Brief regering : Opvolging aanbevelingen rapport Onderzoek naar de zorg voor personeel en bedrijfsvoering Landelijke Cliëntenraad
29 544 Arbeidsmarktbeleid
Nr. 1308
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Deze brief geeft invulling aan de toezegging bij brief van 4 maart 2025 om uw Kamer
nog dit jaar op de hoogte te stellen van de opvolging van de aanbevelingen van het
onderzoek «zorg voor personeel en bedrijfsvoering Landelijke Cliëntenraad.»
Stand van zaken opvolging aanbevelingen
De aanbevelingen uit genoemd rapport zijn inmiddels, in samenwerking tussen het ministerie
en de Landelijke Cliëntenraad (hierna aangeduid met LCR), voor een groot deel uitgevoerd.
Hieronder volgt puntsgewijs de toelichting.
1. Beschouw het rapport als een beginpunt voor verbetering, zet een streep onder het
verleden en omarm de uitkomsten van het (Berenschot) rapport.
Tussen het ministerie, de LCR en de Sociaal Economische Raad (hierna aangeduid als
SER) is begin dit jaar een gesprek gevoerd met als doel een streep te zetten onder
het verleden en met elkaar vooruit te kijken naar de toekomst om zo de samenwerking
te versterken. Dit uit zich onder andere ineen vast aanspreekpunt vanuit het departement
voor de LCR vanuit de begrotingsverantwoordelijkheid die het ministerie draagt.
2. Rust brengen binnen het secretariaat van de LCR door de verhoudingen te normaliseren
en werkafspraken op korte termijn tussen LCR en SER vast te stellen.
Samen met de LCR zijn inspanningen verricht om rust en continuïteit te brengen binnen
het secretariaat van de LCR. Door het aanstellen van een (tijdelijke) ad interim ambtelijk
secretaris is rust gebracht binnen het personeelsbeleid, de bedrijfsvoering en financiën.
Daarnaast zijn er tussen LCR en SER werkafspraken vastgesteld over nadere invulling
van de formele werkgevers- en beheersrol van de LCR. Inmiddels is de vacature voor
werving van een ambtelijk secretaris opengesteld.
3. Kom tot een gezamenlijke opvatting over taak en rol van de LCR en werk daarbij
volgens het principe structuur volgt strategie. Dus eerst tot een gezamenlijke opvatting
komen over de taak en rol van de LCR en vervolgens pas het gesprek voeren over het
construct, de financiering en de formatie.
Het ministerie heeft een projectleider aangetrokken voor het opstellen van een advies
over de toekomstige organisatie van de LCR, met het principe structuur volgt strategie
als leidraad. Het afgelopen half jaar heeft deze projectleider samen met de leden
van de Raad (Werkgroep Cliëntparticipatie) en secretariaat van de LCR samengewerkt.
Ten aanzien van de strategie werkt het ministerie aan een visie op cliëntparticipatie
in het sociaal domein. Deze is nog in ontwikkeling. De LCR heeft de eigen missie,
visie en doelstellingen herijkt. De inbreng van de LCR wordt meegenomen in de visieontwikkeling
van het ministerie.
Wat betreft de mogelijke organisatievormen voor de LCR, heeft de projectleider een
aantal rechtsvormen bestudeerd en getoetst aan elf criteria: onafhankelijkheid, representativiteit,
adaptiviteit, flexibiliteit, kwaliteit, (juridische verankering van) bestaanszekerheid,
invloed, doelmatigheid en effectiviteit, toezicht, kwaliteit van bedrijfsvoering en
transparantie en verantwoording. Op basis van die toetsing zijn de volgende organisatievormen
nader onderzocht: inrichten als stichting, als adviesorgaan of een herontwerp door
aanpassing in de wet SUWI.
Voor een passende rechtsvorm komen wij gezamenlijk met de LCR, na grondige bestudering
van voor- en nadelen, op een herontwerp van de LCR binnen de wet SUWI uit. De Landelijke
Cliëntenraad (LCR) is in 2002 al ingesteld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen (Wet SUWI, art. 8).
Voor deze keuze bestaat een aantal argumenten:
– Een wet is vormvrij en biedt flexibiliteit in het vastleggen van bepalingen rondom
organisatie, doelen, taken en wederzijdse werkwijzen;
– De Wet SUWI wordt momenteel geëvalueerd (de uitkomsten worden voorjaar 2026 verwacht)
en deze uitkomsten kunnen worden benut voor het ontwerp van een toekomstgerichte organisatie,
inclusief een herontwerp van beheer en bedrijfsvoering. Hiermee kan tegemoet worden
gekomen aan de wens van de LCR tot meer zelfstandigheid en flexibiliteit in beheer
en bedrijfsvoering;
– Binnen het ministerie loopt momenteel een visietraject op clientparticipatie. Een
breed voorbereidend onderzoek voor deze visie bij stakeholders onderstreepte onder
andere het belang van:
– Een heldere focus voor en onafhankelijkheid van formele vormen van participatie/collectieve
belangenbehartiging
– Duidelijke rolomschrijvingen voor formele en informele partners
– Samenwerking op basis van complementariteit, versterken van elkaar, ieder vanuit zijn/haar
eigen rol
– Herdefiniëren van afspraken met en tussen cliëntenraden en afspraken over roulatie,
periodieke evaluatie en een expliciet ontwikkelperspectief.
Wij gaan nu naar de volgende fase met de LCR, te weten: het uitwerken van de contouren
van de organisatie, het budget en de huisvesting in samenhang met de evaluatie van
de Wet SUWI. Dit gebeurt in nauw overleg met de LCR.
Wij zijn in afwachting van de uitkomsten van het visieontwikkelingstraject en van
de SUWI-evaluatie voordat er verdere stappen in het herontwerp onder de wet SUWI kunnen
worden genomen. Uw Kamer wordt hierover te zijner tijd bij de rapportage over de wijziging
van de Wet SUWI geïnformeerd, planning hiervoor is medio 2026.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M.L.J. Paul
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid