Brief regering : Voortgang Werkagenda Aansluiting forensische zorg en reguliere zorg
33 628 Forensische zorg
25 424
Geestelijke gezondheidszorg
Nr. 112
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VAN VOLKSGEZONDHEID,
WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Stelt u zich iemand voor met een ernstige psychische aandoening en/of verstandelijke
beperking die langzaam de grip op zijn of haar leven verliest. Zijn of haar gedrag
wordt verward, onvoorspelbaar, en soms zelfs gevaarlijk. De omgeving maakt zich zorgen
en voelt zich soms onveilig. Voor de persoon in kwestie is de situatie al even bedreigend.
Echter, passende zorg of ondersteuning voor deze persoon laat op zich wachten, kan
niet worden gecontinueerd of ontbreekt. De situatie gaat van kwaad tot erger.
Iedereen kan in een situatie van psychische kwetsbaarheid terecht komen. Verward of
onbegrepen gedrag is een onderdeel van onze samenleving. Een zeer kleine minderheid
van de personen met verward of onbegrepen gedrag is gevaarlijk, voor zichzelf of voor
de omgeving. Juist met deze personen gaat het soms vreselijk mis. Hoewel we incidenten,
alle inspanningen ten spijt, nooit helemaal kunnen uitsluiten, is het essentieel om
de risico’s zo klein mogelijk te maken.
In de praktijk blijkt het verbinden van zorg en veiligheid bij mensen met een meervoudige
of complexe zorgvraag en verhoogde veiligheidsrisico’s een uitdaging. Professionals
in het zorg-, veiligheids- en sociaal domein zetten zich dagelijks in voor passende
zorg, begeleiding en/of ondersteuning, ieder vanuit hun eigen deskundigheid wettelijke
kaders, financieringsstructuren en organisatorische context. Deze verschillen tussen
de domeinen maken dat de aansluiting tussen de stelsels niet altijd vanzelfsprekend
tot stand komt of mogelijk is. Bovendien zijn er tekortkomingen in het stelsel van
de zorg voor cliënten met complexe psychische problematiek, zoals blijkt uit het «Interdepartementaal
Beleidsonderzoek (IBO) mentale gezondheid en ggz».1 Dit alles heeft tot gevolg dat er een kloof is tussen de reguliere zorg en de forensische
zorg, waardoor mensen met een complexe zorgvraag en een verhoogd veiligheidsrisico
tussen wal en schip kunnen vallen. Dit kan leiden tot zowel schrijnende als gevaarlijke
situaties en vormt zowel voor betrokkene als voor de samenleving een risico.
Het is daarom dat we, de Staatssecretaris Justitie en Veiligheid, de Staatssecretaris
van Jeugd, Preventie en Sport en de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke
Zorg, samen met onze collega’s van de Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) onder procesregie van het
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werken aan de interdepartementale
aanpak voor mensen met (risicovol) verward en onbegrepen gedrag. De doelgroep van
de interdepartementale aanpak is een ieder die verward en/of onbegrepen gedrag vertoont.
Het verbeteren van bestaanszekerheid, passende huisvesting en waar nodig passende
zorg en ondersteuning moeten ertoe leiden dat deze mensen de grip op hun leven terug
krijgen en niet onnodig in aanraking komen met politie en justitie.
Op 25 november 2024 kondigden het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de gezamenlijke Werkagenda Aansluiting forensische zorg en reguliere zorg (hierna: «Werkagenda») aan, als één van de pijlers van de interdepartementale aanpak
voor mensen met verward en onbegrepen gedrag (Kamerstukken 33 628 en 25 424, nr. 106). De doelgroep van de Werkagenda is specifiek de groep mensen met een (levenslange
of tijdelijke) meervoudige of complexe zorgvraag en een verhoogd veiligheidsrisico.
In deze Werkagenda werken we samen met veldpartijen2 aan 11 maatregelen om de aansluiting tussen de reguliere- en forensische zorg te
verbeteren.3 Dit is een grote stap vooruit waarin we als departementen samen met het veld de intentie
hebben uitgesproken om deze twee werelden (verder) te verenigen en de samenwerking
te versterken.
Het vraagstuk is veelomvattend en heeft geen eenvoudige oplossing. Afgelopen periode
is gewerkt aan een concretisering van de maatregelen binnen de Werkagenda en een plan
voor uitvoering van de Werkagenda als geheel. Hier zijn goede stappen in gezet, maar
we zijn er nog niet. Op de korte termijn is het doel om in het eerste kwartaal van
2026 afspraken te maken over de wijze van uitvoering, de prioritering, bijbehorende
tijdspaden en eventuele bijsturing en/of herijking van de maatregelen. Dit doen we
in nauwe samenwerking met de meest betrokken partijen.
In deze brief informeren we, mede namens de Minister van BZK, u over de grootste ontwikkelingen
rondom het verbeteren van de aansluiting tussen de forensische zorg en de reguliere
zorg, waarbij we ook ingaan op de bijhorende moties en toezeggingen. We gaan achtereenvolgens
in op de volgende onderwerpen:
1. De nieuwe strafrechtelijke maatregel
2. Het regionaal plan
3. De uitdaging rondom huisvesting
4. De ontwikkelingen in de Levensloopaanpak
5. Nieuwe klinische plekken voor langdurig verblijf – Salviq
In de bijlage vindt u van alle maatregelen uit de Werkagenda een inhoudelijke laatste
stand van zaken en overige relevante rapportages naar aanleiding van de maatregelen.
1. Het beleidskader rondom de nieuwe strafrechtelijke maatregel is geschetst (maatregel
1)
Uit wetsevaluaties van het WODC en ZonMw blijkt dat ketenpartners zorg op basis van
een machtiging opgelegd op grond van artikel 2.3 Wfz niet passend vinden voor een
specifieke doelgroep met complexe problematiek en disruptief gedrag.4
5 In de vorige Kamerbrief is daarom een verkenning naar een nieuwe zorgmaatregel in
het strafrecht aangekondigd. De partners in de strafrechtketen (o.a. Openbaar Ministerie,
rechtspraak, DJI, het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie
(NIFP), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en zorgaanbieders) noemt
een dergelijke maatregel dringend gewenst.
Het afgelopen jaar is in nauw overleg met de belanghebbende partijen beleidsmatig
gekeken naar de gewenste invulling van de nieuwe strafrechtelijke maatregel en de
inbedding ervan in het bestaande stelsel. Het is een aanvulling op de reguliere zorg-
en rechtelijke machtigingen die nog steeds door de strafrechter kunnen worden afgegeven.
De nieuwe maatregel richt zich op personen die een (ernstig) strafbaar feit hebben
gepleegd. Er is sprake van een gevaars-, beheers- of recidiverisico die opname in
de reguliere zorg in de weg staat. Tbs met dwangverpleging wordt voor deze doelgroep,
gelet op het delict of het ziektebeeld van de veroordeelde, niet proportioneel geacht
of is niet aan de orde omdat niet aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Het gaat
daarnaast om een doelgroep waarbij forensische zorg via bijzondere voorwaarden of
tbs met voorwaarden niet passend is, bijvoorbeeld omdat niet iedereen gedurende langere
tijd wil of kan meewerken aan de voorwaarden. Dat komt in deze gevallen mede door
gebrek aan ziekte-inzicht en/of de ernst van de psychiatrische aandoening of verstandelijke
beperking. Beoogd is dat met de nieuwe maatregel aan deze doelgroep een verplichte
opname en behandeling in een forensische instelling kan worden opgelegd. Daarbij wordt
momenteel gedacht aan een verplichte opname en behandeling van ten hoogste twee jaar,
waarbij de plaatsing en financiering geschieden door DJI na indicatiestelling door
het NIFP. Ook is aandacht geweest voor de rechtspositie van de betrokkene, waarbij
het voornemen is zoveel mogelijk aan te sluiten bij reeds bestaande kaders in de justitiewetgeving
en de zorgwetten. De komende maanden zal het beleidskader nader worden uitgewerkt.
Vervolgens kan worden gewerkt aan een conceptwetsvoorstel. Het conceptwetsvoorstel
gaat naar verwachting in consultatie in de eerste helft van 2026.
Voor een juiste werking van de maatregel dienen de stelsels te leren van elkaar
De nieuwe strafrechtelijke maatregel kan niet goed worden uitgevoerd als de vervolgzorg
en ondersteuningsvormen niet goed aansluiten. Samenwerking en kennisoverdracht zijn
van het grootste belang om het overdrachtsmoment tussen de forensische zorg en reguliere
zorg soepel te laten verlopen. We werken onder maatregel 2 uit de Werkagenda (samenhangende
zorg) daarom aan een betere aansluiting van deze twee sectoren, zodat de nieuwe strafrechtelijke
maatregel zonder ongewenste uitvoeringsconsequenties in werking kan treden.
De nieuwe strafrechtelijke maatregel moet in samenhang met de andere tien maatregelen
uit de Werkagenda ervoor zorgen dat mensen met een meervoudige of complexe zorgvraag
en een verhoogd veiligheidsrisico niet tussen wal en schip vallen. We bouwen met de
elf maatregelen aan een brug tussen de reguliere en forensische zorg. Daarbij moet
worden voorkomen dat een aanzuigende werking uitgaat van de reguliere dan wel de forensische
zorg: uitgangspunt is dat voor elke persoon een passende plek wordt gevonden. Dat
betekent ook dat aan iemand met een complexe zorgbehoefte niet onnodig een strafrechtelijke
maatregel wordt opgelegd.
Klinische behandeling op grond van de nieuwe strafrechtelijke maatregel is tijdelijk,
en een deel van de cliënten zal na de strafrechtelijke maatregel overgaan naar de
reguliere ggz of de gehandicaptenzorg. Om de overgang tussen de stelsels goed te laten
verlopen, is het noodzakelijk dat de reguliere instellingen beter dan nu het geval
is worden toegerust op cliënten die disruptief gedrag vertonen. Bij het verbeteren
van de overgang tussen de sectoren helpt het daarom als tijdens de forensische fase
al aandacht is voor de herstelgedachte, en dat in de betreffende instellingen in de
reguliere ggz en gehandicaptenzorg aandacht is voor risico’s voor de veiligheid van
personeel, cliënt en samenleving. Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft
het belang van risicotaxatie onderstreept in het rapport Zakelijke weergave van het onderzoek naar de zorgverlening aan een patiënt bij Fivoor.6
2. De maatregelen uit de Werkagenda worden verder vormgeven en getoetst in de regio
De uitwerking van de maatregelen in de Werkagenda moet vooral werkbaar zijn in de
praktijk. Daarom hebben deNLggz, Valente en de VGN een plan gemaakt om de uitwerking
van de maatregelen van de Werkagenda in de regio vorm te geven, te analyseren en te
toetsen. De Ministeries van VWS en JenV hebben dit plan omarmd en binnen het actieprogramma
Grip op Onbegrip van ZonMw uitgewerkt tot een subsidieoproep. In deze subsidieoproep
kunnen ten minste vier Zorg- en Veiligheidshuizen via de betreffende gemeenten middelen
aanvragen om als pilotregio te fungeren. Het testen van de maatregelen in de regio
is een mes dat aan twee kanten snijdt:
(1) In de regio wordt samenwerking gezocht tussen aanbieders en financiers. Het doel
is in de regio’s door middel van gezamenlijke afspraken maatwerktrajecten op casusniveau
te realiseren voor mensen met een complexe zorgvraag en een hoog veiligheidsrisico.
Voor elke pilotregio zal een projectleider worden aangesteld die dit proces coördineert
en die daarna samen met de andere projectleiders goede voorbeelden en knelpunten inventariseert.
(2) De kennis die wordt opgedaan bij het maken van de trajectafspraken tussen de financiers
in de pilotregio’s wordt met elkaar gedeeld in een klankbordgroep. Zo kunnen pilots
van elkaar leren. De klankbordgroep staat in verbinding met de landelijke werkgroepen
van de maatregelen, zodat van elkaar kan worden geleerd en indien nodig maatregelen
kunnen worden herijkt. Op deze manier ontstaat een leercirkel tussen de kennis uit
de regio en de landelijke Werkagenda.
De projectleiders in de pilotregio’s wordt gevraagd zoveel mogelijk aansluiting te
zoeken bij reeds bestaande samenwerkingsverbanden en initiatieven in de regio die
lopen rond onder meer het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord
(AZWA) en de regionale Kenniswerkplaatsen onbegrepen gedrag.
3. Passende en stabiele huisvesting voor deze doelgroep blijft een grote uitdaging
(maatregel 6)
De huidige woningcrisis is een groot landelijk probleem en raakt vele burgers. Zo
ook de burger met een mentale kwetsbaarheid. Het gebrek aan passende woonplekken,
al dan niet met begeleiding, heeft grote gevolgen voor de doorstroom in de gehele
zorgketen. Zo kunnen mensen uit klinieken niet doorstromen naar beschermde woonvormen
en vervolgens ook niet naar eigen woonruimte. Hierdoor blijft men onnodig lang in
een intramurale setting, wat in sommige gevallen meer schade aanricht. Daarnaast is
het gevolg dat de instroom aan de voorkant stokt, waardoor de wachtlijsten oplopen.
Tot slot moet men lang wachten op nodige zorg en begeleiding. Passende en stabiele
huisvesting is een randvoorwaarde voor herstel en kan het risico op terugval beperken.
Immers: het gebrek aan (perspectief op) een vaste woon- of verblijfsplek is voor niemand
een stabiele situatie. Voor de doelgroep van de Werkagenda heeft dit gebrek niet alleen
gevolgen voor hun eigen welzijn, maar worden hierdoor ook de veiligheidsrisico’s vergroot.
Om mensen met een meervoudige of complexe zorgvraag en een verhoogd veiligheidsrisico
daadwerkelijk stabiel te huisvesten is samenwerking tussen de verschillende domeinen
essentieel en vraagt om een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel. Medeoverheden en
corporaties zijn hierbij onmisbaar. Het Wetsvoorstel regie volkshuisvesting, dat uw
Kamer op 3 juli 2025 heeft aangenomen, is een cruciale eerste stap om de doorstroom
te verbeteren.7 Naast dit wetsvoorstel, konden gemeenten eerder dit jaar middels de Regeling Huisvesting
Aandachtsgroepen van het Ministerie van VRO middelen aanvragen voor huisvesting voor
onder meer mensen die uitstromen uit een intramurale instelling. In de periode van
10 juni tot 19 september 2025 is er € 30 miljoen euro beschikbaar gesteld.
Echter, het blijkt dat extra budget niet in alle gevallen de oplossing is. Er is grote
behoefte aan prikkelarme woonvormen en Skaeve Huse, maar realisatie wordt in de praktijk
bemoeilijkt door een gebrek aan geschikte bouwlocaties met aansluiting op nutsvoorzieningen.8 Ook speelt het gebrek aan lokaal maatschappelijk draagvlak voor deze doelgroep wegens
de complexiteit en stigma een grote rol. In de voortgangsbrief over de interdepartementale
aanpak verward en onbegrepen gedrag zal uw Kamer worden geïnformeerd over de inspanningen
die worden verricht om deze uitdagingen het hoofd te bieden.9
4. De implementatie van de Levensloopaanpak begint haar vruchten af te werpen (maatregel
5)
In 2019 zijn o.a. zorgaanbieders, politie en gemeenten in de Zorg- en Veiligheidshuizen
gestart met het includeren van personen met onbegrepen gedrag en een hoog veiligheidsrisico.
Voor hen is het nodig dat (forensische) zorg langdurig betrokken blijft en er samenhang
is tussen ondersteuning, zorg en veiligheid. De Levensloopaanpak is een samenwerking
tussen alle netwerkpartners. Doel van de aanpak is om deze doelgroep beter te helpen
door continuïteit van zorg te bieden en betere aansluiting tussen de verschillende
domeinen te faciliteren. Hiermee beogen we een veiligere samenleving voor ons allen
en een beter welzijn voor de persoon zelf. De landelijke implementatie van de aanpak
is in volle gang.10 Onderstaand gaan wij in op relevante ontwikkelingen rondom de Levensloopaanpak. Tevens
geven wij aan wat er in dit kader heeft plaatsgevonden op het gebied van uitvoering
van moties en toezeggingen.
Structurele bekostiging voor de coördinatiefunctie
De bekostiging van de coördinatiefunctie is de afgelopen jaren georganiseerd via een
tijdelijke regeling. Deze tijdelijke regeling wordt momenteel structureel ingeregeld.11 Concreet houdt dit in dat vanaf 2026 in het geval van cliënten met een zorgindicatie
vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz), de levensloopcoördinator bekostigd zal worden
via de financiering vanuit de Wlz. Voor cliënten die geen Wlz-indicatie hebben, vindt
de bekostiging van de levensloopcoördinator in 2026 en 2027 plaats via een subsidieregeling.
Parallel aan het opzetten van een subsidieregeling werkt het Ministerie van VWS aan
een structurele bekostiging voor cliënten zonder een Wlz-indicatie. De moties van
Nispen en Dobbe vragen om verschillende budgetten over de verschillende domeinen bij
elkaar te leggen om voor de groep die in aanmerking komt voor de Levensloopaanpak,
te kunnen (blijven) doen wat nodig is.12
13 Met de structurele vormgeving van de bekostiging van de coördinatiefunctie geven
we invulling aan deze moties.14
Doorzetting van de Levensloopaanpak via de Zorg- en Veiligheidshuizen
Motie Mutluer stelt dat doorzetting gegeven moet worden van de Levensloopaanpak via
de Zorg- en Veiligheidshuizen.15 De Zorg- en Veiligheidshuizen hebben een cruciale rol in de regie over de geïncludeerde
personen in de Levensloopaanpak. Deze rol blijft van groot belang en zal ook structureel
geborgd moeten worden. Zo kan het essentiële werk, zoals de procesregie bij de Levensloopaanpak,
worden doorgezet. De zogenoemde POK-middelen worden hier momenteel voor gebruikt.
Deze lopen door tot en met 2027 en op basis van tussentijdse evaluaties zal een beslissing
genomen worden over de structurele borging. Uw Kamer zal in de volgende brief rondom
de Werkagenda worden geïnformeerd over het vervolg.
Het coördinatiepunt Levensloopaanpak
Eerder is uw Kamer geïnformeerd over de subsidie die het Ministerie van Justitie en
Veiligheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Sport en Welzijn hebben verstrekt
tot 2030 om een landelijk bureau voor de Zorg- en Veiligheidshuizen in te richten.
Vanaf 2026 zal het coördinatiepunt Levensloopaanpak en het Landelijk coördinatiepunt
beveiligde bedden (LCBB) onder gebracht worden in dit landelijk bureau. Daarmee zetten
we kracht bij om enerzijds de Levensloopaanpak verder te implementeren en dragen we
zorg voor het versterken van de kennis en expertisefunctie zowel in de regio als op
landelijk niveau voor complexe casuïstiek.
Het aantal personen in de Levensloopaanpak
Er zijn ruim 680 personen (peildatum oktober 2025) geïncludeerd, waardoor zij geholpen,
gevolgd en besproken worden door een Levensloopteam in de Zorg- en Veiligheidshuizen.
De toenmalig Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport heeft tijdens het debat over
de parlementaire verkenning Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid van 28 mei jl.
toegezegd terug te komen op de vraag in hoeverre het includeren van personen in de
aanpak kan worden versneld. We benadrukken het belang dat eenieder die aan de criteria
voor de Levensloopaanpak voldoet, ook geïncludeerd moet worden. Het aantal inclusies
in het afgelopen jaar wederom gestegen, maar de snelheid van de groei neemt af. Om
de volledige effectiviteit van de Levensloopaanpak te benutten, moeten de benodigde
randvoorwaarden op orde zijn. Zoals hierboven beschreven, is passende en stabiele
huisvesting essentieel. Het gebrek hiervan raakt ook het rendement van de Levensloopaanpak.
Door middel van de maatregelen in de Werkagenda, zoals de bovengenoemde maatregel
6 en de noodzakelijke samenwerking met het Ministerie van VRO, proberen we deze plekken
te realiseren. Maar dit is niet op korte termijn geregeld. We moeten daarom in deze
fase kiezen voor de kwaliteit van de aanpak en niet de kwantiteit. Vanzelfsprekend
blijven we ons onverminderd inzetten om belemmeringen voor groei weg te nemen.
Cliënten in de Levensloopaanpak met een (mogelijke) Wlz-indicatie
Specifiek voor levensloopcliënten met een Wlz-indicatie is een aantal knelpunten gesignaleerd.
Het komt bijvoorbeeld voor dat er onduidelijkheid is over welke gegevens gedeeld mogen
worden wanneer een persoon in Levensloopaanpak is geïncludeerd (en dus bekend is bij
het Zorg- en Veiligheidshuis) en een Wlz-indicatie heeft. Met partijen wordt gewerkt
aan een factsheet over dit onderwerp om de gegevensdeling tussen bijvoorbeeld zorgkantoren
en de organisaties binnen het Zorg- en Veiligheidshuis te verbeteren, aangezien de
dit jaar in werking getreden Wet gegevensdeling samenwerkingsverbanden hier ruimte
voor biedt. Ook wordt gekeken naar de indicatiestelling voor de Wlz voor Levensloopcliënten,
omdat het beeld is dat personen die in aanmerking komen voor de Levensloopaanpak vaak
levenslang 24 uurszorg en ondersteuning in nabijheid nodig hebben. Momenteel lukt
het niet altijd om een Wlz aanvraag succesvol te doorlopen, terwijl de verwachting
is dat de betreffende cliënt zich zorginhoudelijk kwalificeert voor zorg vanuit de
Wlz. De doelgroep is vaak zorgmijdend en/of dakloos, wat de aanvraagprocedure bij
het CIZ in de weg kan staan. Er is regelmatig afstemming tussen de levensloopambassadeur
en het CIZ over het indicatieproces, waarbij gekeken wordt welke knelpunten hierbij
optreden en hoe deze aangepakt kunnen worden.
5. Er komt nieuw zorgaanbod met langdurig klinische verblijfsplekken – Salviq (maatregel
3)
Voor een specifieke groep personen met complexe (gedrags-)problematiek en teamontwrichtend gedrag (waarbij vaak noodzaak is tot (relationele) beveiliging)
is het nodig om nieuw aanbod te creëren. Dit nieuwe aanbod krijgt de merknaam Salviq.
Naar schatting gaat het om ruim 60 cliënten waarvoor het huidige aanbod niet toereikend
is.16 Er is samen met vertegenwoordigers uit het veld nader uitgewerkt wat er nodig is
om dit mogelijk te maken. Er is een landelijke stuurgroep met de landelijk projectleider,
VGN, de Nederlandse ggz, ZN, DJI, NZa en VWS om zo snel mogelijk te starten met de
realisatie. Inmiddels hebben zorgkantoren Salviq opgenomen in hun inkoopbeleid voor
komend jaar, zijn er twee seminars gegeven om geïnteresseerden zo goed mogelijk te
informeren, is er een film gemaakt om dit nieuwe zorgaanbod ook visueel toe te lichten
en is er een informatiemap17 opgesteld die door de Nederlandse ggz en VGN onder de aandacht is gebracht bij hun
leden. Momenteel lopen gesprekken tussen zorgkantoren en een aantal zorgaanbieders.
Hierbij zijn de nodige uitdagingen, zoals het vinden van geschikt personeel en geschikte
huisvesting (nieuwbouw duurt lang, bestaande bouw moet vrijgemaakt worden). Het streven
is om landelijk 30 plaatsen in de loop van 2026 in gebruik te nemen oplopend naar
60 plaatsen in 2027, verdeeld over een beperkt aantal locaties.
Tot slot
De Werkagenda is een levend document, de maatregelen moeten passen bij de knelpunten
die worden ervaren in de samenleving. Daarom komen de departementen en de meest betrokken
ketenpartners periodiek bij elkaar voor herijking van de maatregelen met bijbehorende
acties. Ook wordt nauw afgestemd met de werkagenda «Een betekenisvol leven met een
langdurige psychische aandoening», het actieplan «Passende zorg voor dakloze mensen
met een Wlz-indicatie» en wordt lering getrokken uit relevante (incidenten)rapporten,
zoals het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Mentale Gezondheid en GGZ.
Zoals eerder genoemd, is het vraagstuk veelomvattend en vergt het veel tijd en inzet
van de betrokken organisaties om dit aan te pakken. We waarderen de manier waarop
zij met grote bevlogenheid bijdragen aan oplossingen. Mede hierdoor zijn wij extra
gemotiveerd om door middel van deze Werkagenda een verschil te maken voor hen die
tussen wal en schip raakt en te werken aan een veiliger Nederland.
We streven er naar uw Kamer jaarlijks te informeren over de laatste ontwikkelingen
omtrent de Werkagenda.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij
BIJLAGE 1: STAND VAN ZAKEN PER MAATREGEL
De maatregelen laten zich indelen op basis van drie overkoepelende doelen: 1) verbeteren
van de overgang tussen verschillende stelsels, 2) voldoende passend(e) behandelinhoud
en behandelaanbod en 3) voldoende capaciteit. In de afbeelding wordt dit schematisch
weergegeven. Hierna volgt een inhoudelijke samenvatting met de voortgang per maatregel
onder deze overkoepelende doelen.
2.1 Verbeteren van de overgang tussen verschillende stelsels
Het is belangrijk om een cliënt met verward en/of onbegrepen gedrag goed in beeld
te hebben en te houden bij (zorg)instanties. Cliënten blijven niet altijd op dezelfde
plek. Cliënten die doorstromen, bijvoorbeeld naar een plek met een lager beveiligingsniveau,
moeten goed kunnen worden overgedragen. Dat geldt ook bij uitstroom naar bijvoorbeeld
gemeenten. Deze overgangen worden verbeterd in de wet (maatregel 1), bij de uitstroom
vanuit de forensische zorg naar gemeenten (maatregel 4), bij de uitstroom vanuit beveiligde
zorg naar wonen en begeleiding (maatregel 6) en door de implementatie van de Levensloopaanpak
(maatregel 5).
Maatregel 1: Verbetering aansluiting wettelijke kaders
De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd)
regelen de procedures ten aanzien van gedwongen zorg en de rechtsbescherming van mensen
die daarmee te maken krijgen. Op basis van artikel 2.3 Wfz kan de strafrechter in
het strafproces een civielrechtelijke (Wvggz- of Wzd-)machtiging voor gedwongen zorg
of opname afgeven. De in maatregel 1 voorgenomen wijzigingen omtrent artikel 2.3 Wfz,
zoals het afschaffen van het toestemmingsvereiste van de Minister van Justitie en
Veiligheid bij verlof en ontslag, zijn grotendeels opgenomen in het wetsvoorstel Evaluatiewet
Wvggz en Wzd. Daarnaast is in dit wetsvoorstel een wijziging opgenomen ten aanzien
van de ambtshalve procedure. Op dit moment worden de reacties verwerkt op de (internet)consultatie
die dit voorjaar heeft plaatsgevonden. Nadat ook de laatste toetsen, zoals die van
het Adviescollege Toetsing Regeldruk zijn ontvangen en verwerkt, is de volgende stap
in dit traject de advisering door de Raad van State. Ten slotte zijn de eerder geconstateerde
barrières in de informatie-uitwisseling inmiddels deels weggenomen, doordat op 1 juli
jl. een wettelijke bepaling inwerking is getreden die het mogelijk maakt voor forensische
zorgaanbieders om bijzondere persoonsgegevens te verstrekken aan de partijen die een
wettelijke taak hebben bij de voorbereiding en uitvoering van een zorgmachtiging of
rechterlijke machtiging.18 In de Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b. is ook nog een grondslag voor de verbetering
van informatie-uitwisseling opgenomen. Naast deze verbetering van de zorgwetten, wordt
er ook gewerkt aan een nieuwe zorgmaatregel in het strafrecht. De laatste stand van
zaken over deze nieuw maatregel is in de hoofdbrief toegelicht.
Maatregel 4: Samenwerking forensische zorg en gemeenten
Er ontbreken structurele afspraken over de continuïteit van zorg en ondersteuning
op de vijf levensdomeinen (wonen, werk/dagbesteding, inkomen, zorg en netwerk) na
afloop van een forensische titel. Dit bemoeilijkt re-integratie en verhoogt daarmee
de kans op recidive. JenV, VWS, VNG, DJI, 3RO en de zorgaanbieders werken samen aan
een gestructureerd proces voor re-integratiebegeleiding. Het doel is om tijdig te
regelen dat er voor hen die dat nodig hebben goed afgestemde begeleiding en ondersteuning
op alle levensdomeinen (wonen, zorg, inkomen, werk, etc.) komt. Dit beoogd proces
helpt professionals in het veld bij het «warm» overdragen tussen de verschillende
stelsels, zodat nieuwe begeleiders goed op de hoogte zijn van de voorgeschiedenis
van hun cliënten en daarmee beter ingeschat kan worden wat nodig is voor hen. De werkgroep
heeft de voorwaarden voor dit proces geïnventariseerd en werkt in de komende periode
aan de invulling van deze voorwaarden en daarmee aan de mogelijkheid om het proces
te implementeren. Een van de belangrijkste voorwaarden is bijvoorbeeld een grondslag
voor relevante gegevensdeling tussen zorginstellingen en gemeenten. Daarnaast wordt
er gewerkt aan een model voor een zorg- en re-integratieplan, aansluiting bij het
Bestuurlijk Akkoord Nazorg ex-gedetineerden en een werkwijze voor bovenregionale plaatsing.
Om de gevolgen voor de betrokken organisaties en de burgers in kaart te krijgen, worden
uitvoeringstoetsen uitgevoerd en op basis daarvan afspraken voor implementatie gemaakt.
Maatregel 5: Verdere implementatie van de Levensloopaanpak
De laatste stand van zaken rondom de implementatie van de Levensloopaanpak is in de
hoofdbrief aan bod gekomen.
Maatregel 6: Verbetering beveiligde zorg en wonen en begeleiding
De uitdaging rondom wonen is in de hoofdbrief aan bod gekomen.
Overkoepelend: Stappenplan Regelhulp
In het traject «Samenwerken bij complexe casuïstiek», versterkt het Ministerie van
VWS met zorgaanbieders, zorgkantoren, cliënten, hun naasten en cliëntondersteuners
de samenwerking rond complexe zorgvragen in de praktijk. Onderdeel van dit traject
is een beschrijving van de route «van forensische zorg naar reguliere zorg»19. Dit stappenplan kan helpen om de overgang van de forensische zorg naar de reguliere
zorg zo goed mogelijk te laten verlopen. Momenteel wordt de informatie in de praktijk
getoetst en verder aangescherpt.
2.2 Voldoende passend(e) behandelinhoud en behandelaanbod
Voor mensen die in zorg zijn, is het belangrijk dat zij zo goed mogelijk geholpen
worden. Oftewel: behandelinhoud en behandelaanbod moeten aansluiten op de hulpvraag.
De reguliere zorg en de forensische zorg voor personen met een civielrechtelijk titel (of vrijwillig kader) kent een gedeelde verantwoordelijkheid voor het waarborgen
hiervan. Zo zijn zorgverzekeraars en zorgkantoren verantwoordelijk voor het organiseren
van voldoende passend aanbod voor verzekerden en zorgaanbieders voor het daadwerkelijk
leveren van zorg. De NZa houdt in dit stelsel toezicht op enerzijds goed bestuur en
professionele bedrijfsvoering en anderzijds transparantie. Voor de forensische zorg
voor als onderdeel van een strafrechtelijke titel geldt dat deze zorg wordt ingekocht door DJI, hetgeen valt onder de verantwoordelijkheid
van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Op dit moment wordt landelijk gewerkt
aan het oplossen van knelpunten ter verbetering van een dekkend zorglandschap door
het verbeteren van samenhangende zorg tussen reguliere en forensische zorg (maatregel
2), creëren langdurig klinisch wonen met verblijf (maatregel 3), verbeteren behandelinhoud
vrouwen (maatregel 7) en doorstroommogelijkheden na plaatsing in een inrichting voor
jeugdigen (PIJ) (maatregel 8).
Maatregel 2: Verbeteren van samenhangende zorg tussen reguliere en forensische zorgmet
inbegrip van geestelijke gezondheidszorg,gehandicapten zorg en beschermd wonen. De laatste stand van zaken rondom het verbeteren van samenhangende zorg is in de
hoofdbrief aan bod gekomen.
Maatregel 3: Creëren langdurig klinisch wonen en verblijf. De laatste stand van zaken rondom het creëren van langdurig klinisch wonen en verblijf
is in de hoofdbrief aan bod gekomen.
Maatregel 7: Verbeteren behandelaanbod specifieke doelgroep vrouwen. Voor een specifieke doelgroep vrouwen met ernstige meervoudige problematiek, ontwrichtend
en onveilig gedrag voor zichzelf en hun omgeving is er onvoldoende passend behandelaanbod.
Zorgprofessionals hebben samen met de Nederlandse ggz op basis van casuïstiek verbetervoorstellen
gedaan, zie bijlage 2. Deze verbetervoorstellen worden meegenomen de te maken trajectafspraken
tussen zorgaanbieders en financiers in de pilotregio’s zoals omgeschreven in de hoofdbrief
onder kop 2. Separaat wordt bezien welke landelijke randvoorwaarden en afspraken nodig
zijn om dit behandelaanbod te kunnen realiseren.
Maatregel 8: Verbeteren doorstroommogelijkheden na PIJ.
De bereikbaarheid en toegankelijkheid van woon- en behandelaanbod na een plaatsing
in een instelling voor justitiële jeugd (PIJ-maatregel) moet worden versterkt. Dit
verbetert de doorstroom en beperkt de kans op recidive. Er is een aan de Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming gevraagd om een advies op te stellen. Dit
advies is 25 september 2025 gepubliceerd en aan de Tweede Kamer aangeboden.20 De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid streeft ernaar in een separate brief
uw Kamer voor de zomer 2026 zijn beleidsreactie te sturen.
2.3 Voldoende capaciteit
De capaciteit van voorzieningen staat onder druk. Dit geldt in de reguliere zorg en
in de forensische zorg. Over de aanpak van wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg
is uw Kamer eerder dit jaar per brief geïnformeerd.21 Over de capaciteitsproblematiek binnen de forensische zorg heeft uw Kamer op 30 juni
2025 een voortgangsbrief ontvangen.22 Aanvullend werken we aan voldoende capaciteit op alle beveiligingsniveaus (maatregel
9), regiospreiding beveiligde bedden (maatregel 10) en het bevorderen van de doorstroom
naar de Wlz (maatregel 11).
Maatregel 9: Voldoende capaciteit op alle beveiligingsniveaus. Doel van deze maatregel is om te komen tot voldoende plekken op alle beveiligingsniveaus.
Daarvoor is het eerst nodig om inzicht te krijgen in de huidige situatie. Daarom wordt
door de departementen in samenwerking met de betrokken ketenpartners onderzocht hoeveel
cliënten op een forensische zorgplek23 zitten, terwijl dat niet passend is, wat de reden daarvan is en wat voor plek dan
wel passend zou zijn. Hierdoor ontstaat inzicht waar het aanbod tekortschiet of ontbreekt
zodat daar vervolgens gerichte maatregelen opgenomen kunnen worden. Dit onderzoek
wordt momenteel opgestart en de resultaten hiervan worden in het najaar van 2026 verwacht.
Maatregel 10: Regiospreiding beveiligde bedden niveau 2. Het is belangrijk dat mensen intramurale reguliere zorg zoveel als mogelijk in hun
eigen regio kunnen ontvangen om onder meer het eigen netwerk te behouden en de doorstroom
richting lokale voorzieningen te bevorderen. Voor zorg op beveiligingsniveau 2 is
dat op dit moment niet mogelijk in de provincies Zeeland en Flevoland. Via onder meer
het Integraal Zorgakkoord (IZA) en de regionale overlegtafels van de cruciale ggz
wordt samen met veldpartijen gewerkt om dit te verbeteren. Zo legt elke regio op grond
van de zorgvraag en regionale wachtlijsten de puzzel over welk aanbod nodig is. Waar
dit op basis van de zorgvraag een probleem vormt, kan de betreffende regiotafel cruciale
ggz dit agenderen bij de landelijke tafel cruciale ggz (Zorginstituut Nederland).
De landelijke tafel adviseert over oplossingen voor knelpunten die regio’s zelf niet
kunnen oplossen. Bij deze Kamerbrief wordt het rapport dataset cruciale ggz gepubliceerd
(KPMG). In dit rapport zijn aandachtspunten geformuleerd rondom het ontsluiten van
informatie in een regio over cruciale zorgvraag en daarbij benodigde zorgaanbod.
Maatregel 11: Bevorderen doorstroom naar Wlz. Het doel van deze maatregel is het verbeteren van de doorstroom van Wlz-cliënten
met een complexe zorgvraag (met verstandelijke beperking, ggz of combiproblematiek)
en vaak ook een behoefte aan een vorm van (relationele) beveiliging. Deze cliënten
kunnen op dit moment vaak niet in- of doorstromen naar een passende plek in het zorgaanbod
met een Wlz-indicatie. Momenteel wordt in een aantal regio’s concreet gekeken naar
wat er in de praktijk nodig is en wat en mogelijke oplossingen voor de plaatsingsproblematiek.
Hierbij wordt aangesloten bij lopende initiatieven in de regio, zoals de pilot Duurzaam
Verblijf Levensloopaanpak in regio Haaglanden waar beschermd wonen, forensische zorg
en reguliere zorg samen naar passende plekken zoeken. Het doel is om tot concrete
oplossingen te komen en knelpunten richting de departementen te kunnen opschalen.
Daarnaast spreken zorgkantoren, ZN en de levensloopambassadeurs elkaar over het ontbrekende
aanbod voor levensloopcliënten met een Wlz-indicatie om te zien wat nodig is om landelijk
te komen tot passende plekken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport