Brief regering : Zevende voortgangsbrief invoering vrachtwagenheffing (stand van zaken najaar 2025)
31 305 Mobiliteitsbeleid
Nr. 528
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 december 2025
Met deze zevende halfjaarlijkse voortgangsbrief informeer ik u over de stand van zaken
van de invoering van de vrachtwagenheffing die op 1 juli 2026 start.
De invoering van de vrachtwagenheffing heeft twee doelen. Ten eerste het laten betalen
van binnen- en buitenlands vrachtverkeer voor het gebruik van de weg, door de omzetting
van vaste belastingen (motorrijtuigenbelasting en Eurovignet) naar een variabele heffing
waarbij betaald wordt per gereden kilometer. Het tweede doel van de vrachtwagenheffing
is het innoveren en verduurzamen van de vervoerssector. Hiervoor wordt het tarief
van de vrachtwagenheffing gedifferentieerd naar de uitstoot van het voertuig én worden
de netto-opbrengsten1 van de vrachtwagenheffing ingezet voor innovatie en verduurzaming van de vervoerssector
(de zogenoemde terugsluis).
Deze voortgangsbrief gaat in op de stand van zaken met betrekking tot de realisatie
van de vrachtwagenheffing, de veranderingen in de motorrijtuigenbelasting en het beëindigen
van het Eurovignet in Nederland, de maatregelen voor innovatie en verduurzaming van
de vervoerssector, het juridisch kader voor de vrachtwagenheffing en de financiën.
Voortgang realisatie
De Dienst Wegverkeer (RDW), het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), Rijkswaterstaat
(RWS) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) realiseren in opdracht van het
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) het heffingssysteem voor de vrachtwagenheffing.
Daarbij heeft de RDW, als centrale uitvoeringsorganisatie, de leiding over de realisatiewerkzaamheden.
De realisatie van de vrachtwagenheffing verloopt voorspoedig. Dit betekent dat de
vrachtwagenheffing op 1 juli 2026 start, zoals aangekondigd in de vorige voortgangsbrief.
De invoering van de vrachtwagenheffing is een grote opgave voor de publieke uitvoeringsorganisaties
en de private toldienstaanbieders. Een grote stelselwijziging als de invoering van
de vrachtwagenheffing brengt risico’s met zich mee. De inspanningen van alle betrokken
organisaties zijn er echter op gericht om de start van de vrachtwagenheffing zo soepel
mogelijk te laten verlopen en eventuele risico’s die zich kunnen voordoen te beheersen
met maatregelen. Bovendien is er binnen de planning ruimte voor het testen van systemen
en voor proefdraaien.
Ook voor eigenaren van vrachtwagens uit binnen- en buitenland is sprake van een grote
verandering. De doelgroep is groot en divers, wat maakt dat bij de voorbereiding en
uitvoering rekening gehouden wordt met verschillende niveaus van doenvermogen. Er
wordt veel aandacht besteed aan communicatie met eigenaren van vrachtwagens. Ze worden
opgeroepen om tijdig een contract af te sluiten met een toldienstaanbieder en de vrachtwagen
van boordapparatuur te voorzien.
Hieronder licht ik de voortgang van de realisatie van de vrachtwagenheffing per onderdeel
nader toe.
Hoofddienstaanbieder
Binnen de uitvoering van de vrachtwagenheffing hebben toldienstaanbieders een belangrijke
rol. Deze dienstaanbieders zijn verantwoordelijk voor de inning van de heffing bij
eigenaren van vrachtwagens en de afdracht van deze tolgelden aan de overheid. Zij
voorzien eigenaren van boordapparatuur die wordt gebruikt voor de registratie van
de gereden kilometers. Eigenaren van een vrachtwagen kunnen terecht bij de hoofddienstaanbieder
(HDA) of een Europese dienstaanbieder. De HDA is een toldienstaanbieder met speciale
verplichtingen, die is gecontracteerd door de overheid. De HDA is verplicht om iedere
gebruiker die zich meldt als klant, te accepteren. Hiermee is verzekerd dat elke houder
van een vrachtwagen over een contract en boordapparatuur kan beschikken en daarmee
aan de verplichtingen van de Wet vrachtwagenheffing kan voldoen. De HDA biedt zijn
diensten alleen in Nederland aan. De HDA zal opereren onder de merknaam NedLinq. NedLinq heeft de benodigde boordapparatuur inmiddels laten produceren en realiseert
momenteel de fysieke uitgiftepunten voor boordapparatuur in het binnenland en net
over de grens. NedLinq verwacht in het eerste kwartaal van 2026 te starten met het
sluiten van contracten met eigenaren van vrachtwagens en het uitleveren van de bijbehorende
boordapparatuur. Voor informatie over de dienstverlening van NedLinq kunnen eigenaren
van vrachtwagens terecht op www.nedlinq.nl.
Europese dienstaanbieders
Houders van een vrachtwagen kunnen er ook voor kiezen om een overeenkomst te sluiten
met een zogenoemde aanbieder van Europese elektronische tolheffingsdiensten (EETS-aanbieder).
Dat is een toldienstaanbieder die, op grond van de Europese regelgeving, in meerdere
lidstaten zijn diensten aanbiedt. Dat maakt het mogelijk dat een houder bij slechts
één aanbieder een contract hoeft te sluiten en zo met één boordapparaat door toldomeinen in verschillende EU-lidstaten kan rijden en hiervoor één
factuur krijgt.
De RDW leidt het proces om EETS-aanbieders toe te laten, ook wel accreditatie genoemd.
Dit verloopt voorspoedig. Zes EETS-aanbieders hebben zich aangemeld om dienstaanbieder
voor de vrachtwagenheffing te worden. Deze aanbieders doorlopen momenteel het accreditatieproces.
Onderdeel van de accreditatie is het doen van verschillende testen, van zowel de boordapparatuur
als de systeemintegratie met de RDW. De verwachting is dat alle zes aanbieders vóór
de start van de vrachtwagenheffing zijn geaccrediteerd. Samen met NedLinq zullen deze
aanbieders in staat zijn om alle gebruikers te bedienen.
Veel eigenaren van vrachtwagens in andere Europese landen – maar ook in Nederland
– zijn al klant bij een van deze EETS-aanbieders. De EETS-aanbieders gaan de komende
periode in toenemende mate hun bestaande klanten informeren over de vrachtwagenheffing
en nieuwe klanten werven. Ook via verschillende aanbieders van tankpassen zullen eigenaren
straks een contract bij een EETS-aanbieder kunnen sluiten.
Toezicht en handhaving
Voor een goede werking van de wet is het noodzakelijk dat wordt gecontroleerd of de
regels voor de vrachtwagenheffing worden opgevolgd. Voor het toezicht op de naleving
van de vrachtwagenheffing wordt onder andere apparatuur aan portalen boven de weg
ingezet. Daarmee worden kentekens geregistreerd en wordt boordapparatuur uitgelezen.
De RDW gebruikt deze gegevens om toezicht te houden op de naleving van de vrachtwagenheffing.
Inmiddels zijn de eerste portalen voorzien van deze apparatuur.
Als eigenaren van een vrachtwagen vanaf 1 juli 2026 gebruik maken van de weg zonder
dat zij een contract hebben afgesloten met een toldienstaanbieder, kan door de RDW
een boete worden opgelegd. Ook als een vrachtwagen niet voorzien is van goed werkende
boordapparatuur kan een boete worden opgelegd. De inning van boetes is belegd bij
het CJIB. Het CJIB heeft de processen ingericht die hiervoor nodig zijn. Ook wordt
de vrachtwagenheffing voor het innen van boetes aangesloten op de Rijksbrede betalingsregeling
voor alle vorderingen die via het CJIB lopen. Als de volledige adresgegevens van een
eigenaar niet bekend zijn of als een boete om een andere reden niet inbaar is via
het CJIB, dan kan een kenteken op een signaleringslijst geplaatst worden. De ILT kan
op basis hiervan vrachtwagens stilzetten en boetes uitreiken en innen. De voorbereidingen
van de ILT voor het uitvoeren van deze taak vorderen gestaag. Zo worden de eerste
inspecteurs inmiddels opgeleid en worden de benodigde inspectievoertuigen binnenkort
geleverd.
Communicatie
Het afgelopen halfjaar is de communicatie over de vrachtwagenheffing geïntensiveerd.
Vanaf afgelopen zomer zijn eigenaren van vrachtwagens geïnformeerd over de start van
de vrachtwaqenheffing op 1 juli 2026 en de daarmee samenvallende beëindiging van het
Eurovignet in Nederland. Voor dat laatste is nauw samengewerkt met de Belastingdienst.
De RDW heeft een nieuwe, uitgebreide website gelanceerd. Op deze site (www.vrachtwagenheffing.nl) vinden eigenaren meer informatie over wat de vrachtwagenheffing voor hen betekent.
Ze vinden hier bijvoorbeeld welk tarief zij straks gaan betalen, hoe ze een contract
kunnen sluiten met een dienstaanbieder en welke mogelijkheden er zijn voor subsidies
om te verduurzamen (uit de terugsluis).
In september is de RDW gestart met een communicatiecampagne, zowel gericht op eigenaren
in het binnenland als in het buitenland. De afgelopen maanden lag de nadruk van de
campagne op bewustwording over de komst van de vrachtwagenheffing. Er zijn onder andere
(online) advertenties, radiocommercials en boodschappen op sociale media ingezet.
Ook heeft de RDW een brief gestuurd naar alle eigenaren van vrachtwagens in Nederland.
In deze brief wordt hen medegedeeld dat zij vrachtwagenheffing moeten gaan betalen,
wat zij hiervoor concreet moeten regelen en dat er subsidies beschikbaar zijn die
worden gefinancierd uit de opbrengsten. Verder zijn via een PR-campagne onder andere
(vak)media benaderd om te publiceren over de vrachtwagenheffing. Ook wordt er nauw
samengewerkt met de vertegenwoordigers van de vervoerssector (evofenedex, TLN en VERN).
Zij informeren hun leden uitgebreid over de vrachtwagenheffing. Inmiddels wordt ook
samengewerkt met vertegenwoordigers van de vervoerssector in onder meer Duitsland,
België en Polen.
Vanaf begin 2026 start een volgende fase in de campagne. Het doel van deze fase is
het activeren van eigenaren om tijdig een contract te sluiten met een toldienstaanbieder
of een bestaand contract met een EETS-aanbieder te laten uitbreiden voor de vrachtwagenheffing
in Nederland. Ook kunnen eigenaren van een vrachtwagen die recht hebben op een ontheffing,
deze in de loop van het eerste kwartaal van 2026 aanvragen via de website. Tot slot
is er een klantcontactcentrum ingericht waar eigenaren en chauffeurs in meerdere talen
worden geholpen bij vragen over de vrachtwagenheffing.
Motorrijtuigenbelasting en Eurovignet
Vanaf het eerste volledige tijdvak na 1 juli 2026 betalen eigenaren van een vrachtwagen
tot 12.000 kilogram een nihiltarief voor de motorrijtuigenbelasting. Voor eigenaren
van een vrachtwagen van 12.000 kilogram en zwaarder wordt de motorrijtuigenbelasting
vanaf het eerste volledige tijdvak na 1 juli 2026 verlaagd naar het Europees minimum.
Als onderdeel van de invoering van de vrachtwagenheffing wordt het heffen van het
Eurovignet in Nederland per 1 juli 2026 beëindigd. Om dit te formaliseren is in september
door het Ministerie van Buitenlandse Zaken een mededeling gedaan aan de Europese Commissie,
die optreedt als depositaris voor het bijbehorende Eurovignetverdrag. De Europese
Commissie heeft deze beëindiging inmiddels formeel bevestigd. Daarnaast zijn de andere
verdragslanden (Zweden en Luxemburg) geïnformeerd.
De Belastingdienst (als uitvoerder van het Eurovignet in Nederland), IenW en de RDW
informeren in nauwe samenwerking eigenaren van vrachtwagens over de veranderingen
in de belastingen. Dit gebeurt onder andere via de digitale en fysieke verkooppunten
van het Eurovignet, de website van de Belastingdienst en de websites en andere communicatiemiddelen
die de RDW en IenW inzetten voor communicatie over de vrachtwagenheffing.
Innovatie en verduurzaming van de vervoerssector
Conform de Wet vrachtwagenheffing worden de netto-opbrengsten van de vrachtwagenheffing
ingezet om (subsidie)maatregelen te bekostigen voor de innovatie en verduurzaming
van de vervoerssector, de zogenoemde terugsluis. In de begroting van IenW is voor
deze maatregelen in de jaren 2026–2030 ruim € 1,8 miljard begroot. Het grootste deel
(ruim € 1,6 miljard) hiervan wordt ingezet voor de elektrificatie van vrachtwagens.
De maatregelen zijn uitgewerkt in het Meerjarenprogramma Terugsluis 2026–2030.2
In de begroting waren voor zowel dit jaar als vorig jaar al middelen gereserveerd
die, vooruitlopend op de start van de vrachtwagenheffing, zijn ingezet om de verduurzaming
en innovatie van het vrachtvervoer te versnellen. Deze middelen zijn voorgefinancierd
uit het Mobiliteitsfonds en worden na de start van de vrachtwagenheffing vanuit de
heffingsopbrengsten terugbetaald. Hieronder informeer ik u over de belangrijkste ontwikkelingen
van de afgelopen periode.
Aanschafsubsidie emissievrije vrachtwagens (AanZET)
Op 30 september 2025 ging de regeling Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks (AanZET)
voor de tweede keer in 2025 open, met een budget van € 30 miljoen. Net als de vorige
openstellingen was de belangstelling zeer groot en was de subsidiepot snel uitgeput.
In de afgelopen jaren zijn met deze regeling inmiddels meer dan 1.000 emissievrije
vrachtwagens op kenteken gezet. Op 27 januari 2026 wordt de regeling opnieuw opengesteld,
met een budget van € 78 miljoen.
Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPriLa)
Op 25 maart 2025 is de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven (SPriLa)
weer opengesteld voor aanvragen. Er is in 2025 € 61,3 miljoen beschikbaar, waarvan
€ 14,4 miljoen gedekt wordt uit de toekomstige opbrengsten van de vrachtwagenheffing.
Deze regeling ondersteunt ondernemers financieel bij het realiseren van laadinfrastructuur
op hun eigen terrein. Daarnaast is er geld beschikbaar is voor stationaire batterijen.
Aanvragen kan nog tot en met vrijdag 19 december 2025. Het budget voor stationaire
batterijen is reeds uitgeput. Voor de subsidie voor laadinfrastructuur voor vrachtwagens
was ook veel animo en is nog slechts beperkt budget beschikbaar. Op 20 januari 2026
opent de regeling opnieuw voor aanvragen. Het beschikbare budget voor volgend jaar
is € 87,5 miljoen, waarvan € 18 miljoen beschikbaar is voor stationaire batterijen.
€ 33 miljoen van het totaalbudget is afkomstig vanuit de terugsluis van de vrachtwagenheffing.
Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWiM)
Van 1 april tot en met 18 juni 2025 stond de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit
open voor aanvragen. Met deze regeling ontvangen ondernemers subsidie voor de aanschaf
van waterstofvrachtwagens én het realiseren van een waterstoftankstation. Het oorspronkelijke
budget was € 40 miljoen, maar dit is met € 650.000 opgehoogd om één extra consortium
subsidie toe te kunnen kennen. Ruim € 10 miljoen van het budget wordt gedekt uit de
toekomstige opbrengsten van de vrachtwagenheffing. Voor de openstelling van deze regeling
in 2026 wordt momenteel een wijziging voorbereid. Tot en met 11 december 2025 kunnen
belanghebbenden in een internetconsultatie reageren op het wijzigingsvoorstel. De
planning is om de regeling in april 2026 weer open te stellen.
Subsidieregeling Samenwerking in Logistieke Keten (SiLK)
Op 4 november 2025 is de nieuwe subsidieregeling Samenwerking in Logistieke Keten
(SiLK) opengesteld met een budget van € 3,6 miljoen. Met deze regeling worden bedrijven
geholpen om de samenwerking in de logistieke keten te verbeteren, om zo vrachtwagenkilometers
te reduceren. Tot 20 november 2025 is er in totaal voor ruim € 3,2 miljoen subsidie
aangevraagd.
Regeling CO2 meten en verbeteren
Ondernemingen kunnen zich sinds 25 september 2025 aanmelden voor de maatregel CO2 meten en verbeteren. Hierbij krijgen deelnemende transportondernemers een adviseur
toegewezen die helpt om de kwaliteit van data over de CO2-uitstoot, gereden kilometers en beladingsgraad van hun vloot te verbeteren. Door
deze data te analyseren en te vergelijken met de data van andere vervoerders, krijgen
ondernemers meer inzicht in de kansen voor verbetering op het gebied van verduurzaming
en efficiënter vervoeren. Inmiddels zijn er 35 adviesaanvragen ingediend.
Hulpmiddel kostenvergelijking dieselvrachtwagens en emissievrije vrachtwagens
In opdracht van IenW is een online hulpmiddel ontwikkeld, waarmee ondernemers de totale
eigendomskosten kunnen vergelijken van dieselvrachtwagens en emissievrije vrachtwagens.3 Het hulpmiddel is laagdrempelig en gebruiksvriendelijk. Het helpt ondernemers om
weloverwogen hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Het hulpmiddel houdt rekening met
onder meer subsidies, de tarieven van de vrachtwagenheffing en de ontwikkelingen in
de brandstofprijzen en belastingen.
Juridisch kader
Wet vrachtwagenheffing
In 2022 is de Wet vrachtwagenheffing aangenomen en in de jaren daarna gedeeltelijk
in werking getreden. Voor de start van de vrachtwagenheffing moest de wet worden gewijzigd
vanwege gewijzigde Europese tolheffingsregels4, waarmee onder andere de tarieven op CO2-uitstoot worden gebaseerd. Daartoe diende het wetsvoorstel Wijziging van de Wet vrachtwagenheffing
in verband met de implementatie van de herziene Europese tolheffingsregels (Kamerstukken
36 626). Op 18 november 2025 heeft de Eerste Kamer dit wetsvoorstel aangenomen. Dit geeft
duidelijkheid aan eigenaren van vrachtwagens over de tarieven die gaan gelden per
1 juli 2026. De tarieven zijn via de website www.vrachtwagenheffing.nl bekend gemaakt en worden vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Naast de
wijziging van de wet is er een wijziging van het Besluit vrachtwagenheffing in voorbereiding
in het kader van de gewijzigde Europese regels voor tolheffing. Deze wijziging heeft
onder meer betrekking op de voertuigdocumenten die een eigenaar van een vrachtwagen
kan overleggen aan een dienstaanbieder voor het bepalen van het tarief dat geldt voor
een vrachtwagen. Het gewijzigde Besluit vrachtwagenheffing zal naar verwachting begin
2026 gepubliceerd worden.
Beleidsregel hoogte bestuurlijke boete
Indien de houder niet aan deze verplichtingen voldoet, is sprake van een overtreding.
In dat geval kan handhavend worden opgetreden door het opleggen van een boete. De
maximale boetehoogte is vastgesteld in artikel 15, eerste lid, van de Wet vrachtwagenheffing
en bedraagt een bedrag dat overeenkomt met de tweede categorie, zoals bedoeld in artikel 23,
vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
In een beleidsregel zal de hoogte van de op te leggen boetes nader worden bepaald.
De hoogte van de boetes mag niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel waarvoor
de boete is opgelegd. Verder is het uitgangspunt dat het begaan van een overtreding
geen financieel voordeel mag opleveren. Naar verwachting wordt de beleidsregel begin
2026 gepubliceerd. Ook zal IenW een handhavingsplan opstellen met een algemene beschrijving
van de handhaving van de vrachtwagenheffing. Dit geeft duidelijkheid aan eigenaren
van vrachtwagens en andere belanghebbenden over hoe de handhaving uitgevoerd gaat
worden.
Toezegging vrijstelling emissievrije vrachtwagens
Tijdens het plenaire debat op 26 maart 2025 over de wijziging van de Wet vrachtwagenheffing
is een toezegging gedaan over de vrijstelling van emissievrije vrachtwagens tot en
met 4.250 kg. Aan de NSC-fractie is toegezegd met België, Duitsland en Tsjechië te
verkennen of wederzijds gegevens kunnen worden uitgewisseld. Het betreft gegevensuitwisseling
om emissievrije voertuigen in deze gewichtsklasse automatisch te kunnen vrijstellen.
IenW heeft samen met de RDW verkend in hoeverre gegevensuitwisseling mogelijk is en
wat de voordelen hiervan zijn. Uit deze verkenning is gebleken dat er geen juridische
grondslag is voor gegevensuitwisseling met andere EU-landen over deze vrijstelling.
Ook is er op dit moment geen technisch systeem beschikbaar om deze gegevens te wisselen.
Eigenaren van emissievrije vrachtwagens tot en met 4.250 kg met een kenteken van een
ander land die gebruik maken van Nederlandse wegen kunnen zich straks online melden
bij de RDW om de vrijstelling te laten registreren voor hun voertuig. Hiermee wordt
voorkomen dat deze eigenaren onterecht een boete ontvangen.
In Duitsland zijn emissievrije vrachtwagens niet heffingsplichtig. Duitsland biedt
buitenlandse eigenaren van deze voertuigen de mogelijkheid om zich online te registreren
voor deze vrijstelling. Dit is vergelijkbaar met hoe dit in Nederland gaat werken
voor emissievrije vrachtwagens met een technisch toelaatbare maximummassa tot en met
4.250 kg.
In België en Tsjechië gelden andere regels. In Vlaanderen en Brussel geldt voor emissievrije
vrachtwagens een nultarief. In heel België moeten alle emissievrije vrachtwagens echter
voorzien zijn van boordapparatuur en moeten de eigenaren van deze vrachtwagens een
overeenkomst sluiten met een toldienstaanbieder. In Tsjechië zijn emissievrije vrachtwagens
tot 4.250 kg volledig vrijgesteld. Deze vrachtwagens moeten net als in België wel
voorzien zijn van boordapparatuur voor controledoeleinden.
Dit betekent dat Nederlandse eigenaren van een emissievrije vrachtwagens die in België
of Tsjechië willen rijden een overeenkomst moeten sluiten met een toldienstaanbieder
en hun vrachtwagen moeten voorzien van boordapparatuur. Gegevensuitwisseling met België
en Tsjechië heeft daarom voor Nederlandse eigenaren van deze voertuigen geen toegevoegde
waarde.
Op basis van de uitgevoerde verkenning is de conclusie dat het niet mogelijk is om
vrachtwagens van buiten Nederland automatisch vrij te stellen voor de Nederlandse
vrachtwagenheffing door middel van rechtstreekse gegevensuitwisseling met België,
Duitsland en Tsjechië. Ook voor Nederlandse eigenaren die in het buitenland rijden
zou gegevensuitwisseling beperkte toegevoegde waarde hebben, omdat in België en Tsjechië
het nu zo is geregeld dat het sluiten van een dienstverleningsovereenkomst en het
plaatsen van boordapparatuur voor emissievrije vrachtwagens verplicht is.
Financiën
Met Prinsjesdag is op artikel 15 in de Ontwerpbegroting 2026 van IenW een financiële
raming opgenomen van de ontvangsten en uitgaven. Hierin is ook een nadere uitwerking
van de terugsluissubsidies en de terugbetaling van de realisatiekosten aan het Mobiliteitsfonds
toegevoegd. De raming van de ontvangsten en uitgaven worden bij de Voorjaarsnota van
2026 geactualiseerd. Dit zal onder andere gebeuren op basis van de meest recente inzichten
bij de uitvoeringsorganisaties.
Tot slot
Het afgelopen halfjaar zijn weer belangrijke stappen richting invoering van de vrachtwagenheffing
gezet. De technische en organisatorische voorbereidingen vorderen gestaag. Ook is
de communicatie over de vrachtwagenheffing geïntensiveerd. Verder zijn de subsidieregelingen
AanZET, SPriLa en SWiM opengesteld. Tot slot is het wetsvoorstel voor de wijziging
van de Wet vrachtwagenheffing aangenomen door beide Kamers. In het voorjaar van 2026,
voor de start van de vrachtwagenheffing, kunt u de volgende voortgangsbrief verwachten.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat