Brief regering : Invulling van diverse moties en een toezegging, gedaan tijdens het notaoverleg van op 2 juni 2025, over de Initiatiefnota 'Wolken aan de horizon'
36 574 Initiatiefnota van de leden Six Dijkstra en Kathmann over «Wolken aan de horizon»
Nr. 18 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2025
Met deze brief ontvangt u de invulling van diverse moties en een toezegging uit het
notaoverleg Initiatiefnota «Wolken aan de horizon» (Kamerstuk 36 574, nr. 16). Omdat de moties en toezegging in deze brief inhoudelijk allemaal verbonden zijn
aan het onderwerp cloud en vallen onder de verantwoordelijkheid van de Minister van
Economische Zaken (EZ), ontvangt u reactie daarop gebundeld.
Het betreft een reactie op de toezegging aan het lid Buijsse over een behoefteonderzoek
bij Nederlandse cloudbedrijven naar publiek-private samenwerking1, de motie van het lid Buijsse over onderzoeken of de ruimte in de Nota Ruimte past
bij de groeiende vraag2, de motie van het lid Buijsse over een kostencomponent en een risicocomponent hanteren
in aanbestedingen3, de motie van de leden Bruyning en Thijssen over strategische partnerschappen met
onderwijsinstellingen aangaan4, de motie van het lid Koekkoek over innovatie die digitale soevereiniteit versterkt
expliciet erkennen als innovatiecategorie5 en de motie van het lid Koekkoek over de Europese strategische autonomie en digitale
soevereiniteit versterken door digitale innovatie.6
In deze brief wordt in bovengenoemde volgorde gerapporteerd over hoe de moties zijn
geadresseerd.
Toezegging aan lid-Buijsse over een behoefteonderzoek bij Nederlandse cloudbedrijven
naar publiek-private samenwerking
Tijdens het notaoverleg «Wolken aan de Horizon» heeft toenmalig Minister van EZ Beljaarts
toegezegd te rapporteren over de behoeften van Nederlandse cloudbedrijven. Het Ministerie
van EZ is voortdurend in contact met marktpartijen, experts, onderzoeksinstituten
en brancheverenigingen. Dat contact vindt plaats door middel van bilaterale gesprekken
met deze belanghebbenden, werkbezoeken bij individuele bedrijven en door deelname
aan en organisatie van verschillende typen bijeenkomsten, zoals congressen, rondetafelbijeenkomsten
en seminars.
Op 18 juni 2025 heeft het Centre of Excellence for Data Sharing and Cloud (CoE-DSC)7 – op verzoek van het Ministerie van EZ – samen met branchevereniging Dutch Cloud
Community een bijeenkomst georganiseerd in Nieuwspoort over Europese initiatieven
op het gebied van cloud innovatie en soevereine cloud oplossingen, zoals EuroStack,
IPCEI CIS en Dynamo Cloud. Tijdens de bijeenkomst zijn marktpartijen geïnformeerd
over verschillende publieke, private en publiek-private initiatieven die tot doel
hebben bij te dragen aan een concurrerende Europese cloudsector én zijn ze met elkaar
in gesprek gegaan over deze initiatieven en hoe die aansluiten bij hun behoeften.
Er werd geconcludeerd dat er reeds een veelvoud aan initiatieven bestaat gericht op
het realiseren van een toekomstbestendige, Europese cloudinfrastructuur.8
Tegelijkertijd stelt het kabinet vast dat de cloudmarkt bestaat uit een heel heterogene
groep aanbieders en dat bestaande initiatieven mogelijk niet afdoende zijn. «De cloud»
bestaat namelijk niet: het is een complex en gelaagd systeem dat bestaat uit verschillende
bedrijven, functionaliteiten, diensten en verdienmodellen. Zo kan een leverancier
van generieke cloudinfrastructuurdiensten andere behoeften en obstakels ervaren dan
een leverancier van sectorspecifieke niche cloudsoftwaretoepassingen. Maar ook tussen
aanbieders op dezelfde laag van clouddienstverlening, zoals tussen twee individuele
cloudsoftwareproviders van verschillende omvang of met verschillende doelmarkt, kunnen
substantiële verschillen in behoeften en obstakels bestaan. Dat maakt dat er geen
one-size-fits-all beleidsaanpak bestaat voor de gehele cloudsector. Om effectief gedifferentieerd beleid
te kunnen ontwikkelen ter verbetering van de concurrentiepositie van de Nederlandse
cloudsector, heeft het Ministerie van EZ KPMG opdracht gegeven tot het uitvoeren van
een verdiepend onderzoek naar de heterogeniteit en diversiteit van de Nederlandse
cloudsector. De resultaten van dit onderzoek worden in de eerste helft van 2026 gedeeld
met de Tweede Kamer.
Motie-Buijsse over onderzoeken of de ruimte in de Nota Ruimte past bij de groeiende
vraag
Met de motie wordt de regering verzocht te onderzoeken of de ruimte als geboden in
de Nota Ruimte past bij de groeiende vraag naar datacenters van zowel het Rijk als
private partijen. De Ontwerp-Nota Ruimte is op 26 september 2025 aan de Tweede Kamer
aangeboden. Het kabinet onderschrijft daarin dat er voldoende ruimte moet worden geboden
om de toenemende digitalisering in de toekomst te blijven faciliteren9:
«Onze toenemende digitalisering vereist een goede digitale infrastructuur die ook
inpassing vergt in de fysieke ruimte, zoals aanlandingspunten voor zeekabels, ruimte
voor datacenters en internetknooppunten, opstelpunten voor antennes en ruimte in de
ondergrond voor telecommunicatienetwerken. Het waarborgen van een open strategische
(digitale) autonomie versterkt de noodzaak van de aanwezigheid van een hoogwaardige
digitale infrastructuur op eigen bodem.»
In de Kamerbrief bij de aanbieding van de Ontwerp-Nota Ruimte kondigt het kabinet
aan dat het toewerkt naar een definitieve Nota Ruimte, inclusief een Uitvoeringsagenda,
om aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Motie-Buijsse over een kostencomponent en een risicocomponent hanteren in aanbestedingen
Met de motie wordt de regering verzocht te onderzoeken in hoeverre naar Ests voorbeeld
een kostencomponent en een risicocomponent kunnen worden gehanteerd in Nederlandse
aanbestedingen. Voor de uitvoering van deze motie is contact geweest met Estland.
Het kabinet ziet op dit moment de ontwikkelingen binnen de Estse wet- en regelgeving
niet als aanleiding om aanpassingen te doen in de Nederlandse beleidskaders, zeker
gezien de verwachting dat er in de nabije toekomst al in Europees verband beleid tot
stand zal komen met betrekking tot aanbestedingen van clouddienstverlening door overheden.
Daarnaast wordt er momenteel al veel ingezet op het verlagen van de veiligheidsrisico’s.
Bij de huidige herziening van de aanbestedingsrichtlijnen in Europa zet het kabinet
zich ook in voor meer mogelijkheden om risico’s voor (nationale) veiligheid bij aanbesteden
te beperken of uit te sluiten. Bijvoorbeeld door te pleiten voor een extra uitsluitingsgrond,
zodat ondernemingen uitgesloten kunnen worden indien er twijfels over de betrouwbaarheid
bestaan. Ook wil het kabinet dat er nieuwe beveiligingseisen gelden voor bedrijven
die een opdracht voor het Rijk uitvoeren met risico’s voor de nationale veiligheid.
Deze moeten worden opgenomen in de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten
(ABRO).
Het bestaande Rijksbreed cloudbeleid vereist daarnaast ook in de huidige situatie
al dat er een risicoanalyse wordt gemaakt bij aanbestedingen van clouddiensten. De
daaruit voortkomende risico’s moeten vervolgens worden geaccepteerd of gemitigeerd.
Eventuele eisen ten aanzien van het al dan niet gebruiken van public cloud, de locatie
van dataverwerkingsinfrastructuur en technische maatregelen zoals encryptie kunnen
zo al in de aanbesteding worden meegenomen. Ook kunnen er eisen worden gesteld aan
de jurisdictie waarvandaan een oplossing wordt aangeboden. Vervolgens kan in het beoordelen
van de inschrijvingen nagegaan worden of deze passen binnen de risicoanalyse.
Motie-Bruyning en Thijssen over een aanbeveling over te nemen om strategische partnerschappen
met onderwijsinstellingen aan te gaan
Het kabinet heeft met belangstelling kennisgenomen van de motie van de leden Bruyning
en Thijssen, waarin de regering wordt verzocht om de aanbeveling uit de initiatiefnota
Wolken aan de horizon over te nemen om strategische partnerschappen met onderwijsinstellingen
aan te gaan.
Om de huidige arbeidsmarktvraag en het toekomstig aanbod van data-, AI- en cloudprofessionals
in kaart te brengen laat het Ministerie van EZ onderzoek uitvoeren. Dit onderzoek
richt zich op de knelpunten en discrepanties tussen de arbeidsmarkt en het onderwijs.
Daarbij worden stakeholders vanuit het bedrijfsleven, onderwijs en overheid betrokken
om goed inzicht te krijgen in behoeften, kansen en belemmeringen. Daarnaast beoogt
het onderzoek te inventariseren welke partijen willen samenwerken en op welke wijze
zij tot strategische samenwerkingen willen komen. Het onderzoek maakt inzichtelijk
waar beleidsinterventies mogelijk zijn om de komende jaren te komen tot een groter
aanbod van data-, AI- en cloudprofessionals. De aanbevelingen die voortkomen uit het
onderzoek moeten worden gedragen door bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen
om te bepalen welke opties voor vervolgactiviteiten of instrumenten passend kunnen
zijn.
Motie-Koekkoek over innovatie die digitale soevereiniteit versterkt expliciet erkennen
als innovatiecategorie
Het verzoek van de Tweede Kamer om innovatie-instrumenten directer te koppelen aan
digitale soevereiniteit sluit goed aan bij de aanpak van het kabinet. Binnen het innovatiebeleid
is recent gekozen om meer focus aan te brengen, waarbij strategische autonomie is
meegewogen.
Ten eerste is met de Nationale Technologiestrategie10, binnen de 44 sleuteltechnologieën de focus gelegd op een aantal prioritaire technologieën
waaronder «AI & Data» en de daarvoor benodigde cloudinfrastructuur.
Ten tweede is via de «Industriebrief met focus» gekozen voor een zestal groeimarkten,
waaronder de Digitale Diensten (met name AI), waaronder dus «AI» en «bedrijfssoftware
in de cloud»11.
Door samen met het bedrijfsleven gerichte programma’s hiervoor te ontwikkelen is er
meer gerichte innovatie die digitale soevereiniteit bevorderd. De genoemde focus zal
daarnaast ook doorwerken in het specifieke innovatie-instrumentarium van EZ, zoals
de MIT, de PPS-innovatieregeling en Thematische Technology Transferregeling die op
basis van deze nieuwe focus verder doorontwikkeld zullen worden. De genoemde focus
zal ook bepalend zijn voor toekomstige keuzes waar bijvoorbeeld op wordt ingezet met
het Europees instrumentarium en waar zal worden deelgenomen aan Europese samenwerkingsinitiatieven
voor IPCEI’s en EDIC’s. Een belangrijke voorwaarde om van innovatieregelingen en instrumenten
gebruik te kunnen maken is dat bedrijven aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van
RD&I om innovatieve producten en diensten te ontwikkelen, aangezien dat een essentiële
voorwaarde is vanuit het geldende (Europese staatsteun) kader.
Naast het specifieke instrumentarium kunnen bedrijven ook altijd een beroep doen op
het generieke innovatie-instrumentarium waaronder de WBSO. Veel Nederlandse bedrijven
weten al goed gebruik te maken van dit generieke innovatie-instrument. Trends in «focus
op de WBSO12», laten zien dat het gebruik ten behoeve van deze digitale technologie aanzienlijk
groeit (bijvoorbeeld +50% voor AI).
De NTS actieagenda voor «AI & Data» en marktprogramma voor Digitale Diensten die momenteel
worden ontwikkeld zullen verder richtinggevend zijn voor het nieuwe innovatie- en
industriebeleid, waarmee het kabinet extra aandacht zal hebben voor innovatie die
de Nederlandse autonomie versterken, en daarmee digitale soevereiniteit. Aanvullend
pakt het kabinet de haperende innovatie in Nederland ook breed aan via negen acties
in het 3% actieplan13, waaronder instrumenten voor de opschaling van innovaties en een verkenning voor
de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI).14 Besluitvorming over verdere invullingen van deze acties is aan het nieuwe kabinet.
Motie-Koekkoek over de Europese strategische autonomie en digitale soevereiniteit
versterken door digitale innovatie
Met de motie wordt de regering verzocht zich in te zetten voor het stimuleren van
Europese digitale innovatie, onder meer via het EuroStack-initiatief, met als doel
de Europese strategische autonomie en digitale soevereiniteit te versterken. In lijn
met de wens van de Tweede Kamer zet het kabinet zich op meerdere manieren in voor
het stimuleren van Europese digitale innovatie om de Europese digitale open strategische
autonomie en soevereiniteit te versterken. Voorbeelden hiervan zijn recent opgesomd
in een brief aan de Tweede Kamer15, waaronder € 72 miljoen subsidie voor Nederlandse cloudpartijen om aan innovaties
te werken onder de Important Project of Common European Interest on Cloud Infrastructure and Services (IPCEI CIS) en de financiële bijdrage aan het eerder genoemde CoE-DSC.
Het kabinet neemt ook waar dat er recent met regelmaat nieuwe initiatieven ter stimulering
van de Europese cloudsector en de digitale open strategische autonomie worden gelanceerd.
Het kabinet informeert zich hier actief over en volgt de voortgang van deze initiatieven
met veel interesse.
Een van de recente initiatieven is EuroStack, een gezamenlijk initiatief van Europese
techbedrijven, onderzoeksinstellingen en beleidsorganisaties dat zich richt op het
versterken van de digitale soevereiniteit en digitale concurrentiekracht van Europa
door ontwikkeling en adoptie van een geïntegreerd digitaal ecosysteem. Het Ministerie
van EZ heeft contact gehad met de initiatiefnemers om zich nader te laten informeren
over de concrete acties die het initiatief voorstelt en de manieren waarop betrokkenheid
bij het initiatief vorm kan krijgen. De governance van het initiatief, haar inhoudelijke
koers en de vertaling daarvan naar concrete activiteiten lijken op dit moment nog
in ontwikkeling. In het licht hiervan, en omdat er nog geen concrete mogelijkheden
zijn waarop Europese overheden zich bij het initiatief kunnen aansluiten, is het (nog)
niet opportuun om steun uit te spreken voor het EuroStack-initiatief. Uiteraard blijft
het kabinet de voortgang van het initiatief nauwgezet volgen en kan op basis daarvan
in de toekomst worden besloten om tot een steunbetuiging over te gaan.
Tot slot
Het kabinet maakt zich al langere tijd hard voor een goedwerkende Europese cloudmarkt
en voor het versterken van de digitale soevereiniteit en concurrentiekracht van Europa,
in lijn met de strekking van bovengenoemde moties en toezegging. Zoals in de Kamerbrief
Initiatiefnota Wolken aan de Horizon16 met de Tweede Kamer is gedeeld, zet het kabinet hierbij voornamelijk in op beleidsvorming
op Europees niveau, omdat de problematiek op de cloudmarkt in de hele interne markt
wordt ervaren.
Het kabinet kijkt derhalve met interesse naar de plannen van de Europese Commissie
op het gebied van cloudbeleid. Zo ontwikkelen verschillende lidstaten op dit moment
plannen voor nieuwe IPCEI-projecten op het gebied van cloudinfrastructuur en AI. De
definitieve projecten worden naar verwachting in de eerste helft van 2026 aangekondigd.
In een recente Kamerbrief is de Tweede Kamer geïnformeerd dat Nederland vooralsnog
niet kan deelnemen aan deze projecten, vanwege ontbrekende financiële ruimte in de
besluitvorming rondom de voorjaarsnota eerder dit jaar.17 Ook heeft de Europese Commissie een voorstel voor een Cloud en AI Ontwikkelingsverordening
aangekondigd. Dit voorstel zal waarschijnlijk in het voorjaar van 2026 worden gepubliceerd.
In mei is de Tweede Kamer over de aankondiging hiervan geïnformeerd in het BNC-fiche
Mededeling AI Continent Actieplan.18 Tevens is door de Europese Commissie een aanbeveling voor aanbestedingen van clouddiensten
in de publieke sector aangekondigd, die mogelijk betrekking heeft op de in deze brief
beschreven thematiek. Over deze voorstellen en de positie van het kabinet wordt de
Tweede Kamer te zijner tijd door middel van een BNC-fiche geïnformeerd.
De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken