Brief regering : Budgettaire mutaties Buitenlandse Zaken 2025
36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
Nr. 33
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 december 2025
Hierbij informeer ik u, conform de Rijksbegrotingsvoorschriften, over de voornaamste
budgettaire mutaties (kas-, ontvangsten- en verplichtingenmutaties) die zich hebben
voorgedaan sinds de Tweede suppletoire begroting 2025 voor Buitenlandse Zaken (V).
Met de Slotwet en het Jaarverslag ontvangt uw Kamer de definitieve standen voor 2025.
Begrotingsartikel 2: Veiligheid en stabiliteit
Ontvangsten
De ontvangsten van artikel 2 vallen ongeveer EUR 1 miljoen hoger uit in 2025 door
restituties vanuit andere overheidsorganen voor de NAVO-Top. Dit is een technische
mutatie. Deze bedragen zijn door het Ministerie van Buitenlandse Zaken voorgeschoten.
Begrotingsartikel 3: Effectieve Europese samenwerking
Uitgaven en verplichtingen
De verwachting is dat de gerealiseerde Nederlandse afdracht aan de Europese Unie circa
EUR 160 miljoen lager uit zal vallen dan bij de Najaarsnota.
Daarnaast wordt het subsidiedeel van de Oekraïne-faciliteit via de EU-begroting gefinancierd
voor de periode 2024–2027. Het subsidiedeel van de faciliteit is in totaal EUR 17 miljard.
De Commissie heeft een maximaal te mobiliseren bedrag per jaar vastgesteld op EUR
5 miljard. Dit bedrag is in de Nederlandse raming van de EU-afdrachten voor de periode
2024–2026 opgenomen. Voor 2027 is het resterende bedrag van EUR 2 miljard opgenomen.
De Commissie verwacht dat niet alle beschikbare betalingskredieten in 2025 zullen
worden benut. Het betalingenplafond van de Europese begroting voor 2025 wordt met
circa EUR 1.559 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dat betekent een verlaging van de Nederlandse
bni-afdracht van circa EUR 99 miljoen in 2025. Het opnieuw inzetten van deze middelen
in 2027 is onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming.
Verder leidt een aanhoudend veto van Hongarije op het beschikbaar stellen van steunpakketten
voor Oekraïne binnen de Europese Vredesfaciliteit (EPF) tot lagere realisatie van
c.a. EUR 200 miljoen voor de EPF in 2025. Hierover bent u op 8 december 2025 geïnformeerd
(2025-0000608310). Door dit veto staat besluitvorming over de vergoedingen aan lidstaten
momenteel stil.
Daarnaast vallen door de verhuizing van het Gerechtshof van de Benelux Unie naar Luxemburg
de uitgaven voor de Benelux Unie dit jaar EUR 38.000 hoger uit dan voorzien. Dit betreft
een technische mutatie.
Begrotingsartikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
Uitgaven
De uitgaven voor consulaire dienstverlening vallen circa EUR 1,8 miljoen hoger uit
dan begroot door een toename in paspoortuitgifte ten opzichte van de raming.
Begrotingsartikel 6: Nog onverdeeld (HGIS)
Uitgaven
Na de 2e suppletoire begroting resteerde nog EUR 594.000 op artikelonderdeel 6.1 (HGIS
non-ODA nog onverdeeld). Deze uitgaven zullen niet gerealiseerd worden op artikelonderdeel
6.1, waardoor er een onderschrijding optreedt. Daar staat tegenover dat de uitgaven
op begrotingsartikel 7 hoger zullen uitvallen dan begroot.
Begrotingsartikel 7: Apparaat
Uitgaven en verplichtingen
Naar verwachting valt de realisatie op apparaat ongeveer EUR 25 miljoen hoger uit
dan begroot. Dit komt met name door de forse bezuinigingen op apparaat als gevolg
van verschillende taakstellingen en de onvermijdelijke aanloopperiode om deze in te
vullen. Andere oorzaken zijn de tegenvaller als gevolg van loonontwikkeling voortvloeiende
uit CAO Rijk (ruim EUR 12 mln) en hogere uitgaven voor informatiesystemen (ruim EUR
9 mln).
Buitenlandse Zaken werkt met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van
buitenlandse valuta (de corporate rate). Deze koers wordt samen met de presentatie
van de begroting vastgesteld. Omdat bij betalingen in buitenlandse valuta gedurende
het jaar echter een verschil ontstaat als gevolg van de werkelijk geldende koers,
ontstaat er een saldo. Op het moment van schrijven bestaat een koersverlies van circa
EUR 5 miljoen. Koersontwikkelingen worden verantwoord op begrotingsartikel 7 Apparaat.
Dit bedrag kan nog wijzigen vanwege internationale betalingen gedurende de tweede
helft van december.
Op de investeringen in huisvesting in het buitenland wordt dit jaar een onderuitputting
verwacht van circa EUR 2 miljoen. De onderuitputting wordt veroorzaakt door recente
lokale ontwikkelingen waardoor de projectplanning van onder andere Tel Aviv en Bagdad
aangepast moest worden.
Ontvangsten
De ontvangsten op apparaat vallen op basis van de laatste inzichten naar verwachting
EUR 40 miljoen lager uit in 2025.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken