Brief regering : Stand van zaken moties en toezeggingen met betrekking tot cultuur
32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid
Nr. 560
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2025
Hierbij informeer ik uw Kamer over de stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen
met betrekking tot cultuur, in aanloop naar het wetgevingsoverleg Cultuur van 19 januari
a.s.
Stand van zaken moties en toezeggingen
1. Moties
Over spreiding van cultuursubsidies
Uw Kamer heeft een aantal moties aangenomen over de spreiding van cultuursubsidies.
Het betreft de gewijzigde motie van de leden Rooderkerk en Mohandis over onderzoeken
hoe een bloeiende culturele sector in heel Nederland beter geborgd kan worden.1 De motie van het lid Van Zanten over onderzoeken waarom de geografische spreiding
van cultuursubsidies over Nederland achterblijft.2 De motie van de leden Van der Velde en Van Zanten over vestiging van culturele instellingen
buiten de Randstad aantrekkelijker maken bij de volgende herverdeling van de BIS-middelen.3 En de motie van het lid Oostenbrink over het per provincie inzichtelijk maken op
welke manier spreiding van subsidies voor cultuur kan plaatsvinden en hoe de Rijkscultuurfondsen
in hun subsidiecriteria rekening houden met regionale omstandigheden.4
Als startpunt laat ik onderzoeken hoe cultuuruitingen en -middelen op dit moment gespreid
zijn over Nederland. Daarbij wordt ook gekeken naar praktische inzichten en handelingsperspectieven
voor toekomstig beleid. De opdracht voor dit onderzoek is inmiddels verstrekt en het
gekozen consortium van onderzoeksbureaus maakt goede voortgang. Naar verwachting zal
het onderzoek voor de zomer van 2026 gereed zijn. Ik informeer u in 2026 over de uitkomsten
van dit onderzoek en zal deze meenemen in de volgende cultuurbrief over het cultuurbestel
vanaf 2029. In deze brief zal ik ook ingaan op de overige moties die hierboven genoemd
zijn.
Over fair pay
Tijdens het Tweeminutendebat Cultuur van 9 september 2025 is door de leden Mohandis
en Koops een motie ingediend die is aangenomen, waarin mij wordt verzocht te onderzoeken
welke prikkels en voorwaarden mogelijk zijn om de werkverschaffers en opdrachtgevers
te bewegen de fair pay-richtlijnen te volgen en deel te nemen aan een bindend convenant.5 Inmiddels ben ik een ambtelijke verkenning gestart, waarbij ik de verschillende mogelijkheden
bespreek in gesprekken met het culturele en creatieve veld. Tevens zal ik de uitwerking
van deze motie betrekken bij de tijdens het Commissiedebat Cultuur van 12 juni 2025
(Kamerstuk 32 820, nr. 546) gedane toezegging om in 2026/2027 een evaluatie uit te voeren naar de fair practice
code die zich met name zal richten op het fair pay-beleid.6 In het najaar van 2026 zal ik uw Kamer verder informeren over de stand van zaken.
Over antisemitisme
Tijdens het plenaire debat over het bestrijden van antisemitisme van 23 september
2025 zijn twee moties aangenomen van het lid Ellian, waarin mij wordt verzocht om
er zorg voor te dragen dat Joodse artiesten kunnen blijven optreden in Nederlandse
zalen en om er zorg voor te dragen dat samenwerkingen niet beëindigd worden op basis
van alleen de Joodse achtergrond van de samenwerking.7 Ook is tijdens dit debat een motie aangenomen die was ingediend door het lid Eerdmans,
waarin het kabinet wordt verzocht om in de subsidievoorwaarden van poppodia op te
nemen dat antisemitisme niet wordt getolereerd.8
De invulling van deze moties wordt ambtelijk interdepartementaal verkend. Het is altijd
onacceptabel om mensen uit te sluiten op basis van hun persoonlijke kenmerken. Daarom
wordt u in het voorjaar van 2026 middels een separate brief geïnformeerd over de invulling
van deze drie moties.
Over aandacht voor het voortbestaan van het Fries Landbouwmuseum
Tijdens het tweeminutendebat Cultuur op 9 september 2025 is de motie van het lid Oostenbrink
ingediend, waarin de Tweede Kamer de regering verzoekt binnen bestaande beleidskaders
in overleg te treden met de provincie Fryslân en relevante fondsen over het voortbestaan
van het Fries Landbouwmuseum.9
Nadat uw Kamer deze motie had aangenomen, hebben de gedeputeerde staten van Fryslân
besloten het subsidieplafond voor de Subsidieregeling Musea en Kunstinstellingen 2026–2028
met € 740.700 te verhogen, waardoor onder meer het Fries Landbouwmuseum alsnog in
aanmerking komt voor een provinciale meerjarige subsidie. Daarmee is voorzien in de
continuïteit van het museum en is het niet langer noodzakelijk om hierover in gesprek
te gaan. Ik zie de motie hiermee als afgedaan.
Over evaluatie werking Monumentenwet BES
Tijdens het tweeminutendebat Erfgoed op 18 oktober 2023 heeft het lid Wuite een motie
ingediend die de regering onder andere verzoekt een evaluatie uit te voeren naar de
werking van de Monumentenwet BES.10 Deze evaluatie wordt op dit moment in nauwe samenwerking met de openbare lichamen
uitgevoerd door onderzoeksbureau Ecorys. Het onderzoek bevindt zich inmiddels in de
afrondende fase. Ik zal de evaluatie in het eerste kwartaal van 2026 aan de Tweede
Kamer sturen.
Over automatisch lidmaatschap openbare bibliotheken
Met de motie van de leden Rooderkerk en Kisteman van 26 november 2024 heeft de Tweede
Kamer verzocht onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een automatisch lidmaatschap
van de openbare bibliotheek.11 Het onderzoek is in augustus 2025 aan een organisatie voor onderzoek gegund. In de
bibliotheeksector wordt op veel plekken met vormen van gratis lidmaatschap geëxperimenteerd.
Daarom wordt in het onderzoek een verkenning naar deze vormen van gratis lidmaatschap
in verschillende steden meegenomen. Het onderzoek is naar verwachting in het eerste
kwartaal van 2026 gereed.
2. Toezeggingen
Over de middeleeuwse gouden ring
In 2022 wees mijn ambtsvoorganger een Middeleeuwse ring in particulier bezit aan als
beschermd cultuurgoed conform de Erfgoedwet. Het gaat om een gouden ring uit de 9e/10e
eeuw, die in 1997 is gevonden in het Friese Sumar door een metaaldetectoramateur.
Op 6 maart 2025 heeft de toenmalige Minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
het proces gestart om deze ring voor Nederland te behouden vanwege de onvervangbare
historische waarde voor ons land. Zoals toegezegd tijdens het Commissiedebat Cultuur
op 12 juni 2025 informeer ik u hierbij over de stand van zaken van het vervolgproces.12
Conform de bevoegdheden en het proces in de Erfgoedwet zijn potentiële kopers in Nederland
in de gelegenheid gesteld om dit object voor Nederland te verwerven. Dit heeft niet
tot resultaat geleid. Daarop is het proces gestart om het object door de Staat te
verwerven. Vervolgens is het object getaxeerd door twee onafhankelijke professionele
taxateurs in opdracht van enerzijds de verkopende partij, en anderzijds de kopende
partij, i.c. de staat. Op basis daarvan zal de onderhandeling met de verkopende partij
worden gestart. Indien de koop slaagt dan zal deze worden bekostigd uit het Museaal
Aankoopfonds. Over het resultaat zal ik u informeren.
Over de weeffout tussen de SIM en de woonhuisregeling
In het commissiedebat cultuur van 12 juni 2025 heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd
de Kamer na de verkiezingen te informeren over de weeffout tussen de Subsidieregeling
Instandhouding Monumenten (SIM) en de Woonhuisregeling.13 Er is een categorie monumenteneigenaren die geen aanspraak kan maken op instandhoudingssubsidie.
Hierover is de Kamer eerder geïnformeerd.14 De oorzaak is gelegen in de verschillen tussen de SIM en de Woonhuisregeling. De
SIM is alleen bedoeld voor onderhoud, terwijl vanuit de Woonhuisregeling ook subsidie
wordt verstrekt voor restauratie. Bovendien zijn de doelgroepen in de regelingen op
verschillende manieren gedefinieerd. Inschatting van de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed is dat de kosten om dit geheel op te lossen structureel € 20 tot 25 miljoen
per jaar bedragen. Deze middelen heb ik niet tot mijn beschikking. In veel gevallen
zijn er wel alternatieve financieringsmogelijkheden en voordelen beschikbaar voor
de categorie eigenaren die tussen wal en schip valt, bijvoorbeeld via laagrentende
leningen bij het NRF of via fiscale aftrek in het kader van de vennootschapsbelasting.
Over de wijziging Mediabesluit 2008 i.v.m. de investeringsverplichting audiovisuele
media
Tijdens de plenaire behandeling van het Wetsvoorstel «Invoeren investeringsverplichting
ten behoeve van Nederlandse cultureel audiovisueel product» in de Eerste Kamer heeft
de voormalig Staatssecretaris Cultuur en Media, naar aanleiding van een vraag van
het lid Veldhoen, toegezegd de ontwerp-AMvB ter uitvoering van de wet aan de Eerste
Kamer aan te bieden.15 In ditzelfde debat is eveneens, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins,
toegezegd de mogelijkheid van een accountantsverklaring als bewijs van het voldoen
aan de investeringsverplichting, in de uitwerking van de ministeriële regeling nadrukkelijk
mee te nemen.16
De ontwerp-AMvB is op 26 mei 2025 zowel aan de Eerste Kamer als aan de Tweede Kamer
voorgelegd.17 Het voorleggen heeft niet geleid tot vragen van beide Kamers. De door het lid Prins
gevraagde verplichte accountantsverklaring is opgenomen in de Mediaregeling 2008 door
een wijzigingsregeling die op 1 april 2025 in werking is getreden.18 Hiermee is aan beide toezeggingen voldaan.
3. Overige
Het advies van de Raad voor Cultuur «Toezicht in de culturele sector»
Op 23 september 2025 heeft de Raad voor Cultuur haar advies «Toezicht in de culturele
sector: een kunst apart» gepubliceerd. Het advies is als bijlage toegevoegd aan deze
brief. Uit dit advies blijkt dat er veel goed gaat, maar dat er ook verbeteringen
nodig zijn. De komende tijd ga ik het advies met verschillende partijen bespreken
en bepalen welke stappen er gezet kunnen worden. Rond de zomer zal ik u hierover uitgebreider
berichten. Aan het verzoek van uw Kamer van 27 november jl. om voor het wetgevingsoverleg
een kabinetsreactie op dit rapport te sturen kan ik helaas dus niet voldoen.19
Het advies van de Raad voor Cultuur «Ieder zijn aandeel»
Op 14 november 2025 heeft de Raad voor cultuur zijn advies «Ieder zijn aandeel uitgebracht.
Naar een evenwichtig financieel ecosysteem voor de cultuursector» gepubliceerd. Het
advies is als bijlage toegevoegd aan deze brief. Het advies is een reflectie op de
manier waarop publieke en private financiers kunnen samenwerken, en wat hier vanuit
beide partijen voor nodig is. De raad constateert onder andere dat het aandeel van
de overheid in de bekostiging van cultuur relatief is gedaald en adviseert het cultuurbudget
van de Rijksoverheid met minimaal € 250 miljoen te verhogen. Dergelijke keuzes zijn
aan een nieuw kabinet. Over de inhoud van het advies ga ik de aankomende tijd met
de sector en haar financiers in gesprek. Rond de zomer zal ik u hierover uitgebreider
berichten. Aan het verzoek van uw Kamer van 27 november jl. om voor het wetgevingsoverleg
een kabinetsreactie op dit rapport te sturen kan ik helaas dus niet voldoen.20
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap