Brief regering : Landelijke Monitor Nautische Veiligheid Binnenwateren 2014-2023
31 409 Zee- en binnenvaart
Nr. 493
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 december 2025
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van de Landelijke Monitor
Nautische Veiligheid Binnenwateren (MNV) 2014–20231, zoals toegezegd in de jaarlijkse brief over de ongevalscijfers scheepvaart van 18 augustus
2025 (Kamerstuk 31 409, nr. 485). Deze monitor schetst het langjarig risicobeeld van alle ongevallen op de binnenwateren
over de periode 2014 tot en met 2023. De risico’s op de Noordzee behoren niet tot
de scope van deze monitor. Het rapport naar aanleiding van de Monitor Nautische Veiligheid
Noordzee zal naar verwachting in de eerste helft van 2026 worden gepubliceerd.
De Monitor Nautische Veiligheid Binnenwateren 2014–2023 (hierna: MNV) laat zien dat
het risicobeeld zich op een aantal punten de goede kant op ontwikkelt, maar veel risico’s
blijven onverminderd hoog. Het Ministerie gaat evalueren of het gewijzigde risicobeeld
moet leiden tot aanpassingen van de risicomaatregelen. Daarbij worden ook de verwachtte
toekomstige ontwikkelingen en de effecten daarvan op de risico’s meegenomen. Dat houdt
onder andere in dat het Ministerie gaat analyseren of er meer nodig is, boven op de
huidige risico-gestuurde aanpak van het beleidskader, om de vaarwegen toekomstgericht
ook veilig te houden. Zodra hier een besluit over is genomen wordt de Kamer hierover
geïnformeerd. In de tussentijd blijft het Ministerie inzetten op het kennen en beheersen
van de grootste risico’s.
Achtergrond MNV en methodiek
De MNV is een product dat volgt uit het Beleidskader Maritieme Veiligheid2 van 24 november 2020 waarin, op basis van een risico gestuurde aanpak, een monitorings-
en evaluatiecyclus is afgesproken. In het beleidskader is beschreven dat IenW risico’s
beoordeelt aan de hand van kans x effect. Het effect wordt bepaald door wat er bekend
is over de slachtoffers, economische schade, milieuschade, schade aan objecten en
over stremmingen. De risico’s worden gegroepeerd in risicogroepen A t/m C: A is zeer
hoog, B is hoog risico en C is midden risico. De risico’s in dezelfde risicogroepen
zijn van gelijke ordegrootte. Er wordt gesproken van een toprisico als een risico
in risicogroep A valt.
In het beleidskader zijn daarmee de belangrijkste risico’s op de binnenwateren in
beeld gebracht. Vervolgens worden de grootste risico’s geselecteerd waarop verbeter-
en beheersmaatregelen worden ingezet. Daarna wordt gemonitord of de benoemde risico’s
daarmee daadwerkelijk verminderen.
Door periodieke risicobeoordeling blijven de maritieme veiligheidsrisico’s actueel
en betrouwbaar in beeld. De MNV is een herziening van de risicobeoordeling die in
2020 is uitgevoerd, die ging over de periode 2009–20183. Met de uitkomsten van de nieuwe MNV zal het beleidskader waar nodig worden geactualiseerd.
Deze MNV bestaat uit een datarapport en een risicoanalyse rapport, waarin de ongevalscijfers
van de periode 2014 tot en met 2023 zijn opgenomen en geanalyseerd. De SOS-database
is daarvoor de belangrijkste bron. Daarnaast heeft een kwalitatieve beoordeling plaatsgevonden
door een expertgroep bestaande uit vertegenwoordigers vanuit de sector, decentrale
overheden, Rijkswaterstaat en ILT. Daarbij is ook gekeken naar toekomstige ontwikkelingen
en de mogelijke effecten daarvan op de hoogste risico’s. Op basis hiervan is de classificatie
van risico’s herzien.
Het stremmingseffect van kruisend weg- en spoorverkeer is in het MNV-rapport niet
meegewogen, dit is echter wel wenselijk. Daarom heeft in deze brief voor een aantal
risico’s een correctie plaatsgevonden. Deze worden verderop in de brief toegelicht.
Resultaten MNV 2014–2023
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de laatste risicobeoordeling zijn:
• Het aantal scheepsongevallen tussen recreatievaart en beroepsvaart vertoont een dalende
trend. Dit risico werd voorheen aangemerkt als een van de hoogste risico’s op het
binnenwater, dit is niet langer het geval. De daling duidt erop dat de ingezette maatregelen
om dit risico te verminderen een positief effect lijken te hebben. Hier wordt verderop
in deze brief nader op ingegaan.
• Ongevallen met passagiersvaart zijn nog steeds een hoog risico. Het risico is nader
uitgesplitst in 4 sub risico’s vanwege de grote heterogeniteit van de passagiersvaart.
Deze sub risico’s zijn eveneens beoordeeld en zijn gecategoriseerd van midden tot
hoog.
• Aanvaring van een zwemmer verschuift van hoog risico (B) naar midden risico (C).
• Het risico eenzijdige ongevallen met recreatievaart (hoog risico) is in het huidige
onderzoek opgesplitst in 3 afzonderlijke hoge risico’s: kapseizen/omslaan, brand/explosie
en zinken/lekraken.
• Ongevallen met werk- en dienstvaart worden niet meer als separate categorie opgenomen:
een deel valt onder de risico’s met betrekking tot beroepsvaart. Daarnaast vallen
enkele oudere ernstige ongevallen buiten de onderzoeksperiode (2014–2023) waardoor
zij niet meer zijn meegewogen. De experts hebben daarnaast ook aangegeven dit niet
als een toprisico te zien.
Het aantal significante ongevallen4 is in deze periode gestegen, zo ook het aantal ongevallen met slachtoffers. De ernstige
scheepsongevallen van 2024 en 2025 (voor zover deze op dit moment bekend en geregistreerd
zijn) zijn consistent met het risicobeeld uit de MNV 2014–2023.
De risicoclassificatie naar aanleiding van de MNV is vervat in onderstaande tabel.
Daarna volgt een toelichting op een aantal risico’s.
Risico
Risicogroep n.a.v. MNV
Risicogroep beleidskader 2020
Aanvaring beroepsvaart van een brug
A
A
Aanvaring tussen recreatievaart en beroepsvaart
B
A
Eenzijdig ongeval recreatievaart (brand, kapseizen, zinken e.d.)
Risico laten vervangen door 3 subcategorieën*
B
* Kapseizen/omslaan recreatievaart
B
* Brand/explosie recreatievaart
C
* Zinken/lekraken recreatievaartuig
B
Ongeval met dienstvaart (zinken/kapseizen/omslaan)
Risico laten vervallen
B
Ongeval met een veerpont
B
B
Ongeval met passagiersschip
Risico laten vervangen door 3 subcategorieën**
B
** Ongeval passagiersvaart (>12 personen)
B
** Ongeval met snelle passagiersvaart (<12 personen, wel vergunnings-plichtig)
B
** Eenzijdig ongeval met Bruine Vloot
B
Aanvaring beroepsvaart van een sluis/stuw/kering
B
B
Aanvaring van een zwemmer
C
B
Aanvaring tussen recreatievaart onderling
Risico vervangen door specifieker risico
BC
Ongeval met snelle recreatievaart
B
Aanvaring tussen beroepsvaart onderling
BC
C
Gronding beroepsvaart
C
C
Ongeval met beroepsvaart (zinken/kapseizen/omslaan)
BC
C
De belangrijkste risico’s (A en B) uitgelicht
Aanvaring beroepsvaart met brug
Het risico van aanvaring van een brug door beroepsvaart staat in de tabel als hoogste
risico aangemerkt. Daarbij spelen de negatieve effecten van brugschade op kruisende
verbindingen een doorslaggevende rol. In de MNV is dit effect op kruisende verbindingen
niet voldoende meegenomen met als gevolg dat het rapport een iets lagere risicobeoordeling
geeft. De meest recente data en de beoordeling vanuit de experts geven bovendien aan
dat het risico toeneemt. Het totaal aantal brugaanvaringen is in 2024 gestegen van
49 naar 56, significante brugaanvaringen van 19 naar 26. Ook in 2025 zijn er al verschillende
ernstige brugaanvaringen bekend. Daarmee blijft het risico, net als in het beleidskader,
aangemerkt als hoogste risico.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid doet momenteel onderzoek naar aanvaringen van binnenvaartschepen
met bruggen en sluizen en andere kunstwerken. Het Ministerie werkt uiteraard mee aan
dat onderzoek en is benieuwd naar aanbevelingen waarmee de veiligheid vergroot kan
worden en zal reageren op de aanbevelingen van de OVV die aan de Rijksoverheid zijn
gericht.
Aanvaring recreatievaart met beroepsvaart
Dit risico werd in de MNV 2020 aangemerkt als een zeer hoog (A) risico, daarmee was
aanvaring van recreatievaart met beroepsvaart een toprisico. Het huidige rapport laat
zien dat er minder ongevallen hebben plaatsgevonden (263 ten opzichte van 315) en
er vielen minder slachtoffers dan in de periode 2009–2018. Daarmee lijken de ingezette
beheers- en verbetermaatregelen een positief effect te hebben gehad. De ingezette
maatregelen zijn: het op plekken scheiden van beroepsvaart van recreatievaart, het
geven van voorlichting aan vaarweggebruikers en gerichtere handhaving. De dalende
trend was ook al in het beleidskader gesignaleerd. Ook in de recente jaren (2024/2025)
volgt het aantal aanvaringen tussen beroepsvaart en recreatievaart de dalende trend.
Eenzijdige ongevallen met recreatievaart
Dit risico was in het beleidskader aangemerkt als een hoog risico en dat is het nog
steeds. Er is er sprake van een stijgende trend in aantallen ongevallen, maar deze
stijging is nog niet zodanig dat het risico hoger geclassificeerd moet worden. De
stijging in aantallen ongevallen blijkt bij vergelijking van de oude en de nieuwe
MNV: in de periode 2008–2019 werden 1090 ongevallen geregistreerd tegenover 1490 in
de periode 2014–2023. Vanwege deze stijging heeft het Ministerie onderzoek laten uitvoeren
naar eenzijdige ongevallen in de recreatievaart5. In de nieuwe MNV is dit risico gedetailleerder beschreven in 3 subcategorieën: Kapseizen/omslaan
recreatievaart (hoog risico, B) Zinken/lekraken recreatievaartuig (hoog risico, B)
Brand/explosie recreatievaart (midden risico, C) Ook zijn ongevallen met snelvarende
recreatievaart nader onderzocht6. Op basis daarvan zijn in samenwerking tussen het ministerie, RWS, ILT en de recreatievaartpartijen
verbetermaatregelen opgesteld. Over de mogelijkheden van implementatie van deze maatregelen
worden momenteel gesprekken gevoerd met de belanghebbende sectorpartijen.
Ongevallen met passagiersvaart
Het totaal aantal ongevallen met passagiersvaart is nagenoeg gelijk gebleven. In de
huidige MNV is dit risico, vanwege de grote heterogeniteit van de passagiersvaart,
verder uitgesplitst naar 4 sub-risico’s met verschillende vaarweggebruikers (namelijk
de 3 nieuwe sub-risico’s en het risico aanvaring met een veerpont). Daarmee worden
de risico’s die de laatste jaren aandacht hebben gevraagd beter zichtbaar gemaakt.
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om aanvaringen van veerverbindingen, watertaxi’s en
ongevallen met bruine vloot.
Aanvaring van een veerpont
Het risico van aanvaring van een pont is in de tabel van deze brief gelijk gebleven
aan de positie die het in het beleidskader had (hoog risico, B) Daarmee is het risico
hoger beoordeeld dan in het MNV rapport (midden risico C). Dit komt doordat stremmingseffecten
op de kruisende verbinding van de veerpont in het MNV rapport niet zijn meegenomen.
Recent is in een aparte studie het risico van aanvaring van niet-vrijvarende ponten onderzocht, daarin is het risico als hoog aangemerkt vanwege de stremmingseffecten.
In de periode 2014–2023 zijn wel wat minder ernstige ongevallen geregistreerd dan
in de periode 2009–2018. In de recente jaren (2024/2025) hebben zich wat meer significante
ongevallen voorgedaan.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat