Brief regering : Voortgangsbrief economische ontwikkeling en zelfredzaamheid Caribische delen van het Koninkrijk
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2025
Nr. 29
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2025
Op 10 maart jl. heeft u de brief Economische ontwikkeling en zelfredzaamheid Caribische
delen van het Koninkrijk ontvangen.1 Op 16 maart jl. is er een commissiedebat gevoerd over de onderwerpen die hieraan
raken2. In deze brief ga ik mede namens de Minister van Economische Zaken graag nader in
de voortgang die tot nu toe is bereikt en de opgaven die nog extra aandacht behoeven
alsmede een aantal van de toezeggingen die in dit debat zijn gedaan.
Economische ontwikkeling op Bonaire, Saba en Sint Eustatius
Op basis van Bestuursakkoorden uit 2023 en 20243 tussen het Rijk en de openbare lichamen werken Saba en Sint Eustatius samen met het
Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en het Ministerie van Economische Zaken (EZ)
aan een economische ontwikkelstrategie. Door de belangrijkste economische opgaven
per eiland te prioriteren, wordt toegewerkt naar een gedeeld langetermijnperspectief.
De openbare lichamen worden hierin ondersteund door het Economisch Bureau Amsterdam
(EBA). EBA heeft in het najaar een bezoek gebracht aan Saba en Sint Eustatius om de
conceptbevindingen te bespreken en aanvullende input op te halen. Naar verwachting
zullen de economische ontwikkelstrategieën in het voorjaar van 2026 opgeleverd worden.
Bonaire heeft ervoor gekozen een gelijksoortig, eigen traject op te starten door een
onafhankelijke commissie genaamd Vishon 2050 in te stellen. Het is vervolgens aan
de openbare lichamen om de strategieën te implementeren, waarbij het Rijk indien gewenst
ondersteunt. Conform toezegging wordt u in het voorjaar nader geïnformeerd over de
ontwikkelstrategieën.4
Omdat de ontwikkelstrategieën alleen effectief kunnen worden uitgevoerd met actuele
en betrouwbare economische data wordt parallel gewerkt aan het verbeteren van de beschikbaarheid
van cijfers. Het CBS publiceert jaarlijks bbp-ramingen voor de drie eilanden, maar
deze verschijnen pas ruim een jaar na afloop van het verslagjaar. Omdat eerdere beschikbaarheid
gewenst is voor beleidsvorming, heeft EZ het CBS gevraagd te onderzoeken of de raming
kan worden versneld. De resultaten van dit onderzoek worden rond de zomer van 2026
verwacht en vormen de basis voor een besluit over een snellere berekening van de economische
groei.
Voortgang opgaven economische ontwikkeling
In de bovengenoemde brief van maart jl. zijn er vijf opgaven vastgesteld waaraan het
Rijk en de openbare lichamen samenwerken om economische ontwikkeling op Bonaire, Saba
en Sint Eustatius te stimuleren:
1. Bancaire dienstverlening, toegang tot financiering en bevorderen ondernemingsklimaat;
2. Connectiviteit en infrastructuur;
3. Transportkosten en regeldruk;
4. Functioneren arbeidsmarkt: tewerkstellingsvergunningen en aansluiting onderwijs en
arbeidsmarkt;
5. Digitalisering en beschikbaarheid van data voor beleid en uitvoering.
In de afgelopen maanden zijn op meerdere terreinen concrete stappen gezet, maar er
liggen ook nog belangrijke opgaven. Hieronder licht ik de belangrijkste toe.
Bancaire dienstverlening, toegang tot financiering en ondernemingsklimaat
De toegankelijkheid van bestaande regelingen voor ondernemers is beperkt. Er worden
nauwelijks aanvragen gedaan vanuit Bonaire, Saba en Sint Eustatius voor bestaande
regelingen zoals het Innovatiekrediet, de Garantie Ondernemersfinanciering en de Borgstelling
MKB. Om die reden voert Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) momenteel, in
opdracht van het Ministerie van EZ, een verkenning uit naar het gebruik van bestaande
regelingen. Op basis hiervan worden in het voorjaar van 2026 aanbevelingen gedaan
om de toegankelijkheid te verbeteren voor deze eilanden.
Tegelijkertijd wordt het ondernemersklimaat versterkt via het nieuwe programma van
het Centrum voor Ondernemerschap op Bonaire, genaamd The Next Step. Het programma ondersteunt (semi)gevorderde ondernemers met trainingen, mentorschap
en coaching en inmiddels zijn de eerste deelnemers gestart. Daarnaast werpt het professionaliseringstraject
van de Kamers van Koophandel op Sint Eustatius en Saba zijn vruchten af, met trainingen
voor medewerkers, verbeteringen aan het online handelsregister en activiteiten zoals
seminars en netwerkbijeenkomsten die het lokale ondernemerschap zichtbaar stimuleren.
Verder is per 1 juli jl. het zetelvereiste voor financiële instellingen versoepeld
voor Saba en Sint Eustatius, waarop ING heeft aangekondigd voornemens te zijn om vanaf
eind 2026 bancaire diensten in euro’s aan te bieden.5 Ook is de ING voornemens fysieke kantoren te openen wat het aanbieden van zakelijke
leningen en hypotheken mogelijk maakt. Voor Bonaire geldt de genoemde versoepeling
niet, omdat daar geen sprake is van marktfalen en het niveau van bancaire dienstverlening,
gelet op het niveau in de regio en de omvang van de markt, redelijk is. Daarnaast
is De Nederlandsche Bank voornemens in het eerste kwartaal van 2026 geldautomaten
op Saba en Sint Eustatius te plaatsen om toegang tot contant geld voor inwoners te
waarborgen.6
Connectiviteit en infrastructuur
De bereikbaarheid van de bovenwindse eilanden blijft kwetsbaar. De hoge ticketprijzen
vergroten de financiële druk op inwoners van Saba en Sint Eustatius en hebben negatieve
gevolgen voor toerisme en economische ontwikkeling.
Het kabinet heeft op 1 december jl. een wetsvoorstel7 ingediend bij uw Kamer waarmee een wettelijke grondslag voor een openbaredienstverplichting,
ofwel een public service obligation (PSO), mogelijk wordt gemaakt. Met een PSO kunnen
voorwaarden gesteld worden aan onder meer het aantal vliegverbindingen en ticketprijzen.
Structurele financiering voor een PSO is echter nog niet beschikbaar en is een opgave
voor een volgend kabinet. Wel is er al voor gekozen om, voor de afstandsafhankelijke
vliegbelasting vanaf 2027, de vluchten van Nederland naar het Caribisch deel van het
Koninkrijk onder het lagere huidige belastingtarief te laten vallen.8 De subsidiering van de ferryverbinding is verlengd tot en met 2027, maar ook hier
geldt dat structurele bekostiging nog niet is geborgd en zoeken het Ministerie van
Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en BZK samen met de overige betrokken ministeries
naar mogelijke oplossingen.
Zoals benoemd in de kabinetsreactie van 7 november jl. op de adviezen van de Rli en
de ROB, werkt het kabinet parallel hieraan, in samenwerking met de drie eilanden,
aan gezamenlijke agenda’s voor de fysieke infrastructuur die (conform toezegging9) begin 2026 worden opgeleverd.10 Deze agenda’s beogen de uitvoeringskracht te versterken en de inspanningen van betrokken
departementen met de openbare lichamen meer in samenhang en versterkend aan elkaar
te laten plaatsen vinden. Het projectenbureau van de Rijksdienst Caribisch Nederland
(RCN) breidt haar capaciteit en civieltechnische expertise uit om de openbare lichamen
te kunnen ondersteunen met betrekking tot de opgaven in fysieke agenda’s. Het is aan
een nieuw kabinet om te beslissen over de structurele financiering voor investeringen,
onderhoud en vervanging van de fysieke infrastructuur.
Verder is er in een vorig debat een toezegging gedaan om terug te komen op het voorkomen
van de kwalijke effecten van het opkopen van stranden en monumentale panden op Bonaire,
Saba en Sint Eustatius voor commerciële doeleinden.11 Dit raakt tevens aan het fysieke domein. De openbare lichamen kunnen via het opstellen
van hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen hier invloed op uitoefenen. Hiermee kunnen
zij (in)direct sturen door de bouw- en gebruiksmogelijkheden te beperken of juist
te verbreden. In de voorgenoemde gezamenlijke agenda fysieke leefomgeving zal onder
meer aandacht worden geschonken aan integrale, ruimtelijke ontwikkeling van de eilanden
en het Rijk werkt hierin nauw samen met de eilanden. Waar gewenst worden de eilanden
ondersteund, bijvoorbeeld in het meedenken over kaders voor ruimtelijk beleid. Hiermee
beschouw ik de toezegging als afgedaan.
Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
Als het gaat om onderwijs-arbeidsmarkt is er in de afgelopen periode geïnvesteerd
in het verder versterken ervan. Zo zijn er enkele subsidies geïntroduceerd voor de
praktijkbegeleiding van studenten in mbo/BBL-trajecten (Subsidieregeling praktijkleren)
en is er extra financiële steun toegekend voor techniekonderwijs in het vmbo en primair
onderwijs. Daarnaast is in september jl. de Koninkrijksbeurs meer toegankelijk gemaakt
voor studenten uit Bonaire, Saba en Sint Eustatius12 en is het «Caribbean Academic and Vocational Year» op de Bovenwindse eilanden gestart.
Dit voorbereidingsjaar op Saba en Sint Eustatius helpt studenten zich verder te ontwikkelen
op het gebied van studiekeuze, persoonlijke ontwikkeling en studievaardigheden. In
2026 wordt er op Bonaire nog een behoefteanalyse uitgevoerd voor een soortgelijk programma.
Met betrekking tot de arbeidsmarkt werkt het Ministerie van Asiel en Migratie (AenM)
samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en lokale uitvoeringsorganisaties
(de IND- en SZW-units) aan de kaders voor een versnelde procedure voor betrouwbare
werkgevers met een toelatingsaanvraag voor prioritaire beroepsgroepen waar lokaal
geen gekwalificeerd personeel kan worden gevonden, als onderdeel van de integrale
beleidsvisie voor migratie.13 Daar is ook een wijziging van de Wet Toelating en Uitzetting BES (WTU BES) nodig.
Uw Kamer zal conform de gebruikelijke procedure worden geïnformeerd over het proces
ten aanzien van de herziening van de WTU BES door de Minister van AenM. Recent heb
ik de kabinetsreactie op het rapport Gerichte Groei van de Staatscommissie Demografische
Ontwikkelingen Caribisch Nederland 2050 met u gedeeld.14 Vanwege de demissionaire status van het kabinet is deze kabinetsreactie voornamelijk
agenderend, hetgeen niet wegneemt dat de problematiek zoals geschetst in het rapport
urgente oplossingen behoeft. Hierin staat onder andere het thema (arbeids)migratie
centraal en heb ik het volgende kabinet gevraagd om hier op door te denken.
Conform toezegging wordt er tevens gewerkt aan het optimaliseren van de lokale IND-
en SZW-processen.15 De IND- en SZW-units werken aan het optimaliseren van de algemene procedure voor
verblijf en arbeid. Zo werkt, mede met de bijdrage vanuit het interdepartementale
programma Werk aan Uitvoering, de RCN aan het verbeteren van publieke dienstverlening
en aan de onderlinge samenwerking van de betrokken diensten, waaronder de SZW- en
IND-unit. Een voorbeeld hiervan is dat er verschillende klantreizen zijn gemaakt om
de knelpunten in het aanvraagproces voor vergunningen voor onder andere vestiging
en tewerkstelling kenbaar te maken. Voorbeelden van gesignaleerde knelpunten in dit
proces zijn dat er meer officiële documenten in begrijpelijke dan wel een andere taal
beschikbaar moeten komen, de informatievoorziening richting de aanvrager van de vergunning
moet worden uitgebreid en er meer data tussen organisaties moet worden gedeeld. Het
oplossen van gesignaleerde knelpunten wordt de komende jaren doorgezet. Ik beschouw
hiermee de toezegging als afgedaan.
Digitalisering
Als het gaat om digitalisering is digitale infrastructuur en stabiel en betrouwbaar
internet essentieel voor ondernemers. Zoals benoemd in de recente Kamerbrief over
digitale infrastructuur, zijn er diverse maatregelen genomen om de digitale infrastructuur
op Bonaire, Saba en Sint Eustatius te verbeteren.16 In augustus jl. heeft de Saba Statia Cable System B.V. (SSCS), waarvan het Rijk 100%
aandeelhouder is, namens de Staat een overeenkomst gesloten met het Arubaanse telecombedrijf
SETAR. Hiermee zal Bonaire in 2027 worden aangesloten op de datazeekabel CELIA. Naast
Bonaire zal in 2027 ook Curaçao worden aangesloten op de CELIA-kabel. Eerder dit jaar
ondertekenden SETAR en de overheid van Curaçao hiervoor een overeenkomst.
Zoals aangekondigd, is de volgende stap het verkennen van hoe KvK-nummers kunnen worden
geharmoniseerd door de Ministeries van EZ en BZK samen met de Kamers van Koophandel.
Ook wordt verkend hoe de Handelsregisters van de eilanden mogelijk kunnen worden gepositioneerd
binnen de Basisregistratie Handelsregister. Met deze harmonisatie kan het mogelijk
zijn om diensten zoals e-Herkenning en andere online identificatiediensten te gebruiken.
Ook de toegang tot de digitale internationale markt wordt vergemakkelijkt.
Economische ontwikkeling op Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Ook Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben te maken met de structurele beperkingen
van kleine eilanden: kleinschaligheid, hoge kosten, sterke importafhankelijkheid en
beperkte uitvoeringscapaciteit. Deze kwetsbaarheden onderstrepen de noodzaak van samenwerking
binnen het Koninkrijk.
Voortgang samenwerking en hervormingen
Binnen de Landspakketten en het Trustfonds wordt op meerdere terreinen vooruitgang
geboekt. De landen zetten stappen in het versterken van het ondernemers- en investeringsklimaat,
onder meer via modernisering van wet- en regelgeving voor mededinging, consumentenbescherming,
vergunningverlening, privacy en energie. Met de openstelling van de BMKB-ACS kunnen
MKB bedrijven nu bij geaccrediteerde financiers terecht voor krediet met borgstelling.
Ook op het terrein van arbeidsmarkt en onderwijs worden hervormingen doorgevoerd,
zoals modernisering van arbeidswetgeving, snellere toelating van buitenlandse werknemers,
versterking van arbeidsbemiddeling en inspecties en – via de Strategic Education Alliance
– een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Digitalisering vormt een belangrijk ondersteunend thema: CIO-functies worden versterkt,
digitale werkplekken gemoderniseerd en statistiekwetgeving geactualiseerd om beter
beleid mogelijk te maken. In Sint Maarten worden via het Trustfonds gestaag resultaten
geboekt. Vijf projecten zijn afgerond, waaronder de herbouw van de vliegveldterminal
en een omvangrijk programma gericht op het maatschappelijk middenveld.
Regionale samenwerking en institutionele versterking
Na het regionale evenement Taking the Reins is een structureel platform ingericht
waarin de zes eilanden samenwerken aan projecten op het gebied van toegang tot financiering,
regionale handel, institutionele versterking en de groene transitie. Deelnemers komen
tweewekelijks bijeen en private partners worden betrokken. Het IMF’s Caribbean Regional
Technical Assistance Centre (CARTAC) ondersteunt dit met technische assistentie op
het gebied van financieel beheer, belastinginning, statistiek en macro-economisch
beleid. Dankzij de Nederlandse bijdrage van EUR 1,5 mln. konden de landen in 2025
gebruik maken van het programma.
Verduurzaming, energie en innovatie
De energietransitie is een belangrijke randvoorwaarde voor economische ontwikkeling.
Met middelen uit het SDE-budget worden op Aruba en Curaçao binnenkort de eerste investeringen
gestart in netverzwaring, batterijopslag en batterijopslagsystemen. Dit maakt verdere
integratie van duurzame energie mogelijk. Voor Sint Maarten wordt een vergelijkbaar
projectplan voorbereid. Daarnaast onderzoekt Curaçao, met steun van Nederland, het
bedrijfsleven en TNO, de mogelijkheden voor een groene waterstofketen. De uitkomsten
van deze studie worden begin 2026 verwacht.
Voedselzekerheid
Het kabinet stelt EUR 24 mln. beschikbaar om de voedselzekerheid in het Caribisch
deel van het Koninkrijk te vergroten. Dit gebeurt via twee pijlers: een fonds/private
pijler en een publieke pijler.
Momenteel wordt gewerkt aan het opzetten van een revolverend fonds in de vorm van
een stichting, conform het Stichtingenkader. Vanuit het fonds/stichting ligt de nadruk
op het stimuleren van ondernemerschap in de voedselketen, zowel op het gebied van
voedselproductie als de logistiek. Het (revolverende) fonds zal financieringen, subsidies
én kennis ontsluiten voor ondernemers in de sector. Vanuit de Agri-Academy van het
fonds wordt innovatie, kennis én bedrijfsbegeleiding aangeboden op zowel de technische
als op de bedrijfsmatige kant van de onderneming. Op deze manier wordt gewerkt aan
het meer zelfredzaam maken van de eilanden. Bij het oprichten van een fonds hoort
een voorhangprocedure, waarmee ik begin 2026 wil starten.
Via de publieke pijler krijgen lokale overheden financiering voor projecten die de
voedselzekerheid op de eilanden verbeteren. Conform toezegging wordt uw Kamer regelmatig
geïnformeerd over de voortgang van beide pijlers, onder meer via monitoringsresultaten.17
Geopolitieke en logistieke uitdagingen
De eilanden blijven sterk afhankelijk van goederen- en voedselimport, met circa 50%
of meer afkomstig uit de Verenigde Staten. Verder blijft toerisme de belangrijke economische
sector voor de zes eilanden. Nieuwe handelsheffingen en druk op maritieme logistieke
ketens vergroten deze kwetsbaarheid. De toenemende spanningen tussen de Verenigde
Staten en Venezuela kunnen eveneens economische consequenties hebben, bijvoorbeeld
door onrust in de toeristische markt voor de Benedenwinden. In een gezamenlijke werkgroep
houden de autonome landen, Caribisch Nederland en de betrokken ministeries de situatie
nauwlettend in de gaten en wordt gewerkt aan een verkenning naar handelsdiversificatie
en versterking van regionale verbindingen. De Kamer wordt hierover periodiek geïnformeerd.
Vooruitblik
De investerings- en hervormingsopgaven blijven op alle zes de eilanden omvangrijk,
terwijl diverse budgetten de komende jaren geleidelijk aflopen of er nog helemaal
niet zijn. Dit vraagt om realistische keuzes, passend bij de uitvoeringscapaciteit
van de eilanden. Goed functionerende vitale infrastructuur, solide overheidsfinanciën,
kwalitatief onderwijs en regionale economische integratie blijven cruciale randvoorwaarden
voor duurzame groei en weerbaarheid. In het licht van geopolitieke verschuivingen
en klimaatrisico’s blijft structurele samenwerking binnen het Koninkrijk noodzakelijk.
Ik blijf hierover met de landen en openbare lichamen in gesprek.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van Marum
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties