Brief regering : Voortgang toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen
29 477 Geneesmiddelenbeleid
Nr. 960
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2025
Innovatie in geneesmiddelen brengt hoop en perspectief voor patiënten: nieuwe geneesmiddelen
kunnen levens verlengen, klachten verminderen en in sommige gevallen genezing mogelijk
maken. Tegelijkertijd staat ons systeem voor de uitdaging om het pakketbeheer van
nieuwe geneesmiddelen zorgvuldig te organiseren. Daarom werk ik aan een toekomstbestendig
stelsel waarin nieuwe, effectieve medicijnen zo snel mogelijk beschikbaar komen voor
patiënten die er baat bij hebben, tegen een maatschappelijk aanvaardbare prijs. Het
streven is om dit systeem op 1 januari 2027 in te laten gaan. Ik wil ervoor zorgen
dat de overheid en zorgpartijen gezamenlijk meer grip krijgen op de instroom van nieuwe
geneesmiddelen in het basispakket van de zorgverzekering, zodat we kunnen versnellen,
en meer inzicht krijgen in de effectiviteit en gepaste inzet van geneesmiddelen in
de praktijk.
Over de uitwerking hiervan is uw Kamer in eerdere Kamerbrieven geïnformeerd, voor
het laatst in december 20241. In deze brief schets ik de belangrijkste ontwikkelingen sinds deze laatste Kamerbrief.
Daarbij ga ik in op:
1. De uitvoering van de opdracht van Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut)
om het proces van het toekomstige stelsel in te richten;
2. Een beoordeling van benodigde aanpassingen in wet- en regelgeving;
3. Een aantal andere activiteiten die van belang zijn voor het toekomstige stelsel;
4. Twee samenhangende onderwerpen «maatschappelijk aanvaarbare uitgaven aan geneesmiddelen»
en «evergreening» waarover ik uw Kamer later verder informeer.
1. Uitwerking van het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen door het Zorginstituut
In september 2024 heb ik het Zorginstituut de opdracht gegeven om te verkennen hoe
het toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen (TSG) eruit moet gaan zien. Deze verkenning
heeft het Zorginstituut in maart 2025 opgeleverd. De verkenning schetst het TSG op
hoofdlijnen en de ontwikkelpunten om hier naar toe te werken. In de vervolgopdracht
werkt het Zorginstituut dit verder uit om in april 2026 een uitvoeringstoets op te
leveren. Daarin is ook aandacht voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van deze plannen.
Aan de hand van deze uitvoeringstoets zal ik besluiten of het Zorginstituut verder
kan gaan met de implementatiefase.
Beoogd effect TSG
Met het TSG wordt beoogd om meer grip te krijgen op de instroom van alle nieuwe geneesmiddelen in het basispakket van de zorgverzekering. In Nederland werken
verschillende partijen samen aan het beoordelen, vergoeden, inkopen, voorschrijven
en gepast inzetten van geneesmiddelen. Het gaat om koepelorganisaties van zorgverleners,
zorgaanbieders, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, het Zorginstituut en het
Ministerie van VWS. In de huidige situatie werken deze partijen al geregeld samen
aan de beheerste instroom van een geneesmiddel, maar dit gebeurt vaak op een ad hoc
basis en het geheel is niet efficiënt georganiseerd. De essentie van het TSG is dat
het Zorginstituut met zorgpartijen op een gestructureerde, proactieve en gelijkgerichte
manier gaat samenwerken om vroegtijdig inzichtelijk te maken wat er voor een nieuw
geneesmiddel nodig is om op een beheerste manier in te stromen en daar afspraken over
te maken. Het Zorginstituut neemt de regierol voor die samenwerking. Het Zorginstituut
levert een inhoudelijke bijdrage door risico’s in kaart te brengen, beoordelingen
te doen en zorgpartijen te adviseren over passende acties, waarbij ook de zorgpartijen
zelf beoordelingen uitvoeren binnen hun eigen verantwoordelijkheid.
In het TSG wordt veel eerder gestart met het in kaart brengen van eventuele risico’s
bij het toelaten van nieuwe geneesmiddelen in het basispakket. Nu zijn alleen financiële
risico’s (op basis van de sluiscriteria) reden om vroegtijdig te kijken naar de pakketcriteria,
terwijl er ook risico’s voor pakketopname kunnen zijn op het gebied van effectiviteit
en gepaste inzet. Er komt een eenduidig proces voor alle nieuwe geneesmiddelen waarin
wordt toegewerkt naar een gelijke informatievoorziening over de relevante pakketrisico’s
die beschikbaar is voor betrokken partijen. Op basis van gesignaleerde pakketrisico’s
wordt bepaald welke beoordelingsroute een geneesmiddel verder volgt en of er passende
beheersmaatregelen nodig zijn om het risico bij instroom te mitigeren. Voor het afspreken
van beheersmaatregelen wordt een triagetafel met zorgpartijen ingericht. Om het proces
van pakkettoelating van nieuwe geneesmiddelen waar mogelijk te versnellen gaat het
Zorginstituut huidige processen en activiteiten van zorgpartijen stroomlijnen en faciliteren,
maatwerk creëren in de beoordelingen (bijvoorbeeld een minder uitgebreide beoordeling
waar dat kan) en op structurele basis afstemmen met zorgpartijen en de farmaceutische
industrie. Bij het TSG is het uitgangspunt: snel waar het kan en uitgebreid waar het
moet. In de praktijk zal dit betekenen dat nieuwe geneesmiddelen met weinig risico’s
snel kunnen instromen in het basispakket.
Nieuwe geneesmiddelen met hoge risico’s zullen daarentegen net als nu uitgebreid beoordeeld
en gewogen worden voor opname in het basispakket.
In de motie van het lid Claassen2 wordt opgeroepen tot meer flexibiliteit en maatwerk in het proces. Deze mogelijkheid
wordt gecreëerd in het TSG, doordat er aan de voorkant van het proces anders wordt
omgegaan met de financiële risico’s en naar meer eigenschappen van het geneesmiddel
wordt gekeken en afhankelijk daarvan een route tot pakkettoelating wordt gevolgd.
Daarbij wil ik wel aangeven dat ik flexibiliteit in het proces belangrijk vind, maar
dit in verhouding moet staan met de voorspelbaarheid.
Procesupdate opdracht Zorginstituut
Het Zorginstituut werkt het TSG uit in zeven deelprojecten3:
In deelproject 1 wordt gewerkt aan een verrijking van de bestaande horizonscan geneesmiddelen. In
deze verrijkte horizonscan wordt er beter aangesloten op de beschikbare kennis uit
de internationale horizonscan en worden zaken gedigitaliseerd, wordt de informatie
vaker geüpdatet, en wordt er meer uitgebreide informatie over relevante pakketrisico’s
opgehaald. Daarnaast wordt verkend hoe extra relevante informatie beschikbaar kan
komen uit andere bronnen, zoals zorginkoop, zorgverzekeraars en de farmaceutische
industrie.
In deelproject 2 wordt gewerkt aan het verder vorm geven van de nieuwe zogenoemde rapid review. In
deze fase gaat het Zorginstituut de verkregen informatie duiden om te bepalen welke
route het geneesmiddel vervolgens moet doorlopen voor vergoeding. Waar mogelijk wordt
er omwille van voorspelbaarheid en transparantie toegewerkt naar harde criteria (afkappunten),
zolang dit het gewenste maatwerk niet belemmert.
In deelproject 3 wordt verkend welke beheersacties nodig zijn om potentiële risico’s op een passende
wijze te kunnen mitigeren. Er zijn verschillende partijen aan zet bij verschillende
beheersacties, bijvoorbeeld mijn ministerie als het gaat om onderhandelingen of de
beroepsgroepen bij afspraken over gepast gebruik. Daarnaast zijn sommige beheersacties
al in gebruik en moeten andere beheersacties nog worden ontwikkeld. In het deelproject
worden ontwikkelpunten, actiehouders en randvoorwaarden op stelselniveau geïdentificeerd.
In deelproject 4 wordt met zorgpartijen nagedacht over de inrichting van de triagetafel. Daarbij worden
uitgangspunten in de samenwerking vastgelegd en ontwikkelpunten voor 2026 bepaald.
In deelproject 5 wordt geïnventariseerd of de huidige methodiek van de beoordelingen moet worden uitgebreid
met nieuwe methodes om maatwerk te kunnen leveren binnen het TSG.
In deelproject 6 wordt een ontwerp gemaakt voor een informatiemanagementsysteem. Dit systeem moet
samenwerking binnen het TSG gaan faciliteren en verbeteren. In de uitvoeringstoets
zal het Zorginstituut adviseren over een passend ontwerp voor dit systeem.
In deelproject 7 is aandacht voor de wijze waarop het beoordelen van nieuwe vaccinaties voor medische
risicogroepen wordt ingepast in het TSG.
Naast deze deelprojecten werkt het Zorginstituut aan een impactanalyse, waarin wordt
gekeken naar de beoogde effecten en de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van het beoogde
TSG voor partijen. De uitkomsten worden gerapporteerd in de uitvoeringstoets.
Afstemming met zorgpartijen en farmaceutische industrie
Het Zorginstituut stemt de uitvoering van de opdracht af met zorgpartijen en de farmaceutische
industrie. Voor de zomer hebben er startbijeenkomsten plaatsgevonden. In de laatste
twee kwartalen van 2025 organiseert het Zorginstituut om de week een werktafel met
alle zorgpartijen. Dat zijn koepels van beroepsgroepen, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars
en ziekenhuizen. Daarnaast organiseert het Zorginstituut maandelijks een klankbordtafel
met de farmaceutische industrie. De agenda voor deze tafels wordt gezamenlijk bepaald
en er zijn werkafspraken gemaakt over de voorbereiding en afstemming. Het doel is
om vroegtijdig input op te halen, zodat partijen kunnen meedenken bij het vormgeven
van het TSG. Er is nog geen besluitvorming in deze fase. Er volgt in het eerste kwartaal
van 2026 een uitgebreide schriftelijke consulatie op de concept uitvoeringstoets.
2. Beoordeling van benodigde aanpassingen in wet- en regelgeving
a. Risicogerichte pakkettoelating voor alle nieuwe geneesmiddelen
Het proces tot pakkettoelating dat door het Zorginstituut wordt uitgewerkt, is op
dit moment juridisch (deels) mogelijk voor geneesmiddelen die thuis gebruikt worden
(extramuraal) en voor de hele dure ziekenhuisgeneesmiddelen (intramurale sluisgeneesmiddelen).
Het TSG vraagt om een juridisch systeem waarin geneesmiddelen met gelijke risico’s
op consistente wijze worden beoordeeld, en onder dezelfde voorwaarden kunnen worden
opgenomen in het basispakket. Daarvoor is het nodig dat de overheid over meer intramurale
geneesmiddelen kan besluiten voor pakkettoelating. Ik voorzie dat dit gaat om geneesmiddelen
met nieuwe werkzame stoffen en nieuwe indicaties of toedieningsvormen van bestaande
werkzame stoffen. Hiervoor zal het Besluit Zorgverzekering moeten worden aangepast.
Ik heb dit proces in gang gezet waarmee het mogelijk wordt om deze wijziging in te
laten gaan per 1 januari 2027. De definitieve besluitvorming hier over volgt. Deze
wijziging zal zoals gebruikelijk aan uw Kamer worden voorgelegd, naar verwachting
voor de zomer van 2026.
b. Gepast gebruik
Eén van de speerpunten uit het TSG is het bevorderen van gepast gebruik van geneesmiddelen
in de praktijk. Bij gepast gebruik gaat het om de juiste inzet van geneesmiddelen
te bevorderen en te borgen. Over- en onderbehandeling moet worden voorkomen. Dat kan
immers leiden tot onnodige bijwerkingen en gezondheidsschade. Helaas komen de afspraken
over gepaste inzet van geneesmiddelen niet altijd goed van de grond of worden deze
niet goed door vertaald naar de praktijk. In het traject Verbeteren en Verbreden van
de Toets op het Basispakket (VVTB) heb ik daarom onderzocht of er wettelijke leveringsvoorwaarden
kunnen worden gesteld aan de vergoeding van zorg4. De conclusie is dat (minder ingrijpende) alternatieven eerst verder moeten worden
onderzocht.
Het is op dit moment nog niet volledig duidelijk waarom afspraken over gepast gebruik,
die zowel in contracten tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen kunnen worden opgenomen
als in richtlijnen van de beroepsgroep kunnen worden vastgelegd, desondanks niet goed
van de grond komen. En of wettelijke voorwaarden daar een oplossing voor zijn, bijvoorbeeld
als de afspraken niet goed worden nageleefd en moeilijk te controleren zijn in de
praktijk. Daarnaast is nog niet goed gekeken welke verbeteringen er mogelijk zijn
in afspraken tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen. Daarom vind ik het belangrijk
om eerst samen met de betrokken partijen, waaronder het Zorginstituut en de zorgverzekeraars,
te onderzoeken waarom gepast gebruik afspraken nu niet goed van de grond komen, waar
het probleem precies in zit en waar mogelijk ruimte is voor verbetering binnen de
bestaande mogelijkheden om toe te zien dat gepast gebruik afspraken ook in de praktijk
daadwerkelijk worden toegepast. Ik houd uw Kamer op de hoogte over de gesprekken met
betrokken partijen en de verdere voortgang.
3. Acties van belang voor het toekomstig stelsel geneesmiddelen
Naast de uitvoering van de opdracht van het Zorginstituut zijn er een aantal andere
acties van belang voor het TSG, die ik hier onder verder toelicht.
a. Voorwaardelijke Toelating
Eén van de mogelijke beheersacties in het TSG kan een voorwaardelijke toelating van
geneesmiddelen tot het basispakket (VT) zijn. Dit is een bestaande procedure die recent
is geëvalueerd. Ik ben in overleg met het Zorginstituut over de aanbevelingen vanuit
de evaluatie en mijn ideeën over de opvolging daarvan. Ik kijk hierbij ook kritisch
naar de huidige afbakening van de VT (weesgeneesmiddelen5, conditionals6 en exceptionals7).
Op 3 juli jl. heb ik die beleidsmatige evaluatie van de VT met u gedeeld8. Ik heb toen toegezegd mijn appreciatie van het rapport met u te delen in deze brief.
Om dit op een zorgvuldige manier te doen en goed af te stemmen met de relevante partijen,
is meer tijd nodig. Ik voorzie daarom dat ik mijn appreciatie begin 2026 met u zal
kunnen delen.
b. Dashboard doorlooptijden
Sinds 2023 maak ik via het dashboard doorlooptijden geneesmiddelen inzichtelijk in
welke fase van de vergoedingsprocedure (indiening, beoordeling of onderhandeling)
dure, nieuwe geneesmiddelen zich bevinden. Vorig jaar heeft mijn voorganger aangegeven
het dashboard doorlooptijden geneesmiddelen te willen doorontwikkelen. Daarom heb
ik dit voorjaar een evaluatie uitgevoerd van het huidige dashboard. Daarnaast heb
ik een gebruikersonderzoek laten uitvoeren om van alle verschillende gebruikersgroepen
te horen hoe zij het dashboard nu gebruiken en welke aanvullende informatiebehoefte
zij hebben voor het dashboard. Daarin waren patiëntenverenigingen, mantelzorgers,
journalisten, overheidsmedewerkers, farmaceutische industrie, apothekers, zorgverleners
en zorgverzekeraars vertegenwoordigd.
Uit het gebruikersonderzoek blijkt dat het dashboard in de praktijk met name door
beleidsmedewerkers in de zorg wordt geraadpleegd en in mindere mate door patiënten,
mantelzorgers en zorgverleners. Gebruikers van het dashboard willen weten «wie aan
zet is» en wat de status van de vergoeding van (sluis)geneesmiddelen is. Op dit moment
voorziet het dashboard slechts deels in deze behoefte. Daarnaast biedt het dashboard
beperkte mogelijkheden voor het filteren en vergelijken van geneesmiddelen of genereren
van overzichten. Bovendien geven gebruikers aan dat het duiden van de beschikbare
data een hoge mate van voorkennis vereist van vergoedingsprocedures in Nederland waardoor
het voor vele groepen minder goed te gebruiken is.
Op basis van de inzichten uit de evaluatie en het gebruikersonderzoek heb ik een eerste
ontwerp laten maken voor een mogelijke nieuwe versie van het dashboard en deze ook
bij een vertegenwoordiging van gebruikers getoetst. In dit ontwerp is ruimte voor
een heldere uitleg per tussenstap in het vergoedingsproces, transparantie in «wie
aan zet» is, en de mogelijkheid om verschillende rapportages te genereren die inzicht
moeten geven in de doorlooptijd van individuele of geselecteerde groepen geneesmiddelen.
Een nieuw dashboard vraagt ook om een aanvullende investering hierin. Daarom onderzoek
ik hoe invulling gegeven kan worden aan dit ontwerp en waar dit mogelijk kan in samenhang
met andere informatiemanagementsystemen. De informatie op het dashboard raakt namelijk
aan andere initiatieven op het gebied van dataverzameling, zoals bijvoorbeeld het
opzetten van een informatie-managementsysteem door het Zorginstituut in het kader
van het TSG. Om te voorkomen dat vergelijkbare dataverzamelingen naast elkaar gaan
bestaan, kijk ik nu hoe een nieuwe versie van het dashboard en de dataverzameling
die daaraan ten grondslag ligt het beste kunnen worden geïmplementeerd. Ik verwacht
hier voor de zomer van 2026 meer duidelijkheid over te kunnen geven.
c. Update informatie prijs- en vergoedingsbeleid geneesmiddelen op Rijksoverheid.nl
De gebruikers van het dashboard bevestigen dat het systeem van pakkettoelating ingewikkeld
is en, zeker voor leken, moeilijk te doorgronden. Mijn voorgangers zijn eerder in
Kamerbrieven inhoudelijk ingegaan op de verschillende toelatingsprocedures tot het
pakket en wat de verschillen daar in zijn. Maar daarmee is deze informatie nog niet
breed toegankelijk. Ik heb daarom gewerkt aan een update van de pagina’s over prijs-
en vergoedingsbeleid op Rijksoverheid.nl en in eenvoudige bewoordingen het bestaande
beleid, én de verschillende voorgenomen beleidswijzigingen toegelicht. De geüpdatete
pagina’s komen op korte termijn online. Ik heb hier ook een toelichting gegeven op
zogenoemd cyclisch pakketbeheer, waarmee ik de motie van voormalig lid Daniëlle Jansen
(NSC) gestand doe9.
d. Gerichte toewijzing onderzoeksgelden bij kennisvragen
Partijen10 uit de Medisch Specialistische Zorg hebben samen met het Zorginstituut en onder coördinatie
van het programma Zorgevaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG) een zogenoemde gerichte procedure
opgesteld voor het uitvoeren van doelmatigheidsonderzoek bij dure geneesmiddelen.
Deze procedure is erop gericht om gezamenlijk vast te stellen voor welke geneesmiddelen
en bijbehorende onderzoeksvragen een doelmatigheidsstudie wenselijk is. De doelmatigheidsstudies
hebben als doel om, met gelijkblijvende of betere effectiviteit en kwaliteit van leven
voor patiënten, de uitgaven aan dure geneesmiddelen te beperken. Denk bijvoorbeeld
aan een lagere dosering of een kortere behandelingsduur. Ook is in deze procedure
vastgelegd hoe de betrokken partijen gezamenlijk de studie vormgeven in co-creatie,
uitvoeren, en de resultaten vervolgens implementeren en monitoren.
Er zijn op dit moment twee doelmatigheidsstudies die de partijen hebben aangewezen
om uit te voeren. Deze starten binnenkort. In beide studies gaat het om geneesmiddelen
die gebruikt worden bij de behandeling van kanker. In één studie wordt onderzocht
of een behandeling bij een vorm van bloedkanker korter kan. Nu duurt deze behandeling
24 maanden. In de studie wordt onderzocht of zes maanden ook voldoende is voor hetzelfde
gezondheidseffect. In de tweede studie gaat het om een geneesmiddel voor borstkanker.
Er wordt onderzocht of dit geneesmiddel van toegevoegde waarde is aan de standaardbehandeling
na de operatie.
De afgelopen tijd was het mogelijk om projectideeën aan te dragen voor de gerichte
procedure. Er zijn zes voorstellen ingediend door verschillende wetenschappelijke
verenigingen. Partijen zullen in de komende maanden met elkaar bepalen welke voorstellen
verder worden uitgewerkt en uiteindelijk welke studies er gaan worden uitgevoerd.
Daarnaast zal de gerichte procedure een plek krijgen binnen het TSG.
e. Financiering geneesmiddelencommissies
Geneesmiddelencommissies, waarin medisch specialisten per wetenschappelijke vereniging
zijn vertegenwoordigd, vervullen een belangrijke rol bij de beoordeling van nieuwe
geneesmiddelen. Door het gebruik van het «praktijkomschrijving introductie geneesmiddel»
(PIG-)formulier, leveren zij gestructureerde en relevante informatie over de beoogde
patiëntengroepen en de effectiviteit van nieuwe behandelingen. Deze input ondersteunt
het Zorginstituut en zorgverzekeraars bij hun beoordelingsprocessen.
De huidige subsidie van de geneesmiddelencommissies loopt tot eind 2025. In het Integraal
Zorgakkoord is afgesproken dat structurele financiering van deze commissies gewenst
en noodzakelijk is. Daarom heb ik vanaf 2026 structurele financiering beschikbaar
gesteld aan de Federatie Medisch Specialisten. Daarmee zorg ik dat de geneesmiddelencommissies
hun belangrijke rol kunnen blijven uitvoeren, ook als onderdeel van het toekomstige
stelsel.
f. Aansluiting (dure geneesmiddelen)registraties bij governance kwaliteitsregistraties
Risicobeheersing kan ook betekenen dat er informatie over het gebruik van geneesmiddelen
in de praktijk worden verzameld. Deze informatie kan worden vastgelegd in registraties.
Voor de zogenoemde kwaliteitsregistraties is een systeem ingericht waarin bijvoorbeeld
afspraken zijn gemaakt over de toetsing en financiering van deze registraties. Het
ligt voor de hand om hierin ook data over geneesmiddelen mee te nemen. Maar daarvoor
zijn mogelijk aanpassingen nodig in het systeem van de kwaliteitsregistraties, zoals
in rollen en verantwoordelijkheden en financiering. Dit vraagstuk ligt al enige tijd
op tafel en ik heb geconstateerd dat partijen in het verleden onvoldoende waren aangehaakt.
Daarom heb ik opnieuw alle standpunten van partijen geïnventariseerd. Deze input heb
ik samen met de partijen verwerkt tot een plan van aanpak waarin onder andere de scope,
projectorganisatie en het activiteitenplan van dit traject worden beschreven. Aankomende
tijd worden deze acties uitwerkt door mij en partijen om te komen tot een aansluiting
van de dure geneesmiddelen(registraties) bij de kwaliteitsregistraties.
g. Doorlopend inzicht in kosten en uitgaven aan geneesmiddelen
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stelt ieder jaar een rapportage op over de uitgaven
aan dure geneesmiddelen. Deze rapportages helpen mij om mijn beleid vorm te geven
en te monitoren. De NZa maakt hierin onder andere inzichtelijk wat de uitgaven aan
intramurale en extramurale geneesmiddelen zijn over de laatste jaren. Ook maken zij
daarin onderscheid tussen geneesmiddelen waar geen (stofnaam)concurrentie voor is
(monopoliegeneesmiddelen) en geneesmiddelen waar dat wel het geval is.
In de rapportage van dit jaar is te zien dat het aandeel dat wordt uitgegeven aan
dure geneesmiddelen ten opzichte van het totale ziekenhuisbudget over de afgelopen
jaren niet stijgt11. In dit rapport is ook te zien dat de uitgaven aan monopoliegeneesmiddelen gestegen
zijn in de periode tussen 2019 en 2023.
4. Andere trajecten: «maatschappelijk aanvaarbare uitgaven aan geneesmiddelen» en
«evergreening»
Naast de acties in het kader van TSG zijn er ook andere trajecten die betrekking hebben
op nieuwe (dure) geneesmiddelen. Op 16 oktober 2025 boden het Zorginstituut, de NZa
en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) mij het adviesrapport «Naar maatschappelijk
aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen» aan waarover uw Kamer op 30 oktober is geïnformeerd12. Het adviesrapport bestaat grotendeels uit een werkagenda. In het adviesrapport geven
de drie zelfstandige bestuursorganen weer welke stappen ze zelf zetten in vervolg
op het advies. Het werkprogramma heeft tot doel praktische invulling te geven aan
het kader waarlangs maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen kunnen
worden getoetst. Ook zijn enkele adviezen specifiek aan mij gericht, vooral die adviezen
die gaan over het bevorderen van concurrentie. Ik zal op die adviezen begin volgend
jaar mijn appreciatie geven. Hierbij betrek ik onder meer de lopende trajecten van
de herziening van de Wet geneesmiddelenprijzen, doorstart Geneesmiddelenvergoedingssysteem,
en het TSG.
De werkagenda vertaalt het normatieve kader naar praktische richtlijnen voor welke
uitgaven aan geneesmiddelen als maatschappelijk aanvaardbaar worden gezien.
Een ander onderwerp waarvoor regelmatig aandacht wordt gevraagd, is het zogeheten
evergreenen van geneesmiddelen. Bij motie Thiadens heeft de Tweede Kamer mij verzocht
om «alles in het werk te stellen om evergreening tegen te gaan» (Kamerstuk 36 725 XVI, nr. 33). Ook het lid Dijk (SP) heeft over dit onderwerp recentelijk Kamervragen gesteld.
Bij «evergreening» verlengen fabrikanten via wijzigingen aan bestaande geneesmiddelen
(bijvoorbeeld de manier van toedienen) de marktpositie van hun geneesmiddel. Dit kunnen
waardevolle innovaties zijn die bijdragen aan de effectiviteit, veiligheid of het
gebruiksgemak van geneesmiddelen, maar soms heeft een nieuwe variant geen of beperkte
daadwerkelijke meerwaarde ten opzichte van bestaande alternatieven. Het gaat dan weliswaar
om toegestane juridische en commerciële strategieën, maar dit leidt tot vragen over
de wenselijkheid als dit leidt tot hogere, of langer hoog blijvende prijzen. Ten behoeve
van de motie analyseer ik het onderwerp de komende tijd en beoordeel ik de diverse
beschikbare rapporten. Ook voer ik nauw overleg met de Minister van Economische zaken
die beleidsverantwoordelijk is voor intellectueel eigendom. Zelf ben ik verantwoordelijk
voor de regelgeving omtrent geneesmiddelen. Ik verwacht begin 2026 nader in te kunnen
gaan op de aangenomen motie.
Tot slot
Met deze brief heb ik u geïnformeerd over de voortgang van toekomstbestendig stelsel
geneesmiddelen. Ik zie dat er belangrijke stappen gezet worden en hier door alle betrokken
partijen hard aan wordt gewerkt. Ik vertrouw er op dat deze inzet zich vertaalt in
een goed werkend systeem.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport