Brief regering : Doorontwikkeling Plan van aanpak Online Fraude
29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit
Nr. 490 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2025
Hierbij informeer ik uw Kamer over de afdoening van drie moties die betrekking hebben
op de bestrijding van (online) fraude. Het gaat om de motie Michon-Derkzen c.s.1 over de doorontwikkeling van de Integrale Aanpak Online Fraude met een plan van aanpak
voor de Fraudehelpdesk en twee moties van het lid Mutluer over een inkeerregeling
voor jonge geldezels2 en meer bekendheid geven van de Procedure Begunstigde NAW-gegevens bij Niet-Bancaire
Fraude (hierna: PNBF).3
De aanpak van online criminaliteit waaronder fraude
Online criminaliteit, waaronder online fraude, is met de groeiende invloed van het
internet in ons dagelijkse leven uitgegroeid tot de meest omvangrijke criminaliteitsvorm
in ons land. Het stelt burgers, bedrijfsleven en de overheid voor grote uitdagingen:
criminelen weten met steeds meer gebruik van technische middelen en «social engineering» mensen en bedrijven te bewegen geld af te staan zonder dat ze dit willen. Inmiddels
zijn de voorbeelden in de media over met Artifical Intelligence bewerkte tekstberichten of criminelen die zich online als bankmedewerker voordoen
niet meer weg te denken. Deze vorm van criminaliteit treft meer mensen dan welke andere
vorm van criminaliteit ook. De aanpak ervan is moeilijk: het speelt zich in het digitale
domein af, waar grenzen nauwelijks relevant zijn, geld razendsnel verplaatst wordt
en er eenvoudig zeer veel personen tegelijk opgelicht kunnen worden. Opsporing alleen
voorkomt dat niet; er is vooral preventie nodig om mensen en bedrijven weerbaar te
maken en barrières op te werpen.
Het bestrijden van online criminaliteit, waaronder online fraude, vraagt om een brede
inzet, te beginnen bij preventie en tot en met de strafrechtelijke aanpak van daders
en de hulp aan slachtoffers. Daar investeert mijn ministerie dan ook flink in. Voor
de aanpak van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, zoals online fraude, wordt
een bedrag van 52,6 miljoen euro geïnvesteerd in de politie en in de strafrechtketen.4 Voor de politie-inzet op gedigitaliseerde criminaliteit zijn ook streefnormen afgesproken
in de Veiligheidsagenda 2023–2026. Met het project Centurion werkt de politie aan
een gezamenlijke en landelijk gecoördineerde aanpak van gedigitaliseerde criminaliteit.
Dit gebeurt onder andere door de opvolging van aangiftes in de basisteams te ondersteunen
en door informatie bijeen te brengen waardoor criminele verbanden in beeld gebracht
en aangepakt kunnen worden.
Ook is een pilot voor een Anti-Phishing Shield gestart, om phishing effectiever tegen
te kunnen gaan, omdat dit ook een belangrijk startpunt is voor veel vormen van online
fraude.5 Daarnaast investeert het kabinet de nodige middelen in publieksvoorlichting via campagnes
als «Laat je niet interneppen». Het doel is om Nederlanders te helpen online misleiding
te herkennen en te voorkomen. De meest voorkomende technieken die criminelen gebruiken
hebben een centrale plek in de campagne.
De meeste winst is echter te behalen met preventie, door oplichting en slachtofferschap
zoveel mogelijk aan de voorkant te voorkomen. Dit is dan ook het doel en de aanleiding
voor de Integrale Aanpak Online Fraude. Dit is een publiek-private samenwerking die
in 2022, onder regie van mijn ministerie, is gestart om bovenop de bovenstaande inzet
en de inspanning die door partijen zelf geleverd moet worden, een plus te vormen.
De aanpak richt zich op zes verschillende thema’s: kennisagenda, uitwisseling persoonsgegevens,
technische barrières en interventies, opvolging politie en openbaar ministerie, preventie
en weerbaarheid en tenslotte hulp aan burgers. Over de voortgang wordt jaarlijks gerapporteerd.6
Motie Michon Derkzen c.s. over de integrale aanpak en Fraudehelpdesk
Deze motie verzoekt de regering om de Integrale Aanpak Online Fraude door te ontwikkelen.
Door de partners is in het ronde tafeloverleg op uitnodiging van uw Kamer aangegeven
dat de Integrale Aanpak navolging behoeft en langer moet worden voortgezet.7 Hiervoor zijn meer financiële middelen en inzet van alle partners in de aanpak nodig,
waaronder van mijn ministerie.
Door mijn voorganger is de motie eerder ontraden, omdat deze voor de inzet vanuit
Justitie en Veiligheid financieel ongedekt was. Binnen mijn begroting voor 2026 heb
ik echter door herprioritering een bedrag van 830.000 euro vrijgemaakt. Dit budget
is door mij beschikbaar gesteld vooruitlopend op een mogelijke subsidietoekenning
door het EU Fonds voor Interne Veiligheid (ISF) voor maximaal 2,1 miljoen euro. Als
de subsidie wordt toegekend, kan met dit budget de voortzetting van de Integrale Aanpak
in 2026 en 2027 mogelijk worden gemaakt. Voor meer financiering is geen ruimte.
Ambities voor doorontwikkeling Integrale Aanpak
Samen met de bestuurders van de betrokken organisaties is het «Plan van aanpak voor
de doorontwikkeling» opgesteld. Dit plan zend ik mee in de bijlage. De gedeelde ambitie
van de partners is dat zowel de samenwerking als preventie naar een hoger plan wordt
getrokken om tastbare resultaten te bereiken. Dat betekent een verdere verbreding
en commitment van nieuwe bedrijfsbranches, die een plaats innemen in de «fraudeketen»,
om met hen in de praktijk barrières op te kunnen werpen tegen criminelen. Deze koers
betekent ook het nadenken over de toekomstige randvoorwaarden voor de borging van
effectieve en stevige samenwerking en de mate van regie die daarvoor nodig is. Op
dit moment en voor de nabije toekomst wordt die regie door het beleidsdepartement
van Justitie en Veiligheid gevoerd. In de komende twee jaar zal bekeken worden of
de (structurele) regierol anders binnen het domein van Justitie en Veiligheid belegd
kan worden dan binnen een beleidsdirectie van het departement. In dat kader laat ik
in 2026 onderzoek doen naar een zogenaamde fraudehub zoals deze al in verschillende
vormen in het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada bestaat. Voorts zal in 2026
een evaluatie van de integrale aanpak plaatsvinden. Dit kan het komende kabinet betrekken
bij de besluitvorming over de toekomst.
Fraudehelpdesk
De motie Michon vraagt ook om een plan voor de doorontwikkeling van de Fraudehelpdesk.
De Fraudehelpdesk wordt door de privaatrechtelijke Stichting Safecin bestuurd. Het
bestuur beslist zelf over de koers en de doorontwikkeling. Ik bepaal dat niet, maar
ik kan voorwaarden stellen aan subsidieverstrekking. De Fraudehelpdesk is al meer
dan een decennium bekend als een laagdrempelig meldloket voor alle vormen van fraude,
ook online. Slachtoffers kunnen via de website en telefonisch melding maken van oplichting.
Zij worden geïnformeerd over het doen van aangifte, krijgen praktische informatie
en kunnen worden doorverwezen naar gespecialiseerde hulp. Voor het kabinet is hulp
aan slachtoffers belangrijk. Niet alleen dat slachtoffers zich kunnen melden, maar
juist ook dat zij snel hulp aangeboden krijgen. In de afgelopen tien jaar is een veelvoud
aan meldpunten ontstaan, waar slachtoffers terecht kunnen. Het kabinet vindt het wenselijk
dat de samenwerking van organisaties voor slachtofferhulp gestroomlijnd kan worden.8 Het doel van dergelijke samenwerking is het tegengaan van versnippering, de versterking
van hulp aan slachtoffers en kostenbesparing. In het kader van de integrale aanpak
zijn algemene vuistregels ontwikkeld die ongeacht waar slachtoffers zich melden, zo
snel en goed mogelijk hulp kunnen worden aangeboden. Ook de Fraudehelpdesk is hierbij
betrokken.
Binnen het beschikbare financiële kader zie ik geen mogelijkheden voor doorontwikkeling,
taakuitbreiding, verbreding van het dienstenaanbod of uitbreiding van de Fraudehelpdesk.
Rijksbreed geldt een aanzienlijke subsidietaakstelling, waarvan de Fraudehelpdesk
niet is uitgezonderd. Minder geld heeft gevolgen voor de organisatie en de exploitatie.
Dat leidt tot scherpe keuzes. Met de Fraudehelpdesk en Slachtofferhulp Nederland heb
ik overleg om te bezien welke inhoudelijke mogelijkheden er zijn voor een duurzame
samenwerking van deze organisaties, om kosten te besparen en versnippering van meldpunten
te verminderen. De Fraudehelpdesk heeft aangegeven zich ook te willen richten op andere
partijen, zoals banken, gemeenten en Ministeries zoals Economische Zaken en Binnenlandse
Zaken om samenwerking en mogelijkheden voor cofinanciering en subsidies te bespreken.
Het is verder aan het bestuur van de privaatrechtelijke stichting Safecin, die de
Fraudehelpdesk exploiteert, om over de doorontwikkeling van de Fraudehelpdesk te beslissen.
Deze gesprekken lopen nog door tot de zomer van 2026. Ik informeer uw Kamer daarna
over de uitkomsten van mijn overleg met de Fraudehelpdesk over diens toekomstvisie
en wat dat betekent voor de taken waarvoor mijn ministerie subsidie verstrekt.
Motie Mutluer over een inkeerregeling jonge geldezels
De motie roept op tot de ontwikkeling van een inkeerregeling voor jongeren die als
zogenoemde «geldezels» worden ingeschakeld binnen lokale pilots. Ter uitvoering van
de motie ontvangt het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) een
aanvullende subsidie om de al bestaande lokale (preventieve) aanpak van geldezels
verder te ontwikkelen. In de nieuwe pilots, waarin ook de geleerde lessen van de al
afgeronde pilots worden verwerkt, zal worden bekeken hoe de inkeerregeling kan worden
vormgegeven om zo de gevolgen van geldezelschap voor jongeren te beperken. Hierbij
is het van belang dat de verschillende domeinen die hierin een taak hebben binnen
de gemeenten, zorg, sociaal en veiligheid, nauwer aan elkaar worden verbonden. Doel
is om te waarborgen dat jongeren de juiste zorg en ondersteuning krijgen. Ook wordt
met de Nederlandse Vereniging van Banken en Betaalvereniging Nederland verkend hoe
jonge geldezels binnen de inkeerregeling makkelijker deel kunnen blijven uitmaken
van het betalingsverkeer, bijvoorbeeld door het verkrijgen van een basisbankrekening.
De nieuwe pilots starten begin 2026 en worden met een onderzoek (deels) op effect
geëvalueerd, waarna de ontwikkelde kennis en werkwijze landelijk verspreid wordt.
Motie Mutluer over bekendheid van de PNBF-regeling
In aanvulling op toelichting in de tweede voortgangsrapportage9 heeft de Betaalvereniging Nederland (hierna BVN) eerder dit jaar Collecting Payment Service Providers (hierna CPSP’s) benaderd om meer bekendheid te geven aan de werking en de toepassing
van de PNBF. Bij CPSP is de toepassing van de PNBF regeling nog te beberkt In aansluiting
daarop zal ik met Betaalvereniging Nederland payment serviceproviders die een licentie
hebben in Nederland aanschrijven. Met die brief wil ik de het belang van de PNBF-regeling
benadrukken omdat het mogelijkheden biedt voor slachtoffers van online fraude om hun
geld terug te vorderen.
Daarbij merk ik voor de volledigheid op dat de PNBF geen wettelijke regeling is, maar
een afsprakenstelsel vanuit de betaalsector. Daarom ligt het initiatief bij de CPSP’s
en andere betaaldienstverleners om hieraan medewerking te geven. Het is daarvoor niet
noodzakelijk dat CPSP’s lid worden van BVN. Het is aan de CPSP’s om te besluiten of
zij op de regeling aansluiten en daar zal ik hen toe oproepen.
Tot slot
Met de gegeven toelichting beschouw ik dit drietal moties als uitgevoerd. Met de doorontwikkeling
wordt de integrale aanpak online fraude verlengd in 2026 en naar verwachting ook in
2027. Het meegezonden plan van aanpak wordt concreet uitgewerkt in een Actieplan 2026.
Zoals gebruikelijk zal ik uw Kamer daar samen met de Minister van Financiën en de
Minister van Economische Zaken begin 2026 over informeren en zal ik de derde voortgangsrapportage
(2025) dan meezenden.
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid