Brief regering : Reactie op het verzoek van het lid Paternotte, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 24 september 2024, over het gevaar van grootschalige spionage- en sabotageaanvallen op consumentenelektronica (Washingtonpost.com, 19 september 2024)
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
30 821
Nationale Veiligheid
Nr. 1444
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2025
Tijdens de Regeling van Werkzaamheden op 24 september 2024 heeft het lid Paternotte
(D66) verzocht om middels een brief inzicht te geven in het overheidsbeleid met betrekking
tot de gevaren die de afhankelijkheid van elektronica voor onze samenleving kan opleveren.
Deze brief richt zich allereerst op de gevaren van elektronica als potentieel middel
voor terroristische aanslagen, waarbij de verschillende risico’s die elektronica met
zich meebrengt worden geschetst, gevolgd door een uiteenzetting van de aanpak om deze
risico’s te beheersen. Vervolgens zal ook het beleid rondom de weerbaarheid van digitale
(vitale) infrastructuur worden uitgelicht.
Elektronische hardware(componenten) als explosief
Elektronica is onmiskenbaar een integraal onderdeel van ons dagelijks leven. Van telecominfrastructuren
tot consumentenelektronica zoals telefoons, laptops, elektrische fietsen en video-deurbellen.
Deze apparaten zijn onlosmakelijk verbonden met onze moderne samenleving. Maar juist
doordat we steeds meer afhankelijk zijn van deze technologie, ontstaan er ook risico’s
die we niet mogen negeren. De veelvuldigheid aan elektronische apparaten in ons dagelijks
leven kunnen kwetsbaarheden bevatten die kwaadwillenden in staat stellen gegevens
te onderscheppen, kritieke systemen te manipuleren of de functionaliteiten van deze
apparatuur in te zetten als aanslagmiddel. Een zorgwekkend fenomeen blijft het gebruik
van elektronische componenten of hardware voor het op afstand activeren van explosieven.
Hiermee kunnen explosies worden veroorzaakt zonder dat de dader fysiek aanwezig hoeft
te zijn bij het doelwit, mits er elektrische stroom beschikbaar is – via een batterij
of netspanning. In dergelijke gevallen kan elektronische aansturing leiden tot de
ontsteking van opzettelijk geplaatste explosieven. Een voorbeeld hiervan was de aanslag
op een vliegtuig van Daallo Airlines in 2016, waarbij een laptop als explosief werd
gebruikt. Meer recent, in september 2024, werden in Libanon piepers en portofoons
gebruikt om explosies te initiëren. Deze incidenten onderstrepen de dreiging die kan
uitgaan van alledaagse elektronische apparaten.
Het op grote schaal manipuleren van elektronische apparaten om deze op een gecontroleerd
moment te laten ontsteken, vergt een langdurige voorbereiding en gedegen kennis en
kunde. Daarbij is het noodzakelijk om over voldoende financiële middelen en contacten
te bezitten. Deze (logistieke) voorwaarden maken dat een soortgelijke aanval, waarin
op grote schaal gemanipuleerde elektronica gecontroleerd wordt ingezet als aanslagmiddel,
een lage mate van waarschijnlijkheid betreft. Dit neemt niet weg dat mijn ministerie
en alle betrokken veiligheidspartners voortdurend alert zijn op de reële dreiging
die uitgaat van elektronica als wapen in onze samenleving, en oog blijven houden voor
technologische ontwikkelingen en trends. Op basis hiervan bouwen we daar waar mogelijk
tijdig barrières in, zoals het verbeteren van wetshandhaving en beleid, en het verhogen
van (de zichtbaarheid van) beveiligingsmaatregelen om de risico’s te mitigeren.
Aanpak
Om de kans op gemanipuleerde hardware tegen te gaan, werken we in Nederland risicogestuurd.
We zetten continue in op het verbeteren van detectiemethoden, die gericht zijn op
het herkennen van verdachte elektronische componenten en/of hardware door onder andere
het versterken van de samenwerking én uitwisseling van informatie tussen veiligheidsdiensten
en overige (publieke, private en technologische) ketenpartners maakt hier onderdeel
van uit. Dagelijks passeren duizenden elektronische apparaten de Nederlandse grens,
waardoor een 100% controle niet realiseerbaar is. Wel worden op basis van risico-indicatoren
veel controles voor goederen van buiten de Europese Unie door de Douane uitgevoerd.
Daarnaast kunnen steekproeven plaatsvinden van zowel binnen als buiten de EU. Ook
logistieke vervoerbedrijven hebben een rol in het controleren van (verboden) goederen.
Gezien de aanzienlijke stroom aan (elektronische) goederen die Nederland binnenkomen,
is het van groot belang om te beschikken over betrouwbare en actuele informatie. Ketenpartners,
zoals de Nationale Politie en de Douane, richten zich daarom actief op het verzamelen
en delen van relevante informatie zodat risicovolle hardware tijdig onderschept kan
worden.
Digitale sabotage
Het is naast het manipuleren van de elektronische hardware ook mogelijk om middels
digitale sabotage software en/of hardware te verstoren, beschadigen of vernietigen,
met fysieke consequenties tot gevolg1. De digitalisering van de samenleving zorgt voor veel onderlinge afhankelijkheden.
Door toenemende verwevenheid van digitale en fysieke processen kunnen de gevolgen
van een sabotage groot zijn. Zeker wanneer de sabotage gericht zou zijn op vitale
processen kan dit gevolgen hebben voor het ongestoord functioneren van de economie
en maatschappij en daarmee in het uiterste geval een bedreiging vormen voor de nationale
veiligheid.
De digitale dreiging is permanent en neemt eerder toe dan af, met alle mogelijke gevolgen
van dien2. Daar komt bij dat de digitale ruimte – het complexe samenspel van onderling verweven
digitale processen, gebruikmakend van netwerken, ICT-systemen en operationele technologieën
– continu in beweging is, waardoor er doorlopend nieuwe risico’s kunnen ontstaan.
Dit vraagt om een doorlopende inspanning om de weerbaarheid tegen sabotagedreigingen
te verhogen. Daarom werken overheden, bedrijven, organisaties en inlichtingen- en
veiligheidsdiensten voortdurend nauw samen aan de weerbaarheid tegen dergelijke dreigingen,
onder andere binnen de uitvoering van de Nederlandse Cybersecuritystrategie en de
aanpak vitaal3.
Aanpak
Onder de Nederlandse Cybersecuritystrategie4 wordt gewerkt aan het verhogen van de digitale weerbaarheid en het tegengaan van
digitale dreigingen van statelijke actoren en criminelen. Hierbinnen is er onder andere
aandacht voor risico’s die eventueel voort kunnen komen uit de aanwezigheid van apparatuur
en software uit landen met een offensief cyberprogramma gericht tegen Nederlandse
belangen. Het inzichtelijk maken van afhankelijkheden van toeleveranciers uit het
buitenland heeft de prioriteit binnen het Rijk maar ook bij vitale aanbieders. Dit
doen we met de versteviging van risicomanagement onder andere binnen de (inkoop)keten.5
Daarnaast speelt de overheid een actieve rol in het verhogen van de cyberweerbaarheid
door het vaststellen van wet- en regelgeving zoals de Wet beveiliging netwerk- en
informatiesystemen (Wbni). Met deze wet worden aangewezen organisaties verplicht om
passende digitale beveiligingsmaatregelen te nemen. Als door een incident de gevolgen
voor de continuïteit van een dienstverlening een sectorspecifieke drempelwaarde overschrijden,
is een aangewezen organisatie verplicht het incident te melden bij het Nationaal Cyber
Security Centrum (NCSC). Momenteel wordt er gewerkt aan de opvolger van de Wbni: de
Cyberbeveiligingswet6. Met deze wet worden ruim 7000 extra organisaties in Nederland verplicht tot het
nemen van beveiligingsmaatregelen en het doen van meldingen van incidenten. Met de
Cyberbeveiligingswet zullen organisaties die onder de wet komen te vallen ook verplicht
rekening moeten houden met risico’s die voort kunnen komen uit de toeleveranciersketen.
Tenslotte ondersteunt het NCSC alle organisaties in Nederland met advies om de digitale
weerbaarheid te versterken, onder andere door informatiedeling over kwetsbaarheden
en dreigingen.
Tot slot hecht ik eraan aan te geven dat technologische ontwikkelingen en elektronica
ook kansen bieden voor de bevordering voor de nationale veiligheid. Technologieën
kunnen bijdragen aan het versterken van capaciteiten om onze samenleving weerbaarder
te maken. Digitalisering, data science en Artificial Intelligence bieden bijvoorbeeld
de mogelijkheid om dreigingen sneller te identificeren, de afhankelijkheid van menselijke
waarneming te verminderen, grote hoeveelheden data te analyseren en de communicatie
tussen betrokkenen te verbeteren.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid