Brief regering : Appreciaties van het gewijzigd amendement van het lid Ceder ter vervanging van nr. 13 over een evaluatie na vijf en na tien jaar (Kamerstuk 36699-37) en van het gewijzigd amendement van het lid Ceder c.s. ter vervanging van nr. 21 over elke tien jaar evalueren of de kerndoelen moeten worden herzien (Kamerstuk 36699-36)
36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen)
Nr. 38 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2025
Hierbij laat ik u weten dat het gewijzigd amendement met Kamerstuk 36 699, nr. 36 van het lid Ceder c.s. ter vervanging van Kamerstuk 36 699, nr. 21 over een tienjaarlijkse advisering door de Onderwijsraad over het curriculum het
oordeel Kamer krijgt.
Ook het gewijzigde amendement met Kamerstuk 36 699, nr. 37 van het lid Ceder ter vervanging van nr. 13 over een evaluatie van de wet binnen
tien jaar, met een tussenevaluatie binnen vijf jaar, krijgt oordeel Kamer. Zoals reeds
eerder met uw Kamer gedeeld zullen we de implementatie van het nieuwe curriculum goed
monitoren. Indien uw Kamer dit amendement aanneemt, zal ik aan de hand van die monitoring
rapporteren over de voortgang, effecten en doeltreffendheid van de wet.
Deze amendementen zijn ingediend bij de behandeling van het Wetsvoorstel herziening
wettelijke grondslagen kerndoelen Kamerstuk (36 699) op 26 november 2025.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap