Brief regering : Evaluatie SEBA en Convenant en Routekaart SEB
31 305 Mobiliteitsbeleid
31 209
Schoon en zuinig
32 813
Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
Nr. 527
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Hierbij worden de evaluatierapporten over de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s
(SEBA) en het Convenant en de Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) met u
gedeeld. De evaluaties van de SEBA en het Convenant SEB zijn uitgevoerd in opdracht
van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Evaluatie Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s
De Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) liep van maart 2021 tot en met
2024. In totaal is er ongeveer € 127 miljoen euro uitgekeerd via deze subsidieregeling.
Het doel van de regeling was om de aanschaf van emissieloze bedrijfsauto’s te stimuleren
door het prijsverschil tussen fossiele en emissieloze bedrijfsauto’s te verkleinen.
De SEBA is, zoals gebruikelijk bij subsidies, geëvalueerd om de doeltreffendheid en
doelmatigheid van de regeling vast te stellen.1
Met behulp van de SEBA zijn in de periode 2021–2024 bijna 23.000 emissieloze bedrijfsauto’s op de Nederlandse wegen gekomen. De verwachting is dat er in
de komende periode nog eens 6.000 bedrijfsauto’s bijkomen die op dit moment nog niet
op naam zijn gezet en nog niet op de weg te vinden zijn. Een aanzienlijk deel van
het huidige emissieloze bedrijfswagenpark heeft van de SEBA gebruik gemaakt. Decisio
oordeelt dat het doel om via de subsidieregeling het aantal emissieloze bedrijfsauto’s
te vermeerderen, hiermee is bereikt. De regeling is in 2025 stopgezet omdat de prijzen
voor fossiele en elektrische bedrijfsauto’s naar elkaar toe waren gegroeid. Subsidie
was hierdoor niet meer nodig en paste ook niet meer binnen de Europese staatssteunregels.
Tot slot benoemt de evaluatie dat voor ondernemers duidelijkheid in wet- en regelgeving
cruciaal is om wel of niet te gaan investeren in emissieloze bedrijfsauto’s. Dat geldt
niet alleen voor subsidieregelingen, maar ook voor de samenhang met flankerende beleidsinstrumenten.
Evaluatie Convenant en Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen
In het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) is afgesproken dat er in 2025
een eerste onafhankelijke evaluatie van het Convenant en de Routekaart SEB zal plaatsvinden.
De bedoeling van deze evaluatie is om inzicht te geven in de huidige voortgang, te
kijken waar het goed gaat en welke knelpunten er aanwezig zijn en om verdere handelingsperspectieven
te formuleren. Berenschot en TNO zijn gevraagd om deze evaluatie uit te voeren.
Het evaluatierapport van Berenschot schetst een kwalitatief beeld over de voortgang
van het Convenant SEB. Met het Convenant SEB is schoon en emissieloos bouwen in Nederland
definitief van de grond gekomen en worden er grote stappen gezet, door zowel publieke
opdrachtgevers als de marktpartijen inclusief mkb. Er wordt in steeds meer projecten
(deels) emissieloos werk uitgevraagd. Zo wordt een bijdrage geleverd aan de doorgang
van projecten gelet op de benodigde stikstofreductie. Daarnaast helpt een schonere
en stillere bouwplaats bij het halen van gezondheidsdoelen, waardoor de lucht in steden
en omwonenden van projecten minder wordt vervuild en werknemers minder worden blootgesteld
aan schadelijke stoffen en geluid. Ook helpt SEB bij de klimaatopgave. Het convenant
biedt ook een eerste investeringsperspectief. Berenschot geeft ook aandachtspunten
waar de komende jaren verder aan moet worden gewerkt om de schone en stille bouwplaats
te bereiken. Het is belangrijk dat er in meer projecten deels emissieloos wordt uitgevraagd
door een steeds grotere groep opdrachtgevers. Daarvoor zijn er ook meer convenantpartners
nodig. Het laden van materieel kan een uitdaging zijn in tijden van netcongestie.
Ook blijft het belangrijk om in te zetten op duidelijke communicatie en controle op
de naleving van de inzet van emissieloos materieel.
TNO heeft een kwantitatieve doorrekening gemaakt van het Convenant en de Routekaart
SEB. In lijn met de PBL-rapportage voor de Klimaatenergieverkenning (KEV) en Emissieraming
luchtverontreinigende stoffen (ERL)2 lijken de SEB-doelen van CO2en gezondheidswinst met de huidige uitvoering van het Convenant SEB te worden gehaald.
Voor de ambitie op stikstofreductie ligt het Convenant SEB op dit moment nog niet
binnen doelbereik. TNO geeft aan dat onder andere de gebrekkige toepassing van het
minimumniveau uit de Routekaart SEB een rol speelt. Dit niveau is ontwikkeld voor
verschoning en verduurzaming van mobiele machines buiten het convenant SEB in voornamelijk
de private opdrachten.3 Dit minimumniveau kan bijvoorbeeld ingezet worden om te voldoen aan het Besluit bouwwerken
leefomgeving (Bbl) artikel 7.19a waarin staat dat er adequate maatregelen genomen
moeten worden om stikstofreductie te beperken. TNO beveelt aan om te bezien hoe het
minimumniveau meer kan worden gebruikt en hoe het gebruik juridisch verankerd kan
worden. Daarnaast blijft controle op naleving van belang.
TNO heeft ook een update gegeven van de meerkosten voor uitvoering van de Routekaart
tot en met 2030 voor mobiele werktuigen. Deze wijken niet significant af ten opzichte
van de kosten die eerder aan uw Kamer zijn gedeeld bij de start van het Convenant
SEB.4 TNO berekent de meerkosten voor de huidige koers op € 2,6 miljard. De meerkosten
voor het scenario maximale naleving5 worden geschat op € 4,9 miljard, inclusief de € 2,6 miljard van de huidige koers.
IenW heeft verschillende financiële instrumenten om de sector en opdrachtgevers hierin
te ondersteunen. Daarmee draagt IenW ook een deel van de kosten.
De conclusie van de evaluatierapporten van Berenschot en TNO is dat de doelen van
SEB haalbaar maar ambitieus zijn. Vooral voor de ambitie van het realiseren van voldoende
reductie in stikstofemissies moeten er nog stappen worden gezet. Er wordt daarom met
de convenantpartners gewerkt aan een uitvoeringsagenda voor 2026 en 2027 om acties
te formuleren die de stikstofambitie op koers brengt en die de sector helpt deze transitie
te doorlopen. Het is de intentie om deze uitvoeringsagenda begin Q2 van 2026 aan uw
Kamer aan te bieden.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat