Brief regering : Reactie op verzoek commissie over de petitie 'Bescherm onze gezondheid en natuur met minder bestrijdingsmiddelen'
27 858 Gewasbeschermingsbeleid
28 089
Gezondheid en milieu
Nr. 738
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 december 2025
Iedereen in Nederland moet kunnen wonen, werken en recreëren in een gezonde en veilige
leefomgeving. De bescherming van kwetsbare groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen
met een verminderde weerstand, staat voor mij centraal.
De petitie «Bescherm onze gezondheid en natuur met minder bestrijdingsmiddelen» is aangeboden aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op 4 juni
2025 verzocht de commissie om een reactie. Met deze brief doe ik u, mede namens de
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, mijn reactie toekomen.
De indieners vragen onder andere om:
• toepassing van het voorzorgsbeginsel en aanscherping van toelatingsregels;
• betere bescherming van omwonenden, werknemers en kwetsbare groepen;
• brede spuitvrije zones rondom woongebieden, scholen en zorginstellingen;
• een snelle transitie naar natuurinclusieve en biologische landbouw.
Voorzorgsbeginsel
De Minister van LVVN gaat in haar brief van 19 november 2024 in op de wijze waarop
het voorzorgsbeginsel wordt toegepast bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen.
Deze mogen alleen op de markt worden gebracht als uit een Europees geharmoniseerde
wetenschappelijke risicobeoordeling is gebleken dat er geen onaanvaardbare risico’s
zijn voor mens, dier en milieu. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Ctgb) beoordeelt dit in Nederland binnen de (toelatings-)kaders van de
Verordening 1107/2009 en maakt daarbij gebruik van strenge veiligheidsmarges. Hierin
wordt rekening gehouden met kwetsbare groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met
gezondheidsproblemen. Er wordt geen toelating afgegeven voor middelen als bij toetsing
aan de toetsingskaders wordt vastgesteld dat het gebruik gezondheidsrisico’s met zich
mee brengt, in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel.
Wanneer nieuwe wetenschappelijke inzichten daartoe aanleiding geven, kan een toelating
worden aangepast of ingetrokken of kan worden ingezet op methodiekontwikkeling om
de beoordelingskaders van gewasbeschermingsmiddelen te verbeteren.
Bescherming van omwonenden, werknemers en kwetsbare groepen
Nieuwe wetenschappelijke inzichten zorgen voor een continu proces van verbetering
van het beoordelingskader. In opdracht van het kabinet worden verschillende wetenschappelijke
onderzoeken gedaan op het gebied van gezondheid en gewasbeschermingsmiddelen. Het
SPARK-onderzoek wordt uitgevoerd door het RIVM en richt zich op het ontwikkelen van
een teststrategie om de mogelijke relatie tussen gewasbeschermingsmiddelen, waaronder
glyfosaat, en de ziekte van Parkinson te onderzoeken. Het onderzoek is in 2023 gestart
en heeft een looptijd van vijf jaar. Zie voor de voortgang van dit onderzoek de meest
recente voortgangsrapportage.1
Het tweede Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO-2) richt zich op de relatie
tussen blootstelling van omwonenden en de volgende ziektebeelden/aandoeningen: de
ziekte van Parkinson, leukemie (bij kinderen) en lymfomen (bij volwassenen), COPD/astma,
cognitieve effecten bij kinderen en gezondheidsklachten via meldingen bij huisartsen.
Dit onderzoek duurt acht jaar en is in 2023 gestart. Het wordt uitgevoerd door een
consortium van kennisinstituten onder leiding van het RIVM. Het onderzoek borduurt
voort op het OBO-onderzoek.2 Uit het OBO-onderzoek bleek dat omwonenden van bollenvelden bestrijdingsmiddelen
binnenkrijgen. De gemeten gehalten van de onderzochte bestrijdingsmiddelen in de lucht
of urine bleven onder de risicogrenzen. Het RIVM heeft wel geadviseerd om nader onderzoek
te doen. Dit wordt nu gedaan in het OBO-2 onderzoek.
De indieners hebben in hun brief hun bezorgdheid geuit over de cumulatieve (cocktail-)effecten
van gewasbeschermingsmiddelen. De risico’s en effecten hiervan worden per middel afzonderlijk
beoordeeld. Gelijktijdige blootstelling aan meerdere middelen kan leiden tot cumulatieve
effecten. In opdracht van de Ministeries van LVVN en VWS draagt het RIVM bij aan de
ontwikkeling van nieuwe Europese risicobeoordelingsmethoden, waarbij het initiatief
bij de Europese Commissie ligt. Er bestaat vertrouwen in het huidige toelatingsbeleid,
dat werkt met veiligheidsmarges en al rekening houdt met cumulatie in bepaalde situaties
(zoals tankmixen). Het RIVM werkt samen met EFSA aan een model om de gezondheidsrisico’s
te berekenen van het gelijktijdig binnenkrijgen van meerdere gewasbeschermingsmiddelen.
Dit model is inmiddels geschikt om de cumulatieve effecten te bepalen van de blootstelling
aan verschillende gewasbeschermingsmiddelen, die al op de markt zijn en effect hebben
op de schildklier, het zenuwstelsel en de foetale ontwikkeling van het zenuwstelsel.
Op basis van deze berekeningen hebben EFSA en het RIVM inmiddels verschillende resultaten
gepubliceerd. De conclusie hieruit is dat de cumulatieve blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
bij de tot nog toe onderzochte effecten geen risico voor de gezondheid inhoudt. De
financiering van het project, waarin het RIVM en EFSA samenwerken, is verlengd tot
2029. Het kabinet streeft ernaar deze methodiek in overeenstemming met de meest recente
wetenschappelijke inzichten te actualiseren.
Brede spuitvrije zones rondom woongebieden, scholen en zorginstellingen
De indieners doen daarnaast een oproep voor brede spuitzones. De Minister van LVVN
financiert een onderzoek door WUR en RIVM naar de haalbaarheid van een rekenmethode
voor het bepalen van veilige spuitvrije zones bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
in bebouwde of nog te bebouwen gebieden. Als dit haalbaar blijkt, zou deze rekenmethode
een ondersteunend middel voor decentrale overheden kunnen zijn om lokale belangen,
waaronder die van bedrijven en omwonenden, af te wegen. Ook wordt er een verkenning
uitgevoerd naar een informatiepunt voor omwonenden in de bestaande structuur. Dit
draagt bij aan het beter en breed informeren over mogelijke gezondheidsrisico’s.
De transitie naar een duurzame, biologische en natuurinclusieve landbouw
De indieners doen een oproep voor een transitie naar een duurzame, biologische en
natuurinclusieve landbouw. In het kader van het gewasbeschermingsbeleid wordt de inzet
toegelicht binnen de bredere transitie naar een duurzamer landbouwsysteem. Het gewasbeschermingsbeleid
richt zich op het terugdringen van de afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen.
Dit wordt onder meer gedaan door de ontwikkeling en stimulering van alternatieve teeltsystemen
en technieken. Daarbij wordt er ingezet op het verkleinen van mogelijke risico’s en
effecten van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen door onder meer innovatieve
toepassingstechnieken en het terugdringen van emissies.
Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van mensen in Nederland, én in het
bijzonder van kwetsbare groepen, door actief beleid te voeren op een gezonde leefomgeving,
blijft belangrijk voor dit kabinet. Daarin liggen zowel specifieke als gezamenlijke
taken en verantwoordelijkheden, onder meer op het terrein van landbouw, water en arbeidsomstandigheden.
Waar nodig en mogelijk wordt in afstemming tussen VWS, LVVN, IenW en SZW «gezondheid»
expliciet benoemd en meegenomen in het beleid. Uw Kamer wordt geïnformeerd, zodra
de resultaten van lopend onderzoek en relevante beleidsontwikkelingen beschikbaar
komen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport