Brief regering : Beleidsreactie Gezondheidsraadadvies vitamine K baby’s
32 279 Zorg rond zwangerschap en geboorte
Nr. 269
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 december 2025
Het is belangrijk dat baby’s in Nederland zich goed en gezond kunnen ontwikkelen.
Daarom biedt de geboortezorg ondersteuning voor een goede start. Onderdeel van deze
zorg is het geven van vitamine K-suppletie en goede advisering hierover. Vitamine K-suppletie is bedoeld om bloedingen
als gevolg van een vitamine K-tekort te voorkomen. De Gezondheidsraad heeft advies
uitgebracht over verbetering van het huidige toedieningsbeleid. Per brief van 1 september
jl. heb ik uw Kamer het advies van de Gezondheidsraad d.d. 10 juli getiteld «vitamine
K voor baby’s»1 toegestuurd met de toezegging om u binnen drie maanden een beleidsreactie te geven.
Met bijgaande brief stuur ik u de beleidsreactie op dit advies.
Samengevat blijft het huidige vitamine K-beleid hetzelfde, naar aanleiding van de
besprekingen van het advies van 10 juli met betrokken geboortezorgpartijen. Hieronder
is beschreven wat de overwegingen zijn.
Het advies van de Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad blijft bij het in 2017 gegeven advies om de toediening van vitamine
K-suppletie bij baby’s te verbeteren door het geven van een eenmalige injectie kort
na de geboorte. De Gezondheidsraad stelt in het nieuwe advies van 10 juli dat dit
het meest effectief is om bloedingen door een vitamine K-tekort te voorkomen. Naar
schatting kan het aantal bloedingen hiermee met 75% afnemen. Bloedingen door een vitamine
K-tekort bij baby’s zijn zeldzaam en ze komen vooral voor in de risicogroep van baby’s
met een verstoorde vetopname. De gevolgen kunnen echter ernstig tot zeer ernstig zijn.
De Gezondheidsraad schat op basis van beschikbare monitorgegevens in dat er jaarlijks
in Nederland 3 tot 5 late vitamine K-deficiëntiebloedingen voorkomen, waarvan ruim
de helft hersenbloedingen. De Gezondheidsraad verwacht niet dat er in de nabije toekomst
een manier komt waarmee de risicogroep al bij de geboorte gediagnosticeerd kan worden.
De Gezondheidsraad adviseert als alternatief om – indien injecteren niet haalbaar
blijkt – het huidige toedieningsbeleid te verbeteren met een ander druppelbeleid met
andere toedieningsmomenten (wekelijks tot 3 maanden of op 3 momenten tot 6 weken),
andere doses en een ander type preparaat én met begeleiding door een zorgprofessional.
De Gezondheidsraad verwacht dat deze alternatieven alleen gezondheidswinst opleveren
als ze optimaal worden geïmplementeerd. In enkele andere landen zijn deze orale alternatieven
onder de gestelde randvoorwaarden effectiever gebleken dan het huidige Nederlandse
druppelbeleid.
Historie
Op basis van het Gezondheidsraadadvies 2017, een nadere beleidsvormingsanalyse en
een samen met geboortezorgpartijen afgestemd implementatieplan besloot de toenmalig
Staatssecretaris op 10 juni 20212 om nieuw toedieningsbeleid vitamine K voor baby’s te gaan invoeren en voor te bereiden
met de betrokken organisaties. De beoogde startdatum werd 1 januari 20253. In januari 2024 gaf de beroepsvereniging van verloskundigen (KNOV) aan dat zij niet
instemt met het advies om baby’s te injecteren met vitamine K direct na de geboorte.
Gezien het standpunt van de KNOV achtte de toenmalig Staatssecretaris het niet haalbaar
om het beleid om te injecteren in te voeren en is de Gezondheidsraad gevraagd of er
gelijkwaardige alternatieven in orale vorm zijn waarmee baby’s beter beschermd kunnen
worden dan in de huidige situatie4. Het voorliggende advies gaat in op die vraag.
Gesprekken met geboortezorgpartijen over uitvoerbaarheid
Ik heb het nieuwe Gezondheidsraadadvies voorgelegd aan de KNOV, de beroepsvereniging
voor kinderartsen (NVK) en partijen in de jeugdgezondheidszorg (GGD GHOR Nederland
en Actiz) en gevraagd om een reactie op de uitvoerbaarheid van het nieuwe Gezondheidsraadadvies.
Onder de KNOV blijft onvoldoende draagvlak voor het geven van vitamine K aan baby’s
via een injectie kort na de geboorte.
Gegeven het standpunt van de KNOV heb ik met de betrokkenen ook gesproken over de
uitvoerbaarheid van de orale alternatieven. Hieruit blijkt dat de orale alternatieven
met meerdere toedieningsmomenten, waarbij begeleiding van de zorgprofessional een
randvoorwaarde is, niet aansluiten bij de contactmomenten in de geboortezorg noch
in de jeugdgezondheidszorg. Deze contactmomenten variëren in de praktijk steeds vaker
(maatwerk) en liggen niet altijd van tevoren vast. Invoering van één van de orale
alternatieven als second best scenario zou een extra beroep doen op de toch al schaarse
capaciteit van zorgverleners. Daarnaast hebben de verloskundigen en de jeugdgezondheidszorg
ook aangegeven dat de verantwoordelijkheid voor het geven van vitamine K bij de ouders
zou moeten liggen, zoals dat nu ook het geval is.
Mijn besluit
Invoering van het wetenschappelijk onderbouwde advies voor vitamine K-toedieningsbeleid
blijkt in de huidige geboortezorg niet haalbaar, vanwege het gebrek aan draagvlak
bij verloskundigen. Ik heb gezocht naar andere mogelijkheden om het toedieningsbeleid
te verbeteren, maar invoering van één van de orale alternatieven die de Gezondheidsraad
adviseert, kan niet optimaal worden geïmplementeerd volgens de randvoorwaarden die
de Gezondheidsraad benoemt.
Ik besluit daarom om het huidige vitamine K-toedieningsbeleid voor baby’s te handhaven.
Dit houdt in dat baby’s in Nederland kort na de geboorte 1 milligram vitamine K krijgen
via druppeltjes in de mond (oraal). Daarna krijgen ouders het advies om baby’s die
borstvoeding krijgen elke dag orale vervolgdoses van 150 microgram te geven vanaf
de eerste week totdat ze drie maanden oud zijn. Dit beleid werkt goed voor de meeste
baby’s.
Het is belangrijk dat ouders hierover goed geïnformeerd zijn. Ik vraag geboortezorgpartijen
om (toekomstige) ouders eenduidig en helder voor te lichten over het beleid en wat
dat betekent voor ouders. Ook het Voedingscentrum heb ik gevraagd hierover te blijven
communiceren.
Ook laat ik het CBG (College ter beoordeling van Geneesmiddelen) de mogelijkheden
verkennen om tot een gebruiksvriendelijk preparaat te komen. Mocht een gebruiksvriendelijk
preparaat tot de Nederlandse markt toetreden, kan dit leiden tot een heroverweging
van het toedieningsbeleid, rekening houdend met de randvoorwaarden die de Gezondheidsraad
stelt.
Ouders moeten op goede geboortezorg kunnen blijven vertrouwen. Ik verwacht samen met
geboortezorgpartijen te kunnen blijven werken aan een zo goed mogelijk en eenduidig
vitamine K-beleid dat aansluit bij de dagelijkse praktijk. Ik wil daarbij een beroep
doen op de verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen om met elkaar het gesprek
aan te gaan over het meest effectieve beleid rondom vitamine K-suppletie om bloedingen
door een vitamine K-tekort bij jonge kinderen te voorkomen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport