Brief regering : Modernisering DRIVE
36 180 Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 184
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 december 2025
Tijdens het commissiedebat van 2 april 2025 over de beleidsbrief Ontwikkelingshulp
heeft de voormalige Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp toegezegd
de Kamer schriftelijk te informeren over hoe ontwikkelingshulp meer gebonden wordt
aan het Nederlandse verdienvermogen en met name het Nederlandse bedrijfsleven. Tevens
is er een tweetal moties ingediend door lid Ram (PVV) op 27 mei 2025 (motie 1601 en 1612). Met deze brief informeer ik uw Kamer over de toezegging en de opvolging van beide
moties.
Voorafgaand aan dit commissiedebat is in de beleidsbrief3 ontwikkelingshulp van 20 februari 2025 het voornemen van het kabinet opgenomen om
Nederlandse bedrijven beter te positioneren voor internationale opdrachten door te
onderzoeken hoe innovatieve opties kunnen worden toegevoegd aan het DRIVE instrumentarium
voor infrastructuur. Bij de modernisering van DRIVE is onder andere gekeken naar de
introductie van elementen van binding en het aanbieden van meer maatwerkoplossingen
voor financiering, bijvoorbeeld via concessionele leningen. In dit proces zijn Invest
International, VNO-NCW, bedrijven en banken geconsulteerd.
Binding
Het DRIVE-programma helpt publieke infrastructuur in lage- en middeninkomenslanden
te realiseren en wordt, namens mij, uitgevoerd door Invest International. Het kabinet
wil dat er meer Nederlandse bedrijven meedoen aan projecten die worden betaald uit
het DRIVE-programma.
Daarom is gekeken op welke wijze, binnen de kaders van de OESO en (EU-) wet- en regelgeving,
meer Nederlandse bedrijven deel kunnen nemen aan infrastructuurprojecten ondersteund
via het DRIVE-instrumentarium.
Dit kan worden gerealiseerd door een bindingsoptie aan het DRIVE-instrumentarium toe
te voegen, waarbij minimaal 35 procent van de projectwaarde dient te bestaan uit Nederlandse
onderdelen, diensten, kennis of bedrijven. Aangezien Nederlandse bedrijven en met
name ook het MKB vaak een deel van een project voor hun rekening nemen is het van
belang dit minimale percentage niet te hoog vast te stellen.
Deze bindingsoptie met een gebonden aanbesteding is een aanvullende mogelijkheid binnen
DRIVE. Hierdoor is meer maatwerk mogelijk in die midden-inkomenslanden waar dit volgens
lokale wet- en regelgeving is toegestaan en waarmee is ingestemd door het ontvangende
land. Opgemerkt wordt dat volgens regelgeving van de OESO-DAC een gebonden aanbesteding
bij ODA-programma’s in lage-inkomens landen niet is toegestaan.
In lijn met motie van het lid Ram (36 180 nr. 160), maakt het kabinet het zo mogelijk om meer Nederlandse bedrijven bij de uitvoering
van DRIVE projecten te betrekken. De benodigde aanpassing van de DRIVE-regeling wordt
op korte termijn gepubliceerd, en nieuwe DRIVE-projecten kunnen vanaf heden al langs
deze lijn worden voorbereid.
Invest International blijft ernaar streven dat bij minimaal 70 procent van de projecten
die Invest International uitvoert onder DRIVE, sprake is van betrokkenheid van Nederlandse
bedrijven.
Nieuwe concessionele leningen binnen DRIVE
In lijn met de tweede motie van het lid Ram (36 180 nr. 161) wordt op dit moment ook verkend of DRIVE kan worden uitgebreid met een zogeheten
concessioneel luik. Hierbij zouden naast schenkingen ook leningen op gunstige voorwaarden
vanuit DRIVE aangeboden kunnen worden als maatwerkoplossingen voor financiering.
Bij het ontwikkelen van nieuwe concessionele leningsoptie(s) moet tevens rekening
gehouden worden met het risicokader van het Ministerie van Financiën voor risicoregelingen
en uitvoerbaarheid en conformiteit met wet- en regelgeving, waaronder OESO-regelgeving,
het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht. Ik zal uw Kamer medio 2026 hier verder
over informeren.
Versimpeling en versnelling
In het proces van modernisering van DRIVE wordt ook gekeken naar hoe procedures versimpeld
en versneld kunnen worden en hoe bedrijven nog meer ondersteund kunnen worden bij
het ontwikkelen van infrastructuurprojecten. Dit kan onder andere door de zogeheten
bouwteam- of 2-fasen aanpak mogelijk te maken waardoor de ontwikkeling en bouw van
een infrastructuur project met elkaar wordt gecombineerd. Hiermee krijgen betrokken
Nederlandse partijen meer zekerheid dat zij, mits aan de voorwaarden is voldaan, ook
daadwerkelijk het project mogen uitvoeren.
Afsluitend
Met het toevoegen van binding aan het DRIVE instrumentarium is een concrete stap gezet
om de rol van het Nederlandse bedrijfsleven en het Nederlandse verdienvermogen binnen
ontwikkelingshulp te versterken. De komende periode blijft het kabinet zich verder
inzetten om financieringsopties voor bedrijven die actief (willen) zijn in ontwikkelingslanden
verder te ontwikkelen en ook door procedures te versimpelen en te versnellen.
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
A. de Vries
Ondertekenaars
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken