Brief regering : Stand van zaken centraal meldpunt ongewenste buitenlandse inmenging (OBI)
30 821 Nationale Veiligheid
Nr. 325
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 december 2025
Tijdens het commissiedebat over buitenlandse inmenging en beïnvloeding van 27 maart jl. (Kamerstuk 30 821, nr. 274) heeft mijn voorganger toegezegd toe te werken naar de operationalisering van een centraal meldpunt
voor personen die te maken hebben met ongewenste buitenlandse inmenging in Nederland
(de Vertrouwenslijn) en uw Kamer hierover dit jaar nog te informeren. Met deze brief
geef ik, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijkrelaties en de Staatssecretaris van Participatie en Integratie,
invulling aan deze toezegging1.
Huidige situatie
Ongewenste buitenlandse inmenging (OBI, of: statelijke inmenging) is een verzamelnaam
voor allerlei grensoverschrijdende manieren waarop buitenlandse overheden zich proberen
te mengen in de samenleving en democratische rechtstaat van Nederland. Laat ik vooropstellen:
het kabinet vindt alle vormen van statelijke inmenging in Nederland volstrekt onacceptabel.
Iedereen in Nederland moet in vrijheid kunnen leven en keuzes kunnen maken, zonder
daarin door autoriteiten van andere landen te worden beperkt. Het kabinet is zeer
alert op dit fenomeen en treedt met de Rijksbrede aanpak tegen OBI op wanneer sprake
is van grensoverschrijdende activiteiten in dit kader. Hierbij richten het kabinet
zich primair, maar niet uitsluitend op diasporagemeenschappen.
Het kabinet deelt de zorgen van uw Kamer over inmengingsactiviteiten door statelijke
actoren en de signalen die hier vanuit o.a. de gemeenschappen over naar buiten komen.
Sinds de zomer van 2023 kunnen burgers via verschillende ingangen bij de Rijksoverheid
terecht om meldingen en signalen over statelijke inmenging in Nederland te delen.
Op basis van anonimiteit worden deze meldingen en signalen vervolgens periodiek besproken
en geanalyseerd. Deze informatiedeling met de Rijksoverheid draagt bij aan het verrijken
van de fenomeenanalyse – zoals gepubliceerd door de AIVD en NCTV2. Aan de hand van het dreigingsbeeld kunnen de betrokken departementen en uitvoeringsorganisaties
passende maatregelen treffen of voor opvolging zorgen in het kader van hun eigenstandige
taken en bevoegdheden. Deze maatregelen kunnen zien op diplomatieke actie, bestuurlijk
en strafrechtelijk optreden, dan wel verhoging van de weerbaarheid van personen die
te maken hebben met OBI.
Inrichting centraal meldpunt
Zoals toegelicht tijdens het commissiedebat van 27 maart jl. is het kabinet daarnaast
gestart met de inrichting van een centraal OBI-meldpunt buiten de Rijksoverheid. Onder
coördinatie van de NCTV is het afgelopen jaar een projectstructuur op touw gezet voor
het realiseren van dit meldpunt.
De veiligheid van (potentiële) melders en betrokkenen bij het meldpunt staat voorop.
Melders dienen in een vertrouwelijke omgeving hun ervaringen en zorgen te kunnen delen.
Zij moeten te woord worden gestaan door getrainde professionals die een luisterend
oor kunnen bieden, alsmede een realistisch handelingsperspectief kunnen schetsen,
zoals het verwijzen naar zorg- of handhavingsautoriteiten. Ook is het waarborgen van
de integriteit van (potentiële) meldingen van belang ter controle van de authenticiteit
daarvan.
Bovengenoemde waarborgen stellen eisen aan de cyberveiligheid, de deskundigheid en
de (sociaal-maatschappelijke) sensitiviteit van de betrokken professionals. Met experts
van verschillende departementen en uitvoeringsorganisaties zijn gedetailleerde maatregelen
op het gebied van cybersecurity, fysieke veiligheid en privacy nauwkeurig – en ten
opzichte van het risicoprofiel van statelijke actoren – beoordeeld en afgewogen. De
betrokken departementen en uitvoeringsorganisaties implementeren deze maatregelen
momenteel en werken toe naar een functioneel en bovenal veilig meldpunt. In het bijzonder
gaat de aandacht uit naar de juridische, organisatorische en technische randvoorwaarden.
Tijdens het commissiedebat in maart is toegezegd toe te streven naar het operationaliseren
van dit meldpunt eind 2025. Voor het implementeren van de (technische) veiligheidsvoorwaarden
voor een functionerend meldpunt is meer tijd nodig. Een realistische termijn voor
de operationalisering van het meldpunt is gepland voor de zomer van 2026.
Om uw Kamer nader te informeren over de operationalisering van het meldpunt, inclusief
de mogelijkheden en beperkingen, bied ik u graag een vertrouwelijke technische briefing
aan. In vertrouwelijke setting kan dan worden stilgestaan bij het risicoprofiel van
statelijke actoren, de verdere totstandkoming van het meldpunt en de betrokkenheid
van ervaringsdeskundigen en personen die in aanraking kunnen komen met statelijke
inmenging bij de uitwerking van het meldpunt.
Tot slot
De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren sterk verslechterd. Het
is noodzakelijk om de weerbaarheid van de samenleving tegen statelijke en hybride
dreigingen te verhogen. Het tegengaan van statelijke inmenging in Nederland maakt
daar onderdeel van uit. Een vertrouwelijk centraal meldpunt voor personen die te maken
hebben met statelijke inmenging is een belangrijke stap voorwaarts. Zo waarborgen
we onze nationale veiligheid en streven we er naar dat iedereen in vrijheid kan leven,
zonder ongewenste inmenging door autoriteiten van andere landen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid