Brief regering : Versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid 2026-2029
30 420 Emancipatiebeleid
Nr. 437
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS,
CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 december 2025
In een samenleving die is gebouwd op vrijheid, gelijkwaardigheid en wederzijds respect
moet iedereen – ongeacht wie ze zijn en van wie ze houden – vrij zijn om zichzelf
te zijn en veilig door het leven kunnen gaan. Geen enkele vorm van ongelijke behandeling
die ongelijkheid in stand houdt, en geen enkele vorm van discriminatie is te rechtvaardigen
en moet actief worden voorkomen en bestreden.
Hoewel we de afgelopen eeuw ver zijn gekomen, is de veiligheid van lesbische vrouwen,
homoseksuele mannen, bi+-, transgender, intersekse en queer personen (hierna lhbtiq+
personen1) te vaak in het geding. Het voorkomen en aanpakken van geweld en discriminatie tegen
lhbtiq+ personen is daarom nog steeds hard nodig. 17,7% van de Nederlandse bevolking
identificeert zich als lhbtiq+. Dat komt neer op zo’n 2,7 miljoen mensen.2 Deze groep ervaart in gradaties substantieel meer onveiligheid dan de rest van de
bevolking. Zo worden lhbtiq+ personen bijna twee keer zo vaak slachtoffer van geweld,
en bijna drie keer vaker slachtoffer van seksuele delicten.3
Aanleiding
Zowel vanuit het demissionaire kabinet als vanuit de Tweede Kamer is er een sterke
wens om de veiligheid van lhbtiq+ personen te verbeteren. In het hoofdlijnenakkoord4 en het regeerprogramma5 is vastgelegd dat er extra maatregelen worden genomen tegen geweld richting lhbtiq+
personen en dat er vervolginzet komt op het Actieplan veiligheid lhbti 2019–2022,6 dat in 2024 is geëvalueerd.7 Deze versterkte aanpak is aanvullend op bestaand beleid dat dit kabinet al in gang
heeft gezet, zoals beschreven in de Emancipatienota Veilig Meedoen.8
Om tot die extra maatregelen te komen is in kaart gebracht hoe het huidige veiligheidsbeleid
voor lhbtiq+ personen verder versterkt kan worden. Deze brief gaat eerst in op de
versterkte aanpak en beschrijft daarna per thema de extra maatregelen voor de komende
periode en de voortgang. Met deze brief en de bijlagen wordt tevens uitvoering gegeven
aan de toezegging aan het lid Becker, om de versterkte aanpak in de tweede helft van
2025 met de Tweede Kamer te delen.9
Versterkte aanpak
De aanpak van geweld tegen lhbtiq+ personen is complex. Binnen de gemeenschap is sprake
van veel onderlinge verschillen en de vormen van onveiligheid zijn divers. Om beter
zicht te krijgen op de onderliggende problematiek is gekozen voor een participerende
beleidsaanpak, waarbij met meer dan 75 ervaringsdeskundigen, organisaties, instanties
en overheden over dit thema is gesproken. Hierdoor zijn verschillende perspectieven,
ervaringen en behoeften meegewogen in de aanpak. De citaten uit deze gesprekken zijn
gebundeld in een bloemlezing, die als bijlage is gevoegd. Daarnaast is voor de analyse
gebruik gemaakt van input die is verzameld tijdens een bezoek in oktober 2024 aan
Caribisch Nederland. Ook daar is gesproken met een gevarieerde groep stakeholders,
zoals openbare lichamen, ngo’s, expertisecentra, overheidsinstanties en ervaringsdeskundigen.
Op basis van alle gesprekken is een probleem-oorzakenanalyse opgesteld. Die analyse
is voorgelegd aan een klankbordgroep, waaraan een kleinere groep geconsulteerde personen
heeft deelgenomen. Deze probleem-oorzakenanalyse is eveneens als bijlage toegevoegd.
Op basis van de feiten en cijfers, de opgehaalde signalen uit de gesprekken en de
probleem- en oorzakenanalyse zijn strategische doelen bepaald. Die zijn leidend geweest
bij de uiteindelijke uitwerking van de voorgestelde thema’s en extra maatregelen.
Extra maatregelen binnen huidig en toekomstig beleid
Het demissionaire kabinet stelt in de periode 2026 tot en met 2029 jaarlijks tenminste
€ 450.000 beschikbaar voor de versterkingen. Dit totaalbedrag van € 1,8 miljoen komt
bovenop de investeringen die door het demissionaire kabinet reeds zijn gedaan, die
investeringen staan beschreven in de Emancipatienota Veilig Meedoen. Ook initiatieven
in Caribisch Nederland komen in aanmerking voor deze middelen. In afstemming met de
Openbare Lichamen wordt bepaald of en zo ja op welke thema’s extra inzet mogelijk
is. Daarnaast kunnen andere departementen, overheden en andere partijen nu of op een
later moment aanvullende maatregelen treffen. Het waarborgen van de veiligheid van
lhbtiq+ personen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Er zijn 3 strategische doelen:
1. Vergroten van de persoonlijke veiligheid van lhbtiq+ personen. De komende jaren wordt
daarom ingezet op de volgende thema’s: vergroten van veiligheid in de publieke ruimte,
vergroten van veiligheid in huiselijke kring en vergroten van veiligheid online.
2. Meer aandacht voor veiligheid van lhbtiq+ personen bij instanties. De komende jaren
zijn er daarom versterkingen bij antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), politie,
OM, COA, IND en scholen.
3. Veiligheid van lhbtiq+ personen als maatschappelijke norm. Daarom wordt ingezet op
activiteiten die bijdragen aan het stellen van deze norm.
De maatregelen die onder deze doelen vallen zijn soms breed gericht op de lhbtiq+
gemeenschap, maar soms ook gericht op specifieke groepen mensen. Binnen de aanpak
is er de komende jaren expliciet oog voor transgender-, intersekse- en bi+- personen.
1. Vergroten van veiligheid in de publieke ruimte
Mishandeling en bedreiging van lhbtiq+ personen vindt voornamelijk plaats op straat
en seksueel geweld komt met name voor in uitgaansgebieden.10 Handhavers hebben een belangrijke rol als het gaat om optreden bij onveiligheid.
In 2026 wordt een handreiking opgeleverd om hen te ondersteunen in het herkennen van
en het acteren op geweld tegen lhbtiq+ personen.
Ook lokale overheden en meldstructuren hebben een cruciale rol in het verbeteren van
de veiligheid in de publieke ruimte. In 2026 wordt verkend welke mogelijkheden er
zijn dit te stimuleren. De resultaten van de verkenning worden betrokken bij eventuele
vervolginzet. Gesprekken hierover zijn reeds gaande. In 2026 wordt in Amsterdam gestart
met een pilot om de samenwerking tussen het Openbaar Ministerie, de politie en de
antidiscriminatievoorziening te versterken. Hierbij wordt bezien of vormen van publiek
private samenwerkingen of bestaande stichtingen een rol kunnen spelen. De ministeries
van JenV en BZK zijn betrokken bij deze pilot.
2. Vergroten van veiligheid in huiselijke kring
Tijdens de consultatiegesprekken hebben meerdere personen en organisaties aangegeven
dat er sterke vermoedens zijn dat bi+-, intersekse-, transgender-, non binaire- en
aseksuele mensen vaker te maken hebben met huiselijk geweld.
Om meer zicht te krijgen op de onderliggende oorzaken van het huiselijk geweld bij
deze groepen, zal hier nader onderzoek naar worden gedaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt
van de uitkomsten van de prevalentiemonitor en beschikbare cijfers van het CBS en
het WODC.11
Daarnaast wordt in 2026 ingezet op het tegengaan van seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld binnen de lhbtiq+ gemeenschap, met specifieke aandacht voor
de doelgroepen mannen die seks hebben met mannen en bi+ personen, omdat uit onderzoeken
blijkt dat deze vorm van geweld vaker bij deze groepen voorkomt.12 Het gaat om verschillende activiteiten zoals: het organiseren van bijeenkomsten over
seksuele grensoverschrijding en consent voor lhbtiq+ personen in het land, het (door)
ontwikkelen van outreach materiaal om het gesprek over consent aan te gaan op festivals
en Pride events, het stimuleren van het voeren van het gesprek over consent in de
Ballroom scene waar veelal jonge lhbtiq personen met een bi-culturele achtergrond
onderdeel van uitmaken en tot slot, een pilot om de veiligheid en het bewustzijn rond
consent in horecagelegenheden in Amsterdam te vergroten. Soa Aids Nederland geeft
dit traject samen met onder andere Bi+ Nederland en spelers uit de Ballroom scene
vorm.
Uit onderzoek blijkt dat transgender personen vaak te maken krijgen met huiselijk
geweld.13 Transgender Netwerk heeft samen met de Veiligheidsregio Amsterdam instrumenten ontwikkeld
om kennis hierover te verspreiden. In 2026 wordt deze kennis verder verspreid onder
andere veiligheidsregio’s.
3. Vergroten van veiligheid online
In meerdere gesprekken die zijn gevoerd tijdens de consultatiefase is genoemd dat
lhbtiq+ personen vaak online intimidatie en discriminatie ervaren. Dit beeld wordt
bevestigd in onderzoeken. Zo worden lhbtiq+ personen vaker dan niet-lhbtiq+ personen
online bedreigd, gepest en gestalkt.14
In de consultatiefase is ook gesproken met verschillende meldpunten, de Autoriteit
Consument en Markt (ACM) en het Commissariaat voor de Media over dit thema. Een conclusie
die getrokken kan worden is dat lhbtiq+ personen vaak geen melding maken van onveiligheid
die online wordt ervaren omdat zij niet bekend zijn met meldingsopties. In 2026 wordt
een gesprek over dit thema gefaciliteerd om te onderzoeken hoe verschillende organisaties
elkaar op dit thema kunnen versterken. Daarbij zal ook het meldpunt Meld.Online Discriminatie
aansluiten, dat per 1 oktober jl. is aangewezen als trusted flagger op het gebied van online discriminatie.
4. Vergroten van veiligheid van lhbtiq+ personen binnen instanties en op scholen
Uit de consultatiefase is gebleken dat lhbtiq+ personen zich lang niet altijd veilig,
gezien en gehoord voelen door instanties. Instanties voeren beleid om dit te veranderen.
In 2026 wordt ingezet op verdere versterking van het reeds bestaande beleid op het
voorkomen van discriminatie bij respectievelijk de politie, het Openbaar Ministerie
(OM), het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de Immigratie en Naturalisatie
Dienst (IND). Ook worden lopende trajecten gericht op acceptatie en veiligheid van
lhbtiq+ personen in het onderwijs versterkt. Hierover vinden gesprekken plaats met
COC Nederland.
Antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s)
De Academie van de ADV’s richt zich in 2026 op het vergroten van kennis over de lhbtiq+
doelgroep. Dat wordt gedaan door het uitbreiden en meer lhbtiq+ sensitief maken van
het bestaande e-learning aanbod. Zo wordt een e-learning ontwikkeld die specifiek
gericht gaat zijn op het creëren van een sociaal veilige omgeving en het beiden van
de juiste nazorg bij een melding.
Politie
De politie gaat zich in 2026 extra inzetten om intern voorlichting te geven en meer
kennis te verspreiden over de verschillende doelgroepen binnen de lhbtiq+ gemeenschap.
Hierbij is uiteraard aandacht voor transgender-, intersekse- en queer personen.
Ook wordt onderzocht of politiemedewerkers kunnen worden verplicht tot het volgen
van een e-learning gericht op bejegening van slachtoffers bij meldingen en aangiftes
van discriminatie. Hierbij gaat specifiek aandacht zijn voor de bejegening van lhbtiq+
personen.
Het expertisecentrum aanpak discriminatie van de politie (ECAD-P) gaat, binnen de
huidige capaciteit, een discriminatierechercheur toevoegen die zich specifiek gaat
richten op de lhbtiq+ doelgroep. De medewerkers van het ECAD-P en de daarbinnen werkzame
discriminatierechercheurs leveren landelijk en gecoördineerd expertise aan de teams
in de eenheden ter versterking van de rol van politie in de (strafrechtelijke) aanpak
van discriminatie, zodat de kennis over strafrechtelijke discriminatie breed in de
organisatie aanwezig is.
De politie besteedt intern en extern aandacht aan de veiligheid van lhbtiq+ personen
door meerdere aangiftes met een relatie tot lhbtiq+ veiligheid uit te lichten via
de sociale mediakanalen. Dit heeft tot doel om niet alleen bij de politie intern meer
bewustwording te creëren maar ook de samenleving mee te nemen in de vraag waarom aan
sommige aangiftes wel opvolging wordt gegeven en aan andere niet en wat de achterliggende
reden daarvan is.
Openbaar Ministerie
Het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie (LECD) werkt binnen het OM aan het optimaliseren
van de strafrechtelijke handhaving op het gebied van discriminatie. Om slachtoffers
van strafbare discriminatie te laten zien dat aangifte loont en om nieuwe incidenten
te voorkomen licht het Openbaar Ministerie succesvolle vervolgingen van strafbare
discriminatie uit rond evenementen als de Pride Week. Hierin wordt waar mogelijk samen
opgetrokken met de berichten van de politie.
Daarnaast wordt de interne e-learning Discriminatie in het Strafrecht vernieuwd. Deze
cursus is verplicht voor medewerkers van het OM die zich met de discriminatieaanpak
bezighouden en wordt daarnaast aanbevolen aan andere mensen die bij het OM werken.
Voor medewerkers van het Openbaar Ministerie en de rechtspraak is deze cursus een
manier om kennis te vergroten.
Het OM vervolgt sinds 1 juli jl. ook strafbare feiten met, in geval van een discriminatoir
aspect, de wettelijke strafverzwarende omstandigheid van artikel 44bis van het Wetboek
van Strafrecht. Doordat deze strafverzwarende omstandigheid sinds kort in de wet is
opgenomen dwingt dat het OM tot duidelijke afwegingen in het beoordelingsproces. Ook
de strafrechter moet zich over de bewijsbaarheid van discriminatie in deze verschijningsvorm
en de strafmaat in relatie daartoe uitlaten.
COA
Binnen het COA zijn er medewerkers aangesteld om lhbtiq+ bewoners beter te begeleiden,
de zogenaamde lhbtiq+ contactpersonen. Deze contactpersonen hebben extra kennis en
affiniteit met de doelgroep en ondersteunen collega’s in de begeleiding van lhbtiq+
bewoners.
In 2026 wil het COA meer inzicht krijgen in reeds in gang gezette maatregelen. Op
basis hiervan wordt bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn. Het gaat om inzicht
in: het percentage getrainde lhbtiq+ contactpersonen; de zichtbaarheid van de lhbtiq+
contactpersonen en redenen van locatiemanagers bij het COA om lhbtiq+ units wel of
niet te openen.
IND
Binnen de IND zijn bekerings- en lhbtiq+ coördinatoren (BLC’s) aangesteld.15 De mensen die deze functie uitoefenen gaan in 2026 bij trainingen aan nieuwe medewerkers
opnieuw aandacht geven aan lhbtiq+ sensitieve dienstverlening en houden hun eigen
kennis en vaardigheden op peil middels structurele intervisie over lhbtiq+ casuïstiek.
Scholen
Scholen zijn verplicht aandacht te besteden aan seksuele diversiteit. Scholen hebben
daarnaast de taak te zorgen voor een sociaal veilig klimaat in en om de school en
aandacht te besteden aan burgerschap. Scholen zijn echter vrij om hier zelf invulling
aan te geven. De komende periode worden reeds ingezette maatregelen gericht op acceptatie
van lhbtiq+ personen in het onderwijs en het creëren van een (sociaal) veilig schoolklimaat
verder versterkt.
5. Veiligheid van lhbtiq+ personen als maatschappelijke norm
Naast de hierboven genoemde versterkingen, zet het kabinet in op activiteiten die
bijdragen aan het stellen van de norm. De norm dat iedereen veilig dient te zijn en
dat geweld tegen en discriminatie van lhbtiq+ personen onacceptabel is. De overheid
en politiek hebben een voorbeeldfunctie in het stellen van deze norm, maar het waarborgen
van de veiligheid van lhbtiq+ personen is een verantwoordelijkheid van de gehele samenleving.
Uit de consultatiefase is gebleken dat er binnen de lhbtiq+ gemeenschap veel onrust
is over de snelle verspreiding van mis- en desinformatie over lhbtiq+ personen. Dit
werkt polariserend en heeft ook gevolgen voor het werk en de veiligheid van maatschappelijke
organisaties die zich inzetten voor de positie en rechten van lhbtiq+ personen. Om
de impact hiervan te beperken wordt een handreiking «omgaan met misinformatie» ontwikkeld
zodat zij tijdig en effectief kunnen reageren op des- en misinformatie op hun werkterrein.
Deze handreiking wordt voor de zomer 2026 opgeleverd. Ook hebben maatschappelijke
organisaties die zich inzetten voor de emancipatie van vrouwen en lhbtiq+ personen
financiële ondersteuning ontvangen om te werken aan een veerkrachtig en solidair maatschappelijk
middenveld dat normerend kan optreden tegen gerichte haat en desinformatie. Deze ondersteuning
heeft onder andere bijgedragen aan de ontwikkeling van de Toolkit Veiligheid en Weerbaarheid16 voor maatschappelijk organisaties, en verschillende bijeenkomsten die in het teken
staan van onderlinge samenwerking en kennisdeling tussen organisaties in het emancipatiedomein.
Het Ministerie van OCW staat daarbij structureel in goed contact met de emancipatie
alliantiepartners om op de hoogte te blijven hoe het ministerie hen het beste kan
ondersteunen in hun omgang met weerstand en desinformatie. Dit zodat zij hun werk
kunnen blijven doen.
Voortgang
In de periode 2026–2029 wordt jaarlijks gerapporteerd over de uitvoering van de hierboven
genoemde extra maatregelen. Daarbij wordt aangeven welke maatregelen tot uitvoering
zijn gebracht, welke maatregelen in het daaropvolgende jaar zullen worden gestart
of voortgezet en welke eventuele aanvullende maatregelen worden genomen. Bijvoorbeeld
door nieuwe inzichten of vanwege een verandering in het beschikbare budget. Hiervoor
wordt input opgehaald bij relevante stakeholders.
Tot slot gaat onze dank uit naar alle personen die hebben bijgedragen aan de realisatie
van het eindrapport. We zien en merken dat dagelijks vele maatschappelijke organisaties,
inhoudelijk experts, ervaringsdeskundigen en andere mensen zich inzetten voor de acceptatie
en veiligheid van lhbtiq+ personen. Hun inzet is cruciaal en onmisbaar en zij vinden
ons aan hun zijde. Dit onderwerp vraagt om voortdurende aandacht en inspanning. Vanuit
het demissionaire kabinet zien we de noodzaak hier stappen op te maken en deze versterkte
aanpak is een aanzet daartoe. In Nederland dient iedereen in veiligheid te kunnen
leven, dat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap