Brief regering : Uitvoering nieuw beleid SZW-begroting 2026
36 800 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
Nr. 9
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
De ontwerpbegrotingen 2026 worden door de samenloop van de parlementaire behandeling
met het verkiezingsreces en de installatie van de nieuwe Tweede Kamer later geautoriseerd
dan gebruikelijk. Waar behandeling van een begroting volgens de Europese verordening
en de Comptabiliteitswet 2016 voor 1 januari van het begrotingsjaar door beide Kamers
wordt afgerond, zal dit nu in de loop van 2026 gebeuren.
De Comptabiliteitswet 2016 stelt in artikel 2.25 dat nieuw beleid dat ten grondslag
ligt aan de ontwerpbegrotingen 2026 niet uitgevoerd mag worden voordat de Staten-Generaal
hebben ingestemd. Omdat latere begrotingsbehandeling dan 1 januari was voorzien, heb
ik in anticipatie hierop met de ontwerpbegroting 2026 een brief gestuurd met de mogelijke
gevolgen hiervan voor nieuw beleid in de begroting van het Ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid.1 Voor een aantal van deze maatregelen acht ik het niet in het belang van het Rijk
om de uitvoering aan te houden tot na de autorisatie van de ontwerpbegroting. Ook
vind ik het van belang voor de mensen dat ons beleid niet stil komt te staan. Daarom
doe ik in deze brief voor die maatregelen een gemotiveerd beroep op artikel 2.25,
tweede lid, Comptabiliteitswet 2016. Conform het verzoek van de Tweede Kamer2 geef ik in deze brief per maatregel een onderbouwing waarom ik een beroep op deze
uitzonderingsbepaling noodzakelijk acht.
Tabel 1 – Overzicht maatregelen
in duizenden euro
Kas 2026
VP 2026
1
Werken met een afstand tot de arbeidsmarkt Caribisch Nederland
art. 2
4.000
4.000
2
Kwijtschelden voorschotten WIA effect op Toeslagenwet
art. 3
700
700
3
IPS-regeling voor gemeentelijke doelgroep
art. 3
5.900
5.900
4
Uitstel aangepast WIA-criterium voor werkenden met loonkostensubsidie
art. 3
100
100
5
Verbeterprogramma Caribisch Nederland
art. 11
5.600
5.600
1. Werken met een afstand tot de arbeidsmarkt Caribisch Nederland (€ 4 mln.)
De openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES) hebben t/m 2025 middelen
ontvangen van het Rijk om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen.
In de ontwerpbegroting 2026 zijn hiervoor structurele middelen vrijgemaakt, welke
normaliter per 1 januari met een bijzondere uitkering (BU) worden beschikt. Gezien
het ontbreken van voldoende middelen bij deze organisaties kunnen zij latere bekostiging
niet zelf opvangen. De mensen die door deze organisaties worden ondersteund, zijn
voor hun inkomen afhankelijk van deze hulp. Daarom is uitstel van dit beleid onwenselijk.
2. Kwijtschelden voorschotten WIA (effect op Toeslagenwet € 0,7 mln.)
Er zijn grote achterstanden bij het UWV ontstaan, waardoor mensen langer moeten wachten
op hun beoordeling voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). In afwachting
op de beoordeling krijgen mensen een voorschot. Als een WIA-claim wordt afgewezen,
wordt dit voorschot (tegenwettelijk) kwijtgescholden3. Indien er gewacht wordt op autorisatie van de begroting zouden mensen eerst het
voorschot terug moeten betalen. Nadat de begroting is geautoriseerd, worden deze bedragen
kwijtgescholden en dienen de voorschotten opnieuw te worden uitgekeerd. Naast dat
dit onwenselijk en ondoelmatig is, vergt het ook extra capaciteit van het UWV.
3. IPS-regeling voor gemeentelijke doelgroep (€ 5,9 mln.)
Vanaf 2026 zijn middelen vrijgemaakt voor de verlenging van de tijdelijke subsidieregeling
van Individuele Plaatsing en Steuntraject (IPS) voor de gemeentelijke doelgroep.4 Met deze trajecten worden ggz-cliënten begeleid naar werk en krijgen daarbij de nodige
psychische ondersteuning. Zolang de begroting niet is goedgekeurd, kan er geen nieuw
cohort starten en kunnen hierdoor mensen in een kwetsbare psychische positie pas later
een IPS-traject starten. Dit gaat niet alleen om ongeveer 85 personen bij elke maand
vertraging, maar zorgt ook voor een opstapeling van wachtenden in alle latere cohorten
en daarmee een mogelijk aanvullend beroep op bijstand.
4. Uitstel aangepast WIA-criterium voor werkenden met loonkostensubsidie (effect op
de TW € 0,1 mln.)
Bij de invoering van de Participatiewet is afgesproken dat er in de WIA een alternatief
arbeidsongeschiktheidscriterium komt voor mensen die met een loonkostensubsidie (LKS)
werken. Het nieuwe arbeidsongeschiktheidscriterium moet ertoe leiden dat mensen binnen
de doelgroep niet langer standaard volledig arbeidsongeschikt worden verklaard. De
invoering hiervan wordt met een jaar uitgesteld van 2026 naar 2027. Dit resulteert
in hogere WIA- en TW-uitkeringslasten en een (kleinere) besparing op de bijstand.
Deze uitgaven zijn echter onvermijdelijk. Het is namelijk niet mogelijk om per 1 januari
2026, in afwachting op de begrotingsbehandeling, alsnog een aangepast criterium in
te voeren. Deze mensen zullen daarom recht houden op de wettelijke uitkeringen.
5. Verbeterprogramma Caribisch Nederland (€ 5,6 mln.)
De RCN-Unit (Rijksdienst voor Caribisch Nederland) is in 2025 gestart met de operationalisatie
van het ICT-verbetertraject om de geautomatiseerde en rechtmatige verstrekking van
uitkeringen in de toekomst te waarborgen. In de ontwerpbegroting 2026 is meerjarig
budget vrijgemaakt om dit verbetertraject te financieren. De voortgang op veel onderdelen
van dit verbetertraject wordt niet geraakt door de verlate begrotingsbehandeling.
Echter, de kosten (circa € 130.000) voor het opstellen van een business case en programmamanagement
lopen in 2026 door. Deze taken zijn cruciaal in de opstartfase van het verbetertraject.
Dit verbetertraject heeft grote spoed en moet tijdig worden afgrond, omdat bestaande
applicaties vanaf 2028 niet meer ondersteund worden.
Overig: decentralisatie-uitkering aanvullende ondersteuning lokale energiehulp (€ 20
mln.)
Naast het beleid dat is aangekondigd in de Begroting 2026, wordt er ook gestart met
het uitvoeren van amendement Grinwis5, waarmee € 50 miljoen beschikbaar wordt gesteld om de beschikbare middelen voor het
Tijdelijk Noodfonds Energie (april 2025) te verhogen. Het was juridisch niet mogelijk
om deze verhoging door te voeren binnen de privaat-publieke constructie, omdat er
geen aanvullende middelen van derden beschikbaar waren. Daarom is besloten om € 20
miljoen aan gemeenten toe te kennen via een decentralisatie uitkering (DU), zodat
zij huishoudens kunnen helpen die moeite hebben met het betalen van de energierekening.
Dit komt bovenop de € 10 miljoen die in 2025 door het kabinet is toegekend aan gemeenten.
De overige € 30 miljoen uit het amendement Grinwis wordt ingezet als cofinanciering
voor het Social Climate Fund (SCF).6
De overboeking van de SZW-begroting naar het Gemeentefonds van € 20 miljoen in 2026
wordt verwerkt in de 1e suppletoire begroting SZW 2026. Gemeenten ontvangen de middelen via de Meicirculaire
2026. Het kabinet heeft gemeenten gevraagd om hierop vooruitlopend deze winter al
te starten met het ondersteunen van huishoudens. Als er gewacht wordt met het uitvoeren
van dit beleid kunnen huishoudens deze winter niet geholpen worden.
Het kabinet zet zich in om met terughoudendheid gebruik te maken van de artikelen
2.25 van de Comptabiliteitswet. Vanwege de bijzondere omstandigheden dit jaar door
de late begrotingsbehandeling, de urgentie van de voorgenomen maatregelen en/of de
eerder gebleken wensen vanuit de Kamer op deze beleidsterreinen wordt de noodzaak
gevoeld om voor deze onderwerpen een dergelijk beroep te doen. Ik ga ervan uit uw
Kamer hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M.L.J. Paul
Ondertekenaars
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid