Brief regering : Nederlands Voorzitterschap van de Benelux Unie 2026
36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
Nr. 32
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Per 1 januari 2026 neemt Nederland het jaarlijks roterende voorzitterschap van de
Benelux Unie over van Luxemburg. Binnen de Benelux Unie, een internationale organisatie
op basis van het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, werken België, Nederland
en Luxemburg intergouvernementeel samen op tal van terreinen, waaronder economie en
interne markt, veiligheid en weerbaarheid en verduurzaming. De onderlinge verwevenheid
tussen de drie landen is met name zichtbaar aan de binnengrenzen van de Benelux, waar
inwoners, bedrijven en organisaties bijna vanzelfsprekend met elkaar samenwerken op
alle mogelijke terreinen.
De Benelux kent een sterk geïntegreerde markt en de economieën van de drie Landen
zijn nauw met elkaar verweven. Vanwege deze kenmerken fungeert de Benelux tevens als
een proeftuin voor Europa. De mogelijkheid van verdergaande regionale integratie door
de Benelux is vastgelegd in artikel 350 van het Verdrag betreffende de Werking van
de Europese Unie. De innovatieve stappen die de Benelux als proeftuin neemt, kunnen
als voorbeeld dienen voor afspraken op Europees niveau en zo bijdragen aan het versterken
van bijvoorbeeld de (economische) weerbaarheid van of de voedselveiligheid binnen
de EU. Daarnaast is beïnvloeding van de EU-agenda, om het Nederlandse en het Benelux
belang te dienen, makkelijker als we gezamenlijk optrekken.
In aanvulling op de samenwerking onder het Benelux Verdrag en in de EU, werken de
drie Landen nauw samen op het gebied van buitenlandbeleid. Het Nederlandse voorzitterschap
van de Benelux biedt dan ook mogelijkheden om initiatieven te nemen op het gebied
van Europese en internationale Benelux politieke samenwerking om onze standpunten
effectief uit te dragen in de EU en de wereld.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de inzet van het Nederlandse voorzitterschap
van de Benelux Unie in 2026, alsook over de Nederlandse prioriteiten voor de politieke
samenwerking tussen deze drie Landen.
1. Prioriteiten voorzitterschap
Voor onze Landen, die meer dan 600 km aan grenzen delen, is een goed geoliede grensoverschrijdende
samenwerking van wezenlijk belang. Nederland zal zijn voorzitterschap in het bijzonder
benutten om Benelux-inzet op de economische samenwerking en de interne markt te versterken.
Daarnaast noopt de geopolitieke realiteit de Benelux-landen tot het verkennen van
intensievere vormen van weerbaarheidssamenwerking. De derde prioriteit van Nederland
is het bevorderen van een toekomstbestendige transitie, waaronder het versterken van
de voedselzekerheid, het veiligstellen van leveringsketens en het bevorderen van duurzame,
slimme mobiliteit. Ten gunste van deze prioriteiten zal ook worden samengewerkt in
de beïnvloeding van Europese besluitvorming.
Wat Nederland betreft zullen de Landen van de Benelux, tegen de achtergrond van de
geopolitieke ontwikkelingen, ook heldere prioriteiten moeten stellen als het gaat
om de politieke samenwerking met betrekking tot buitenlandbeleid. Dat betekent, waar
nodig, betere coördinatie van de internationale inzet, evenals gezamenlijke initiatieven,
outreach en reizen.
a. Economische samenwerking en interne markt
De interne marktsamenwerking is voor Nederland een belangrijke pijler van de Benelux.
Ook in 2026 zetten we in op regelmatige uitwisseling over actuele ontwikkelingen op
de interne markt, wisselen we standpunten uit over lopende Europese wetgevingstrajecten,
stemmen we regelmatig onze inbreng af inzake aankomende EU-wetgeving en verkennen
we nauwere samenwerking. Ook werken wij aan impulsen voor de Europese interne-marktagenda,
meer specifiek aan een ambitieuze uitvoering van de Europese horizontale interne-marktstrategie.1 In samenhang daarmee wordt in 2026 ook prioriteit gegeven aan het wegnemen van onnodige
barrières tussen onze Landen. In het verlengde daarvan zal het kabinet mogelijkheden
verkennen om, waar mogelijk, in Beneluxverband tot een gezamenlijke implementatie
van EU wet- en regelgeving te komen.
Tijdens ons Voorzitterschap zal de Benelux, waar mogelijk, samen pleiten voor regelgeving
om territoriale leveringsbeperkingen tegen te gaan. De Europese horizontale interne-marktstrategie
definieert territoriale leveringsbeperkingen als een van de «tergende tien» barrières
van de interne markt. Om ons in deze discussie sterk te positioneren, speelt de Benelux
hiermee proactief in op de aankondiging van de Europese Commissie (hierna: Commissie)
dat het in het vierde kwartaal van 2026 met «instrumenten» zal komen.
Ook wordt in Benelux-verband, op Nederlands initiatief, verder gewerkt aan verbeterde
Key Performance Indicators (KPI's) voor het jaarlijkse interne-markt- en concurrentievermogenrapport van de
Commissie. De huidige KPI's weerspiegelen onvoldoende welke belemmeringen ondernemers
in de dagelijkse praktijk ervaren en zetten niet aan tot concrete actie. In 2026 zal
het Nederlandse Voorzitterschap zich inspannen de Commissie ertoe te bewegen enkele
concrete KPI’s te introduceren die inzichtelijk maken welke belemmeringen ondernemers
en burgers dagelijks ervaren.
Ook grenswerk heeft de bijzondere aandacht van het Nederlands Voorzitterschap, in
het bijzonder grensoverschrijdend telewerken. Nederland wil de belemmeringen die grenswerkers
en werkgevers ervaren en waardoor hybride werken soms niet wordt toegestaan, waar
mogelijk verminderen. Wanneer werknemers in een ander land werken dan waar hun werkgever
is gevestigd, kunnen zowel de werknemer als de werkgever worden geconfronteerd met
fiscale belemmeringen en een toename van administratieve lasten die zich in een volledig
binnenlandse situatie niet voordoen. Om die reden kunnen werkgevers terughoudend zijn
bij het toestaan van thuiswerken of dit ronduit verbieden. Hierdoor kan werken over
de grens binnen de Benelux – en de bredere EU – minder aantrekkelijk worden, terwijl
hier juist mogelijkheden liggen om de kracht van onze mensen en bedrijven te bundelen.
In deze context zetten we ook in op de verbetering van het systeem voor de wederzijdse
erkenning van beroepskwalificaties. Zo worden, waar mogelijk, barrières tussen de
drie Landen weggenomen om te werken in beschermde beroepen. In 2026 zal Nederland
mogelijkheden voor een concreet proefproject op dit gebied verkennen.
Daarnaast zal de Benelux Unie zich onder Nederlands voorzitterschap blijven inspannen
om het Multilaterale verdrag betreffende de automatische erkenning van diploma’s in
het hoger onderwijs te bevorderen en de toetreding van andere landen te onderzoeken,
waaronder Polen, dat officieel toetreding heeft verzocht. Op die manier worden meer
afgestudeerden in staat gesteld om zonder extra bureaucratie of kosten hun diploma
in andere landen erkend te krijgen.
Nederland zet verder in op de afronding van het Benelux Verdrag ter verbetering en
versterking van de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de bestrijding
van de sociale fraude en onjuistheden in de sociale zekerheid, de bescherming van
de gezondheid en de veiligheid op het werk en van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden.
Dit geldt eveneens voor de bilaterale Administratieve Schikking tussen het Koninkrijk
België en het Koninkrijk der Nederlanden die praktische invulling geeft aan artikel 13
van het Verdrag. Hiermee wordt beoogd om bevoegde organen voor vergelijkbare socialezekerheidsuitkeringen
in België en Nederland nauwer samen te laten werken om de handhaving op de rechtmatigheid
van socialezekerheidsuitkeringen te verbeteren.
Ook digitalisering is een belangrijk thema. Het is belangrijk dat de economische en
maatschappelijke kansen worden benut en dat de digitalisering tegelijkertijd op een
verantwoorde manier plaatsvindt. De Benelux kan een waardevol platform bieden voor
afstemming van digitale ontwikkelingen in de drie Landen. Belangrijk aandachtspunt
voor nieuwe initiatieven is de meerwaarde die de Benelux biedt ten opzichte van de
zware EU-agenda. In juni hebben de drie Landen tijdens een ontmoeting in Luxemburg
gesproken over samenwerking aan een betere en toegankelijke digitale toekomst. Ook
heeft Nederland dit jaar deelgenomen aan de ronde tafel tussen de drie Landen over
de nationale aanpak van desinformatie en nepnieuws. Beoogd wordt om tijdens het Nederlands
voorzitterschap, via het strategisch overleg en verschillende werkgroepen, blijvend
het gesprek te voeren over vraagstukken rond digitale identiteit, AI, inclusie en
interoperabiliteit. Zo zullen tijdens het Nederlands Voorzitterschap uitwisselingen
worden gefaciliteerd binnen de werkgroep voor Europese digitale identiteit, waarbij
eveneens mogelijkheden voor gezamenlijke pilotprojecten worden verkend.
Het Benelux directiecomité Verkeer en Vervoer ondersteunt een groot aantal projecten
die het verkeer veiliger, actiever en minder milieubelastend moeten maken. Van toekomstprojecten
zoals de hyperloop en elektrisch vliegen tot het uitwisselen van data over wegwerkzaamheden.
Ook vraagstukken rond autonoom vervoer en autonoom rijden houden niet op aan de grenzen.
De Benelux-landen zijn intensief bij dit toekomstgerichte thema betrokken en verkennen
de operationele en juridische haalbaarheid. De Benelux brengt de juiste partijen samen
om kennis te delen, te inspireren en zal waar gewenst grensoverschrijdende pilots
faciliteren met behulp van het Benelux juridisch instrumentarium. Nederland wil de
focus van de Benelux-samenwerking in 2026 op autonoom wegvervoer leggen.
b. Veiligheid en weerbaarheid
De Benelux-landen delen de overtuiging dat nauwe samenwerking, onderling en met gelijkgestemde
partners, op het gebied van veiligheid en weerbaarheid onontbeerlijk is. De Landen
zijn ook op deze terreinen nauw verbonden en werken nauw samen om gezamenlijke dreigingen
en uitdagingen het hoofd te bieden. In 2026 zetten we deze samenwerking door en breiden
we haar uit om de veiligheid en weerbaarheid van onze burgers te bevorderen.
De Landen hebben in 2018 in Beneluxverband het Verdrag inzake politiesamenwerking
ondertekend. Het Verdrag is bedoeld om de samenwerking op het gebied van de deling
van (politie)gegevens te verbeteren en de mogelijkheden tot grensoverschrijdende uitoefening
van politiebevoegdheden te verruimen. Het Verdrag is op 1 oktober 2023 in werking
getreden. De verbetering van de grensoverschrijdende politionele samenwerking op basis
van dit Verdrag is prioritair voor het Nederlands Voorzitterschap. Het Verdrag voorziet
in een aantal mogelijkheden voor het sluiten van nadere uitvoeringsafspraken, via
juridische verbindende verdragen of Benelux-beschikkingen of door middel van niet
juridisch verbindende uitvoeringsafspraken. De eerste tranche van deze uitvoeringsakkoorden
is inmiddels vrijwel volledig geïmplementeerd. Sinds 2023 is er veel voortgang geboekt
en bevordert het Verdrag de operationele politiesamenwerking binnen de Benelux in
het kader van onderzoek naar en de opsporing van strafbare feiten en de handhaving
van de openbare orde en veiligheid. Samen met de verschillende nationale juridische
en beleidsinstrumenten gericht op de aanpak van georganiseerde criminaliteit vormt
dit een basis voor de integrale aanpak die Nederland voorstaat. Nadrukkelijk onderdeel
hiervan is de benutting van het bestuurlijk juridisch instrumentarium gericht op het
opwerpen van gezamenlijke barrières tegen iedere vorm van criminaliteit in de Benelux.
Tijdens het Voorzitterschap wordt ingezet op de onderhandelingen over de tweede tranche
van uitvoeringsakkoorden, horend bij het verdrag. Dit ziet op het verrichten van grensoverschrijdende
opsporingshandelingen en de rechtstreekse raadpleging van elkaars bevolkingsregister
en andere overheidsregisters die voor de politie toegankelijk zijn.
Verder zetten de Benelux-landen hun werkzaamheden voort inzake de verbetering van
de informatie-uitwisseling ten behoeve van pre-employment screening. Tevens wordt nader gesproken over de aanpak van mensenhandel.
De Benelux-landen blijven intensief samenwerken op het gebied van nationale weerbaarheid
en crisisbeheersing. Tijdens het Nederlandse Voorzitterschap wordt, in aanvulling
op de bestaande uitwisselingen, een thematische workshop georganiseerd om kennisdeling
te bevorderen, met als doel de gezamenlijke paraatheid te vergroten. Daarnaast wordt
de (operationele) samenwerking, tussen de verschillende actoren die in actie komen
bij crisissituaties, versterkt. Dit doen we via afstemming, kennisuitwisselingen en
opleiding zodat procedures en informatie-uitwisseling in crisissituaties beter op
elkaar aansluiten. Deze aanpak sluit aan bij bestaande Europese en NAVO-kaders en
onderstreept de complementariteit tussen onze Landen. Om de samenwerking en paraatheid
op het gebied van nationale weerbaarheid en crisisbeheersing tussen onze landen te
versterken, is het de bedoeling om deze deskundigen regelmatig te blijven samenbrengen
om informatie uit te wisselen. Dit vindt plaats in nauwe samenhang met de EU-strategische
weerbaarheidscoalitie. Onder Nederlands Voorzitterschap zal deze samenwerking worden
geïntensiveerd en uitgebreid.
Verder zullen de Landen, in het kader van wederzijdse bijstand in noodsituaties, bespreken
hoe bestaande Benelux-regelgeving over grensoverschrijdend spoedeisend ambulancevervoer
aangepast dient te worden om deze doeltreffender te maken. Dit vraagt om een regeling
inzake de ziekenhuizen waarnaar die ambulances patiënten tijdens noodsituaties kunnen
vervoeren.
Ook voor een weerbare voedselvoorzieningsketen, en het waarborgen van voedselzekerheid
zal Nederland inzetten op verdere samenwerking met de Benelux-landen. Gezien onze
gedeelde veiligheidsuitdagingen, verweven productieketens, gezamenlijke interne markt
en sleutelrol als agro-logistieke hub voor Europa, levert nauwe samenwerking een belangrijke
bijdrage aan het realiseren van een weerbare voedselvoorziening. Het versterken van
de weerbaarheid en crisisparaatheid van onze voedselvoorziening is een prioriteit
van Nederland en in lijn met de European Preparedness Union Strategy.2
Daarnaast zal Nederland gaan kijken naar hoe we in de Benelux gezamenlijk kunnen optrekken
om knelpunten bij jonge boeren te adresseren. De drie Landen ervaren gedeeltelijk
dezelfde moeilijkheden, zoals de hoge administratieve lasten, geen of moeilijk toegang
tot grond en het verkrijgen van financiering voor bedrijfsopvolging.
Wat betreft klimaatverandering zal Nederland inzetten op een gezamenlijke positie
van de Benelux in de Europese discussies over het «Europees initiatief inzake klimaatveerkracht
en risicobeheer» dat de Commissie eind 2026 verwacht te publiceren. De Benelux Wateragenda
ter versterking van de stroomgebiedsbenadering en transnationale samenwerking op het
gebied van overstromingsrisico- en droogtebeheer wordt begin 2026 vastgesteld. De
activiteiten in deze wateragenda worden geïmplementeerd om uitvoering te geven aan
de routekaart voor een betere transnationale waterveiligheid van de Benelux.3 Hierbij worden de aan de Benelux grenzende regio’s – in het bijzonder Hauts-de-France
en Noordrijn-Westfalen – betrokken. In samenwerking met het internationale kennisprogramma
JCAR-ATRACE4 wordt van 14-16 april 2026 in de Vesdre- en Ahr-vallei een Europese conferentie over
het herstel na overstromingen georganiseerd.
Op het terrein van migratie wordt ingezet op het voortzetten van het Benelux-beleid
inzake terug- en overnameovereenkomsten en visumvrijstellingsovereenkomsten voor houders
van diplomatieke en dienstpaspoorten. In 2025 zijn verdragen getekend met Belize,
Kirgizië en Suriname. We streven naar een zo snel mogelijke inwerkingtreding van de
verdragen. Daarnaast blijft de grensoverschrijdende migratiesamenwerking van belang.
c. Energiezekerheid, grondstoffen en groene groei
Geopolitieke ontwikkelingen vergroten het belang van een goede regionale energiesamenwerking.
Regionale samenwerking kan immers de leveringszekerheid van energie vergroten en bijdragen
aan een betaalbare en schone energievoorziening. Op momenten kan de Benelux ook een
rol spelen in de Europese discussies over leveringszekerheid, marktintegratie en de
ontwikkeling van wind-op-zee-projecten en de benodigde infrastructuur. Dit verloopt
het beste via de regionale samenwerkingsverbanden van het Pentalaterale energieforum5 en de North Seas Energy Cooperation (NSEC),6 waarvan de Benelux het secretariaat voert. Komend jaar zal Nederland voorzitter zijn
van het Pentalaterale Energieforum en zal hierbij de focus leggen op verdere integratie
van de elektriciteitsmarkten en een meer gezamenlijke aanpak voor leveringszekerheid.
In NSEC-verband zet Nederland onder andere in op het verder ontwikkelen van een rechtvaardig
kosten- en batendelingsmethodiek van grensoverschrijdende infrastructuur voor wind-op-zee,
het versterken van Europese toeleveringsketens en langetermijnplanning en de strategische
richting van NSEC in de komende periode. Ten aanzien van leveringszekerheid van energie
worden de bestaande (Benelux)overlegplatformen, zoals het Gasplatform en het Pentalaterale
overleg, ingezet en waar mogelijk versterkt.
De Benelux is ook een platform voor kennisdeling om circulariteit verder op te volgen
en vorm te geven. Nederland zet in op een volledig circulaire Benelux-economie in
2050 en bepleit ambitieuze en scherpe doelen op EU-niveau. Hierbij wordt naar complementariteit
en toegevoegde waarde gezocht ten opzichte van de initiatieven die op Europees niveau
worden genomen. Onze overheden stimuleren een multi-stakeholder-dialoog met innovatieve
bedrijven om te bezien hoe meer synergie bereikt kan worden in de samenwerking tussen
de drie Landen. Hierbij kunnen bijvoorbeeld grensoverschrijdende ketens worden versterkt
of kunnen innovaties soms seriematig worden opgeschaald, zoals in de bouw. In andere
gevallen kan een taakverdeling worden afgesproken over welke circulaire initiatieven
waar gerealiseerd kunnen worden. Zo wordt onnodige onderlinge concurrentie voorkomen.
Ons voornemen is om in 2026 een bijeenkomst te organiseren om met alle betrokken partijen
de balans op te maken en vervolgstappen te bespreken.
Ook zal Nederland bijzondere aandacht besteden aan de verdere bevordering van grensoverschrijdend
fietsverkeer. Daarbij wordt voortgebouwd op het reeds verrichte werk binnen de Benelux
ten behoeve van de uniformering van wegmarkering en bewegwijzering. In aansluiting
op de Europese Fietsverklaring7 wordt verkend hoe in Benelux verband meer inzicht kan worden verkregen in het verdienpotentieel
van fietsen, met als doel te komen tot een gedeeld beeld van de economische en maatschappelijke
meerwaarde van fietsen in de regio. Nederland zal ook bezien hoe er opvolging kan
worden gegeven aan de Benelux-NRW-verklaring over fietsdiefstalpreventie8 en hoe de samenwerking op dit terrein verder kan worden versterkt.
2. Grensoverschrijdende samenwerking en samenwerking met grensregio’s
Nederland hecht belang aan goede relaties met onze buurtregio’s en de Benelux Unie
speelt een belangrijke rol bij het faciliteren van deze grensoverschrijdende samenwerking.
Zo wordt het juridisch instrumentarium van de Benelux Unie ingezet bij het wegnemen
van grensbelemmeringen tussen de Landen. In dit kader blijft de Benelux Unie nauw
samenwerken met het Interreg project Schakelpunt Grensbelemmeringen Vlaanderen – Nederland
en is er contact met bestuurders van decentrale overheden in het Bestuurlijk grensregio-overleg.
De thema’s waar de Benelux-samenwerking zich op richt, houden echter niet op bij de
buitengrenzen van onze Landen. Als Voorzitter zal Nederland in 2026 daarom verder
vorm geven aan de samenwerking met Noordrijn-Westfalen, Hauts-de-France en Grand Est.
Kernthema’s daarbij zijn energie, mobiliteit, politiesamenwerking, crisisbeheer, arbeidsmarkt
en duurzaamheid.
Grensoverschrijdende samenwerking vindt ook zijn beslag in onze kandidatuur, samen
met Noordrijn-Westfalen en België, om de Einstein Telescoop naar de Euregio Maas-Rijn
te halen. Nederlands zal zich ervoor inzetten deze kandidatuur een duidelijk Benelux
karakter te geven. Ook wordt er nauwere samenwerking met de Franse regio Hauts-de-France
nagestreefd om dit baanbrekende wetenschappelijke project voor de detectie van zwaartekrachtgolven
te realiseren. De sociaaleconomische en innovatieve baten zullen niet alleen voelbaar
zijn in de Euregio Maas Rijn maar ook in bredere zin het Europese concurrentievermogen
en de strategische autonomie van ons continent bevorderen.
3. Bredere politieke samenwerking
Als Voorzitter zal Nederland een leidende rol vervullen in de politieke samenwerking
tussen de Benelux-landen, die verder gaat dan de kaders van de Benelux Unie. Door
als drie Landen, waar mogelijk, samen op te trekken binnen de EU en daarbuiten, versterken
wij ons stemgeluid en brengen we het Benelux standpunt effectiever over. Een inmiddels
traditioneel hoogtepunt hiervan is de organisatie van de jaarlijkse Benelux Top van
regeringsleiders, die in 2026 in Nederland zal plaatsvinden. Nederland zal ook het
initiatief nemen voor een gezamenlijke buitenlandreis van de drie Ministers van Buitenlandse
Zaken, zoals er dit jaar een Benelux bezoek werd afgelegd aan Moldavië en Oekraïne.
Ook de mogelijkheid van buitenlandbezoek op het niveau van regeringsleiders zal worden
onderzocht.
In termen van regio’s en thema’s gaat in het komende jaar de aandacht uit naar de
Europese rechtsstaat, EU-uitbreiding, nabuurschapsbeleid, de effectiviteit van het
gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), en onze relaties met de
landen op de Zuidelijke Kaukasus en de Westelijke Balkan. Op deze onderwerpen zijn
de Benelux-landen immers gelijkgezind. Het kabinet zal als voorzitter ook kansen onderzoeken
om de banden met andere regionale samenwerkingsverbanden aan te halen en kijkt daarbij
in het bijzonder naar het samenwerkingsverband van de acht Noordse en Baltische landen:
the Nordic-Baltic eight.
Daarnaast zullen de Benelux-landen in 2026 voortbouwen op de sterke onderlinge samenwerking
binnen de Verenigde Naties, onder meer via gezamenlijke interventies in de VN-Veiligheidsraad
op prioritaire onderwerpen. In Benelux-verband neemt Nederland bovendien actief deel
aan de Intergovernmental Negotiations (IGN) over hervormingen van de VN-Veiligheidsraad.
Ook op het gebied van mensenrechten is er een hechte Benelux samenwerking in multilateraal
verband. Zo wordt er intensief samenwerkt in de VN-Mensenrechtenraad en de Derde Commissie
van de Algemene Vergadering van de VN. Deze samenwerking wordt de komende jaren verder
voortgezet en uitgebreid waar nodig. Ook spreekt de Benelux zich in de VN-Mensenrechtenraad
consistent uit tegen represailles die door landen worden opgelegd aan individuele
mensenrechtenverdedigers die met de VN hebben samengewerkt.
Verder coördineren de drie Ministers van Buitenlandse Zaken voorafgaand aan een Raad
Algemene Zaken of een Raad Buitenlandse Zaken van de EU, waar mogelijk, de inbreng.
U wordt hierover in de loop van het jaar op de hoogte gehouden via de reguliere kanalen,
zoals de Kamerbrieven en debatten rondom de Raad Algemene Zaken en de Raad Buitenlandse
Zaken.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken