Brief regering : Bekendmakingen diverse regelingen op het gebied van woningbouw
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1393 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 december 2025
De woningnood in Nederland is op dit moment een van de grootste opgaven. Door een
tekort aan woningen is het voor veel mensen moeilijk om een passende woning te vinden.
In heel Nederland moeten er snel meer (betaalbare) woningen bij komen. Om aan de vraag
te voldoen, wordt er samen met de Woontop partners gewerkt aan het opschalen van de
realisatie van nieuwe woningen naar 100.000 woningen per jaar.
De realisatie van die 100.000 woningen per jaar gaat om de nieuwbouw van zowel huur-
als koopwoningen en ook om het beter benutten van bestaande gebouwen. Twee derde van
de nieuwe woningen moeten betaalbaar zijn. Het gaat daarbij om sociale huur (30%),
middenhuur en betaalbare koop.
Dit kabinet heeft voor de woningbouwopgave tot 2030 € 5 miljard beschikbaar gesteld.
Daarnaast investeert dit kabinet € 2,5 miljard voor het ontsluiten van woningbouwlocaties
via het Mobiliteitsfonds bij het Ministerie van IenW. Over de besteding van die € 2,5 miljard
en de besteding van het Gebiedsbudget van VRO bent u op 10 november jl. geïnformeerd.1
Dit jaar heb ik verschillende regelingen getroffen om de woningbouw financieel te
ondersteunen, onder andere de Woningbouwimpuls (Wbi), de Regeling Woningbouwversnelling
Metropoolregio Eindhoven (WMRE), en de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA).
Op grond van deze regelingen zullen nog dit jaar middelen worden uitgekeerd aan gemeenten
om de bouw van betaalbare woningen te stimuleren. Hiermee draag ik bij aan de bouw
van ruim 16.500 woningen in heel Nederland. Een stap richting de 100.000 woningen
per jaar.
In mijn brief van 19 mei jl.2 heb ik een toelichting gegeven over de besteding van de € 5 miljard voor woningbouw
via de verschillende financiële regelingen in het samenhangende financieel instrumentarium
ten behoeve van de woningbouwopgave. Zoals aangekondigd in die brief heb ik een samenhangend
instrumentarium van vier regelingen geïntroduceerd: de Realisatiestimulans, de Woningbouwimpuls,
het Gebiedsbudget en de regeling grondverwerving voor gemeenten (voorheen Grondfaciliteit).
Met dit samenhangend en overzichtelijke pakket aan regelingen maak ik de financiële
ondersteuning van de woningbouw voor iedere gemeente beschikbaar en laagdrempelig.
De Realisatiestimulans is een nieuwe regeling die dit kabinet heeft ontwikkeld. Met
de Realisatiestimulans wordt eenvoudige uitvoerbare financiële ondersteuning geïntroduceerd
voor iedere toegevoegde betaalbare woning, zowel via nieuwbouw als via het beter benutten
van de bestaande woningvoorraad.
Ik ben dan ook zeer verheugd dat deze regeling inmiddels vastgesteld en gepubliceerd
is.3 Komende maanden zal ik vol inzetten op de implementatie en het informeren van gemeenten
om gebruik te maken van deze financiële stimulans. Hierover meer later in deze brief.
De middelen die dit Kabinet beschikbaar heeft gesteld voor woningbouw, worden via
het samenhangende instrumentarium ten behoeve van de woningbouwopgave besteed. Ik
ben dan ook niet voornemens om, bij overschrijding van het budget van € 2 miljard
bij de Binnenhofrenovatie, extra middelen hiervoor te vinden in de gereserveerde € 5 miljard
voor de woningbouw. Ik geef hiermee invulling aan de motie Welzijn.4
Woningbouwimpuls (Wbi) 7e tranche
De Woningbouwimpuls bestaat sinds 2020. Gemeenten kunnen voor woningbouwprojecten
die aan gestelde voorwaarden voldoen (onder andere per aanvraag minimaal 200 woningen
en 50% betaalbare woningen) een bijdrage vragen om het project financieel haalbaar
te maken. Het Rijk dekt in deze projecten maximaal 50% van het publieke financiële
tekort.
Van 15 september tot en met 8 oktober jl. heb ik het aanvraagloket van de Woningbouwimpuls
opengesteld voor de 7e tranche. Voor deze tranche van de Woningbouwimpuls was € 120 miljoen (incl. btw)
beschikbaar. In deze ronde zijn 24 aanvragen ingediend door 23 gemeenten. De totaal
gevraagde bijdrage was ca. € 71,6 miljoen. Ondanks de financiële noodzaak moet ik
helaas constateren dat er minder aanvragen zijn ingediend dan dat er budget beschikbaar
is. Dit leidt voor 2025 dus tot onderuitputting. De onderuitputting is op basis van
onze prognose (zie meegezonden pijplijnonderzoek van Brink in de bijlage) onverwacht.
De timing van de openstelling van het loket heeft hierin waarschijnlijk een grote
rol gespeeld. Deze ronde Woningbouwimpuls viel namelijk gedeeltelijk in het zomerreces
en gelijktijdig met de voorbereidingen van gemeenten op de regeling Woningbouw op
korte Termijn (Wokt) van het Ministerie van IenW. Het pijplijnonderzoek laat zien
dat een aanvullende bijdrage uit de Woningbouwimpuls ook in de toekomst noodzakelijk
is.
In de beoordeling van de aanvragen heb ik mij laten adviseren door de onafhankelijke
Toetsingscommissie Woningbouwimpuls (hierna: Toetsingscommissie). Zij hebben de noodzaak,
efficiëntie en effectiviteit van de aanvragen beoordeeld. Als onderdeel van het criterium
effectiviteit is onder andere bovenmatige betaalbaarheid beoordeeld. Dit heeft de
Toetsingscommissie gedaan door te kijken of er sprake is van een programma met meer
dan twee derde betaalbaar. Indien dat het geval is, is gekeken of dit programma passend
is in de regio en of daar regionaal afstemming over heeft plaatsgevonden. Ook is er
meegenomen of een gemeenten niet systematisch en evident meer betaalbare woningen
realiseert dan twee derde, terwijl dat niet noodzakelijk is om de regionale doelen
te realiseren. De aanbiedingsbrief van de Toetsingscommissie met haar advies en een
toelichting op de wijze van beoordelen is als bijlage bij deze brief gevoegd. Op advies
van de Toetsingscommissie heb ik besloten om 16 van de 24 aanvragen toe te kennen.
Deze projectaanvragen ontvangen samen ca. € 48,7 miljoen incl. btw aan rijksmiddelen,
waarvoor ruim 6.700 woningen (waarvan ca. 76% betaalbaar) worden gebouwd. Ik ben blij
dat ik deze gemeenten de komende tijd financieel kan ondersteunen in de woningbouwopgave.
Voor de resterende projectaanvragen kon om diverse redenen, ondanks de geboden mogelijkheid
om evidente fouten te herstellen, helaas geen positief advies worden gegeven. De Toetsingscommissie
constateert desalniettemin dat het merendeel van deze aanvragen goed aansluit bij
de doelstellingen van de Woningbouwimpuls en moedigt gemeenten aan om aan de slag
te gaan met het verbeteren van de aanvragen voor de volgende tranche. Hiervoor is,
indien nodig, begeleiding vanuit het ministerie beschikbaar. Het aanvraagloket van
de 8e tranche opent naar verwachting op 27 februari 2026 en sluit op 13 maart 2026.
Voorafgaand aan deze 8ste tranche worden het Besluit Woningbouwimpuls 2020 en de Regeling Woningbouwimpuls 2020 gewijzigd. Deze wijziging is noodzakelijk,
zodat de Woningbouwimpuls beter uitwerkt in samenhang met de Realisatiestimulans.
Zowel het besluit als de regeling treden naar verwachting vanaf 1 januari 2026 in
werking.
Woningbouwversnelling metropoolregio Eindhoven (WMRE)
In samenwerking met de provincie Noord-Brabant, ASML en de betrokken gemeenten heeft
het Rijk afspraken gemaakt om te investeren in de Metropoolregio Eindhoven. Onder
de noemer «Project Beethoven» is gewerkt aan een pakket aan maatregelen waarmee € 2,51 miljard
in de regio wordt geïnvesteerd. Een deel van deze afspraken ziet op het realiseren
van extra betaalbare woningen. Bovenop de regionale woondeal moeten 17.000 extra zelfstandige
woningen en 2.280 extra onzelfstandige studenteneenheden worden gerealiseerd. Het
Rijk draagt 50% van de financiële middelen bij om dit te bereiken.
Uitkomsten WMRE tranche 1
Vanaf 2025 tot en met 2029 is er voor bovengenoemd doel € 122,5 miljoen beschikbaar
binnen het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Deze middelen
kunnen door de betrokken gemeenten worden aangevraagd via een nieuwe regeling: Regeling
specifieke uitkering Woningbouwversnelling metropoolregio Eindhoven (WMRE). De WMRE
is geïnspireerd op de Woningbouwimpuls en werkt vergelijkbaar, maar dan toegespitst
op de Metropoolregio Eindhoven. De WMRE dekt maximaal 75% van het financiële publieke
tekort in woningbouwprojecten met minimaal 40 woningen, waarvan tenminste 50% betaalbaar.
Ik heb het loket van de eerste tranche gelijktijdig met de Woningbouwimpuls opengesteld
(15 september jl. tot en met 8 oktober jl.). Voor deze tranche van de WMRE was € 23,75 miljoen
(incl. btw) beschikbaar. In deze ronde zijn 10 aanvragen ingediend door 9 gemeenten.
De totaal gevraagde bijdrage was ca. € 35 miljoen. Ik vind het goed te zien dat deze
regeling direct in de eerste tranche al aansluit bij de behoefte: door de populariteit
van deze regeling is het budget overtekend.
In de beoordeling van de aanvragen heb ik mij ook laten adviseren door de onafhankelijke
Toetsingscommissie Woningbouwimpuls. Ook hier hebben zij noodzaak, efficiëntie en
effectiviteit van de aanvragen beoordeeld. De aanbiedingsbrief van de Toetsingscommissie
met haar advies en een toelichting op de wijze van beoordelen is als bijlage bij deze
brief gevoegd. Op advies van de Toetsingscommissie heb ik besloten om 6 van de 10
aanvragen toe te kennen. Deze projectaanvragen ontvangen samen ruim € 22,2 miljoen
incl. btw aan rijksmiddelen, waarvoor ca. 1.700 woningen (waarvan ca. 82% betaalbaar)
worden gebouwd.
De resterende projectaanvragen zijn om diverse redenen niet positief beoordeeld. De
Toetsingscommissie constateert desalniettemin dat het merendeel van deze aanvragen
goed aansluit bij de doelstellingen van de WMRE en moedigt gemeenten aan om de aanvragen
te verbeteren, zodat deze mee kunnen lopen in de volgende tranche. Hiervoor is, indien
nodig, begeleiding vanuit het ministerie beschikbaar. Het aanvraagloket van deze nieuwe
ronde opent naar verwachting gelijktijdig met de Woningbouwimpuls op 27 februari 2026 en sluit op 13 maart 2026.
Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA, regulier en studententranche)
De RHA stelt gemeenten in staat om versneld huisvesting te realiseren voor aandachtsgroepen
door een financiële bijdrage te leveren aan de bouw van nieuwe woonvormen. Het gaat
dan om huisvesting voor bijvoorbeeld dak- of thuisloze mensen, of arbeidsmigranten.
In voorgaande kabinetten is met de RHA voor € 151,9 miljoen aan bijdragen verleend.
Hiermee is een bijdrage geleverd aan de (toekomstige) realisatie van 23.031 woningen.
In 2025 is er € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor de reguliere RHA-tranche en € 30 miljoen
voor een extra RHA-tranche specifiek gericht op het realiseren van met name (onzelfstandige)
studentenwoningen. Bij de reguliere RHA is bijna € 28 miljoen aan aanvragen ingediend
en is er voor € 25,3 miljoen toegekend. Dit bedrag draagt bij aan de bouw van 2.805
woningen. Er is hier dus sprake van een geringe onderbesteding. De aanvragen voor
de RHA-tranche specifiek gericht op studenten hebben een omvang van € 55,7 miljoen.
In de RHA-tranche voor studenten zijn aanvragen ontvangen voor een hoger totaalbudget
dan er beschikbaar was. Ik heb tot mijn genoegen het plafondbedrag voor deze tranche
kunnen verhogen tot maximaal € 49 miljoen in de Tweede suppletoire begroting 2025,
hierdoor worden 2.322 onzelfstandige woonruimten en 3.124 zelfstandige woonruimten
voor studenten gerealiseerd. De beide tranches van dit jaar dragen bij aan de bouw
van 8.251 woningen.
In de bijlage staan de volledige overzichten van alle gemeenten die een bijdrage ontvangen
uit de reguliere RHA en de RHA gericht op studenten. Voor de RHA is dit vooralsnog
de laatste tranche. Het is de bedoeling dat de RHA zal worden voortgezet door gebruik
te maken van de Realisatiestimulans.
Realisatiestimulans
Nadat de contouren van de Realisatiestimulans in de Kamerbrief «Financieel instrumentarium
woningbouw» van 19 mei jl. met u zijn gedeeld5, is de regeling Realisatiestimulans van 14 juli 2025 tot en met 5 september 2025
ter consultatie aangeboden. Er zijn in totaal 41 reacties op de conceptregeling ontvangen.
Deze reacties waren overwegend positief. Het streven naar een financiële regeling
die de woningbouw stimuleert, zonder zware bestuurlijke lasten, wordt gewaardeerd.
Dat is een mooi en positief signaal. De regeling is op 5 november 2025 gepubliceerd
in de Staatscourant.6
Het doel van de Realisatiestimulans is het met beperkte bestuurlijke lasten financieel
ondersteunen van gemeenten in heel Nederland bij het realiseren van betaalbare woningen.
Gemeenten ontvangen een bijdrage van € 7.000 excl. btw voor iedere betaalbare woning
waarvan de bouw start in de periode 2025–2029. Meer informatie voor gemeenten heb
ik gepubliceerd in een handreiking.7 Hiermee geef ik ook invulling aan de motie Peter de Groot c.s., doordat de Rijksmiddelen
zijn geoormerkt voor betaalbare (koop)woningen.8
De middelen die gemeenten ontvangen, kunnen (facultatief) vervolgens weer geïnvesteerd
worden in toekomstige woningbouw. Voor de bouw van woningen waarvoor eerder een bijdrage
is uitgekeerd vanuit het Ministerie van VRO, bijvoorbeeld via de Woningbouwimpuls
of de Startbouwimpuls. Voor deze woningen is de Realisatiestimulans niet beschikbaar.
Elke woning telt
Bij de Realisatiestimulans geldt dat elke betaalbare woning in heel Nederland telt.
Met de Realisatiestimulans worden ook betaalbare woningen in kleine projecten beloond,
transformatie- en optop-projecten vallen daar eveneens onder. Om de regeling zo eenvoudig
mogelijk te houden wordt geen onderscheid gemaakt in type woning of bewoner. Ook voor
betaalbare woningen die gerealiseerd worden voor aandachtsgroepen, zoals dakloze mensen,
is een bijdrage van € 7.000. beschikbaar. Zo wordt invulling gegeven aan de motie
Grinwis c.s.9
Aanvullende bijdrage Realisatiestimulans (opslagen)
Voor bepaalde woningen krijgen gemeenten in de toekomst een aanvullende bijdrage,
ook wel een opslag genoemd. Dit gaat met name om de realisatie van zorggeschikte-
en geclusterde woningen, waarvan de kosten beduidend hoger liggen dan voor de realisatie
van reguliere betaalbare woningen. Ook voor ambtelijke capaciteit bij medeoverheden
zijn middelen binnen de Realisatiestimulans gereserveerd. In het eerste uitkeringsjaar
zijn deze middelen nog niet beschikbaar, omdat gemeenten voor deze woningen nog aanspraak
kunnen maken op bestaande financiële regelingen. Het gaat daarbij om de RHA, de Stimuleringsregeling
Flex- en Transformatiewoningen, de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen, de
Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten Ouderen en de Flexpoolregeling. Wanneer deze
regelingen komen te vervallen, zullen in de Realisatiestimulans de middelen beschikbaar
komen om dit op te vangen.
Voor woningen in de 20 Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)-gebieden
zijn vanuit de Realisatiestimulans nu al aanvullende middelen beschikbaar. Er is in
totaal € 180 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2025–2029 voor maatregelen
voor het verbeteren van de openbare ruimte en collectieve maatschappelijke voorzieningen.
Daarnaast is er € 50 miljoen beschikbaar gesteld voor de versterking van ambtelijke
capaciteit.
Mede naar aanleiding van de motie van lid Wijen-Nas10 is bij het opstellen van de regeling ook gekeken naar andere kwetsbare gebieden,
met name naar de regio’s uit het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Met de
komst van de Realisatiestimulans worden de regio’s meer ondersteund voor woningbouw
dan in het verleden. Met de Realisatiestimulans is er geen sprake meer van een minimaal
aantal woningen per project of andere aanvullende voorwaarden. De bestuurlijke lasten
zijn mede hierdoor enorm verlaagd. Er is daarnaast met de regio’s verkend of en hoe
de woningbouwopgave afwijkt van de rest van Nederland. Uit de gevoerde gesprekken
blijkt dat er op dit moment nog onvoldoende eenduidig beeld is van de noodzaak van
een aanvullende bijdrage voor de NPVR. De eventueel noodzaak zal in het kader van
NPVR nader worden onderzocht. Ik beschouw de motie daarmee als afgedaan.
Met deze brief heb ik u geïnformeerd over hoe ik op korte termijn de woningbouwopgave
financieel ondersteun. Bijdragen op grond van de Woningbouwimpuls, WMRE en de RHA
worden nog dit jaar uitgekeerd. De Realisatiestimulans keert vanaf 2026 voor 4 jaren
jaarlijks uit. Om straks een volledige registratie te kunnen aanleveren, is voor het
gemeenten belangrijk nu al na te gaan hoeveel betaalbare woningen zijn gestart in
2025. De jaarlijkse opgave van woningen waarvan de bouw is gestart wordt aangeleverd
via het reguliere SiSa-verantwoordingsmoment.
Ik hoop u op korte termijn ook te informeren over de voortgang van projecten die in
het verleden een bijdrage hebben gekregen uit diverse woningbouwregelingen.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer
Indieners
-
Indiener
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening