Brief regering : Reactie op verzoek commissie over het bericht dat gemeenten moeders dreigen hun kind af te pakken als ze aankloppen bij de daklozenopvang
29 325 Maatschappelijke Opvang
29 538
Zorg en maatschappelijke ondersteuning
Nr. 192
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 december 2025
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft mij gevraagd om een
schriftelijke reactie te geven op het onderzoek van Trouw, Investico en de Groene
Amsterdammer over gemeenten die moeders dreigen hun kind af te pakken als ze aankloppen
bij de daklozenopvang. De onderzoekers stellen op basis van gesprekken met lokale
ombudsmannen, advocaten, hulpverleners en zes dakloze vrouwen dat instanties dakloze
vrouwen weigeren bij de maatschappelijke opvang. Indien de vrouwen niet zelf een verblijfsplek
vinden, wordt gedreigd met het inschakelen van Veilig Thuis. Het gaat in de berichtgeving
met name om niet-Nederlandse moeders van een Nederlands kind (op basis van het Chavez-verblijfsrecht),
of Nederlandse vrouwen die tijdelijk in het buitenland verbleven en zich na terugkomst
melden voor opvang. Deze berichtgeving vind ik schrijnend. Geen enkel kind zou een
verwoestende en vaak traumatische periode van dakloosheid in hun leven mee moeten
maken. Juist in gevallen van dakloosheid waar kinderen bij betrokken zijn, moet een
gemeente er alles aan doen om het gezin te helpen. Dit geldt net zo goed voor kinderen
uit remigranten gezinnen en kinderen die op basis van het Chavez-verblijfsrecht in
Nederland verblijven. Met deze brief ga ik in op het verzoek van de Kamer.
Toegang tot de maatschappelijke opvang
In Nederland geldt landelijke toegankelijkheid voor de maatschappelijke opvang. Deze
landelijke toegang is verankerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo
2015). Voor maatschappelijke opvang geldt dat gemeenten geen regiobinding mogen toepassen
als criterium om de toegang tot opvang te weigeren. Een dakloos gezin kan dus niet
worden geweigerd omdat er geen binding zou zijn met de desbetreffende gemeente. Iemand
die zich in een noodsituatie bevindt moet door elke gemeente worden geholpen.
Het gaat hier echter vaak om gezinnen die in de basis zelfredzaam zijn in de zin van
de Wmo 2015. Om te bepalen of iemand zelfredzaam is, zal de desbetreffende gemeente
een onderzoek moeten uitvoeren naar de persoonlijke situatie van de aanvrager van
een Wmo-voorziening. Om te beoordelen of iemand toegang heeft tot de maatschappelijke
opvang, moet een gemeente onderzoek doen en een formeel besluit nemen. Als uit dit
onderzoek blijkt dat de persoon in kwestie niet zelfredzaam is, dan moet de gemeente
Wmo-ondersteuning bieden. De gemeente neemt een besluit en dient dat besluit grondig
te onderbouwen. Ook om iemand toegang tot de maatschappelijke opvang te weigeren,
is een onderbouwd besluit noodzakelijk. Het is belangrijk dat ook remigrantengezinnen
deze rechtsbescherming hebben.
Gemeenten zijn niet verplicht zelfredzame gezinnen toegang te geven tot de opvang,
maar mogen hiertoe wel besluiten. De gezinnen zijn vooral gebaat bij passende huisvesting.
Ik begrijp de complexiteit daarvan vanwege de schaarse woningmarkt, maar ik roep partijen
lokaal wel op om passende oplossingen te vinden. Daarbij wil ik ook opmerken dat ik
het van belang vindt dat remigranten gezinnen zich, voordat zij terug naar Nederland
reizen, adequaat voorbereiden op hun verblijf in Nederland. Het regelen van passende
huisvesting zou onderdeel moeten zijn van deze adequate voorbereiding. Maar het ontbreken
daarvan ontslaat gemeenten niet van hun plicht om de aanvraag in behandeling te nemen.
Algemeen kinderrechtenverdrag
Volgens het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (IVRK), moet bij
alle maatregelen betreffende kinderen, het belang van het desbetreffende kind als
eerste overweging worden genomen (artikel 3). Daarnaast moet volgens artikel 9 gewaarborgd
worden dat een kind niet wordt gescheiden van diens ouders, tenzij dit in het belang
van het kind is. Gemeenten hebben de verplichting deze rechten te waarborgen.
Uit artikel 18 van het IVRK volgt dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de
opvoeding van hun kind. Wanneer het ouders niet lukt hun kinderen een toereikende
levensstandaard te bieden, kunnen zij in aanmerking komen voor financiële of materiële
bijstand zoals opvang en begeleiding vanuit onder andere de Wmo 2015. Het is aan gemeenten
om te beoordelen of ouders daar recht op hebben en om vanuit het belang van het kind
passende hulp te realiseren in geval van nood.
In algemene zin ben ik van mening dat gemeenten de totale gezinssituatie in ogenschouw
moeten nemen bij de beoordeling van huisvestingsvraagstukken. Dat betekent onder andere
dat gemeenten rekenschap moeten geven van het belang van een betrokken kind in de
algehele belangenafweging ten behoeve van de beoordeling van urgentieverklaringen.
Het is aan gemeenten om in een concreet geval een gedegen afweging te maken.
De Kinderombudsman heeft het Stappenplan «Het beste besluit voor het kind» ontwikkeld,
wat gebruikers helpt in het zorgvuldig afwegen van het belang van het kind. Het ontwikkelingsbelang
van het kind staat hierbij voorop.1 De Kinderombudsman heeft daarnaast ook een kinderrechtentoets ontwikkeld die beleidsmakers
handvatten geeft bij het maken van beleid en wetgeving, waarbij het belang van het
kind als eerste overweging wordt genomen. Vanuit het Ministerie van VWS lopen momenteel
verschillende pilots om de uitvoerbaarheid van de toets te onderzoeken bij beleidsvorming
en wetgevingstrajecten. Gemeenten kunnen deze toets al gebruiken in hun belangenafweging.2
Veilig Thuis
De onderzoekers schrijven dat gemeenten dreigen met een melding bij Veilig Thuis als
een gezin zich meldt bij de opvang. Ik begrijp dat professionals zich zorgen maken
als er sprake is van (dreigende) dakloosheid bij kinderen. Professionals moeten de
meldcode van Veilig Thuis volgen. Dakloosheid is ontzettend ingrijpend voor alle betrokkenen,
en in het bijzonder voor minderjarige kinderen. Ik wil benadrukken dat (dreigende)
dakloosheid op zichzelf nooit een reden mag zijn om een melding bij Veilig Thuis te
doen, laat staan een kind van de ouders te scheiden. Daarnaast mag het doen van een
melding bij Veilig Thuis nooit worden ingezet als dreigement of dwangmiddel om gezinnen
te weren, of hen juist te dwingen om ondersteuning te accepteren. Dit wordt ook bevestigd
door Veilig Thuis.
Rol van het Rijk
In 2020 heeft Bureau HHM in opdracht van het Ministerie van VWS, het Ministerie van
BZK en de VNG onderzoek gedaan naar zelfredzame remigranten gezinnen. Naar aanleiding
van dit onderzoek is in een interdepartementale werkgroep gewerkt aan het opzetten
van een pilot. Echter is gebleken dat het niet haalbaar was om een pilot te starten
in verband met juridische complicaties en gebrek aan draagvlak bij gemeenten voor
de aangedragen opties. In 2022 is afgesproken dat de huisvestingsopgave van remigranten
wordt meegenomen in de verplichte gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma’s als onderdeel
van de totale woonopgave (waaronder het programma Een thuis voor iedereen en het wetsvoorstel
Wet versterking regie op de volkshuisvesting). Het programma Een thuis voor iedereen
heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen
met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning
en begeleiding. Dakloze remigrantengezinnen met de Nederlandse nationaliteit zijn
als een van de aandachtsgroepen in het programma opgenomen. Concreet betekent dit
dat gemeenten zelf in regionaal verband afspraken moeten maken over de huisvesting
van (zelfredzame) remigrantengezinnen.
Het lid Westerveld (GL-PvdA) heeft gevraagd om in deze reactie specifiek in te gaan
op de vraag of gemeenten worden geholpen om voor deze groep voldoende opvangplekken
of huisvesting en ondersteuning te regelen. Gemeenten ontvangen middelen voor de aanpak
van dakloosheid en het bieden van passende ondersteuning vanuit de Wmo 2015. Deze
middelen zijn vrij besteedbaar. Er zijn geen geoormerkte middelen beschikbaar voor
deze groepen. Zoals hierboven aangegeven is voor de huisvestingsopgave in 2022 afgesproken
dat dit wordt meegenomen in de verplichte gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma’s
als onderdeel van de totale woonopgave. Daarnaast biedt VWS de regio’s ondersteuning
voor de versnelling van de beweging van opvang naar preventie en wonen eerst. Die
ondersteuning is gericht op het realiseren van passende woonvormen voor alle dakloze
mensen/gezinnen en is daarmee ook bedoeld om voor deze gezinnen tot oplossingen te
komen.
Tot slot
Ik ben mij bewust van de enorme schaarste in het aantal beschikbare plekken in de
maatschappelijke opvang en beschikbare woningen. Tegelijkertijd moeten deze gezinnen
op dezelfde manier geholpen worden als andere dakloze gezinnen met kinderen. Ik ga
daarom voor de kerst nog met mijn bestuurlijke partners, waaronder VNG/gemeenten en
opvangorganisaties, in gesprek over de signalen en zal daarbij nogmaals met urgentie
kijken naar de oplossingsrichtingen die eerder zijn geïnventariseerd. Ik zal uw Kamer
in het eerste kwartaal van 2026 informeren over de uitkomsten van dit gesprek en het
vervolg.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport