Brief regering : Internationale mobiliteit van wetenschappers
29 338 Wetenschapsbudget
Nr. 298
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2025
Met deze brief informeer ik uw Kamer over het Tulp Fonds en het aantrekken van wetenschappelijk
talent. Deze brief heb ik toegezegd tijdens het debat over academische vrijheid van
10 september jl. Tevens reageer ik op verzoek van uw Kamer op het recent gepubliceerde
rapport van het Rathenau Instituut «Honkvast, uit of homerun. Internationale mobiliteit van wetenschappers».1
Ons land kent wetenschap van topniveau en is rijk aan excellente onderzoekers. Om
dat zo te houden, moeten we wetenschappelijk talent aantrekken, behouden en ontwikkelen,
van eigen bodem en van over de grens. Talent uit eigen land draagt bij aan het behoud
van gespecialiseerde kennis, continuïteit in wetenschappelijk onderzoek en aandacht
voor lokale vraagstukken. Buitenlands talent zorgt voor nieuwe perspectieven en toegang
tot internationale netwerken en in het buitenland ontwikkelde kennis.2 De hoge kwaliteit van de Nederlandse wetenschap wordt vaak in verband gebracht met
een goede inbedding in de internationale onderzoeksgemeenschap en toegang tot internationale
infrastructuren.3
Om zicht te hebben op de in- en uitstroom van wetenschappers in Nederland, heeft mijn
ambtsvoorganger het Rathenau Instituut verzocht dit in kaart te brengen. Dit heeft
geresulteerd in het rapport «Honkvast, uit of homerun. Internationale mobiliteit van wetenschappers». Ik ben het Rathenau Instituut hier dankbaar voor. De Nederlandse wetenschap is
volgens het rapport sterk internationaal ingebed. Zo werken wetenschappers in Nederland
veel samen met wetenschappers in andere landen en krijgen Nederlandse wetenschappers
een aanzienlijk deel van hun onderzoeksfinanciering uit Europa.
Uit het onderzoek blijkt dat Nederland een netto instroom van wetenschappers kent:
er kwamen in de periode 2008 en 2023 11% meer wetenschappers permanent naar Nederland
dan er permanent vertrokken. Verder blijkt dat het aandeel internationaal mobiele
wetenschappers voor Nederland gemiddeld is in vergelijking met andere landen in de
studie.4 Daarbij is het zo dat de kwaliteit van wetenschappers die naar Nederland kwamen en
uit Nederland vertrokken in balans is.5 De hoogste netto instroom zien we in de technische wetenschappen: daarin komen 40% meer
wetenschappers naar Nederland dan dat er ons land verlaten. Verder blijkt dat de Verenigde
Staten, Duitsland, en het Verenigd Koninkrijk belangrijke uitwisselingslanden zijn
voor Nederland. Aanvullend op deze drie landen zijn België en Zwitserland belangrijke
landen waar wetenschappers uit Nederland naartoe vertrekken en zijn China en België
belangrijke herkomstlanden waarvandaan internationale wetenschappers naar Nederland
toe komen. Het Rathenau Instituut merkt op dat de gebruikte data tot 2023 lopen; de
meest recente ontwikkelingen zijn hier dus niet in meegenomen.
De inzet is om de sterke wetenschappelijke positie van Nederland te behouden. Dat
vraagt om een sterke aantrekkingskracht van de Nederlandse wetenschap op talent en
om het inspelen op kansen wanneer die zich voordoen. De verantwoordelijkheid hiervoor
ligt primair bij de kennisinstellingen in hun rol als werkgever. Daarvoor zijn middelen
in de eerste en tweede geldstroom beschikbaar. Wanneer het benutten van kansen niet
binnen het vermogen van de kennisinstellingen ligt, kan de Minister van OCW een rol
spelen. Dit was het geval bij het recent ingerichte Tulp Fonds voor het aantrekken
van internationale topwetenschappers. Mijn voorganger heeft NWO gevraagd dit fonds
op te richten vanwege geopolitieke ontwikkelingen in relatie tot de wereldwijde strijd
om talent. Hiermee draagt het instrument bij aan de strategische autonomie, het concurrentievermogen
en de weerbaarheid van Nederland en Europa. Uw Kamer is op 20 maart jl.6, 10 juli jl.7 en 30 oktober jl.8 over het Tulp Fonds geïnformeerd.
Niet alleen Nederland zet nu extra in op het aantrekken van internationaal wetenschappelijk
talent, ook de Europese Unie en een aantal landen om ons heen doen dit. Dat gebeurt
op een vergelijkbare wijze:
• Frankrijk heeft het platform Choose France for Science gelanceerd, dat wordt uitgevoerd door het Agence National de Recherche (ANR). Er
wordt door Frankrijk 100 miljoen euro geïnvesteerd in dit initiatief.
• Het Verenigd Koninkrijk heeft deze zomer het Global Talent Fund van 54 miljoen GBP gelanceerd. Dit instrument beoogt excellente internationale onderzoekers
en onderzoeksteams naar het Verenigd Koninkrijk te trekken.
• Duitsland is het 1000 Köpfe Plus Programm gestart, ook wel Global Minds Initiative Germany genaamd. Er is een budget beschikbaar van 227 miljoen euro voor de jaren 2025 tot
en met 2029.
• De Europese Commissie heeft op 5 mei jl. het initiatief «Choose Europe for Science» gepresenteerd. Het betreft een pakket van € 500 miljoen voor de periode 2025–2027.
Het doel is om Europa aantrekkelijker te maken voor (internationaal) talent en de
academische vrijheid in de EU te beschermen. Daarnaast zet de Europese Commissie in
op het versnellen en versimpelen van procedures om onderzoekers van buiten Europa
naar Europa te halen. Er is op Europees niveau contact om de inzet vanuit de lidstaten
en de Europese Commissie aanvullend en versterkend te laten zijn.
Ik ben mij ervan bewust dat de Nederlandse inzet plaatsvindt in de context van een
bezuinigingsopgave voor de sector, waardoor verdere mogelijkheden beperkt zijn. Desondanks
is het belangrijk dat we met de middelen die we wel tot onze beschikking hebben, blijven
inzetten op het aantrekken, ontwikkelen en behouden van wetenschappelijk talent, zowel
internationaal als van eigen bodem. De wereld en de uitdagingen waar wij voor staan
worden steeds complexer en het is dankzij onze kennis dat wij die uitdagingen aankunnen.
Laten we wetenschappelijke vooruitgang blijven koesteren, net als de talenten die
daarvoor nodig zijn.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes
Indieners
-
Indiener
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap