Brief regering : Aardbeving vlakbij Zeerijp op 14 november 2025
33 529 Gaswinning
Nr. 1347
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2025
Op 14 november vond vlakbij Zeerijp een aardbeving met magnitude 3,4 plaats. Het kabinet
betreurt ten zeerste dat door deze beving omwonenden opnieuw worden blootgesteld aan
gevoelens van onrust en onveiligheid, en in veel gevallen ook (opnieuw) geconfronteerd
zijn met schade aan hun woning. Conform de Mijnbouwregeling heeft NAM zowel het kabinet
als de inspecteur generaal der mijnen binnen 48 uur geïnformeerd met een eerste analyse
over de beving. Binnen twee weken na de beving heeft de NAM ook een meer uitgebreide
analyse gedeeld. SodM heeft gereageerd op de eerste rapportage, en geeft aan eind
deze maand ook met een reactie op de tweede analyse te komen. Met het oog op het debat
op 11 december informeert het kabinet de Kamer met deze brief reeds over de inhoud
van de rapportages die tot op heden zijn ontvangen van de NAM en de reactie van SodM
op de eerste rapportage.
De beving vond plaats vlakbij Zeerijp om ongeveer kwart over één in de nacht van 14 november
en had een magnitude van 3,4 op de schaal van Richter. De beving is gevolgd door twee
naschokken, één met een magnitude van 2,1 ongeveer vijf en half uur later en één op
19 november met een magnitude van 1,0.1 Deze laatste naschok is niet voelbaar geweest. De beving volgde op een relatief rustige
periode, waarin het aantal en de intensiteit van bevingen op het laagste niveau in
20 jaar lag. Daardoor en door het sluiten van het Groningenveld, komt deze beving
juist nu hard binnen bij omwonenden. Bij veel getroffenen heeft de beving opnieuw
gevoelens van onveiligheid, onrust, woede en verdriet losgemaakt.2 Ook zijn er volgens het IMG al ruim 3.000 schademeldingen binnengekomen.3
De NAM geeft aan dat met deze beving de incidentparameter grondversnelling is overschreden.
Ook heeft de beving een magnitude van 3,0 of hoger. Daarom heeft NAM, conform de Mijnbouwregeling,
contact opgenomen met de toezichthouder en de beving geanalyseerd. Vervolgens zijn
de resultaten van zowel de eerste analyse na 48 uur, alsook de tweede analyse na twee
weken, gedeeld met SodM en KGG. De rapportages van deze beide analyses door de NAM
zijn bijgevoegd, net als de reactie van SodM op de eerste rapportage.
Zowel de gemeten grondsnelheid als grondversnelling waren van een hogere amplitude
dan eerder is waargenomen in Groningen. De NAM geeft aan dat dit vooral kan worden
verklaard doordat één station zeer dichtbij de locatie van de aardbeving aan het oppervlak
stond. Vooral de gemeten grondversnelling op dit station was relatief hoog. Bij stations
die verder van de beving af stonden, waren de gemeten grondversnellingen veel lager.
De gemeten grondbewegingen komen overeen met de voorspellingen voor een beving van
deze magnitude volgens het laatste grondbewegingsmodel en vallen binnen de onzekerheid
van het model. Ook het aantal bevingen valt nog steeds binnen de verwachting voor
2025. In de Seismische Dreiging en Risico Analyse (SDRA) van 20234 werd voorspeld dat in 2025 tussen de 0 en 7 aardbevingen met een magnitude van 1,5
of hoger konden plaatsvinden. Op het moment van schrijven ligt dit aantal op 6. Uit
de SDRA van 2023 kwam ook naar voren dat er in 2025 nog ongeveer 5% kans zou zijn
op een beving van deze ordegrootte. Hoewel het teleurstellend is dat deze aardbeving
ook werkelijk heeft plaatsgevonden, valt het wel binnen de verwachting. Zie hiervoor
ook de kamerbrief van juli 2025.5
Zowel NAM als SodM in haar reactie op de eerste rapportage geven aan dat drukvereffening
in het veld de oorzaak is van de bevingen die nu nog plaatsvinden. De laatste jaren
van productie is vooral gewonnen uit het zuiden van het Groningenveld. Daardoor is
er een verschil in druk ontstaan tussen het noorden en het zuiden. Nu de gaswinning
is gestopt egaliseert de druk in het veld. Dit komt erop neer dat de druk in het noorden
daalt, terwijl die in het zuiden stijgt. Door de drukdaling in het noorden van het
veld, kunnen vooral daar nog bevingen plaatsvinden. Grotere bevingen zijn daarbij
helaas niet uitgesloten. Volgens de SDRA ligt bijvoorbeeld de kans op een beving van
3,5 in 2026 rond de 4,5%.
In de reactie op de eerste rapportage geeft SodM aan dat het aantal bevingen de afgelopen
jaren verder is afgenomen en binnen de verwachtingen van de SDRA van 2023 valt. Met
het afnemende aantal bevingen, neemt ook de kans op zwaardere bevingen af, hoewel
deze kans nog wel aanwezig is. SodM geeft in haar reactie op de 48-uur analyse van
de NAM aan de zij de tweede rapportage van de NAM zullen bestuderen. Hierbij zal SodM
vooral kijken naar de hoge lokale grondbeweging in combinatie met de korte duur van
de beving. SodM zal het Ministerie van KGG hier eind deze maand over informeren.
Deze beving heeft aangetoond dat het helaas nog steeds mogelijk is dat relatief zware
aardbevingen kunnen plaatsvinden in Groningen. Met het egaliseren van reservoirdruk
zullen de bevingen uiteindelijk verder afnemen. De NAM geeft aan dat in twee weken
nog niet alles uitgezocht kon worden. Daarom zal NAM ook na deze tweede analyse nog
verder onderzoek doen naar onder andere het bronmechanisme, de diepte van de beving,
en de naschok. Daarnaast blijft NAM de reservoirdruk monitoren en SodM hierover inlichten.
Het kabinet zal, nadat de reactie van SodM op de tweede rapportage is ontvangen, de
Kamer hierover informeren.
De conclusie uit de Kamerbrief van juli jl. blijft ook na de beving bij Zeerijp onveranderd:
de verwachting is dat het aantal aardbevingen de aankomende jaren verder zal afnemen.
Desondanks vormt de recente beving wederom een klap voor de omwonenden.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.Th.M. Hermans
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei