen in gesprek om duurzaam taxiën te ondersteunen
en waar mogelijk te versnellen.
De bijdrage van luchtvaart aan de weerbaarheid van de Nederlandse economie
Nederland heeft een sterke, gediversifieerde economie met veel verschillende sectoren.
Deze diversiteit is van groot belang voor een gezonde economie: het maakt ons wendbaar
en weerbaar. Het bedrijfsleven, en in het bijzonder de industrie en internationale
dienstensector, spelen voor onze toekomstige welvaart en weerbaarheid een cruciale
rol. Bij die rol hoort ook het vraagstuk van strategische autonomie. Dat heeft niet
alleen meer betrekking op het veiligheids- en defensiebeleid, maar ook op het economisch
beleid omdat andere landen in toenemende mate geopolitiek-strategisch naar economisch
beleid kijken.
Het Ministerie van Economische Zaken heeft onlangs een Kamerbrief over industriebeleid
met focus met de Kamer gedeeld21. Het kabinet zet met gericht industriebeleid in op verdere versterking van de Nederlandse
positie op zes specifieke sectoren: halfgeleiders, biotechnologie, defensie, digitale
diensten, machinebouw en innovatieve chemie. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken
focust in haar handelsbrief22 op sectoren en landen waar het meest te verdienen is voor Nederlandse bedrijven en
wat het meeste bijdraagt aan de weerbaarheid van de Nederlandse economie.
Het Ministerie van IenW is beleidsverantwoordelijk voor de luchtvaart. De luchtvaart
speelt een belangrijke rol voor de welvaart en weerbaarheid van de economie van Nederland.
Tegelijkertijd staat de Nederlandse luchtvaartsector onder toenemende concurrentiedruk
in het mondiale speelveld en ligt er een grote verduurzamingsopgave. Dat biedt ook
kansen. De luchtvaart biedt toegang tot markten, wat bijdraagt aan het succes van
Nederlandse bovengenoemde sectoren. Hierbij valt te denken aan het vervoer van producten
in de halfgeleiders sector en vervoer van specialistische medische goederen in de
Life, Science & Health (LSH) sector. Luchtvaart faciliteert reizen tussen mensen,
waaronder zakelijk reizen, toegang tot de internationale arbeidsmarkt en daarmee kennisuitwisseling.
Vanuit strategische autonomie is het belangrijk om voor de verbondenheid van Nederland
niet afhankelijk te zijn van buitenlandse luchthavens en luchtvaartmaatschappijen.
Het ministerie laat de bijdrage van luchtvaart aan de weerbaarheid van de economie
van Nederland en de uitdagingen onderzoeken. Hieruit moeten ook aanbevelingen volgen.
Naar verwachting is het onderzoek in het tweede kwartaal van 2026 gereed. De Tweede
Kamer wordt daarover geïnformeerd en de uitkomsten kunnen betrokken worden in beleidsvoornemens
rondom luchtvaart.
Vervolg evaluatie tariefregulering
Naar aanleiding van een korte verkenning naar de werking van de tariefregulering van
Schiphol door IenW in 2023, is in opdracht van IenW een breder evaluatieonderzoek
uitgevoerd door KPMG, dat op 9 januari jl. naar de Tweede Kamer is verzonden23. Het doel van dit bredere evaluatieonderzoek was om geïdentificeerde knelpunten in
de huidige tariefregulering nader te duiden en potentiële verbeteringen te formuleren.
Hierin ligt de focus op potentiële verbeteringen die kunnen worden meegenomen in de
volgende tariefperiode, die op 1 april 2028 in werking treedt. Concreet gaat dit over
het Besluit Exploitatie Luchthaven Schiphol.
Aan de hand van de uitkomsten van het bredere evaluatieonderzoek heeft KPMG in opdracht
van het Ministerie van IenW specifiek onderzoek uitgevoerd. Luchtvaartmaatschappijen
hebben zorgen geuit over de toenemende financiële druk op hun operatie. Het specifieke
onderzoek met betrekking tot tariefregulering gaat over 1) de Weighted Avarage Cost of Capital (WACC) van Schiphol, in relatie tot de wettelijke verrekeningsmogelijkheden (de mogelijkheden
om verschillen tussen geraamde en gerealiseerde kosten en opbrengsten in latere tariefperiodes
te compenseren) die Schiphol heeft en het risicoprofiel van de luchthaven gebaseerd
op een peer group analyse van vergelijkbare luchthavens. De WACC geeft kortgezegd weer wat het marktconforme
redelijke rendement is dat verstrekkers van vreemd vermogen (zoals banken) en eigen
vermogen (aandeelhouders) eisen voor het risico dat zij lopen. Ook heeft KPMG verschillende
opties met betrekking tot 2) de verplichte bijdrage van de niet-luchtvaartactiviteiten
aan de luchtvaartactiviteiten onderzocht, inclusief een plan van aanpak voor hoe deze
opties eventueel kunnen worden geëvalueerd. De verplichte bijdrage kan een verlagend
effect hebben op de hoogte van de tarieven die luchtvaartmaatschappijen voor de luchtvaartactiviteiten
moeten betalen.
Uit het specifieke onderzoek blijkt onder andere dat de WACC in beperkte mate de hoogte
van de tarieven van 2019–2027 bepaalt, en dat de stijging van de WACC voor 65% gerelateerd
is aan de stijging van de risicovrije rente. Dit is een vast gegeven. Ook blijkt dat
KPMG geen aanleiding ziet om aan te nemen dat het risicoprofiel van Schiphol, gelet
op de wettelijke verrekeningsmogelijkheden, significant afwijkt van die van de luchthavens
uit de peer group. Tot slot draagt KPMG suggesties aan met betrekking tot de vaststelling van de parameters
van de WACC.
Het specifieke onderzoek is als bijlage bij deze verzamelbrief gevoegd en daarmee
openbaar gemaakt. In verband met de openbaarmaking zijn enkele passages onleesbaar
gemaakt (gelakt) vanwege bedrijfsgevoelige informatie.
Het Ministerie van IenW zal de onderzoeksresultaten en suggesties analyseren en, in
afstemming met relevante stakeholders, mogelijke verbeterpunten uitwerken met inachtneming
van het bredere evaluatieonderzoek. De Tweede Kamer wordt hierover te zijner tijd
nader geïnformeerd.
Stand van zaken moties m.b.t. Europese verordeningen
Onder de huidige Europese Commissie worden stappen ondernomen om verschillende EU
luchtvaartwetgevingen te evalueren en te herzien. Zo voert de Europese Commissie,
vooruitlopend op een eventuele herziening, een review uit op de Verordening 1008/2008
inzake de luchtverkeersdiensten. Het kabinet volgt met belangstelling de voorbereidingen
van de Europese Commissie in dit traject. Zodra de Commissie met een voorstel voor
herziening komt, wordt de Tweede Kamer conform afspraak geïnformeerd over het Nederlandse
standpunt. De Europese Commissie voert momenteel ook een zogeheten «fitness check»
uit naar de effectiviteit van EU-wetgeving die van toepassing is op luchthavens. Deze
fitness check gaat over de EU slotverordening nr. 95/93, richtlijn nr. 2009/12/EG
inzake luchthavengelden en de richtlijn nr. 96/97/EG inzake grondafhandeling. Eerder
is de Kamer geïnformeerd over de Nederlandse antwoorden op deze fitness check 24. Het kabinet betrekt uiteraard de moties en toezeggingen in de standpuntbepaling
bij het vervolg van deze trajecten.
Voortgang opvolging ACOI aanbeveling 3
In de Kamerbrief van 29 augustus 202525 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de beleidsreactie inzake de opvolging van de
laatste openstaande aanbeveling (aanbeveling 3: voer een balancing test uit op het beperkt openbare deel dat overblijft) van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) voor meer openbaarheid
van het archief van de Raad voor de Luchtvaart over de vliegramp in de Bijlmermeer.26 In deze reactie is aangegeven de aanbeveling in te vullen door de adviesrol voor
de balancing test bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) te beleggen. Dit is
geheel in lijn met het beoogde doel: het vergroten van het vertrouwen in de uitvoering
van de balancing test bij verzoeken tot inzage of openbaarmaking van archiefstukken
van de toenmalige Raad voor de Luchtvaart. Hierbij wordt de Tweede Kamer geïnformeerd
over de voortgang.
De OVV heeft in augustus 2025 aangegeven zich in deze rol te kunnen vinden. Over de
uitvoering hiervan is sindsdien nader overleg geweest. Afgesproken is dat de OVV bij
nieuwe inzage- en openbaarmakingsverzoeken van onderzoeksinformatie advies zal uitbrengen
aan de Minister van IenW over de opvolging van het verzoek. Dit betreft het gehele
archief van de voormalige Raad voor de Luchtvaart/Bureau Vooronderzoek Ongevallen
en Incidenten (BVOI), die zijn overgebracht naar het Nationaal Archief. Momenteel
wordt uitgewerkt hoe de adviesrol bij de OVV belegd kan worden. Het gaat hierbij onder
andere om het publiceren van een beleidsregel over de afhandeling van inzageverzoeken
en het praktisch realiseren van de toegang van de OVV tot de archiefstukken bij het
Nationaal archief. Deze implementatie zal naar verwachting het eerste kwartaal van
2026 gereed zijn. Tot die tijd handelt het Ministerie van IenW de verzoeken af zonder
een advies van de OVV, inclusief de aangehouden verzoeken.
Draagvlakonderzoek Luchtvaart 2025
In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft Motivaction
International B.V. het jaarlijkse onderzoek uitgevoerd naar het draagvlak voor de
luchtvaart onder de Nederlandse bevolking. Dit kwantitatieve onderzoek vindt sinds
2018 jaarlijks plaats; de meting van 2025 is de achtste in deze reeks. De resultaten
worden gebruikt bij de ontwikkeling en verdere uitwerking van het luchtvaartbeleid.
Onderzoeksresultaten
Uit de meting van 2025 blijkt dat Nederlanders over het algemeen positief staan tegenover
de luchtvaart. Net als vorig jaar blijft dit aandeel stabiel: 78% heeft in meer of
mindere mate een positief beeld. Tegelijkertijd geeft de gemiddelde Nederlander aan
geen verdere groei van de luchtvaart te wensen.
Naast het algemene draagvlak voor groei of krimp is ook gekeken naar de voorkeuren
per type luchthaven. Voor Schiphol is de steun voor krimp groter dan voor groei. Bij
de regionale luchthavens houden beide standpunten elkaar ongeveer in balans. Voor
Lelystad Airport lijkt zelfs sprake van iets meer steun voor groei dan voor krimp.
Daarnaast blijft het draagvlak voor verduurzaming groot. Respondenten vinden dat er
prioriteit moet worden gegeven aan gezondheid van omwonenden, natuur en landschap,
klimaat en milieu.
De ondervraagden hechten belang aan verschillende waarden rondom luchtvaart. Veiligheid
krijgt daarbij de hoogste prioriteit–zowel de veiligheid van het vliegverkeer zelf
als de nationale veiligheid. Deze laatste categorie (militaire dreiging en gevechtsgereedheid)
is dit jaar voor het eerst meegenomen in het onderzoek.
Verder blijkt uit het rapport dat er brede steun is voor verduurzaming van de luchtvaart,
onder meer door schoner te vliegen en door technologische innovaties zoals stillere
en zuinigere motoren. Maatregelen die het aantal vluchten beperken of de ticketprijzen
verhogen kunnen op minder draagvlak rekenen. Wel is er meer steun voor het goedkoper
maken van schoner vliegen dan voor het verhogen van de vliegbelasting. Ook wordt het
aantrekkelijker maken van de trein voor korte afstanden door een grote groep ondervraagden
positief beoordeeld.
Ten slotte is er een verandering zichtbaar in de ervaren hinder. Waar de ervaren geluidhinder
in 2024 toenam, is deze in 2025 gestabiliseerd.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat