Brief regering : Luchtkwaliteit
30 175 Luchtkwaliteit
Nr. 481
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 december 2025
Een schone leefomgeving met schone lucht is voor iedereen van belang. De luchtkwaliteit
is de afgelopen jaren als gevolg van lokaal, nationaal en Europees beleid sterk verbeterd.
Met deze brief informeer ik u over de Monitoringsrapportage luchtkwaliteit en de implementatie
van de herziene Europese richtlijn luchtkwaliteit.
Luchtkwaliteit in het afgelopen jaar
Jaarlijks brengt het RIVM de luchtkwaliteit van het afgelopen jaar en de prognoses
van enkele toekomstjaren in beeld. In juni werd al duidelijk uit het RIVM-rapport
«Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN)» dat de luchtkwaliteit in 2024
is verbeterd ten opzichte van 2023 dankzij beleid1. Het RIVM gebruikt de GCN in combinatie met detailgegevens van decentrale overheden
om zo de luchtkwaliteit te kunnen toetsen aan de huidige wettelijke en toekomstige
normen. De Monitoringsrapportage Luchtkwaliteit 2025 laat het resultaat hiervan zien.
In deze rapportage is de luchtkwaliteit over 2024 in beeld gebracht.
De monitoringsrapportage laat zien dat in 2024 er, net als in 2023, geen overschrijdingen
voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) langs wegen zijn geconstateerd. Veehouderijen zorgen lokaal nog voor een beperkt
aantal overschrijdingen van de daggemiddelde fijnstofnorm (PM10). In 2024 is het aantal overschrijdingen licht gestegen naar acht, veroorzaakt door
acht veehouderijen in vijf gemeenten. Dit is op een totaal van 5.065 toetslocaties
in de buurt van 1.392 veehouderijen. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om maatregelen
ter verbetering van de luchtkwaliteit op te nemen in hun programma’s om deze overschrijdingen
aan te pakken.
Prognoses voor 2030 en 2035
In de monitoringsrapportage zijn ook de prognoses voor de zichtjaren 2030 en 2035
opgenomen. Deze vooruitblik is van belang vanwege de herziene Europese richtlijn luchtkwaliteit
2024/28812 waardoor aangescherpte normen vanaf 2030 gelden. De prognose voor 2030 in de rapportage
betreft een actualisatie van het beeld uit de tussenrapportage die de Kamer afgelopen
september ontving3. Door nieuwe prognoses en invoergegevens van de bevoegde gezagen komt het aantal
verwachte stikstofdioxideoverschrijdingen langs wegen lager uit dan in de tussenrapportage
geraamd. Er is tevens sprake van een bijstelling voor het aantal verwachte overschrijdingen
van PM10 (omhoog) en PM2,5 (omlaag).
Nieuw ten opzichte van de monitoringsrapportage luchtkwaliteit van vorig jaar is een
vooruitblik naar het jaar 2035. Meerdere bevoegde gezagen leverden daartoe ook verwachtingen
van verkeersontwikkelingen en veehouderijgegevens aan. Hierdoor is nu voor het eerst
een gedetailleerder beeld verkregen van de luchtkwaliteit na 2030, waaronder verwachte
overschrijdingen. Het RIVM geeft aan dat door onder andere de verdere elektrificatie
van het wagenpark de opgave voor NO2 richting 2035 sterk zal afnemen. Voor fijnstof constateert het RIVM een minder sterke
reductie, ondanks dalende emissies, vanwege de aanwezigheid van hoge achtergrondconcentraties.
Dit wordt veroorzaakt door lokale bronnen. Deze bevinden zich voornamelijk in en om
havengebieden en op enkele plekken met industriële activiteiten. Mochten daar bijvoorbeeld
woonhuizen in de buurt staan, dan kan dat overschrijdingen opleveren. Dit aantal is,
zoals het er nu uitziet, beperkt.
Stand van zaken implementatie richtlijn luchtkwaliteit
Werkzaamheden om de richtlijn luchtkwaliteit 2024/2881 te implementeren zijn in volle
gang. Een toezegging4 op dit onderwerp is de wijze waarop de samenwerking tussen Rijk, provincies en de
gemeenten in het kader van de richtlijn vormgegeven wordt. Het Ministerie van IenW
spreekt hierover met onder andere decentrale overheden, waarbij een aantal opties
wordt verkend, waaronder een programmatische aanpak. Een dergelijke samenwerkingsvorm
zou kunnen helpen bij het mogelijk maken van ruimtelijke en economische ontwikkelingen
waarbij de nieuwe luchtkwaliteitsnormen worden nageleefd. Deze optie wordt de komende
periode verder verkend. Uiterlijk eind 2028 wordt met één of meer routekaarten aangetoond
hoe Nederland met beleid en maatregelen de grenswaarden (zoveel mogelijk) wil gaan
halen. Een eventueel beroep op uitstel wordt met dergelijke routekaarten onderbouwd.
Naast het halen van grenswaarden zal bij de inwerkingtreding van de richtlijn in december
2026 ook op informatievoorziening en meten aan nieuwe verplichtingen worden voldaan5. Het RIVM richt als onderdeel van de extra meetverplichting op dit moment twee zogenaamde
luchtkwaliteitsupersites in. Hier worden de achtergrondconcentraties van veel meer
luchtverontreinigende stoffen gemeten, waaronder ultrafijnstof, koolstofmonoxide,
gasvormig kwik en benzeen. Hierdoor kan inzicht worden verkregen in de concentraties
en trends van deze stoffen door heel Europa. Zoals eerder aan de Kamer medegedeeld
worden deze supersites in Rotterdam, in samenwerking met de DCMR Milieudienst Rijnmond,
en in Cabauw gesitueerd. De eerste nieuwe meetresultaten op de supersites kunnen in
de loop van 2026 op de website www.luchtmeetnet.nl worden ingezien. Verwachtingskaarten voor concentraties van PM2,5 in de lucht zijn sinds kort ook op deze website beschikbaar. Deze vormen een onderdeel
van de uitbreiding van informatievoorziening bij episodes van slechte luchtkwaliteit
(smog).
Tot slot
De luchtkwaliteit in 2024 was – mede dankzij beleid en het voor de luchtkwaliteit
gunstige weer – beter dan het jaar ervoor. De dalende trend in luchtverontreiniging
zet zich ook voort richting de toekomst. Het RIVM constateert echter dat, met de strengere
grenswaarden in 2030, er naar verwachting sprake zal zijn van overschrijdingen. Een
passende aanpak is nodig om ervoor te zorgen dat ruimtelijke ontwikkelingen, zoals
de woningbouwopgave, mogelijk blijven waarbij we ook de grenswaarden in 2030 halen.
Dit vraagt om een gezamenlijke inzet waar ook het komend jaar hard aan gewerkt zal
worden.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat