Brief regering : Reactie op de motie van de leden Heutink en Vedder over inzetten op een vorm van toetsing op kennis van de Nederlandse verkeersregels in de rijbewijsregeling voor expats (Kamerstuk 29398-1117)
29 398 Maatregelen verkeersveiligheid
Nr. 1196 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de uitvoering van de motie Heutink
en Vedder over de omwisseling van de rijbewijzen van expats1. Deze motie verzoekt de regering om te onderzoeken uit welke landen de expats komen
die op basis van de 30%-regeling een Nederlands rijbewijs krijgen, of deze landen
daar geschikt voor zijn en of de kennis om aan het verkeer deel te nemen daar voldoende
aanwezig is. De conclusie is dat het aantal omwisselingen sinds 2021 weliswaar is
gestegen, maar dat er geen aanwijzingen zijn dat dit bovenmatige risico’s voor de
verkeersveiligheid met zich meebrengt.
De uitvoering van de motie is grotendeels gebaseerd op het eerdere onderzoek naar
de verkeersveiligheid van expats met omgewisselde rijbewijzen op grond van de 30%-regeling.2 Op basis van dat onderzoek is in mei 2023 geconcludeerd dat er geen aanwijzingen
zijn dat de omwisselingsregeling voor expats bovenmatige risico’s voor de verkeersveiligheid
met zich meebrengt.3
De rijbewijsregeling voor expats
De rijbewijsregeling voor expats is ingevoerd in 1995. In dat jaar is in de Regeling
omwisseling niet-Nederlandse rijbewijzen bepaald dat expats die in het bezit zijn
van een beschikking van de Belastingdienst voor de toepassing van de fiscale 30%-regeling,
hun buitenlandse rijbewijs mogen omwisselen voor een Nederlands rijbewijs. Naast de
expat zelf hebben ook de eventueel inwonende gezinsleden recht op omwisseling van
het buitenlandse rijbewijs. De achtergrond van de omwisselingsregeling is, net als
bij de fiscale faciliteiten van de 30%-regeling, het bijdragen aan een gunstig vestigingsklimaat
voor internationaal talent en het vergemakkelijken van het aantrekken van dit talent
door het bedrijfsleven en andere organisaties. Het betreft werknemers in loondienst
bij in Nederland gevestigde bedrijven en andere organisaties, die in het buitenland
worden geworven. Bij de aanvraag van de fiscale faciliteiten is altijd de werkgever
betrokken.
Deze omwisselrechten zijn gebaseerd op omwisselrechten die al langer bestonden voor
andere groepen: diplomaten, werknemers van internationale organisaties in Nederland
en in Nederland geplaatste NAVO-militairen en -burgermedewerkers.
Een expat die het rijbewijs omwisselt moet daarbij altijd een recente verklaring van
medische rijgeschiktheid van het CBR indienen. Deze wordt afgegeven op grond van de
zogenaamde eigen verklaring of, afhankelijk van de situatie, de uitkomst van een nieuwe
medische keuring. Daarnaast controleert de RDW bij iedere omwisseling of er mogelijk
sprake is van fraude of vervalsing, onder meer aan de hand van de echtheidskenmerken
van het buitenlandse rijbewijsdocument.
Aantal omwisselingen minder dan 1% van totaal afgegeven rijbewijzen
De gegevens over het aantal omwisselingen op basis van de 30%-regeling worden door
de RDW niet structureel bijgehouden in de administratie rond het rijbewijsregister,
omdat de betreffende dossiers maar een korte periode worden bewaard. Na onderzoek
door de RDW van de recente dossiers zijn de volgende aantallen te vermelden:
jaar
aantal rijbewijsomwisselingen onder de 30%-regeling
toelichting
2021
10.223
eerdere inventarisatie t.b.v. het Royal HaskoningDHV rapport (2022)
2024
14.380
meest recente inventarisatie
De eerder aan de Kamer gemelde reeks in de antwoorden voor het schriftelijk overleg
verkeersveiligheid in juni 20244, waarin voor 2023 het getal 26.264 werd vermeld, bleek bij nadere analyse te hoog.
In deze cijfers zaten ook omwisselingen die op een andere grondslag dan de 30%-regeling
plaatsvinden. Omdat deze gegevens maar korte tijd bewaard worden is het voor de RDW
niet mogelijk om voor voorgaande jaren alsnog een overzicht te maken.
In Nederland hebben zo’n 12 miljoen mensen een autorijbewijs. Als het aantal omgewisselde
rijbewijzen voor expats in 2024 wordt afgezet tegen het totale aantal nieuw afgegeven
en vernieuwde rijbewijzen (1.464.850) dan is het aandeel hierin minder dan 1%.
Meeste omwisselingen voor rijbewijshouders uit India, Zuid-Afrika en Turkije
Een uitsplitsing van het totale aantal van 14.380 omwisselingen in 2024 per land geeft
de volgende top-25 te zien:
positie
land (herkomstland rijbewijs)
aantal omwisselingen expats 30%-regeling 2024
aantal omwisselingen expats 30%-regeling 2021 (positie)
1
India
3.053
2.634 (1)
2
Zuid-Afrika
2.106
1.173 (3)
3
Turkije
1.952
1.204 (2)
4
Rusland
859
493 (6)
5
China
841
362 (8)
6
VS
836
879 (4)
7
Brazilië
707
749 (5)
8
Iran
598
423 (7)
9
Oekraïne
300
215 (9)
10
Suriname
242
11
Australië
213
193 (10)
12
Egypte
185
13
Mexico
168
14
Pakistan
163
15
Argentinië
133
16
Colombia
129
17
Filipijnen
125
18
Verenigde Arabische Emiraten
122
19
Canada
103
20
Nieuw-Zeeland
85
21
Belarus
82
22
Indonesië
72
23
Sri Lanka
68
24
Servië
66
25
Maleisië
64
Op basis van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat ongeveer de helft van alle
omwisselingen voor expats in 2024 rijbewijzen uit India, Zuid-Afrika en Turkije betrof.
Als een onderverdeling gemaakt wordt naar regio, dan is deze ruwweg: Azië ca. 35%,
Europa incl. Turkije ca. 20%, Latijns-Amerika ca. 10%, VS en Canada ca. 6,5%.
Omwisseling niet-EU rijbewijzen in EU nog niet geharmoniseerd
Ondanks dat het rijbewijs binnen de EU in hoge mate is geharmoniseerd, valt het beleid
voor het omwisselen van rijbewijzen van niet-EU-landen op dit moment nog steeds volledig
binnen de nationale competentie. Dit heeft in de praktijk geleid tot grote verschillen
tussen de EU-landen in het omgaan met deze rijbewijzen, met op de achtergrond verschillen
in visie op de verkeersveiligheidswaarde van het rijbewijs. Sommige EU-landen zijn
heel beperkt met het geven van omwisselrechten, maar andere landen wisselen rijbewijzen
uit meer dan 100 landen, deelstaten of gebieden om. Vaak liggen hier samenwerkingsrelaties
of historische banden aan ten grondslag. Met name Duitsland (ca. 80 landen of deelstaten),
België en Frankrijk (ieder ca. 130) springen daarbij in het oog.
Deze diversiteit in omwisselrechten is de afgelopen jaren aan de orde gekomen bij
het opstellen van de vierde Europese rijbewijsrichtlijn. Deze moet over drie jaar
in alle EU-landen zijn geïmplementeerd. Op voorstel van de Europese Commissie bevat
de nieuwe richtlijn een regeling die op termijn waarschijnlijk een vergaande harmonisatie
van de omwisselrechten brengt. De Commissie kan, na raadpleging van de lidstaten,
het besluit nemen dat een rijbewijs van een niet-EU-land of -deelstaat qua verkeersveiligheidswaarde
gelijk is aan het EU-rijbewijs. Vervolgens zijn de EU-lidstaten verplicht om het desbetreffende
rijbewijs om te wisselen als de houder ervan zich duurzaam in de lidstaat vestigt.
Hoewel het nog onduidelijk is hoe actief de Commissie deze bevoegdheid gaat invullen,
is het de verwachting dat het afsluiten van nieuwe bilaterale akkoorden over omwisseling
snel zal teruglopen en het besluit van de Europese Commissie als een standaard gaat
fungeren.
Verkeersveiligheidsaspecten: geen aanwijzing voor verhoogd risico
Voor de beantwoording van de vragen in de motie over de verkeersveiligheidsaspecten
van de omwisselingen kan in de eerste plaats verwezen worden naar het in 2022 verrichte
onderzoek van Royal HaskoningDHV, Kennismigrantenregeling en risico’s voor de verkeersveiligheid, en de conclusies die naar aanleiding hiervan aan de Kamer zijn bericht in de eerdere
verzamelbrief verkeersveiligheid.5 Er zijn geen aanwijzingen dat de omwisselingsregeling bovenmatige risico’s voor de
verkeersveiligheid met zich meebrengt. Bij raadpleging van een aantal partijen op
het gebied van de verkeersveiligheid, waaronder verzekeraars, politie en het Openbaar
Ministerie, zijn er geen signalen geuit over een bovenmatig risico met betrekking
tot de expats met omgewisselde rijbewijzen. Daarnaast was een belangrijk gegeven in
het onderzoek dat er twee factoren in de groep zijn die geassocieerd worden met een
lager verkeersveiligheidsrisico: de gemiddelde leeftijd van de expats met omgewisselde
rijbewijzen is 35 jaar en gemiddeld beschikte de groep in 2021 over 11 jaar rijervaring.
De RDW heeft opnieuw een analyse uitgevoerd op deze factoren met betrekking tot de
omwisselingen die in 2024 zijn uitgevoerd. De uitkomst is dat er geen grote verschuivingen
zijn waar te nemen in deze factoren.
Een andere conclusie uit het onderzoek van 2022 was dat de overgang naar een nieuwe
verkeersomgeving en gewenning hieraan een rol kunnen spelen, onder meer vanuit een
gebrek aan kennis over de verkeerssituatie en verkeersregels in ons land. Daarom was
de maatregel aangekondigd om werkgevers en andere betrokken organisaties te ondersteunen
bij de voorlichting aan expats. Deze maatregel is in 2024 uitgevoerd met de publicatie
van twee Engelstalige brochures op de website van de Rijksoverheid: Participating in Dutch traffic en Road Traffic Signs and Regulations in The Netherlands.6
Ten slotte kan er voor wat betreft de verkeersveiligheid van de expats met omgewisselde
rijbewijzen nog worden gewezen op het vangnet dat wordt gevormd door de politiecontroles
op de weg en eventuele vervolgmaatregelen daarop. Wanneer er zware verkeersovertredingen
worden geconstateerd, kan de politie een mededeling over de betrokken bestuurder uitbrengen
bij het CBR. Het CBR kan dan een lichte educatieve maatregel gedrag (LEMG) of een
educatieve maatregel gedrag (EMG) opleggen.
Conclusie
Er is geen aanleiding om de omwisselingsregeling voor rijbewijzen van expats die vallen
onder de 30%-regeling aan te passen. Het aantal omwisselingen stijgt weliswaar, maar
betreft nog steeds minder dan 1% van het aantal rijbewijzen dat de RDW jaarlijks nieuw
afgeeft of vernieuwt. Daarnaast zijn er geen aanwijzingen dat de regeling bovenmatige
risico’s voor de verkeersveiligheid met zich meebrengt. Onlangs bleek uit een evaluatie
van de 30%-regeling dat de regeling bijdraagt bij aan een gunstig vestigingsklimaat
voor schaars internationaal talent7. Het kabinet wil de kenniseconomie, innovatie en (digitale) infrastructuur verder
versterken, wat belangrijk is voor ons toekomstig verdienvermogen. De inzet op het
aantrekken van internationaal talent is en blijft hiervoor van essentieel belang.
Het grote aantal aanpassingen in de 30%-faciliteiten heeft een negatief effect op
het vestigingsklimaat, mede door het gebrek aan voorspelbaarheid en stabiliteit. Met
het oog hierop is het kabinet geen voorstander van nieuwe aanpassingen.
De motie van de leden Heutink en Vedder wordt met deze brief als afgedaan beschouwd.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat