Brief regering : Voortgangsrapportage Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie
36 272 Initiatiefnota van de leden Ellian en Bikker over de aanpak van antisemitisme – de volgende stap
Nr. 20
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, VAN ONDERWIJS,
CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2025
Hierbij bieden wij u samen met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB)
de eerste voortgangsrapportage van het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie
(hierna: het plan) aan. Dit plan is op 24 juni 2024 aangeboden aan uw Kamer door de
toenmalige Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de toenmalige
Ministers voor Primair en Voortgezet Onderwijs en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW) samen met de NCAB.1 Afgesproken is dat we jaarlijks rapporteren over de voortgang van het plan.
Aanleiding was de zorg over de afnemende kennis over geschiedenis van de Holocaust.
In 2023 deed een aantal organisaties dan ook een dringende oproep aan het kabinet
de krachten te bundelen en tot een gezamenlijke aanpak te komen. Dit heeft uiteindelijk
geleid, op initiatief van de NCAB, tot genoemd plan. De centrale ambitie met het plan
is om de kennis over de Holocaust, inclusief de nationale en internationale context
ervan, onder Nederlanders te versterken.
Het kabinet stelt dat het essentieel is de herinnering aan geschiedenis van de Holocaust
en de genocide van Sinti en Roma levend te houden. Deze geschiedenis laat niet alleen
de verwoestende gevolgen van groepsdenken, haat, intolerantie en uitsluiting zien,
maar ook de gevolgen van het wegvallen van de rechtsstaat en de democratie. De tijdsperiode
tussen deze geschiedenis en onze huidige tijd wordt steeds groter – en komt daarmee
steeds verder af te staan van toekomstige generaties – en de ooggetuigen ontvallen
ons. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals internationale spanningen, digitalisering
en de veranderende weerbaarheid van de samenleving laten zien dat blijvende aandacht
voor de Holocaust noodzakelijk is. Daarom moeten we als samenleving actief blijven
investeren in educatie over en herinnering van de Holocaust.
Het plan stelt drie doelstellingen centraal:
I. docenten beter in staat stellen om over de Holocaust te onderwijzen;
II. kennis laten nemen van de Holocaust door bezoek aan authentieke locaties en het vertellen
van authentieke verhalen, inzicht in aanbod en bereik op landelijk niveau;
III. versterken van het bereik van Holocausteducatie bij algemeen publiek.
De belangrijkste resultaten op een rij:
• Doelstelling I:
○ Er is een peiling onder leraren uitgevoerd naar hoe zij invulling geven aan Holocausteducatie
en welke bevorderende en belemmerende factoren zij hierbij ervaren.
○ In de afgelopen periode is, mede op basis van genoemde peiling en de verkenning bezoek Holocaustlocaties, hard gewerkt aan een wens van het kabinet en uw Kamer dat tenminste elke scholier
één keer in zijn schoolcarrière een herinneringscentrum of museum over de Holocaust
bezoekt. Deze wens is als volgt gerealiseerd:
• vanaf 1 januari 2026 krijgen alle scholen in het voortgezet onderwijs de mogelijkheid
om via de CJP-cultuurkaart extra budget in te zetten voor extracurriculaire activiteiten
Holocausteducatie. Hiervoor wordt 750.000 euro per jaar uitgetrokken.
• Doelstelling II:
○ Er is een verkenning uitgevoerd naar het scholierenbezoek aan Holocaustlocaties en
het bezoek van inburgeraars.
○ Er is extra geld uitgetrokken voor de versterking van instellingen uit de herinneringssector.
• Doelstelling III:
○ In 2024 en 2025 is de campagne «Leer over de Holocaust» gehouden.
○ In 2024 en 2025 heeft er een goed bezochte werkconferentie over Holocausteducatie
plaatsgevonden.
○ per 1 juli 2025 zijn het begrip Holocaust en de betekenis ervan onderdeel van de eindtermen
van het inburgeringsexamen Kennis Nederlandse Maatschappij.
Leeswijzer
In bijgevoegde voortgangsrapportage worden in de volgende paragrafen de drie doelstellingen
van het plan besproken. Na een korte toelichting op de betreffende doelstelling komt
de stand van zaken van de uitvoering van de belangrijkste acties aan de orde. In de
bijlage treft u een beknopt overzicht van alle acties per doelstelling aan.
De uitvoering van het plan steunt op de betrokkenheid, samenwerking en inzet van de
instellingen uit de WOII-herinneringssector, scholen, leraren, leerlingen, opleidingen
en andere organisaties. Allemaal hebben we hetzelfde doel voor ogen: de herinnering
aan de gruwelijke geschiedenis van de Holocaust levend houden, dit verbinden aan hedendaagse
vraagstukken en het vergroten van bewustwording van de gevolgen van uitsluiting, antisemitisme
en andere vormen van discriminatie.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.C.Z.M. Tielen
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel
Voortgangsrapportage Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie
I. Leraren beter in staat stellen om over de Holocaust te onderwijzen
Leraren hebben een cruciale rol in het structureel verbeteren van de kennis over de
Holocaust. Echter, lesgeven hierover vraagt het nodige van hen. Zij moeten niet alleen
de historische kennis hebben om uit te leggen wat de Holocaust was, in welke context
deze plaatsvond en wat er aan voorafging. Ze moeten ook de vaardigheden hebben het
thema op een pedagogisch-didactisch verantwoorde manier te kunnen behandelen.
Peiling onder leraren (actie D)
Het Ministerie van OCW heeft een peiling laten uitvoeren naar hoe leraren invulling
geven aan Holocausteducatie en welke bevorderende en belemmerende factoren zij hierbij
ervaren. Dit om meer zicht te krijgen op wat leraren echt nodig hebben om effectief
les hierover te geven, in lijn met het verzoek van Kamerlid Boswijk (CDA).2 Deze peiling is in het voorjaar van 2025 uitgevoerd door onderzoeksbureau KBA Nijmegen
en ResearchNed en samen met de eindrapportage «Verkenning bezoek Holocaustlocaties»3 op 30 juni jl. aangeboden aan uw Kamer. Daarbij werd aangekondigd dat in onderhavige
voortgangsrapportage een beleidsreactie op beide rapporten gegeven zou worden.
De peiling is gedaan onder leraren geschiedenis/maatschappijleer en schoolleiders
in het voortgezet (speciaal) onderwijs en nieuwkomersonderwijs.
De belangrijkste conclusies van de onderzoekers zijn:
• Leraren voelen zich over het algemeen gesteund bij het organiseren van Holocausteducatie, hoewel praktische bezwaren zoals tijdsdruk, te vol curriculum en
hoge kosten bij extracurriculaire activiteiten een uitdaging vormen. Zij zouden graag
meer gefaciliteerd willen worden bij een extracurriculaire activiteit. Het gaat hierbij
niet alleen om een bezoek aan authentieke Holocaustlocaties, maar ook om gastlessen,
theater- of musicalvoorstellingen, bezoek aan een begraafplaats of het inzetten van
games.
• Er is weinig sprake van handelingsverlegenheid, noch tijdens lessen waarin de Holocaust
gepland wordt behandeld (86% ervaart nooit handelingsverlegenheid), noch tijdens lessen
waarin de Holocaust ongepland aan bod komt (81% ervaart nooit handelingsverlegenheid).
De problemen die leraren wel ervaren, zijn vaker gerelateerd aan bredere maatschappelijke
kwesties, zoals de omgang met (online) misinformatie en het Israëlisch-Palestijns
conflict.
• Een merendeel van de docenten geeft aan geen behoefte te hebben aan verdere professionalisering
(70%). Docenten die deze behoefte wel hebben, hebben met name behoefte aan professionalisering
rondom het omgaan met Holocaustontkenning of -verstoring (13%), het omgaan met heftige
discussies in de klas over brede maatschappelijke vraagstukken (12%) en didactische
vaardigheden (12%).
• In het voortgezet speciaal onderwijs komen bij excursies extra organisatorische belemmeringen
naar voren vanwege specifiekere leerlingbehoeften.
• In het nieuwkomersonderwijs wordt het lesgeven over de Holocaust bemoeilijkt door
het lage taalniveau van de leerlingen. Daarnaast vraagt lesgeven aan leerlingen in
de Internationale Schakelklas (ISK) veel van docenten met betrekking tot cultuur-
en traumasensitiviteit.
• Over het algemeen zijn leraren tevreden over de gevolgde lerarenopleiding (wat in
veel gevallen jaren geleden is), maar kunnen zij zich wel voorstellen dat het nodig
is dat op de huidige lerarenopleidingen explicieter aandacht besteed wordt aan Holocausteducatie
en misinformatie.
• Er zijn geen noemenswaardige verschillen in belemmeringen en/of ondersteuningsbehoeften
te onderscheiden tussen leraren op basis van achtergrondkenmerken als regio, denominatie,
stedelijkheid en onderwijstype.
Naar aanleiding van de uitkomsten van deze peiling zetten we vanuit het plan in op
onderstaande acties.
Ondersteuning van scholen bij extracurriculaire activiteiten (nieuw)
• Vanaf 1 januari 2026 hebben alle scholen in het voortgezet onderwijs de mogelijkheid
om via de CJP Cultuurkaart extra budget in te zetten voor extracurriculaire activiteiten
met betrekking tot Holocausteducatie.
Toelichting
De CJP Cultuurkaart stimuleert het bezoeken van culturele activiteiten door voordeel,
voorrang en voorlichting te koppelen aan cultuurbudget voor leerlingen en leraren
binnen het voortgezet onderwijs. Holocausteducatie vanuit een authentieke locatie,
een gastles of voorstelling raakt ook aan dit culturele aanbod en budget. Daarom wordt
de CJP Cultuurkaart vanaf 2026 uitgebreid met een aparte projectsubsidie voor extracurriculaire
activiteiten Holocausteducatie. Binnen het bestaande Cultuurkaartsysteem krijgen scholen
extra budget, dat alleen ingezet kan worden voor cultureel-educatieve activiteiten
gericht op het thema Holocaust in de bredere context van de Tweede Wereldoorlog.
Dat betekent dat er binnen deelnemende culturele instellingen onderscheid gemaakt
wordt tussen instellingen en producties die op basis van hun aanbod wel of niet in
aanmerking komen voor extra middelen. Bij de start van de projectsubsidie betreft
het in ieder geval het aanbod van de twaalf instellingen die hebben meegewerkt aan
de «Verkenning bezoek Holocaustlocaties» (onder paragraaf II komen we terug op deze verkenning).4 Daarnaast is het mogelijk dat andere culturele instellingen tijdelijk of permanent
aanbod ontwikkelen dat binnen de doelstelling past. Zo kunnen scholen het budget tevens
gebruiken voor bijvoorbeeld gastlessen, voorstellingen en workshops over dit onderwerp
in en rond scholen.
Uit de docentenpeiling blijkt dat extracurriculaire activiteiten met betrekking tot
Holocausteducatie als waardevol worden gezien, maar dat de hoge vervoerkosten en organisatielast
de grootste belemmerende factoren zijn. De CJP-subsidie moet deze belemmeringen tegengaan:
• Vervoerskosten: scholen kunnen het extra budget voor Holocausteducatie niet alleen
inzetten voor activiteiten of entreekosten, maar ook voor vervoerskosten.
• Organisatielast: scholen beschikken via het CJP direct over een overzicht van extracurriculaire
activiteiten met betrekking tot Holocausteducatie, die zij zonder tussenkomst van
derden kunnen boeken en betalen.
Daarnaast wordt met de CJP-subsidie het scholierenbezoek aan Holocaustgerelateerde
plekken en instellingen gestimuleerd – een duidelijke wens van uw Kamer:
• Wervingsinspanning: het CJP zal in 2026 de scholen in het voortgezet onderwijs die
nog niet meedoen aan de CJP Cultuurkaart (= 15%), wijzen op het budget. Het Ministerie
van OCW zal scholen ook actief informeren over deze nieuwe subsidie.
• Monitoring: het CJP zal de uitvoering van de regeling jaarlijks monitoren. Zo krijgt
het Ministerie van OCW inzicht in het aantal en de aard van de activiteiten op zowel
school- als instellingsniveau. Hierover wordt gerapporteerd in de jaarlijks voortgangsrapportage
over het plan.
Voor deze CJP-subsidie zetten we de beschikbare middelen vanuit de kabinetsbrede Strategie
Bestrijding Antisemitisme 2024–20305 in. Het gaat hierbij om structureel 750.000 euro per jaar.
Binnen het Cultuurkaartbudget is een systeem van extra storting mogelijk. Het budget
kan daardoor worden verhoogd met extra middelen vanuit bijvoorbeeld gemeentes. Zo
zijn er een paar gemeentes in Nederland (Groningen, Den Haag en Almere) die extra
cultuurbudget voor hun leerlingen beschikbaar stellen. Ook voor deze specifieke projectsubsidie
Holocausteducatie is het mogelijk dat gemeentes extra budget beschikbaar stellen,
dat via de CJP-subsidie bij scholen van die gemeente terecht komt.
Met deze nieuwe actie wordt uitvoering gegeven aan de motie Bikker (ChristenUnie) c.s.
die de regering verzoekt de ambitie uit het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie
concreet uit te werken en de benodigde financiën hiervoor beschikbaar te stellen zodat
alle Nederlandse jongeren via een bezoek kennis opdoen over de Holocaust.6
Ondersteuning bij het voeren van lastige gesprekken (actie C)
De grootste ondersteuningsbehoefte van leraren blijkt niet zozeer te liggen bij de
inhoud van Holocausteducatie zelf, maar bij het omgaan met bredere maatschappelijke
spanningen die tijdens lessen kunnen ontstaan.7 Zij geven aan op zoek te zijn naar handvatten, training en ondersteuning om deze
gesprekken over bredere maatschappelijke kwesties op een open, veilige en feitelijke
manier te voeren. Daarom wordt vanuit het plan – in aansluiting op het lopende beleid
van het Ministerie van OCW – hiervoor een ondersteuningsaanbod gerealiseerd via de
projectsubsidie «Schurende gesprekken» en de uitvoering van de amendementen Ceder I en II.
• Schurende gesprekken: het Ministerie van OCW stelt sinds 2022 middelen beschikbaar
om leraren extra te scholen in het voeren van schurende gesprekken. De huidige middelen
tot en met 2025 zijn volledig besteed. Daarbij zijn er aanvragen gedaan vanuit verschillende
sectoren van het onderwijs – po, vo, praktijkonderwijs, vso, mbo en hbo – wat laat
zien dat er sprake is van een breed en gemengd deelnemersveld. De subsidie wordt verlengd
tot juni 2027.
• Eind 2024 is gestart met het project Antisemitisme: voorbij vooroordelen dat wordt gefinancierd met 250.000 euro uit amendement Ceder c.s. I.8 Dit project biedt trainingen voor 200 leraren en 210 gastlessen op scholen over antisemitisme, racisme en discriminatie, in samenwerking met
de Anne Frank Stichting. Het project wordt uitgevoerd conform de opdracht en loopt
tot eind 2025.
• In september 2025 zijn vanuit amendement Ceder c.s. II9 twee projecten van elk 250.000 euro van start gegaan, beide via meervoudige aanbestedingen.
Beide projecten lopen tot en met maart 2027.
○ Het eerste project richt zich op gastlessen over antisemitisme, racisme en discriminatie,
waarbij persoonlijke verhalen centraal staan. Daarbij wordt specifiek aandacht besteed
aan antisemitische stereotypen en aan complottheorieën, waaronder Holocaustontkenning
en -bagatellisering. Het project wordt uitgevoerd door Critical Mass.
○ Het tweede project richt zich op de professionalisering van leraren op het lesgeven
over antisemitisme, racisme en discriminatie. Het project biedt gastlessen aan die
leraren die verdiepende kennis geven over verschillende vormen van racisme en discriminatie,
evenals over mechanismen die daaraan raken, zoals polarisatie, misinformatie en complottheorieën.
Het project wordt uitgevoerd door Stichting Na de Oorlog.
Bij het realiseren van dit ondersteuningsaanbod is de motie Palmen (NSC) c.s. meegenomen,
die de regering verzoekt om antisemitisme op te nemen in de nieuwe kerndoelen voor
het burgerschapsonderwijs10. In de nieuwe kerndoelen van de leergebieden Burgerschap en Mens & Maatschappij is
expliciete aandacht voor kennis over het jodendom, de doorwerking van de Holocaust
in het heden en het tegengaan van discriminatie. Hierbij gaat het om het tegengaan
van alle vormen van discriminatie, waaronder antisemitisme, zoals ook volgt uit de
wettelijke burgerschapsopdracht. Zo zijn scholen conform de wens van de indieners
ook middels deze kerndoelen verplicht om leerlingen kennis en respect bij te brengen
van en voor verschillen in onder andere godsdienst en levensovertuiging, en een omgeving
te stimuleren waarin elke vorm van discriminatie wordt tegengegaan. Daar hebben scholen
wel hulp bij nodig. Daarom wordt vanuit het Ministerie van OCW momenteel extra ondersteuning
aan leraren geboden om antisemitisme tegen te gaan; daar vragen leraren ook om. OCW
zet hier proactief op in via bovengenoemd ondersteuningsaanbod.
II. Kennis laten nemen van de Holocaust door bezoek aan authentieke locaties en het
vertellen van authentieke verhalen, inzicht in aanbod en bereik op landelijk niveau
Kennis over de Holocaust kan op veel verschillende manieren worden verkregen: bijvoorbeeld
via authentieke locaties, ervaringsverhalen, tentoonstellingen, authentieke objecten
en digitale bronnen. De afgelopen jaren is een goede infrastructuur van de herinneringssector
WOII tot stand gebracht. Door het Ministerie VWS is vanaf 2026 een structureel bedrag
beschikbaar gesteld voor de versterking van deze infrastructuur oplopend tot 6,5 miljoen
euro in 2029. Voor de vernieuwing van Herinneringscentrum Kamp Westerbork wordt voor
de jaren 2026 en 2027 in totaal 15 miljoen euro uitgetrokken. Uw Kamer is hierover
op 13 mei jl. geïnformeerd.11 Op deze krachtige impuls bouwen we voort met een aantal acties specifiek gericht
op de versterking van de Holocausteducatie.
Authentieke locaties bezoeken (actie E)
Verkenning bezoek Holocaustlocaties
Een van de ambities uit het plan is dat iedere leerling uit het primair en voortgezet
onderwijs ten minste eenmaal in hun schoolcarrière een bezoek brengt aan een authentieke
of betekenisvolle locatie gerelateerd aan de Holocaust. Dit vraagt om acties gericht
op zowel de scholen (zie paragraaf I) als de herinneringssector. Voor de herinneringssector
hebben we, zoals aangekondigd in het plan, een verkenning laten uitvoeren naar de
kosten van scholierenbezoek voor scholen en de begeleidende instellingen. Daarmee
hebben we ook uitvoering gegeven aan de motie van Kamerlid Diederik van Dijk (SGP)
c.s. die de regering verzoekt te verkennen of en hoe in het kader van het Nationaal
Plan Versterking Holocausteducatie mogelijk gemaakt kan worden dat scholen gratis
het Holocaustmuseum kunnen bezoeken.12 Deze verkenning is gelijktijdig met de peiling onder leraren (zie paragraaf I) op
30 juni jl. naar uw Kamer verstuurd.13
De verkenning is uitgevoerd door PPMC Economisch Advies en Atlas Research. Centrale
vraag was wat het inhoudelijk en financieel voor de ontvangende instellingen betekent
om de bezoeken van scholieren in de huidige situatie te realiseren en bij een toename
van het scholierenbezoek én voor een nieuwe doelgroep, te weten de inburgeraars. Onder
paragraaf III van deze voortgangsrapportage wordt ingegaan op de doelgroep inburgeraars.
Hieronder gaan we in op de uitkomsten van de verkenning over de scholierenbezoeken.
Er hebben in totaal 12 instellingen aan de verkenning meegedaan: 11 instellingen die
aangesloten zijn bij de Stichting Musea en Herinneringscentra ’40-’45 (SMH) en de
Anne Frank Stichting.14
Bij de centrale vraag is ook betrokken, conform de motie van Kamerlid Diederik van
Dijk (SGP) wat de (financiële) gevolgen zijn voor de ontvangende instellingen als
het scholierenbezoek gratis wordt voor de scholen.
De belangrijkste conclusies van de verkenning zijn:
• De 12 instellingen zien Holocausteducatie als een essentieel onderdeel van hun missie
en hebben daarom al vele jaren schoolprogramma’s ingebed in hun organisatiestructuur
en werkwijze. Het belang van deze educatie aan scholieren weegt daarbij voor de instellingen
zwaarder dan het financiële resultaat. Geschatte opbrengst uit het scholierenbezoek
bedraagt in totaal 1 miljoen euro in 2023 (peiljaar), terwijl de kosten hiervan hoger
liggen, aldus de onderzoekers.
• De twaalf instellingen leveren al een grote bijdrage aan het bereiken van scholieren.
Om de ambitie uit het plan waar te maken (tenminste eenmaal in de schoolcarrière een
bezoek aan een Holocaustgerelateerde instelling) zou volgens de berekeningen van de
onderzoekers tenminste 18% extra scholierenbezoek moeten worden gerealiseerd – hoewel
het lastig blijft in te schatten omdat de beschikbare data niet voorzien in dubbeltellingen.
• De instellingen zijn zich bewust van het feit dat dezelfde scholen vaak terugkomen,
terwijl andere scholen (waar zij weinig zicht op hebben) nooit een bezoek brengen.
• Als belangrijkste knelpunten voor het scholierenbezoek zien de instellingen:
○ voor de scholen: de hoge vervoerskosten;
○ voor de instellingen: de sterke bezoekersconcentratie in de maanden februari tot en
met juni. De instellingen zien dit ook als belangrijkste knelpunt bij een toename
van het scholierenbezoek.
• De ondervraagde instellingen zien geen voordeel in het gratis maken van het scholierenbezoek.
Zij zien als risico dat, als het bezoek gratis wordt, de intrinsieke motivatie bij
scholen voor het bezoek wegvalt. Daarnaast vormen de huidige entreekosten geen drempel
voor het bezoek. Bovendien, wanneer een bezoek voor scholen gratis wordt, verliezen
de instellingen de inkomsten uit de entreekaartjes. Dit zou dan gecompenseerd moeten
worden.
In paragraaf I hebben we aangekondigd dat per 1 januari 2026 de scholen de mogelijkheid
wordt geboden om via de CJP Cultuurkaart extra budget in te zetten voor extracurriculaire
activiteiten met betrekking tot Holocausteducatie. Daarmee komen we tegemoet aan een belangrijk knelpunt voor scholen, gesignaleerd
in zowel onderhavige verkenning als de eerder behandelde peiling onder leraren: de
hoogte van de vervoerskosten voor dit soort activiteiten. Dit is een effectievere
aanpak dan het gratis maken van het bezoek.
De educatieve functie op het gebied van Holocausteducatie bij de herinneringscentra
wordt versterkt
Met de volgende herinneringscentra en musea, te weten Herinneringscentrum Kamp Westerbork
(inclusief het Landelijk Steunpunt Gastsprekers), Nationaal Monument Kamp Vught, Nationaal
Monument Oranjehotel, Nationaal Monument Kamp Amersfoort, het Nationaal Holocaust
Museum en de Anne Frankstichting is intensief overleg gevoerd over de vormgeving van
de versterking van hun educatieaanbod. Educatie wordt hier begrepen als informele
educatie over de Holocaust vanuit de herinneringssector voor volwassenen, kinderen/jongeren
en scholierengroepen. Voor scholieren is deze informele educatie altijd in aanvulling
op de vereisten uit het curriculum voor het onderwijs.
• De Staatssecretaris van VWS heeft met ingang van 2025 structureel 50.000 euro per
jaar aan de instellingssubsidies van de bovengenoemde 6 instellingen toegevoegd voor
de versterking van hun eigen educatieve functie. Tevens is afgesproken dat deze instellingen
meedoen aan de jaarlijkse monitor over informele educatie, uitgevoerd door Stichting
WO2Net, zodat structureel inzicht komt in het educatieaanbod van de WOII-sector en
de totale bezoekersaantallen aan de instellingen in Nederland.
• Daarnaast zijn de 6 instellingen gevraagd in gezamenlijkheid een plan te ontwikkelen
dat aansluit bij de behoeftes die er zijn in het onderwijs en dat bijdraagt aan een
landelijk dekkend aanbod van informele Holocausteducatie. De instellingen gaven aan
veel adviesverzoeken te ontvangen vanuit de verschillende lerarenopleidingen. Belangrijkste
vraag daarbij was advies «op maat», dus toegespitst op de praktijk van de opleidingen
zelf. Met dit uitgangspunt hebben de 6 instellingen gezamenlijk een plan van aanpak
ontwikkeld voor de lerarenopleidingen. De Staatssecretaris van VWS stelt voor dit
tweejarige project in totaal 200.000 euro beschikbaar (2025–2026). Afhankelijk van
de uitkomsten wordt besloten over de structurele inzet van deze middelen vanaf 2027.
Monitor Stichting WO2Net
Stichting WO2Net is in 2025 gestart met de eerste periodieke monitor over het aanbod
en bereik van de herinneringssector, waar het gaat om (informele) educatie over de
Tweede Wereldoorlog, inclusief de Holocaust. De bedoeling is dat er op termijn periodiek
inzicht komt in de landelijke bezoekersaantallen en het educatieve en museale aanbod
van de herinneringssector.
De eerste monitor van 2025 is gestart met een inventarisatie naar en analyse van het
(educatieve) aanbod voor jongeren (t/m 24 jaar) en het bereik daarvan. Voorbeelden
van materialen en activiteiten zijn een digitaal of fysiek lespakket voor op school
op locatie, bij een theatervoorstelling, een educatieve rondleiding of een gastles.
De uitkomsten van deze eerste monitor worden uiterlijk in december 2025 verwacht en
worden met de sector gedeeld.
Subsidieregeling
Conform de toezegging in het plan heeft de Staatssecretaris van VWS onlangs de subsidieregeling
«Versterking WOII-herinneringssector» opengesteld voor kennisverspreiding over onder andere de Holocaust. Doel hiervan
is dat naast de al gesubsidieerde instellingen ook organisaties daarbuiten ruimte
krijgen om cultureel-educatieve en museale activiteiten te organiseren over onder
andere de Holocaust. In totaal is er 4 miljoen euro beschikbaar binnen de regeling
die loopt tot en met november 2029. De eerste aanvraagperiode opende op 3 november
2025.
Studiereizen Holocaustlocaties
Veel organisaties organiseren studiereizen naar Holocaustlocaties in het buitenland.
In dat kader is onlangs een pilot gestart met subsidie van het Ministerie van VWS,
uitgevoerd door Stichting Sobibor. In deze pilot wordt een studiereis georganiseerd
voor middelbare scholieren, niet alleen om het historisch bewustzijn te vergroten,
maar ook om reflectie te stimuleren over actuele maatschappelijke vraagstukken zoals
discriminatie en polarisatie en het belang van vrijheid in een democratische rechtsstaat.
De lessen die deze pilot leert, zullen worden verbonden met de andere acties uit het
plan die toezien op de versterking van Holocausteducatie door de herinneringssector.
Impactanalyse bestaand materiaal (actie G)
Er is door de WOII-herinneringssector een schat aan materiaal ontwikkeld waaruit onder
andere docenten kunnen putten. Er is echter nauwelijks overzicht van al dit bestaande
materiaal of van het huidige (informele) scholingsaanbod. Ook is er geen goed beeld
van de kwaliteit ervan. Daarom maakt bijzonder hoogleraar Holocausteducatie Marc van
Berkel met subsidie van het Ministerie van VWS een (kwantitatieve) inventarisatie
van het materiaal en het aanbod. Daarbij wordt ook gekeken naar welk educatiemateriaal
dat door de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) is ontwikkeld, toepasbaar
is voor Nederland. Verder wordt inzicht gegeven in de kwaliteit van het materiaal
en of en zo ja hoe aandacht wordt geschonken aan bijvoorbeeld de koppeling tussen
Holocausteducatie en educatie over de Tweede Wereldoorlog, de relatie tussen Holocausteducatie
en antisemitismebestrijding en de verbinding met actuele vraagstukken. Daarmee wordt
tevens een aanzet gegeven voor mogelijke kwaliteitscriteria voor Holocausteducatie
door de herinneringssector (zie verder hieronder). Het project loopt van 1 september
2024–1 september 2026.
Kwaliteitskader voor Holocausteducatie door de herinneringssector (actie H)
Aan het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Nationaal Monument Kamp Vught, Nationaal
Monument Oranjehotel, Nationaal Monument Kamp Amersfoort, het Nationaal Holocaust
Museum en de Anne Frankstichting is gevraagd om, samen met bijzonder hoogleraar Holocausteducatie
Marc van Berkel, kwaliteitsnormen te ontwikkelen voor goede Holocausteducatie. Het
gaat hier uitdrukkelijk niet om normen voor het regulier onderwijs maar voor organisaties
die informele educatie aanbieden. Ook andere belangrijke organisaties binnen de herinneringssector,
zoals het Nationaal Comité 4 en 5 mei, en de educatietafel van het Veldberaad WOII
worden betrokken.
De kwaliteitsnormen bieden een instrument voor overheden en scholen om de projecten
te beoordelen van de vele organisaties in Nederland die op allerlei manieren vormgeven
aan informele Holocausteducatie.
Voor de ontwikkeling van de kwaliteitsnormen heeft het Ministerie van VWS 200.000
euro voor twee jaar beschikbaar gesteld, tot eind 2026. Na afloop zal in overleg met
de herinneringssector worden nagegaan hoe de kwaliteitsnormen het beste geïmplementeerd
kunnen worden en telkens weer kunnen worden bijgesteld aan nieuwe ontwikkelingen en
inzichten.
III. Versterken van het bereik van Holocausteducatie bij het algemeen publiek
De laatste doelstelling uit het plan richt zich op het bereiken van het algemeen publiek
of op specifieke doelgroepen.
Campagne (actie J)
Sinds 2024 organiseert de NCAB samen met de Ministeries van OCW, VWS en SZW en het
onderwijs- en het herinneringsveld jaarlijks een campagne in januari, genaamd Leer over de Holocaust. Met deze campagne willen de deelnemende organisaties elkaar versterken en een zo
groot en divers mogelijk publiek bereiken. Gedurende deze maand wordt op allerlei
manieren extra aandacht aan Holocaust(educatie) gegeven. De campagne heeft als doel
kennis, bewustzijn en maatschappelijke weerbaarheid onder alle Nederlanders te vergroten
en ouders en docenten beter te equiperen om de geschiedenis van de Holocaust bespreekbaar
te maken. Tegelijkertijd herinnert zij aan de verantwoordelijkheid die rust op onze
samenleving om de lessen van het verleden te blijven doorgeven.
De campagne rust op drie pijlers: educatie, herdenking en publiekscommunicatie. Vanuit
het overkoepelende thema Samen houden we de herinnering levend worden lessen getrokken uit het verleden en toegepast op de uitdagingen van vandaag.
Het thema benadrukt dat herdenken niet alleen terugblikken is, maar ook een fundament
vormt voor actief burgerschap en het beschermen van democratische waarden.
Uit de evaluatie van 2025 komt naar voren dat het gelukt is om meer nieuwe partners
te betrekken en de samenwerking met de bestaande partners te versterken. Dat heeft
gezorgd voor meer draagvlak en betere verspreiding van de boodschappen over de Holocaust.
De website www.leeroverdeholocaust.nl en de gebruikte communicatiemiddelen, zoals advertenties en YouTube-filmpjes, bereikten
dit jaar een groter publiek.
Om de communicatie(middelen) nog beter te laten aansluiten op de verschillende doelgroepen
is een eerste doelgroepenonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de website
www.leeroverdeholocaust.nl door bezoekers gewaardeerd wordt, maar dat er nog te winnen valt als het gaat om
de bekendheid van de website. Ook geeft het onderzoek goede aanbevelingen om de –
rijke – informatie op de site beter te structureren zodat de vindbaarheid voor gebruikers
verbeterd wordt. Het onderzoek betreft een eerste nulmeting en zal jaarlijks worden
herhaald.
Op 8 januari 2026 gaat de derde campagne van start. Deze bouwt voort op de resultaten
van de vorige twee campagnes. De resultaten van de evaluatie en het onderzoek worden
zoveel mogelijk in de opzet en uitvoering van deze campagne verwerkt.
De afgelopen twee jaar is een solide basis gelegd met onder andere beschikbaar (les)materiaal
dat te vinden is op de website www.leeroverdeholocaust.nl. De website zal voor de start van de campagne worden aangevuld met nieuw materiaal.
Zo zal onder meer de gemeente Den Haag met haar (Joodse) herinneringslocaties worden
toegevoegd aan de site. Daarnaast zullen nieuwe communicatiemiddelen worden toegevoegd
om zo de impact en het bereik verder te vergroten.
Werkconferentie Holocausteducatie (actie K)
Jaarlijks, sinds 2024, organiseert de NCAB een werkconferentie om elkaar te ontmoeten
en actuele ontwikkelingen, onderzoek en goede voorbeelden in het kader van Holocausteducatie met elkaar te bespreken. Sinds dat jaar zien
we een sterke stijging van het aantal deelnemers, onder wie leraren geschiedenis en
maatschappijleer.
De conferentie in 2025 werd geopend door voormalig Staatssecretaris Funderend Onderwijs
en Emancipatie, Mariëlle Paul. Er werd een lezing gegeven door de auteur Marcel Möring.
Moritz Wein van het Oostenrijkse Ministerie van onderwijs lichtte toe hoe zijn land
omgaat met de specifieke historische context van Holocausteducatie. Ook werden er
workshops verzorgd door de Anne Frank Stichting en Yad Vashem waarin onder andere
best practices werden uitgewisseld over de wijze waarop de geschiedenis van de Holocaust
beter bespreekbaar gemaakt kan worden. Bij deze conferentie waren 60 deelnemers aanwezig
uit zowel de WOII-herinneringssector als het onderwijsveld. De conferentie biedt een
waardevol platform voor het samenbrengen van docenten, beleidsmakers, experts, studenten
en wetenschappers om kennis en ervaring uit te wisselen over Holocausteducatie. Er
worden nieuwe inzichten gedeeld en kennis en ervaring uitgewisseld.
Op 25 maart 2026 organiseert de NCAB voor de derde keer deze werkconferentie. Ingezet
wordt op een verdere inhoudelijke verdieping en een verbreding van het aantal deelnemers.
Holocausteducatie bij aanpak antisemitische en racistische spreekkoren in het voetbal
(actie M)
Om antisemitische en racistische spreekkoren in het voetbal aan te pakken kunnen supporters
die zich hebben misdragen in of rond het stadion, op aangeven van de club, of nadat
zij strafrechtelijk in beeld zijn gekomen, deelnemen aan het Spreekkorenproject dat sinds 2016 wordt uitgevoerd door de Anne Frank Stichting. Ook motiveren de clubs
sfeerbepalende sleutelfiguren soms tot vrijwillige deelname aan de workshops om een
positieve verandering in de sociale normen rond het voetbal te bewerkstelligen. Dit
project dat afgelopen jaren al bij Feyenoord, FC Utrecht en FC Den Bosch liep en sinds
dit jaar ook bij PSV Eindhoven loopt, richt zich op bewustwording bij supporters van
het kwetsende effect van antisemitische en racistische spreekkoren. Deelnemers gaan
samen naar onder andere Nationaal Monument Kamp Vught, het Namenmonument in Utrecht
en het Kindermonument in Rotterdam. Deelnemers aan dit project geven aan dat zij onder
de indruk zijn van de persoonlijke verhalen van de (deels Joodse) mede-supporters,
waardoor zij het kwetsende karakter van de spreekkoren beter begrijpen en afzien van
de inzet van dergelijke spreekkoren.
In 2025 hebben er 9 programma’s met 102 supporters gedraaid bij de betrokken betaald
voetbalorganisaties en voor 2026 staan er 11 programma’s in de planning.
Het project is tevens onderdeel van Ons Voetbal is van Iedereen (OVIVI), dat door de overheid in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond
(KNVB) en een aantal andere maatschappelijke partijen wordt uitgevoerd en de brede
en integrale aanpak van discriminatie en racisme in het voetbal betreft. Dit programma
wordt jaarlijks door het Mulier Instituut geëvalueerd, dus ook het Spreekkorenproject.
Uw Kamer wordt hierover regelmatig geïnformeerd.
Inburgeringstraject (actie N)
Holocausteducatie is een belangrijk onderdeel van de inburgering. De Staatssecretaris
van Participatie en Integratie van het Ministerie van SZW zet in op de verdere versterking
van deze educatie in de inburgering.
Onderdeel examen Kennis Nederlandse Maatschappij
Het begrip Holocaust en de betekenis ervan zijn per 1 juli 2025 onderdeel van de eindtermen
van het inburgeringsexamen Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM).15 Dit betekent dat inburgeraars leren over de Holocaust en via het examen worden getoetst
op hun kennis.
Handreiking Holocausteducatie voor docenten inburgering
Uit de peiling onder leraren16 (zie verder onder paragraaf I) komt naar voren dat het doceren over het onderwerp
aan de doelgroep nieuwkomerskinderen op de ISK een uitdaging is. Inburgeraars zijn
ook nieuwkomers. Het Ministerie van SZW werkt daarom aan een handreiking over Holocausteducatie
voor docenten inburgering. Doel is docenten inburgering KNM bij cursusinstellingen
en aanbieders van taalschakeltrajecten binnen de Onderwijsroute te ondersteunen in
het lesgeven over dit onderwerp. Naast een inventarisatie van beschikbaar lesmateriaal
naar taligheid en abstractieniveau wordt in de handreiking ook ingegaan op de wijze
waarop aan de doelgroep over het onderwerp kan worden gedoceerd. De opdracht voor
de ontwikkeling van de handreiking wordt naar verwachting eind 2025 uitgezet.
Pilot bezoeken inburgeraars aan instellingen en musea
Naar aanleiding van de motie Kamerlid Diederik van Dijk (SGP) c.s.17 over bezoeken van inburgeraars aan instellingen voor Holocausteducatie is in het
kader van het plan een verkenning onder 12 instellingen uitgevoerd naar de inhoudelijke
en financiële consequenties van deze bezoeken (naast een verkenning naar de inhoudelijke
en financiële gevolgen van het scholierenbezoek voor deze instellingen, zie verder
onder paragraaf II).18 Hieruit blijkt dat het organiseren van een dergelijk bezoek kostbaar is en veel vraagt
van de uitvoering, inhoudelijke programmering en begeleiding. Instellingen en musea
geven aan dat ze geen of nauwelijks ervaring met de doelgroep hebben en dat dit vraagt
om nieuw te ontwikkelen materiaal. Deze programma’s moeten een passend taalniveau
en passende begeleiding bieden voor de inburgeraars. Denk daarbij bijvoorbeeld aan
de inzet van tolken en extra aandacht voor mensen met een oorlogstrauma. Dit maakt
de bezoeken kostbaar. De instellingen geven aan dat een goede voorbespreking en voorbereiding
nodig zijn en dat het bezoek moet worden opgezet met samenwerkingspartners.
In 2026 start een pilot om te onderzoeken hoe de bezoeken op een effectieve wijze
vormgegeven kunnen worden. Voor deze bezoeken ontwikkelen de instellingen een programma
specifiek gericht op inburgeraars, waarbij rekening wordt gehouden met hun beheersing
van de Nederlandse taal en de verschillende niveaus van voorkennis over de Tweede
Wereldoorlog en de Holocaust. Om de educatieve waarde van het bezoek te verhogen is
een goede voor- en nabespreking onderdeel van het programma. Door op deze manier het
bezoek te duiden en de informatie te herhalen kan het bezoek beter beklijven. Daarnaast
biedt het ruimte voor reflectie en om ervaren emoties te delen. De pilot wordt naar
verwachting eind 2026 afgerond en wordt gemonitord en geëvalueerd op uitvoerbaarheid.
De pilot zal ook inzicht geven in de financiële consequenties van een landelijke uitrol.
Het Ministerie van SZW is met een aantal instellingen, musea en gemeenten in gesprek
over hun deelname aan en vormgeving van deze pilot. Uw Kamer wordt in de loop van
2026 geïnformeerd over de voortgang.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid