Brief regering : Update tijdelijke voorziening CABR en wetswijziging
20 454 Voortgangsrapportage uitvoering wetten oorlogsgetroffenen
32 671
Goedkeuring van het voornemen tot opzegging voor Aruba van het op 9 juli 1948 te
San Francisco tot stand gekomen Verdrag betreffende de nachtarbeid van vrouwen in
de nijverheid werkzaam, 1948 (Verdrag Nr. 89, aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie
in haar eenendertigste zitting)
Nr. 217
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 december 2025
Uw Kamer is door mijn ambtsvoorganger op 27 mei 2025 geïnformeerd over de stand van
zaken van het project «Oorlog voor de Rechter»: de digitalisering, verrijking en online
plaatsing van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR).1 Daarbij gaf hij een stand van zaken over de wetswijziging, die de benodigde wettelijke
grondslag zal realiseren voor online beschikbaarstelling van het CABR. Daarnaast werd
in de brief toelichting gegeven op de tijdelijke voorziening bij het Nationaal Archief
(hierna: NA), de noodoplossing om in beperkte mate toch alvast enige toegang te bieden
tot het gedigitaliseerde deel van het CABR. In de brief werd aangekondigd dat de mogelijkheden
werden onderzocht om de tijdelijke voorziening uit te breiden naar de Regionale Historische
Centra (RHC’s) en dat uw Kamer, zodra daar meer duidelijk over was, hierover zou worden
geïnformeerd. Met deze brief voldoe ik aan die toezegging. Daarnaast geef ik ook een
korte update over het wetstraject.
Wetswijziging
Om het mogelijk te maken het CABR online, woordelijk doorzoekbaar, gecontextualiseerd
en gekoppeld aan andere oorlogsbronnen voor eenieder beschikbaar te stellen, is afgelopen
jaar gewerkt aan een wijziging van de Archiefwet. Het wetsvoorstel creëert een wettelijke
grondslag om bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens te verwerken bij het
geven van toegang tot archiefbescheiden en biedt ruimte voor een belangenafweging
tussen openbaarheid en privacy bij de (wijze van) verstrekking van (bijzondere en
strafrechtelijke) persoonsgegevens door archiefdiensten. Het wetsvoorstel is op 23 september
voor advies aanhangig gemaakt bij de Raad van State. Op 17 november 2025 heeft de
Raad zijn advies gepubliceerd.2De Afdeling Advisering merkt in het advies op dat de regering in het wetsvoorstel
een evenwichtige en zorgvuldige afweging maakt van de grondrechten, waarden en belangen
die hier in het geding zijn. De Raad is van mening dat in het wetsvoorstel daarmee
een goede balans wordt getroffen, die past binnen de ruimte die de wetgever heeft,
gegeven de constitutionele randvoorwaarden. Wel heeft de Raad een aantal opmerkingen
bij het wetsvoorstel, op basis waarvan ik het wetsvoorstel zal bijstellen. Ik verwacht
het wetsvoorstel vergezeld van een nader rapport in januari 2026 met uw Kamer te delen.
Evaluatie van de tijdelijke voorziening
Op 1 juli 2025 is de tijdelijke voorziening bij het NA geopend. Deze voorziening is
bedoeld als noodoplossing. Zo kan, nu het gedigitaliseerde CABR voorlopig niet online
kan worden gepubliceerd, toch in beperkte mate een vorm van toegang tot het gedigitaliseerde
deel van het CABR worden geboden.
Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 27 mei 2025 is de tijdelijke voorziening geëvalueerd.
Er is zowel kwantitatief geëvalueerd, door bijvoorbeeld te kijken naar bezoekersaantallen,
websitebezoek of aantal gestelde vragen, als kwalitatief, door personen die van de
tijdelijke voorziening gebruik hebben gemaakt te interviewen.
In de periode juli en tot en met oktober waren er in totaal 810 plekken beschikbaar.
De reserveringsgraad was 100%, er is meer belangstelling dan plek. De tijdelijke voorziening
functioneert technisch goed. Bezoekers zijn positief over de ontvangst in de studiezaal,
de algehele dienstverlening en de gebruiksvriendelijkheid van het digitale CABR. Het
grootste deel van de bezoekers vindt waarnaar ze zoeken (64%). De rest slaagt deels
(30%) of niet (6%).
De punten waarover bezoekers relatief minder tevreden zijn, zijn (de vindbaarheid
van) de reserveringsmodule, de wachttijd en routing aan de ontvangstbalie en de beschikbare
onderzoekstijd. Veel bezoekers spraken daarnaast de wens uit om, zo lang het CABR
niet online geraadpleegd kan worden, de beschikbaarheid van de tijdelijke voorziening
te vergroten met meer computers en locaties.
De evaluatie heeft geleid tot enkele kleine aanpassingen in de tijdelijke voorziening.
Zo is het reserveren beter vindbaar gemaakt op de website, zijn er aanpassingen op
de site gedaan zodat mensen beter zicht hebben op wat er allemaal te vinden is en
is het makkelijker gemaakt handgeschreven documenten te lezen door de tekstherkenning
meteen te tonen.
Uitbreiding van de tijdelijke voorziening
De belangstelling voor toegang tot het gedigitaliseerde CABR is groot. Om bezoekers
die verder van Den Haag wonen tegemoet te komen heb ik – in afwachting van de inwerkingtreding
van de eerder genoemde wetswijziging – gewerkt aan een uitbreiding van de tijdelijke
voorziening naar de RHC’s, de rijksarchiefbewaarplaatsen in de provincie. Hierbij
kan ik uw Kamer melden dat de tijdelijke voorziening per 2 februari 2026 zal worden
uitgebreid met een voorziening bij elk van de elf RHC’s. Met deze uitbreiding wordt
het in de week van maandag 2 februari 2026 mogelijk om in elke provincie het tot nu
toe gedigitaliseerde deel van het CABR op locatie te raadplegen.
De tijdelijke voorziening is zowel bedoeld voor iedereen die vermoedt dat het CABR
gegevens bevat over hun (familie)geschiedenis als voor wetenschappelijk onderzoekers.
Voor wetenschappelijk onderzoek blijkt de inrichting van de tijdelijke voorziening
bij het NA met een week van tevoren te reserveren tijdslots van circa 3 uur echter
niet passend. Om aan dit bezwaar tegemoet te komen, zonder dat verbeterde toegang
voor wetenschappers ten koste gaat van toegang voor burgers, ben ik van plan om de
tijdelijke voorziening ook uit te breiden met een voorziening bij het NIOD, Instituut
voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam. Deze voorziening richt
zich primair op wetenschappelijk onderzoek, met daarbij passende reserveringsmogelijkheden,
en staat nadrukkelijk open voor alle wetenschappelijk onderzoekers. Dit zorgt tegelijkertijd
voor net wat meer plekken voor burgers bij de RHC’s en het NA, omdat wetenschappers
bij het NIOD terecht kunnen.
Zowel bij de RHC’s als bij het NIOD gelden dezelfde mitigerende maatregelen, gericht
op de bescherming van persoonsgegevens van mogelijk nog levende personen die voorkomen
in het CABR, als bij de voorziening op de studiezaal bij het NA. Voor meer details
over deze maatregelen verwijs ik naar de brief van 27 mei 2025.3
Ondanks deze uitbreiding van de mogelijkheden om het gedigitaliseerde deel van het
CABR op locatie in te zien, blijft bij veel potentiële gebruikers de behoefte bestaan
om het CABR vanaf hun vertrouwde thuissituatie, in Nederland of in het buitenland,
zonder drempels vooraf, te kunnen raadplegen. Ook voor kennisverspreiding, museale
presentatie en educatie biedt de tijdelijke voorziening onvoldoende oplossing. Ik
werk daarom intussen onverminderd door aan de wijziging van de Archiefwet. Zoals hierboven
gemeld verwacht ik deze in januari aan uw Kamer aan te bieden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap