Brief regering : Uitwerking Vergoeding in Onderzoek
29 689 Herziening Zorgstelsel
Nr. 1322
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 december 2025
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de nadere uitwerking van het eerder aangekondigde
beleidsinstrument Vergoeding in Onderzoek (ViO). Mijn voorganger heeft uw Kamer in de brief1 over de voortgang verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket op 12 juni
jl. geïnformeerd over dit beleid.
ViO is het instrument dat het mogelijk maakt om bestaande zorg waarbij onduidelijkheid
over de effectiviteit is, tijdelijk onder voorwaarde van onderzoek, te blijven vergoeden.
Achtergrond
De houdbaarheid van onze zorg staat onder druk, zowel in personele als in financiële
zin. Daarnaast is het in het belang van de patiënten en alle verzekerden in Nederland
dat er alleen effectieve (passende) zorg vergoed wordt vanuit het basispakket. In
het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)
zijn er daarom afspraken gemaakt die bijdragen aan de beweging naar meer passende
zorg. Onderdeel hiervan zijn de afspraken die gemaakt zijn over het maken van scherpe
keuzes over welke zorg wel en welke zorg niet vanuit het basispakket moet worden vergoed.
Om deze keuzes te maken is er ook afgesproken dat er in de toekomst meer zorg getoetst
gaat worden aan de wettelijke criteria. Een behandeling die qua effectiviteit niet
of onvoldoende bijdraagt, hoort niet vergoed te worden vanuit de basisverzekering.
Onderzoek naar effectiviteit van zorg
Om de effectiviteit van een behandeling vast te kunnen stellen, hebben partijen goede
onderzoeksgegevens nodig. In vrijwel alle gevallen doet het veld zelf onderzoek naar
de effectiviteit van zorg wanneer hier onzekerheid over is. Het initiatief voor het
doen van dit onderzoek ligt dus ook in de eerste plaats bij het veld zelf. Om dit
onderzoek mogelijk te maken heeft mijn voorganger het Kaderprogramma Passende zorg
(KPPZ) ingericht. Binnen dit subsidieprogramma wordt ook gestuurd op onderzoek naar
effectiviteit van zorg met een focus op de vraagstukken met de grootste maatschappelijke
impact.
In sommige gevallen komt dit onderzoek echter niet uit zichzelf tot stand. Wanneer
onderzoek niet van de grond komt bij zorg met een grote maatschappelijke impact, vind
ik dit uit principe onwenselijk. Bijvoorbeeld als het gaat om zorg die gegeven wordt
aan grote groepen patiënten, aandoeningen met een hoge ziektelast, of behandelingen
met hoge kosten of een grote impact op de arbeidsinzet of het milieu. Het Zorginstituut
heeft in 2024 een maatschappelijk agenderingskader2 opgesteld, waarmee partijen op basis van de maatschappelijke impact kunnen bepalen
welke onderwerpen het meeste prioriteit hebben.
Ik zie het instrument ViO als het sluitstuk van de gehele onderzoeksketen gericht
op het toetsen op (kosten)effectiviteit en passendheid van de zorg. Als het veld er
echt zelf niet uit komt en als het gaat om zorg met een grote maatschappelijke impact,
wil ik sturen op de totstandkoming van onderzoek. Het instrument ViO biedt mij de
mogelijkheid om dit te doen.
Met het instrument ViO geef ik ook invulling aan de afspraak uit het IZA dat als zorg
aannemelijk effectief lijkt maar er onzekerheid is rond de mate van effectiviteit,
het mogelijk wordt gemaakt om deze zorg voor een beperkte tijd te blijven vergoeden
met als voorwaarde dat er onderzoek plaatsvindt. De uitvoering van ViO ligt bij het
Zorginstituut.
Figuur 1. Schematische weergave van de positie van ViO
Hoofdlijnen van dit beleid
Welke zorg komt in aanmerking voor ViO?
Om duidelijk te maken welke zorg in aanmerking komt, hanteert het Zorginstituut een
aantal voorwaarden. Het instrument ViO is uitsluitend voor bestaande zorg die op dit
moment bij een groot deel van de patiëntenpopulatie uit het basispakket wordt vergoed.
Dit terwijl de desbetreffende zorg op het moment van toetsen van het Zorginstituut
niet aan wettelijke criteria voldoet vanwege onvoldoende bewijs over de effectiviteit
van de zorg. De zorg moet volgens betrokken partijen (zoals zorgaanbieders, zorgverleners
en patiënten) van toegevoegde waarde zijn voor de patiënt, op basis van de beschikbare
studiegegevens. Tot slot moet het om zorg gaan met een grote maatschappelijke impact,
bijvoorbeeld door een hoge ziektelast, grote financiële consequenties of een groot
arbeidsbeslag.
Uitgangspunten voor de inzet van ViO
De belangrijkste uitgangspunten bij de inzet van het instrument zijn dat ViO alleen
wordt ingezet wanneer partijen er gezamenlijk niet in slagen om noodzakelijk onderzoek
op te starten. De impact op patiënten moet zo klein mogelijk worden gehouden. Hierbij
mag de inzet van ViO geen onredelijke drempels opleveren voor lopende behandelingen.
En tot slot moet de doorlooptijd van het ViO-traject zo kort als mogelijk blijven
om de onzekerheid over de toekomst van een behandeling bij patiënten en professionals
te minimaliseren
De procedure van ViO op hoofdlijnen
Het gehele proces van agendering tot duiding van het zorginstituut via ViO ziet er
op hoofdlijnen als volgt uit:
1. Aanvraag beoordeling – Wanneer het partijen niet lukt om gezamenlijk onderzoek op te zetten en uit te
voeren kan door veldpartijen bij het Zorginstituut om een beoordeling worden gevraagd.
Hierbij kunnen partijen eventueel aangeven dat zij dit in een ViO traject vinden passen.
2. Beoordeling – Als uit de concept-beoordeling van het Zorginstituut komt dat de zorg niet bewezen
effectief is vanwege onvoldoende bewijs én de zorg voldoet aan de voorwaarden voor
de inzet van ViO dan kan het Zorginstituut een ViO-traject adviseren.
3. Besluit – Zodra het onderzoek gereed is om te starten, neem ik op basis van het advies van
het Zorginstituut een besluit over het inzetten van ViO3.
4. Uitvoering onderzoek – Partijen voeren het onderzoek uit op basis van de gemaakte afspraken. Het Zorginstituut
monitort de voortgang van het onderzoek, om te voorkomen dat er vertraging optreedt.
De kosten van het onderzoek worden gefinancierd uit subsidieprogramma’s zoals het
KPPZ.
5. Definitieve beoordeling – Het Zorginstituut start met de beoordeling van de effectiviteit van de behandeling
op basis van de onderzoeksresultaten. Valt die beoordeling positief uit, dan blijft
de behandeling in het basispakket; is de beoordeling negatief, dan kan de behandeling
niet meer worden vergoed vanuit de basisverzekering.
Gevolgen voor de patiënt
Ik wil voorop stellen dat de onderzoeken die in het kader van ViO gedaan zullen worden
in het belang van de patiënt zijn. Patiënten willen immers zekerheid hebben dat de
zorg die ze ontvangen effectieve zorg is.
De inzet van ViO kan ook gevolgen hebben voor patiënten. Zo zullen patiënten de desbetreffende
zorg alleen nog vergoed krijgen als ze deelnemen aan het ingestelde onderzoek. Dit
betekent dat er de mogelijkheid is dat patiënten binnen een onderzoek in de controlegroep
terecht komen, waardoor ze een andere behandeling krijgen dan de zorg die onderzocht
wordt. Ten tweede kan dit ook als gevolg hebben dat patiënten verder moeten reizen
omdat mogelijk niet alle behandelcentra deelnemen aan het onderzoek.
De mogelijke gevolgen voor patiënten zijn inherent aan het doen van onderzoek. Uitgangspunt
is natuurlijk om deze impact minimaal te houden. Om die reden wordt er o.a. ingezet
op tijdige en duidelijke communicatie over de inzet en gevolgen van het instrument
naar patiënten toe. Daarom heb ik met het Zorginstituut afspraken gemaakt over de
betrokkenheid van en communicatie naar patiënten.
Monitoring en evaluatie
Het Zorginstituut rapporteert jaarlijks aan mij over de voortgang, inclusief eventuele
aanbevelingen voor bijsturing. Het gaat hierbij met name om uitvoeringstechnische
aspecten, zoals waar nodig het verder vereenvoudigen van de procedure of het verminderen
van de gevolgen voor patiënten of deelnemende partijen. Indien de aanbevelingen hiertoe
aanleiding geven, dan zal ik op basis van deze rapportage besluiten over tussentijdse
aanpassing van het instrument.
Daarnaast zal VWS het beleid rond ViO na vijf jaar evalueren. Deze beleidsmatige evaluatie
zal zich richten op de maatschappelijke impact van het instrument en de doeltreffendheid
en doelmatigheid.
Tot slot
Ik zie dit instrument als een belangrijk puzzelstukje in de route naar passende zorg.
Het instrument is een sluitstuk in een toekomstbestendig pakketbeheer, gericht op
het passende zorg. Ik volg de toepassing van het instrument dan ook met interesse.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport